Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

leave a comment »

Zaterdag 14 februari 2004

Vandaag publiceert de Amersfoortse Courant een ingezonden brief van Maurice Koopman, met mij medeoprichter van Leefbaar Amersfoort. Wie na lezing de indruk krijgt dat de relatie tussen Koopman en de fractie van LA niet optimaal is, heeft gelijk. Oorzaken genoeg. In 2002 was de fractie van mening dat LA een Amersfoortse stadspartij is, en – anders dan Koopmans hoopte- geen afdeling van de landelijke leefbaarclub en daarmee paladijn voor de gesneefde kamerkandidaat Koopman. Nadat Koopman als voorzitter van LA anderhalf jaar lang vooral opviel door inactiviteit, heeft de fractie er toe bijgedragen dat Koopman afgelopen zomer zijn voorzittersfunctie moest afstaan aan iemand voor wie Amersfoort niet een maatje te klein is. Goed, zo maak je geen vrienden. Maar de rancuneuze brief van Koopman heeft mij verbaasd. Niet door de toon, die ken ik, maar vooral door vele onjuistheden en onwaarheden. En door het feit dat hij – uit domheid? – er ook zichzelf mee te kak zet.

De beschuldiging dat LA in 2002 tien onhaalbare punten inbracht voor de collegevorming, getuigt van weinig historisch besef. Natuurlijk, LA wilde niet zonder meer aanschuiven bij een college dat het bestaande beleid wilde voortzetten. Onvrede over dat beleid was een van de motieven voor de oprichting van LA, dus dat wij met eisen kwamen was net zo logisch als het water in de zee. Het opstellen van voorwaarden gebeurde in nauwe samenwerking met het bestuur, zodat Koopman als voorzitter dus medeverantwoordelijk was.

Dat het Koopman is ontgaan dat de fractie van LA bereid was vorige maand aan een nieuw college deel te nemen (oké, niet uit enthousiasme!), hangt samen met zijn meermaals getoonde desinteresse voor gebeurtenissen in onze stad, in de gemeenteraad en binnen LA. Indien de VVD haar lijsttrekker als wethouderskandidaat had gehandhaafd, was LA nu waarschijnlijk collegepartij. Er bestonden daarover contacten met enkele coalitiepartijen. De opmerkingen van Koopman gaan dus voorbij aan de waarheid en hebben meer het karakter van boosheid bij een overjarige diva.

Dat de LA-fractie zwak is, is een persoonlijke mening van Koopman. Na de oprichting in 2001 had Koopman het op zich genomen om kandidaten te zoeken. Hij heeft de regie gehad bij het opstellen van de ontwerplijst en leidde de vergadering waar de kandidatenlijst voor de verkiezingen werd vastgesteld. Toch vat ik zijn opmerking niet op als – noodzakelijke – zelfkritiek: daarvoor ontbreekt hem de kwaliteit en het karakter.

Zijn idee om een ‘zakencollege’ van onbesmette buitenstaanders te vormen, had een hoog borreltafelgehalte en was gespeend van elk gevoel voor realiteit. LA had en heeft veel kritiek op de introverte bureaucratie binnen het stadhuis. Vijf buitenstaanders in het college halen, mensen zonder affiniteit met de fracties in de raad, levert een college op dat zwaar steunt op het stadhuismanagement. En dat is nu juist iets wat LA niet wenst. Koopman riep dus maar iets, ter eigen profilering enzonder acht te slaan op argumenten waarmee zijn idee-fixe werd gedegradeerd tot een onrealistische banaliteit, ver afstaand van de doelstellingen van LA.

Koopman bezigt nogal wat kwalificaties voor de fractie: gemakzuchtig kritisch, jouwend op veilige afstand, bang om de vingers te branden. Dat zijn kwalificaties die gemakkelijk op Koopman zelf zijn toe te passen, wat hij ook met zijn brief onder bewijs stelt. Maar de fractie is haar eigen weg gegaan. Dat dit Koopman is ontgaan, verbaast mij niet: ik heb hem nog nooit als belangstellende meegemaakt bij vergaderingen van de raad of de commissies; op initiatiefvoorstellen, moties, schriftelijke vragen en noem maar op heeft hij nooit gereageerd. Tijdens bijeenkomsten met hem moest veel tijd worden verdaan met bijpraten, ook over belangrijke dossiers als de baggerstort, het Eemcentrum of problemen tussen raad en college.

Kom, heer Koopman, neem nog een bitterbal!

Vrijdag 13 februari 2004

De Burgerpartij heeft een klacht ingediend bij Commissie voor de Europese Gemeenschappen. Onderwerp: de gemeente en de provincie zijn in de fout gegaan bij de overeenkomsten die met de firma Smink zijn afgesloten. Daarbij zijn de regels voor Europese aanbesteding overtreden, aldus de klacht.

Als de Burgerpartij in het gelijk wordt gesteld, heeft zij een belangrijk punt. En de provincie en gemeente staan voor schut, want zij hebben – met al hun juridische adviseurs op de achtergrond – een kans laten lopen die in zo’n geval aanwezig zou blijken te zijn. Wat overigens niet duidelijk is: welke financiële consequenties heeft het eventuele honoreren van de klacht voor de gemeente.

Er bestaat een verplichtingsovereenkomst waardoor de gemeente een schadevergoeding moet betalen indien door haar nalatigheid de firma Smink de afgesproken activiteiten niet kan uitvoeren. Een slechte overeenkomst, waarmee de verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren die hieraan vijf jaar geleden hebben meegewerkt, op het randje van onbehoorlijk bestuur verkeren. Maar afspraak is afspraak, dus kan het niet doorgaan van de overeengekomen werkzaamheden tot een fikse schadepost leiden, oplopend tot ruim vijftig miljoen euro. Ik neem aan dat de Burgerpartij zich op dat punt goed heeft laten adviseren.

Ik vind het initiatief van de Burgerpartij sowieso moedig. Er zijn al heel wat vergaderingen geweest waarin het college, samen met de fractievoorzitters en overige raadsleden, de verschillende mogelijkheden hebben onderzocht om de baggerstort buiten Amersfoort te houden. Het is jammer dat de Burgerpartij tijdens al die bijeenkomsten nooit met suggesties is gekomen, dan waren we al een stuk verder geweest.

En er zit nog een pikant kantje aan de zaak. De fractieleden van de Burgerpartij zijn lid van het gemeentebestuur en daarmee – ook al is de oppositie het daarmee niet steeds eens – in juridische zin medeverantwoordelijk voor het gemeentelijke beleid. Dat staat uiteraard los van de politieke verantwoordelijkheid. Met de klacht in Brussel heeft de Burgerpartij in feite een klacht tegen zichzelf ingediend. Ik ken het probleem, want al vaak heb ik de neiging gehad om een bezwaarschrift in te dienen tegen een bestemmingsplan dat door een raadsmeerderheid – waar ik op dat moment niet toe behoorde – was goedgekeurd. Als raadslid verkeer je echter niet in de positie dat je een bezwaar tegen het bestuurslichaam indient waarvan je zelf lid bent.

Maar natuurlijk hebben de leden van de BPA-fractie hierover uitvoerig nagedacht. Anders hadden zij hun idee om een klacht in te dienen wel in de raad of de betreffende commissie naar voren gebracht, zodat de gemeenteraad het college een opdracht had kunnen geven. Want ook daarvoor ben je tenslotte toegetreden tot een van de mooiste organen binnen ons openbare bestuur!

Written by raphaelsmit

14/02/2004 bij 08:07

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: