Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

leave a comment »

Bewonersonderzoek is demasqué voor college

Dinsdag 8 november 2005

‘Onbehaaglijk, onzorgvuldig en onjuist’. Dat is de titel van het onderzoek dat bewoners uit de zuidelijke deel van de binnenstad hebben uitgevoerd naar de vestiging van een drugshotel aan de Kleine Haag. Het onderzoek is uitvoerig gedocumenteerd, er is nauwgezet gegraven in de geschiedenis van de besluitvorming rondom de vestiging van het drugshotel en er is gebruik gemaakt van veel kennis over de opvang van thuisloze drugsverslaafden, de financiering daarvan en de fysieke randvoorwaarden. Na lezing van het bewonersonderzoek komen bij mij hele andere termen naar boven: leugenachtig, onbetrouwbaar, amateuristisch – maar dat slaat dan op ons college en met name op wethouder Van ’t Veld en onze burgemeester.

Waarom beschuldig ik collegeleden van leugenachtigheid? Ik noem enkele voorbeelden die in het bewonersonderzoek naar voren komen. Volgens het college konden adressen van de vier meest in aanmerking komende locaties die bij de zoektocht voor een drugshotel een rol hebben gespeeld, niet openbaar worden gemaakt, dit omdat de eigenaren van deze panden vertrouwelijkheid hebben bedongen. Resultaat van het bewonersonderzoek: één eigenaar wist van niets, één eigenaar is nooit serieus benaderd, één eigenaar was de gemeente zelf en voor de Kleine Haag was al in een vroeg stadium een schriftelijk aanbod gedaan.
Een ander voorbeeld – uit velen -: tegenover de raad verklaarde het college dat het drugshotel alleen toegankelijk is voor pasjeshouders, uitgereikt aan verslaafden die al meer dan 1,5 jaar bij de gemeente Amersfoort staan ingeschreven. Uit het onderzoek blijkt echter dat – na een beroep van de bewoners op de Wet Openbaarheid – bij de gemeente de gegevens over de verslaafden op het moment van deze toezegging niet beschikbaar waren. En het gaat nog verder: uit nota’s bij andere gemeenten, zoals Veenendaal, Nijkerk en Leusden, blijkt dat ook verslaafden uit die gemeenten in het Amersfoortse drugshotel worden opgevangen.
Derde voorbeeld: op schriftelijke vragen die ik in augustus stelde over een mogelijke andere locatie, antwoord het college dat het niet bereid is naar een andere locatie te kijken omdat het huurcontract voor de Kleine Haag al was getekend. Ook hier regeert de leugen: het contract werd pas een week na de beantwoording van mijn vragen getekend.

Ook de onbetrouwbaarheid van het college wordt in het onderzoek gedocumenteerd. Een voorbeeld uit velen (een aantal significante bewaar ik voor de raadsdiscussie): er wordt door het college naar believen met afstandsnormen gestoeid. De ene keer is de norm van 250 meter aanleiding om een alternatieve locatie niet in overweging te nemen, de andere keer is deze afstand tussen de Kleine Haag en de dichtbijzijnde coffeeshop evenwel beheersbaar, maar op een ander moment wordt de afstand van 200 meter tussen de uitvalsbasis van Stadstoezicht en de Kleine Haag weer als een belangrijk gegeven genoemd. Het is maar hoe het de dames en heren op het stadhuis uitkomt!
Even onbetrouwbaar is het college bij het beatwoorden van schriftelijke vragen die ik stelde over een afgewezen bouwplan op de plek van het drugshotel. Er zou nooit een bouwplan zijn afgewezen op basis van onvoldoende allure. Maar het college voldoet niet aan zijn informatieplicht doordat het gelijktijdig verzwijgt dat ambtenaar Oxenaar in juli 2004 formeel een bouwplan, ontworpen door Rijksbouwmeester Jo Coenen, heeft afgewezen. Waarom?

Het onderzoek bevat voldoende gegevens om je er weken kwaad over te maken. Opvallend daarbij – maar eigenlijk niet verrassend – is het falen van de coalitiepartijen die, naar het blijkt, al in een vroeg stadium op de hoogte zijn gesteld van de misleiding die door het college is gepleegd en die zich daar niet tegen hebben verzet, integendeel.
Donderdag is het rapport van professor Hoetjes beschikbaar. Hij heeft op verzoek van de raad een beperkt onderzoek verricht, nadat de coalitiepartijen – wie verbaast zich nog! – eerst een voorstel vanuit de oppositie voor een breed onderzoek van de hand wezen. Op 22 november vindt de eerste discussie over het onderzoek van professor Hoetjes plaats, waarbij uiteraard ook het onderzoek van de bewoners een rol zal spelen. Nu al kan worden voorspeld: het wordt een demasqué voor onze wethouder Welzijn en de burgemeester. Maar veel hoeven ze niet te vrezen, de coalitiepartijen hebben zoveel boter op het hoofd dat gevolgen zullen uitblijven.

Nieuwe werkwijze eist slachtoffers

Maandag 7 november 2005

Wim van Gammeren, fractievoorzitter van de SP, stelt zich bij nader inzien niet herkiesbaar voor een nieuwe raadsperiode. Ik betreur dat, en niet alleen omdat met hem een stuk kwaliteit in het raadswerk verloren gaat. Wim en ik kennen elkaar al lange tijd, uit onze Amsterdamse periode. Zij aan zij hebben wij ons in de jaren zeventig ingezet tegen ongenuanceerd koude-oorlogsdenken, tegen imperialisme en voor vrede.
Een belangrijk motief van Wim om er mee te stoppen zie ik als een zorgwekkend signaal: door de nieuwe werkwijze van de raad wordt er een steeds groter tijdsbeslag op actieve raadsleden gelegd. Hij is niet de enige die deze opmerking maakt, ik heb het van meer collega’s gehoord en ervaar het zelf ook zo. Het is een goed besluit geweest om de evaluatie van de nieuwe werkwijze kort na de jaarwisseling te laten plaatsvinden.

In de oude werkwijze werd je als raadslid één keer per maand opgeroepen voor een raadsvergadering. In andere weken vonden commissievergaderingen plaats, maar die leggen op een geheel andere wijze beslag op de raadsleden. Sinds oktober is een nieuw ritme ontstaan: elke maandagavond vergadert de fractie ter voorbereiding op de vergadering van De Raad, die de volgende dag plaatsvindt. Woensdag krijg je alweer de agenda voor de week daarna op de deurmat. En omdat je als raadslid toch tenminste twee verdere avonden zoet bent met andere activiteiten die samenhangen met het raadswerk, ontbreekt zo langzaam aan het moment dat je even enkele dagen ontsnapt uit het opgelegde vergaderritme.
De nieuwe vergaderwijze heeft twee voordelen. Het Plein heeft zich ontwikkeld tot een goed functionerend platform voor allerlei groepen uit de Amersfoortse samenleving, een nuttige vorm van ontmoeting en bijpraten voor de raadsleden. Het tweede voordeel ligt bij de organisatie: het ambtelijke apparaat kan wekelijks stukken aanleveren voor De Ronde en zit niet meer in een strak keurslijf van maandelijkse, tijdige aanlevering van stukken. Het eerste voordeel zou ik niet meer willen missen, het tweede gaat mij minder aan het hart.
Een ding is duidelijk: de nieuwe werkwijze heeft niet tot de tijdsbesparing geleid zoals door veel raadsleden verwacht. Wel zijn enkele min of meer informele momenten weggevallen: de mededelingen uit het college en de rondvraag in de commissievergaderingen. Dat leidt tot een bredere papierstroom en tot een grotere behoefte om vragen schriftelijk te stellen.

De nieuwe werkwijze maakt het raadswerk vooral moeilijk voor mensen die een vaste baan hebben en daarnaast ook nog een gezin. Met de wekelijkse raadsvergaderingen dreigt een ongewenste selectie tot stand te komen bij de kandidaatstelling. Voor de komende verkiezingen zal dat nog meevallen omdat de consequenties van de wekelijkse vergaderingen nog niet tot iedereen zijn doorgedrongen. Het kan er wel toe leiden dat de komende vier jaren meer raadsleden tussentijds bedanken, wat de kwaliteit van het raadswerk niet ten goede zou komen.
En er schuilt nog een ander gevaar in de nieuwe werkwijze. Door het intensievere tijdsbeslag dreigt het gevaar dat raadsleden zaken laten lopen. Door de werkwijze van De Ronde, met de parallelle vergaderingen in plaats van de themagerichte commissievergaderingen uit het verleden, komen specialisten regelmatig in de knel. Al met al komt de vraag naar voren of de nieuwe werkwijze de invloed van de raad wel ten goede komt. Ik vrees dat het uiteindelijk vooral het college en – nog meer – het ambtelijke apparaat zijn die de vruchten plukken van de nieuwe werkwijze, waarbij steeds meer raadsleden het gevoel overkomt de greep op een essentieel aantal dossiers te verliezen.

Hoe dan ook: de werkwijze van de raad moet een belangrijk gespreksonderwerp zijn voor de nieuwe gemeenteraad die in maart aantreedt. We zijn de nieuwe werkwijze als een experiment aangegaan, dan moet je ook de moed hebben om zaken terug te draaien. Met behoud van Het Plein, want op goede ontmoetingsplekken met stadgenoten moeten we zuinig zijn.

Het gebrek aan politiek leiderschap

Zondag 6 november 2005

Op een stapeltje ongelezen artikelen vond ik de tekst van de Thorbeckelezing die Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, vorige maand uitsprak. De titel van zijn lezing was: ‘Dit land zit dringend verlegen om leiderschap.’ Een boeiend verhaal, grotendeels toegespitst op de Haagse situatie maar net zo goed van toepassing op het lokale bestuur.

Wat we volgens tweederde van de Nederlanders nodig hebben, zo citeerde Gerd Leers uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zijn minder wetten en instellingen maar meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders. Daarbij, zo betoogde hij, gaat het om leiders die zich niet beroepen op macht of op georganiseerd gezag, maar die vooral draagvlak weten te verwerven en vertrouwen weten te winnen. Om draagvlak en vertrouwen te winnen, moeten politieke leiders een visie hebben, een verhaal, een richting. Ze moeten zich onderscheiden door in te grijpen voordat problemen ontstaan. Daarbij moet ijdelheid niet voorop staan: rustig en nauwkeurig werken, onopvallend maar met gestage tred levert veel eerder oplossingen op. Een politiek leider moet niet reageren maar anticiperen.
Gerd Leers constateert dat vandaag de dag de kengetallen regeren, niet de droom. Ambtenaren krijgen daardoor – tegen wil en dank – de macht in handen gedrukt. ‘Een systeem waarin de agenda van de partijleiding meer bepalend is dan de aandacht voor werkelijke maatschappelijke problemen, leidt tot autisme en vervreemding,’ aldus Gerd Leers. Hij hekelt het gebrek aan werkelijk debat. ‘De verstikkende werking van de eigen partijdiscipline wordt nog eens versterkt door coalitievorming. Regeerakkoorden slaan de laatste restjes persoonlijkheid uit onze volksvertegenwoordigers. En dat terwijl kiezers willen kunnen kiezen tussen verhalen, idealen, richtingen.’

Zoals gezegd: zijn lezing is evenzeer van toepassing op de lokale politiek. Onze Amersfoortse stadhuisorganisatie bevestigt op talloze punten de kanttekeningen die Gerd Leers bij de huidige bestuurscultuur in ons land plaatst. Het ontbreekt de politieke leiders in onze stad – en dan doel ik vooral op het college – in sterke mate aan draagvlak en vertrouwen, vooral op momenten die er echt toe doen. Voor het komende half jaar, tot aan de verkiezingen, zullen we het moeten doen met het college dat er zit, gesteund door een kritiekloos verband van coalitiepartijen. Wanneer de komende verkiezingen daarin geen verandering weten te brengen, voorzie ik een verder verlies aan vertrouwen in het politieke leiderschap bij de Amersfoortse stadgenoten. Van de huidige coalitie hebben we niet veel meer te verwachten!

Written by raphaelsmit

09/11/2005 bij 13:32

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: