Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for april 2006

leave a comment »

Vergeten antwoorden over de Ombudsman

Zaterdag 29 april 2006

Het dossier ‘Wielewaalstraat’ is al enkele jaren oud. Bewoners in deze straat klaagden over de overlast die zij ondervonden nadat de bouwmarkt tegenover hun woning een nieuwe gevelwand had gekregen. De nieuwe wand weerkaatst het zonlicht op hinderlijke wijze. Een verzoek bij de gemeente om tot oplossing van dit probleem te komen, leverde niets op. Op brieven werd niet ingegaan, reacties die uiteindelijk kwamen, waren formeel en zonder een teken van begrip voor de overlast of de wil hiertegen iets te doen. De bewoners schakelden de Nationale ombudsman in.

In december vorige jaar werd de uitspraak van de Ombudsman gepubliceerd. Vier van de vijf ingediende klachten werden gegrond verklaard. De uitspraak bevestigde het gevoel van onmacht dat de bewoners hebben gevoeld. Doordat het gemeentebestuur niet tijdig op de klachten was ingegaan, was hen mogelijkerwijze de kans ontnomen om de stappen te zetten waardoor de overlast had kunnen worden voorkomen. Door het geconstateerde falen van het gemeentebestuur werd bij een grote groep buurtbewoners het vertrouwen in het openbaar bestuur geschaad. Door de uitspraak van de Ombudsman was er, naar mijn mening, op z’n minst een morele verplichting ontstaan om alsnog naar een oplossing van de bewonersklachten te zoeken.
Omdat het gemeentebestuur na de uitspraak van de Ombudsman zich in groot stilzwijgen hulde, stelde ik eind 2005 schriftelijke vragen over deze kwestie. Een van de vragen was: is het college bereid om, ter reparatie van het geschonden vertrouwen bij bewoners aan de Wielewaalstraat, middelen in te zetten waardoor na overleg met de bewoners en de betreffende franchisenemer van de bouwmarkt alsnog maatregelen kunnen worden genomen om de bewonersklachten te niet te doen – uit morele gronden en onafhankelijk van de juridische positie in dit geheel?

De beantwoording had binnen twintig dagen moeten plaatsvinden. Er is echter nog steeds geen antwoord binnen. Door een aantal omstandigheden, waaronder de verkiezingen, ging ik niet direct aan de bel hangen. Vorige maand had ik weer contact met de bewoners, die mij attendeerden op het feit dat er nog steeds geen helderheid was over de consequenties die het college heeft getrokken uit de uitspraak van de Ombudsman. Voor mij reden genoeg om op het stadhuis eens na te vragen hoe het met de beantwoording van de vragen zit.
Ik kreeg – voorzichtig uitgedrukt – de indruk dat de beantwoording was vergeten. Of heeft het college moeite met de beantwoording? Het college heeft geen ruchtbaarheid gegeven aan de uitspraak van de Ombudsman, dat hebben de bewoners gedaan. Doodzwijgen als je op de vingers wordt getikt, is een methode. Negeren van een verzoek vanuit de raad om de gedupeerde bewoners na de uitspraak van de Ombudsman eindelijk eens serieus te nemen, is een andere methode.
Hoe dan ook, antwoord op mijn vragen heb ik nog steeds niet. Ook de bewoners hebben nog niets vernomen. Dus moeten er de komende week twee brieven uitgaan: een aan de burgemeester in haar rol als voorzitter van de raad én van het college. Haar staf, of wie dan ook in haar omgeving, zou op z’n minst aandacht moeten besteden aan de tijdige beantwoording van vragen uit de raad. En een brief aan de Ombudsman, zodat die een indruk kan krijgen hoe serieus er met zijn uitspraken wordt omgegaan, inclusief met een reactie vanuit de gemeenteraad hierop.

In elk geval ben ik nieuwsgierig hoe in het Burgerjaarverslag 2005 op de uitspraak van de Nationale Ombudsman wordt gereageerd. Mijn indruk is dat uitspraken van de Nationale Ombudsman door het gemeentebestuur nauwelijks serieus worden genomen. Ligt hierin misschien het verzet tegen het verzoek van de Burgerpartij om een eigen, stedelijke Ombudsman in het leven te roepen?

Lintjesregen

Vrijdag 29 april 2006

Lintjesregen. Onder de gedecoreerden bevinden zich twee tennismaatjes: Gerard Pot (ridder ON) en Bert Manasse (lid ON). Twee Amersfoortse ondernemers die zowel landelijk als in onze stad op veel manieren als vrijwilliger actief zijn. De lijst van hun activiteiten, door het stadhuis werd verspreid, is lang. Ze hebben hun onderscheiding meer dan verdiend. Gerard kan ik tijdens een door zijn familie georganiseerde receptie feliciteren, Bert zie ik ’s avonds op de tennisbaan, tijdens het door ALTA georganiseerde OCNC-toernooi, waar ik hem de hand kan schudden.

Beide waren meer dan verrast door de koninklijke onderscheiding. Zoals ik de afgelopen jaren bij meer gedecoreerden heb meegemaakt: niemand die zich als vrijwilliger inzet voor zaken die tot nut van onze samenleving zijn, doet dat om daarvoor officieel te worden bedankt. De jaarlijkse lintjesregen wordt hooguit ter kennis genomen, tenzij er in de directe omgeving een decoratie plaatsvond. Maar de – onverwachte – nationale onderscheiding brengt toch wel wat teweeg. Je doet het er niet voor, maar het feit dat een aantal mensen je voor deze onderscheiding heeft voorgedragen en dat de overheid dit verzoek meer dan terecht vond en het heeft gehonoreerd, laat niemand koud. Gerard en Bert hebben het in elk geval meer dan verdiend!

De terechte frustratie bij Paul Strengers

Donderdag 28 april 2006

Vandaag namen de drie vertrekkende wethouders – Piet Jonkman, Henk Brink en Paul Strengers – met een receptie in het Berghotel afscheid. Jan de Wilde, die hoopte zijn heil in het bedrijfsleven te kunnen vinden, had al eerder afscheid genomen. De speech van de burgermeester was warm, persoonlijk en zonder overdreven pathetie. De reactie van de drie ex-wethouders sloot hierbij aan, de sfeer van het afscheid was dus genoeglijk.

Toch school er in de afscheidswoorden van Paul Strengers een giftig addertje. Deze had betrekking op de wijze waarop zijn VVD-fractie tot het aanwijzen van een kandidaat voor het nieuwe college was gekomen. Uit de woorden van Paul Strengers was op te maken dat er op een niet zo elegante wijze met zijn positie daarin was omgegaan. Deze mening had hij de afgelopen dagen ook al laten doorklinken in een van de exitinterviews in de plaatselijke media.
Vanuit het standpunt van Paul Strengers kan ik mij zijn ongenoegen voorstellen. Hij had het werk waaraan hij twee jaren geleden is begonnen, graag nog een periode willen voortzetten. Dat heeft hij meermaals en ook tijdig kenbaar gemaakt. Schijnbaar heeft over zijn wens geen serieus gesprek plaatsgevonden, noch met het VVD-bestuur, noch met zijn fractie – dat mag je in elk geval opmaken uit zijn woorden. Indien hij gelijk heeft, dan getuigt dat van weinig moed bij zijn partijgenoten. Het gaat om nogal wat, namelijk het functioneren en de toekomst van een niet onbelangrijke partijgenoot (zo mag je een wethouder toch wel noemen).

Van de andere kant: het was ook buiten de VVD al maanden bekend dat Ruud Luchtenveld de wethouderskandidaat was voor de VVD. Indien meer dan de halve stad dat al wist, waarom wist Paul Strengers dat zelf niet? Ontbrak het hem aan voldoende politieke antenne om te weten hoe de hazen liepen? Bij wijze van spreken: heel Amersfoort wist het, alleen de wethouder niet! Toch lijkt mij dit sterk.
Ik vermoed dat Paul Strengers slachtoffer is geworden van zijn eigen stormachtige politieke carrière. Tot kort voor de verkiezingen van 2002 was hij niet eens lid van de VVD. Naar voren geschoven door mensen uit zijn omgeving, werd hij na de verkiezingen ook vrijwel direct fractievoorzitter. Dat hij vanuit de Balie in een geheel andere wereld terecht zou komen, is hem schijnbaar onvoldoende verteld. De woorden van zijn ex-collega Henk Brink zijn maar al te waar: de eerste indruk is bepalend. Dat geldt niet alleen voor de wijze waarop je gekleed bent, maar meer nog voor wijze waarop je als kersverse fractievoorzitter van de (toen) grootste partij functioneert. En die eerste indruk was – politiek gezien – blamabel.
Zijn onverwachte benoeming, twee jaren later, tot wethouder, samen met zijn belangrijkste contrahent in de raad, droeg er ook niet toe bij dat hij door ervaring lering kon trekken over de politieke mores binnen de raad en vooral ook binnen zijn partij. Dat alles is Paul Strengers zelf niet eens rechtstreeks te verwijten, op dit punt lag een belangrijke verantwoording bij de VVD, zowel bestuur als fractie.

Hoe dan ook, voor Paul Strengers zijn de druiven zuur. Maar, gezien zijn opgedane ervaringen en het feit dat hij kan terugvallen op een groot aantal persoonlijke kwaliteiten, vermoed ik dat zijn kort politiek intermezzo zijn verdere carrière geen kwaad hoeft te doen. Ik zou pas echt met hem te doen hebben wanneer hij bij zijn volgende stap, bijvoorbeeld binnen het bedrijfsleven, zijn draai niet kan vinden.

Neer aandacht voor het Mondriaanhuis

Woensdag 26 april 2006

Bij alle berichten over de toekomst van de Amersfoortse exposities Flehite, De Zonnehof en het Armandomuseum, zouden we bijna vergeten dat we nog een andere, prachtige culturele vestiging in onze stad hebben: het Mondriaanhuis. Naast alle aandacht die de gemeentelijke museale instellingen krijgen, verdient ook het Mondriaanhuis alle aandacht.

Het streven van het Mondriaanhuis is om een landelijke museale status te krijgen. Hieraan wordt een aantal fysieke voorwaarden gesteld. Deze zijn grotendeels van technische en bouwkundige aard. Om de gewenste status te verkrijgen, moet er het een en ander worden geïnvesteerd in het Mondriaanhuis. Gezien het belang dat deze culturele voorziening voor onze stad heeft, is een handreiking vanuit de gemeente zeker op zijn plaats. De directie van het Mondriaanhuis heeft de afgelopen jaren al een groot aantal belangrijke stappen gezet, extra aandacht vanuit het gemeentebestuur lijkt mij daarom verdiend.
Zo’n landelijke museale status opent nieuwe mogelijkheden voor het Mondriaanhuis. Een daarvan is dat de mogelijkheid ontstaat om delen van collecties die nu elders in ons land hangen of in depots zijn opgeslagen, een plaats in Amersfoort te geven. Immers, wat het Mondriaanhuis ontbeert, is een collectie van originele werken van Mondriaan.

Daaraan moest ik denken toen ik vandaag het Singermuseum in Laren bezocht. Deze week is de laatste week waarin een overzicht is te zien van ‘De onstuitbare verzamelaar J.F.S. Esser’. Vele tientallen werken van Mondriaan, Breitner, Sluijters en andere kunstenaars die honderd jaar geleden op weg waren naar eeuwige roem, hebben tienduizenden bezoekers naar het prachtige museum in het legendarische Gooise dorp getrokken.
Esser was een verzamelaar. Van beroep was hij huisarts, later grondlegger van de plastische chirurgie. Dat laatste niet om Gooise dames een verjongt uiterlijk te geven, maar om ernstig verminkte soldaten uit de Eerste Wereldoorlog van hun vaak afschuwwekkende lidtekens te bevrijden. Een gedreven man, niet alleen als medicus en schaker, maar vooral ook als kunstverzamelaar. In een relatief korte tijd kocht hij honderden werken aan. Iets om jaloers op te zijn, maar zowel mijn woning als mijn beurs zijn te klein om mij ook maar in de verste verte met Esser te meten.

Esser verzamelde vooral ook werk van nog onbekende, maar veelbelovende kunstenaars. Mondriaan was er daar een van. In het Singermuseum werden zestien werken van de nog jonge Mondriaan gepresenteerd. Een andere Mondriaan dan de meeste mensen kennen. Portretten en landschappen vormen de boventoon. Uit dit werk blijkt dat Mondriaan een vakman was, die zijn latere en meer bekende abstracte werk vanuit gedegen vakmanschap heeft ontwikkeld.
Wat zou er mooier zijn dan het exposeren van een deel van het werk van Mondriaan uit de verzameling van Esser in het Mondriaanhuis. Deze werken zijn grotendeels eigendom van particulieren en van het Gemeentemuseum Den Haag. Deze eigenaren staan werken van Mondriaan alleen maar af voor exposities in een museum dat voldoet aan de eisen die aan een landelijk museum worden gesteld. Alleen al daarom verdienen de inspanningen die het Mondriaanhuis zich wil getroosten, alle steun van ons gemeentebestuur.

Written by raphaelsmit

30/04/2006 at 08:48

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zwakke start voor nieuwe wethouders

Dinsdag 25 april 2006

Deze avond moesten enkele van de nieuwe wethouders voor de eerste keer in discussie met de raad. Dit gebeurde tijdens verschillende onderwerpen die in De Ronde worden besproken. Ik mocht beleven hoe Ruud Luchtenveld omgaat met een initiatiefvoorstel voor de verbetering van de veiligheid op de geplande snelfietsroute tussen het stadscentrum en Vathorst, in dit geval ter hoogte van de Keerkring. Het initiatiefvoorstel was het resultaat van een gesprek dat onder andere het bestuur van de voetbalvereniging APWC en bewoners van het woonwagenkampje aan de Keerkring met raadsleden hebben gevoerd.

Uit de inbreng vanuit de fracties mag je opmaken dat er brede steun is om nog eens serieus te kijken naar de veiligheid op de Keerkring. Er werden vragen gesteld over de parkeerbehoefte en over de kosten van een veiliger aanleg van het fietspad, waarbij een oplossing moet worden gevonden voor het autoverkeer op deze route en de onmogelijke parkeersituatie.
De reactie van wethouder Luchtenveld belooft niet veel goeds. Zoals gebruikelijk was bij het oude college, werd ook nu direct de verdediging gezocht en werd op geen enkele wijze getoond dat er serieus naar argumenten is geluisterd. ‘We hebben er al naar gekeken en het kan niet anders,’ is zo ongeveer de reactie van de zichtbaar nerveuze wethouder. Een ontluisterende reactie. Van Paul Strengers, zijn ambtsvoorganger, kon je een dergelijke reactie nog begrijpen; Paul was nieuw in de materie en in de politiek. Maar als ik het mij goed herinner, verkeert Ruud Luchtenveld al tientallen jaren in het stadhuis, waarvan een aantal jaren als wethouder. De raad is intussen verandert, maar de wethouder lijkt slechts conservatiever en gebrekkiger in zijn creativiteit te zijn geworden.

Van collega’s hoor ik dat in andere onderdelen van de Ronde de nieuwe wethouders, zoals Jelle Hekman, hebben zitten schutteren, geen enkele eigen inbreng hadden en zwaar ingestoken moesten worden door hun ambtenaren. Zij misten duidelijk elk formaat.
Dat is zorgwekkend. Ik ga er van uit dat de wethouders wisten welke punten er op de agenda stonden. Het zou geen slechte zaak zijn geweest wanneer zij zich inhoudelijk hadden voorbereid en daardoor op vragen zinvolle antwoorden hadden kunnen geven.
Uiteraard zullen de nieuwe wethouders de afgelopen week heel wat aan informatie hebben verstouwd. Ik ben bang dat zij zich daarbij hebben laten leiden door ambtelijke agenda’s. De ontmoeting met de raadsleden is er daarbij schijnbaar op ingeschoten. Een bewijs te meer dat binnen het stadhuis het accent ligt op het eigen, intern functioneren en niet op de maatschappelijke discussie – wat toch eigenlijk een belangrijk veld dient te zijn voor openbare bestuurders.
Opvallend is overigens dat, zoals ik uit de krant vernam, het college zich wel uitvoerig heeft laten informeren door de voormalige gemeentesecretaris en nu museumdirecteur De Kleijn. Ze hebben zelf de plaats in ogenschouw genomen waar over enkele jaren aan de oever van de Eem een beeldentuin en een terras worden ingericht. Ja, het is maar waar je bij het inwerken je prioriteiten legt.

En als apropos: het bestuur van de Amersfoortse musea heeft de voor drie maanden aangestelde interim-manager (onze werkeloos geworden gemeentesecretaris) gemakshalve maar tot directeur benoemd. Ik kan mij niet voorstellen dat er een serieuze sollicitatieprocedure heeft plaatsgevonden, waarbij kandidaten door middel van openbare publicaties zijn opgeroepen en waarbij het bestuur een afweging heeft gemaakt tussen meerdere mogelijke kandidaten. Het is weer het ouwe-jongens-krentenbrood en het ik-heb-nog-wel-een-baantje-voor-jou dat bij zulke functies binnen onze gemeente schijnbaar een rol speelt.

Overigens: onze nieuwe wethouder Hans van Daalen, onder meer verantwoordelijk voor het gemeentelijke scharrelbeleid, deed het in de raad uitstekend. Een kwestie van kwaliteit, kan je zeggen.

Over Alem en het gedogen van softdrugs

Maandag 24 april 2006

Alcohol, nicotine en drugs: je leeft er niet langer op! Dat het gebruik van softdrugs niet te adviseren is, weet iedereen. Desondanks zijn er honderdduizenden landgenoten die met enige regelmaat een jointje opsteken. Alle wettelijke verboden over de handel in softdrugs hebben dit fenomeen niet kunnen uitroeien. Integendeel, door het gedoogbeleid rondom de handel aan eindconsumenten is er bij maatschappelijke acceptatie ontstaan. Een rigoureus verbod zoals de drooglegging in de VS gedurende de jaren twintig van de vorige eeuw, zou in ons land een effect hebben dat gelijk staat aan de ervaringen bijna een eeuw terug: het gebruik gaat door en de criminaliteit legt een nog grotere stempel op de handel.

Toch is het gek: er is een gedoogbeleid en er is een ongeoorloofde aanvoer via de achterdeur van de honderden coffeeshops die ons land rijk is. Hoewel de overheid – terecht – niet tegen het gebruik wil optreden, stimuleert diezelfde overheid dat rondom softdrugs nog altijd een sfeer van illegaliteit heerst. Dat heeft invloed op de prijs, de kwaliteit en de betrokkenheid van het criminele circuit.
Een aantal burgemeesters uit het zuiden van het land, waar door de nabijheid van de Duitse en Belgische markt het coffeeshopbeleid absurde vormen heeft aangenomen, pleit sinds enige tijd om het gebruik van softdrugs te legaliseren. Niet de kop in het zand steken, maar gewoon een verstandig beleid ontwikkelen. Opvallend is dat onder deze pleitende burgemeesters de CDA is oververtegenwoordigd.

Jouw Amersfoort wil tijdens de vergadering van De Raad een motie indienen waarin ons college wordt verzocht om zich bij de oproep van de zuidelijke burgemeesters tot legalisatie van het softdrugsbeleid aan te sluiten. Zou het ooit zover komen, dan heeft dat een aantal voordelen. De verkoop kan worden genormaliseerd, het fenomeen ‘coffeeshop’ kan tot het verleden gaan behoren. Er kan gecontroleerde invloed worden genomen op de kwaliteit en prijs van softdrugs. Er kan een campagne worden ontwikkeld over de schade die bij overmatig gebruik kan ontstaan, vergelijkbaar met de campagne tegen het gebruik van nicotine.
De motie van Jouw Amersfoort zal worden ingediend, parallel aan de motie die door een aantal partijen wordt ingediend over de coffeeshop Alem aan de Schimmelpenninckstraat. Het college moet zich buigen over het verlengen van een gedoogvergunning. Bewoners uit de omgeving van Alem hebben tientallen bezwaarschriften tegen deze verlenging ingediend. Deze zijn gebaseerd op klachten betreffende overlast. In de motie wordt om een onderzoek gevraagd naar een alternatieve locatie voor Alem. In oktober moet blijken of zo’n zoektocht iets heeft opgeleverd.

Uit de discussie die de afgelopen weken over de Alem-motie wordt gevoerd, blijkt dat niet iedereen in de Schimmelpennickbuurt overlast ervaart. Zoiets doet zich altijd voor: wanneer ik ’s nacht om twaalf uur een gat in de muur ga boren, zal mijn buurman die de volgende ochtend om half zeven uit bed komen, moet krachtig protesteren. Mijn andere buurman, die in de horeca werkt en op dat tijdstip thuiskomt, zal zeggen: gezellig joh, als je klaar bent drinken we nog een pilsje. Toch luister ik naar de klachten van mijn buurman die overlast heeft.
De overlast die mensen van Alem ervaren, zal ten dele subjectief zijn. Een snackbar met gelijke overlast wordt misschien geaccepteerd, de emotionele opvattingen over een coffeeshop leiden er toe dat voor een dergelijke vestiging meer gevoeligheid wordt ontwikkeld.

Als raadslid kan je zeggen: objectief valt het wel mee, een kroeg op die plaats is misschien veel lastiger. Maar het woongenot van mensen wordt niet alleen bepaald door objectieve feiten, maar ook door subjectieve gevoelens. Daar mag je als raadslid niet blind voor zijn. De indieners van de motie, met name CDA en Christen Unie, hebben bij de motie misschien hele andere overwegingen dan ik heb, toch kan het zijn dat we tot de gelijke conclusie komen. Als volksvertegenwoordiger zeg ik: voor mij tellen de klachten en het recht op woongenot zoals dat door een grote groep mensen wordt ervaren. Alleen daarom al zou het gebruik van softdrugs moeten worden gelegaliseerd!

Written by raphaelsmit

26/04/2006 at 18:43

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Integriteit weer geweld aangedaan

Zondag 23 april 2006

Roddelen is een maatschappelijk genoegen. In de kroeg, tijdens familiebijeenkomsten, in de trein, op het sportveld: er wordt altijd wel eens achter de hand een opmerking gemaakt over het gedrag van een gezamenlijke kennis, een familielid, een collega of gewoon iemand uit het openbare leven. Als er niet over je wordt gepraat, dan tel je niet mee!

Op de onderlinge verhoudingen tussen mensen hoeft dat verder weinig invloed te hebben. Neem de gemeenteraad. Het aantal keren dat ik heb gehoord dat ‘die’ het met ‘die’ doet, is legio. Daar doe je verder niet veel mee, hooguit denk je: ‘Ik kan mij niet voorstellen dat zij iets in hem ziet’. En dat zal dan ook wel niet. Ik ken een verhaal dat wel eens over mij is verteld en dat in mijn directe omgeving, bij mensen die het hadden moeten weten, tot een lachsalvo heeft geleid. Overigens, ik zou niet eens willen weten wat er achter mijn rug allemaal over mij wordt verteld, zolang ik er maar geen last van heb.
Roddels over raadsleden worden lastig als mensen er serieus iets mee gaan doen. Ramon Smits Alvarez ging de fout in toen hij met de onbewezen verhalen over een raadscollega naar de pers liep. En net zo fout is het wanneer een raadslid op onderzoek uitgaat en derden benadert met de vraag wat er waar is over de achter de hand gesproken verhalen. Op zo’n moment wordt de integriteit van een raadslid in het geding gebracht. Vooral wanneer dat op politiek belangrijke momenten, bijvoorbeeld tijdens de verkiezingscampagne of voorafgaand aan een essentieel raadsdebat, plaatsvindt, is er iets goed mis.

Raadsleden die op de verkeerde momenten en tegenover de verkeerde personen de integriteit van hun collega’s ter discussie stellen of verdachtmakingen verspreiden, zijn echt verkeerd bezig. Vooral ook omdat er ten aanzien van de integriteit van raadsleden spelregels bestaan die door alle leden van de raad in acht moeten worden genomen. Op het moment dat een maatschappelijke roddel een serieus karakter krijgt, wordt je geacht eerst met de persoon in kwestie in contact te treden en de juistheid van een verhaal te controleren. Wanneer dat contact onbevredigend is of een dergelijke stap moeilijk is te zetten (daar kunnen redenen voor zijn), dan bestaat de volgende stap uit het informeren van de voorzitter van de raad, de burgemeester dus.
Op basis van een niet bewezen verhaal derden te betrekken en daarmee de integriteit van een raadscollega openlijk ter discussie te stellen, zonder het afgesproken traject te hebben doorlopen, is fout.

Waarom dit hele verhaal? Aanleiding is een brief van een bewoner uit de Stovestraat. Deze schreef de burgemeester, met een afschrift aan de raadsleden. In de brief werd gemeld dat twee weken voor de verkiezingen een raadslid bij hem informeerde of de fractievoorzitter van een van de partijen, wonende in de Stovestraat, daar ook werkelijk woont en er ook slaapt. Kort door de bocht gezegd: woont de kandidaat wel in onze stad of heeft hij daar alleen maar een adres?
Een dergelijke vraag op dat moment kan tot gevolg hebben dat de integriteit van een lijsttrekker in discussie komt. Natuurlijk, ik ken de verhalen, maar ik vind dat een lijsttrekker van een van de grootste partijen in onze stad, indien hij twijfels heeft ten aanzien van de integriteit van een collega-lijsttrekker, de regels in acht moet nemen. Dat betekent dus: eerst de betrokkene aanspreken en als dat niet mogelijk is of onbevredigend verloopt, de voorzitter van de raad in kennis stellen over de kwestie.

Voor de goede orde: ik weet welk raadslid navraag deed. Van verschillende kanten, en onafhankelijk van elkaar, is mij de naam bevestigd. Nu deze actie door middel van een brief min of meer openbaar is geworden, vind ik dat de betreffende collega zelf maar moet aangeven dat hij diegene is die een gerucht zo zwaarwegend vond dat hij op onderzoek is uitgegaan en daarbij derden heeft betrokken. Mijn oproep: reageer op de mededeling en geef aan wat de aanleiding was om zelf een onderzoek, met voorbijgaan aan de spelregels, te starten en wat het beoogde doel van dat alles was. Helderheid op dit punt is geboden!

De satire weer terug in de stad

Zaterdag 22 april 2006

Enkele jaren geleden werd in onze stad een nieuw, satirisch blad geïntroduceerd. Door wie precies geschreven, dat is mij niet bekend, maar het was het zout in de pap naast de overige, serieuze plaatselijke media. De toon was scherp, er werden nieuwe waarheden gecreëerd en misstanden werden op pittige wijze uitvergroot. Reputaties werden niet gespaard. Zelf was ik ook een keer onderwerp en er werd een beeld van mij geschetst waaraan meer gevoelige types enkele slapeloze nachten aan zouden hebben overgehouden. Maar ja, als je verhaaltjes over andere met een grinnikende glimlach leest, dan moet je over jezelf ook wat kunnen verdragen.

Het blad werd gedrukt in de vorm van een boulevardkrant, de uitgave hiervan vergde ongetwijfeld veel inzet en ook veel geld. Na enkele nummers verdween het weer uit het zicht, waarschijnlijk tot vreugde van velen die er in op de korrel waren genomen. Van mij had het vaker mogen verschijnen!
Maar er is sinds kort een alternatief: Amersfoorts Nieuws. Nu niet op gedrukt papier, maar elektronisch via internet. Niet alleen eigentijds, maar ook minder kostbaar voor de uitgevers. Of achter Amersfoorts Nieuws dezelfde mensen zitten als enkele jaren geleden achter de gedrukte satire, weet ik niet, maar ik sluit het niet uit.

De inhoud is weer pittig. Er zijn twee nummers uitgekomen en die waren helder en vilein. Met name de PvdA moest het ontgelden, zowel dank zij de actie van Ramon Smits Afvarez als ook dankzij de wijze waarop deze partij een goede vrouwelijke wethouderskandidaat liet vallen ten gunste van een kandidaat uit de eigen coterie van PvdA-heren. Maar ook bijvoorbeeld Omroep Amersfoort en de firma Smink, die 13 miljoen euro van de gemeente Amersfoort in de schoot kreeg geworpen, kwamen aan de orde.
Ik moet dus voorzichtig zijn. Maar desondanks hoop ik dat Amersfoortse Nieuws een langer leven is beschoren dan zijn gedrukte voorganger. Het is en uitstekende zaak dat een groep bewoners in onze stad met een grote spiegel rondloopt en zaken aan de orde stelt op een wijze die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Dat daarbij misschien wel eens reputaties in scherven valt, is een niet te voorkomen gegeven. En bij alle ironie en satire waarmee Amersfoorts Nieuws pijnlijke zaken aansnijdt, moeten getroffenen maar denken: als er helemaal niet over je wordt gepraat, wie ben je dan?

Written by raphaelsmit

24/04/2006 at 16:51

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

De keien van Ruud Schulten

Donderdag 20 april 2006

Ruud Schulten, raadscollega van de Burgerpartij, besteedt vandaag op zijn website aandacht aan het nieuwe college. Hij schrijft bijna lyrisch over de nieuwe wethouders Hekman, Kruijt, Luchtenveld en Van Daalen. Even meen ik dat zijn verhaal een ironische inslag heeft, maar bij voortgaand lezen blijkt dat niet zo te zijn.

Of de vier nieuwe wethouders keien zijn, zoals Ruud schrijft, is een vooronderstelling die zich in de praktijk nog moet bewijzen. Dat er meer kwaliteit zijn intrede binnen het college heeft gedaan, staat buiten kijf. Wat dat betreft is het jammer dat er geen zes nieuwe collegeleden zijn aangetreden.Of daardoor ook werkelijk ander en beter beleid ontstaat, dat is iets dat we nog maar even moeten afwachten.
Om tot een nieuw beleid te komen, moet er het een en ander gebeuren aan de cultuur binnen het stadhuis. Deze wordt gekenmerkt door introversie, zelfingenomenheid en overgevoeligheid voor kritiek van buiten. Het is juist deze cultuur waar de Burgerpartij, waarvan Ruud sinds 7 maart vertegenwoordiger is binnen de raad, de afgelopen vier jaren heeft gevochten. Wat dat betreft zijn Ruuds woorden meer dan opmerkelijk.
Daarnaast moet natuurlijk worden vastgesteld dat ook de nieuwe wethouders werken op basis van een collegeprogramma dat feitelijk een voortzetting garandeert van het collegebeleid zoals dat de afgelopen jaren is gevoerd. Dit feit, naast het feit dat de grootste fractie in de raad wordt gekenmerkt door een weinig creatieve samenstelling en leiding – echte vernieuwingen binnen het college zijn angstvallig vermeden -, maakt duidelijk dat het roer niet om is, integendeel.

Wat overigens niet afdoet van het feit dat de nieuwe collegeleden, indien de nadrukkelijke wil daartoe aanwezig is, in potentie best een nieuwe weg zouden kunnen inslaan. Maar ja, als zelfs een bekend lid uit de grootste oppositiepartij al bij voorbaat aangeeft eigenlijk best tevreden te zijn met de samenstelling van het nieuwe college, dan moet je geen te hoge verwachtingen hebben over de vernieuwende invloed die de vier frisse collegeleden zouden kunnen hebben.

Een blik op een nieuwe dictatuur

Woensdag 19 april 2006

Amersfoort is niet het middelpunt van de wereld, dus is het nuttig om ook eens te zien hoe de politiek buiten onze grenzen zich ontwikkelt. Vrijwel in één ruk en met rode oortjes heb ik de afgelopen twee dagen het net uitgekomen boek van de Amerikaanse journalist Alexander Stille verslonden: ‘Silvio Berlusconi, de inname van Rome’. Is het een toeval dat goede boeken over de actuele politiek in Italië juist door niet-Italianen (die wel lange tijd in dat land hebben verkeerd) zijn geschreven? Naast Alexander Stille zijn dat bijvoorbeeld ‘Cosa Nostra’ van de Britse historicus John Dickie of ‘Kleine Geschichte Italiens von 1943 bis Berlusconi’ van de historicus Friederike Hausmann.

Dat is geen toeval. Silvio Berlusconi heeft zich Italië toegeëigend op een wijze die veel verder gaat dan het politiek marchanderen van Mussolini in de jaren twintig van de vorige eeuw. Wat dat betreft is Italië een bijzonder land, iets dat al blijkt uit het aantal van 61 verschillende regeringen die dit land regeerden in de periode van juni 1945 tot juni 2001, toen Berlusconi aan de macht trad en het langst durende kabinet in al die jaren voorzat.
Het feit dat Prodi deze maand nipt de verkiezingen heeft gewonnen, is geen garantie dat het tijdperk Berlusconi is afgesloten, integendeel. Dat ook bleek toen het eerste kabinet van Berlusconi na zeven maanden regeren in 1994 gedurende vijf jaren door vijf verschillende kabinetten – waaronder twee jaar Prodi – werd afgelost. Ook nu zal Berlusconi de machtigste politicus blijven en is het nog maar de vraag of Prodi een vol jaar aan de macht blijft.

Berlusconi, die intussen de rijkste man van Italië is, eigenaar is van een groot aantal bedrijven op het gebied van de media (waaronder alle commerciële tv-zenders), financiële dienstverlening, projectontwikkeling, handel en noem maar op. Eigenlijk had hij Italië gewoon toegevoegd aan zijn zakelijke conglomeraat, waarvan hij ook tijdens zijn premierschap gewoon directeur bleef. Als premier zette hij ook de drie netten van de staatstelevisie Rai naar zijn hand en benutte deze voor zijn eigen politiek. Al zijn zetbazen zitten er nog.

Wat deze mediamacht betekent, wordt pas echt duidelijk indien in acht wordt genomen dat bijna tachtig procent van de Italianen al zijn politieke informatie alleen via de televisie krijgt toegediend, slechts acht procent van de Italianen leest een serieuze krant, een groot deel van deze bladen behoort eveneens tot Berlusconi’s zakelijk imperium. Slechts enkele nationale kranten onder de vele titels durven afstand te nemen van het dictatoriale bewind van Berlusconi – waaronder vooral de af en toe door mij gekochte La Repubblica. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat uit internationaal onderzoek blijkt dat op het gebied van de persvrijheid Italië op de wereldranglijst een schandelijke 53ste plaats inneemt, achter landen als Uruguay, Albanië en Madagscar.

Gelukkig is onze vaderlandse situatie nauwelijks met die in Italië te vergelijken, ook al mag je bij de ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren binnen de Nederlandse media hebben voorgedaan soms ook wel zorgelijke vraagtekens zetten. En Amersfoort, als provinciestadje aan de rand van de Veluwe, is helemaal niet te vergelijken met Italië. Hoewel: invloed vanuit de bouwsector, vervlakking binnen de media, het buiten spel zetten van een politieke oppositie en ambtelijke machtsvorming zijn natuurlijk tendensen die zich ook in onze eigen stad kunnen voordoen. Waakzaamheid is dus geboden!

Written by raphaelsmit

21/04/2006 at 05:07

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Toonzeting bij een nieuw college

Dinsdag 18 april 2006

De benoeming van de leden van het nieuwe college deze avond is eigenlijk een formaliteit. Dit wordt ongetwijfeld het beste getypeerd door een van de leden van de fractie van de Burgerpartij, die niet eens een stembriefje inleverde. Met een voorstel, gesteund door vijf partijen met 28 leden, is weinig soep te koken. Verrassend zijn drie stemmen die op mijn naam zijn uitgebracht – ik weet dat ze niet uit mijn fractie afkomstig zijn.

Ondanks de voorspelbare uitslag blijft het natuurlijk interessant welke toon de oppositie zet. Anja Wiersma, fractievoorzitter van de SP en redelijk groen in het raadswerk, zet het beste verhaal neer. Hans van Wegen is nu voorzitter van de grootste oppositiepartij en daarmee de belangrijkste woordvoerder vanuit de oppositie. Hans zijn kracht ligt echter niet bij het debat in de raad, zijn partij overtuigt vooral in de buitenparlementaire actie en het vertolken van de mening van de man van de straat – en die is niet parlementair.
Welke mening je ook over de leden van het college hebt, een inhoudelijke beoordeling is op dit moment nog niet mogelijk. Ze hebben recht op de bekende eerste honderd dagen om zich een bedding in te slijpen. Het is ontegenzeggelijk waar: de vier heren die nieuw zijn in het college zijn van een ander kaliber dan hun voorgangers in het vorige college. Van de twee leden die uit het vorige college zijn blijven zitten, mag je slechts hopen dat zij niet toonzettend worden voor de kwaliteit van de nieuwe ploeg.

Opmerkelijk is het interview met Ruud Luchtenveld dat de Amersfoortse Courant deze dag afdrukte. De belangrijkste en meest opmerkelijke uitlatingen van Ruud Luchtenveld betreffen punten die niets met zijn eigen portefeuille hebben te maken. Ze gaan over pure volkshuisvestelijke zaken, zoals het toelatingsbeleid bij de woningtoewijzing; een duidelijk punt uit de portefeuille van Gerda Eerdmans. En ze gaan over de menselijke aspecten bij de binnenstedelijke vernieuwing, waarbij vooral het werkveld van Jelle Hekman en, in afgeleide mate, van Mirjam van ’t Veld wordt betreden. Als dit de toonzetting voor het nieuwe college wordt, gaan we nog boeiende tijden tegemoet.

Kanttekeningen bij de overname van Smink

Maandag 17 april 2006

Per sms-je verneem ik deze dag dat de firma Smink is verkocht. Nadere informatie leert dat de koper een Brits bedrijf is binnen de milieusector. Engelse bedrijven zijn de afgelopen jaren bijzonder ijverig geweest met acquisities op het Europese continent. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de mediasector, waar Engelse investeerders van zich hebben laten horen. De Berliner Zeitung en onze vaderlandse PCM zijn voorbeelden daarvan. In Berlijn leidde dat tot grote arbeidsonrust, wat dat voor PCM voor gevolgen heeft gehad was afgelopen weekend onder meer in de NRC te lezen. Samengevat: een hard, Angelsaksisch beleid, gericht op het winstbelang van de aandeelhouder.

Aan te nemen is dat de nieuwe eigenaar van de firma Smink het bedrijf overneemt met alle lusten en lasten, dus met het bestaande management en inclusief de lopende contracten. Dat zou inhouden dat er voor de relatie tussen de gemeente en de firma Smink niet veel verandert.
Wat de nieuwe eigenaar overneemt, is een gezond en innovatief bedrijf, dat slim wordt geleid. Een bedrijf dat de afgelopen jaren regelmatig nieuws heeft gegenereerd door tactische posities, handige contracten en activiteiten die de maatschappelijke discussie op hoge toeren bracht. Voorbeelden hiervan zijn de uitbreiding van de vuilstortberg en de perikelen rondom de baggerstort. Dat ook bij de discussie rondom de Schammerplas Smink een rol speelt, is velen tot nog toe ontgaan.

Maar wat er ook gebeurde, op de achtergrond speelde de invloed van de eigenaar, de familie Smink, een familie die zich sterk verbonden voelt met de regio waarbinnen het bedrijf actief is. Op momenten dat de maatschappelijke discussie vinnige kantjes kreeg, raakte dit ook de familie. De nieuwe eigenaar zal zich minder gelegen laten liggen hoe de maatschappelijke discussie rondom het bedrijf zich voltrekt, zakelijke belangen en rendement zullen vooral de boventoon voeren. In die zin is de verkoop van het bedrijf zorgwekkend.

Written by raphaelsmit

19/04/2006 at 05:48

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Het statieportret van ons nieuwe college

Zondag 16 april 2006

De laatste wethouder van Amersfoort die ook landelijk autoriteit bezat, was Fons Asselbergs. Niet verbazingwekkend, het was een wethouder met een duidelijke, nadrukkelijke eigen mening en visie (iets wat we nadien nauwelijks nog bij collegeleden hebben kunnen bespeuren), die niet aan de hand liep van zijn ambtenaren maar, zonodig met verbaal geweld, zijn ambtenaren een boodschap meegaf en die niet bang was om zijn nek uit te steken. Oké, bij zijn uiteenzettigen was hij niet altijd te volgen en velen vroegen zich af of hij, na zijn ellenlange betogen, zelf de draad nog te pakken had. Maar hij wist uiteindelijk wel waar hij het over had.

Eigenlijk is Fons Asselbergs aan zijn eigen politieke postuur ten onder gegaan. Door zijn overtuigingskracht en verbaal geweld werd hij steeds minder tegengesproken, niet binnen het stadhuis, noch binnen zijn partij. Enkele ambtenaren die niet geheel op zijn lijn zaten, tot de hoofden van Communicatie en Openbare Werken toe, sneuvelden en verlieten het gemeentelijke apparaat. Kortweg: niemand durfde het meer openlijk met Fons Asselbergs aan te leggen. Dat is slecht voor een bestuurder, want als je geen critici meer hebt, vervagen de grenzen van het kunnen en ontbreken de lessen uit gemaakte fouten.
Het Waterloo voor Fons Asselbergs lag bij de presentatie van de CSG-plannen, het Manhatten aan de Eem, zoals deze spoedig na de presentatie werd genoemd. Hij presenteerde deze plannen kort voor de verkiezingen van 1986. Niemand had schijnbaar de moed om de wethouder er op te wijzen dat een dergelijk tijdstip niet zo verstandig was omdat de maatschappelijke acceptatie van de grootschalige plannen buiten het stadhuis wel eens kon tegenvallen. Dat bleek ook zo te zijn. De PvdA, die onder aanvoering van Fons Asselbergs was opgeklommen naar twaalf zetels (in een toen kleinere raad), verloor de helft van zijn aanhang en moest genoegen nemen met zes zetels. Sic transit gloria mundi!

Waarom dit hele verhaal? Op de site van de PvdA gaf Alet van ’t Eind, een maand geleden nog gedoodverfde wethouderskandidaat voor de PvdA, een ironisch commentaar op de foto van het wethoudersteam dat deze week door de raad moet worden gekozen voor het nieuwe college. ‘Sprankelend, nieuw, vrolijk, slim, midden in de stad, open. Een indrukwekkende kracht. Een droom!’ En ze heeft gelijk; je hoeft maar naar de foto van het nieuwe college te kijken en droefheid slaat je om het hart.
Andere steden waarmee ons gemeentebestuur zich graag vergelijkt, stellen kandidaten voor die hun sporen verdiend hebben, ook nationaal. Denk maar eens aan Depla in Nijmegen of Adri Duivensteijn in Almere, beide van de PvdA. Zet die twee eens naast onze twee nieuwe PvdA-wethouders, en treurnis omvat het hart.

Ik heb geen mening over de kwaliteit van Alet van ’t Eind. Voor de PvdA was ze wekenlang dé ontdekking. In elk geval is ze een vrouw die ik regelmatig in het land tegenkwam, die over een goed netwerk beschikt en ook een gewaardeerd deelnemer binnen de nationale discussie over het wonen en bouwen in ons land bleek te zijn. In elk geval dus een pittige jus over de wat zoutloze hoop die we nu op de collegefoto mogen ontwaren.
Overigens: wat is er waar van het gerucht dat met name enkele vrouwelijke PvdA-leden zich tegen haar kandidaatstelling hebben verzet? De reden daarbij zou zijn dat enkele dames binnen de fractie een sterke seksegenoot binnen het college als een te zware concurrentie zagen ten opzichte van de eigen presentatie. Het lijkt mij te gek om waar te zijn, maar het is mij ook nog steeds niet duidelijk waarom de PvdA-fractie een Melkert-kloon de voorrang heeft gegeven boven een sprankelende dame die in elk geval een uitstekende cv bezit. En in het bezit is van voldoende ironie bij het aanschouwen van het statieportret van ons nieuwe college!

De open zenuwen van Fleur

Vrijdag 14 april 2006

De vorige dag schreef ik in dit dagboek dat, indien binnen de PvdA de arrogantie nog niet was uitgevonden, Fleur Imming dat wel zou hebben gedaan. Toegegeven: dat is niet de meest vriendelijke opmerking ten opzichte van een ambitieuze raadscollega. Maar ja, ze heeft het wel verdiend. Om twee voorbeelden te noemen: de wijze waarop zij (ik baseer mij op de PvdA-site) tijdens partijbijeenkomsten omgaat met partijgenoten en de wijze waarop zij een zinsnede in het conceptprioriteitenprogramma – ‘beginspraak en coproductie’- dat gelijkenis vertoont met de insteek van een van de oppositiepartijen, per amendement uit het programma laat halen. Het gaat hierbij niet alleen om het feit dát, maar vooral om de toon waarméé zoiets gebeurt.
Overigens blijkt hieruit dat Fleur Imming bewoners in onze stad niet via beginspraak en coproductie bij het maken van plannen wil betrekken. En toegegeven, wat meer fundamentele inspraak past ook niet binnen de PvdA-cultuur. De bevolking in onze stad weet nu in elk geval precies waar ze met onze sociaal-democraten aan toe is!

Dat Fleur op mijn opmerking reageerde, was te verwachten. Zo ken ik haar weer. Maar dit keer begreep ik haar reactie niet. ‘Wat is er in godesnaam arrogant aan het onderstaande?’ vraagt zij mij. Het onderstaande in haar reactie is daarbij de kopietekst van de reactie die zij ook op de PvdA-site plaatste en waarin zij heeft trachten uit te leggen waarom zij wél op Arrien Kruijt en niét op Alet van’t Eind heeft gestemd.
Een vreemde reactie, want daarover heb ik het op mijn site helemaal niet gehad! Maar het feit dat Fleur in haar reactie op mijn – ik geef het toe, wat snierende, sorry – opmerking reageert, legt volgens mij wel iets van haar zieleroerselen bloot. Schijnbaar zit de geforceerde keuze voor de verkeerde kandidaat haar zelf ook dwars. Waarom immers voel je je op dit punt aangevallen terwijl dat helemaal niet het geval is! Met haar reactie geeft zij haarscherp aan welke zenuwen er bij haar bloot liggen.

Written by raphaelsmit

17/04/2006 at 19:00

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Parkeerproblemen en een snelfietspad

Donderdag 13 april 2006

De zwakste schakel bepaalt de sterkte van de keten. Dat was zo ongeveer het thema bij een bijeenkomst over het aan te leggen snelfietspad tussen de Schimmelpennickstraat en Kattenbroek. De bijeenkomst deze avond was georganiseerd door de voetbalvereniging APWC, de velden van deze vereniging liggen langs het deel van het snelfietspad in de Koppel, een gedeelte van de Keerkring tussen de Meridiaamtunnel en de Ringweg Koppel. De plannen die de gemeente voor dit deel van het snelfietspad heeft uitgedacht, tarten de regels der logica en creëren een optimaal onveilige situatie.

Het grootste deel van het fietspad in de Koppel is en wordt gecombineerd met de auto-ontsluiting voor APWC, het woonwagenkampje aan deze route, de Weggeefwinkel en de stek van de Duikvereniging Keerkring. Langs dit deel van de Keerkring ligt ook het nieuwbouwwijkje Karmijn (onderdeel van het plan Spoorwegzone) dat binnenkort wordt opgeleverd. Van dit nieuwe wijkje liggen 28 woningen pal aan de snelfietsroute.
Ten behoeve van de sportverenigingen, het kampje en de nieuwbouwwoningen heeft de gemeente parkeerplaatsen gepland langs de combinatie snelfietsroute/auto-ontsluiting.
Deze avond werd er bij APWC één (dames)voetbalwedstrijd gespeeld, enkele teams trainden. Het gevolg was zichtbaar: er stonden aan beide zijden van het fietspad ongeveer zestig auto’s geparkeerd, auto’s en fietsers konden elkaar nauwelijks passeren. Omdat het autogedeelte van dit deel van de Keerkring een doodlopend stukje weg is en auto’s dus aan het einde moeten keren, stonden af en toe twee auto’s tegenover elkaar en moest een van de twee tussen de fietsers, die met moeite hun weg konden vinden, achteruit rijden.

Na de oplevering van de woningen in Karmijn zal de situatie nog schrijnender worden. De parkeernorm in dit wijkje ligt op ongeveer één auto per woning (informatie van APWC, niet tegengesproken door de aanwezige ambtenaren). Bij een normale parkeerbehoefte voor nieuwbouwwijkjes mag je voor de 28 woningen uitgaan van 45 benodigde parkeerplaatsen. De capaciteit bij langsparkeren aan één kant van het fietspad ligt omstreeks de dertig plaatsen. Deze parkeerplaatsen moeten in de toekomst dus gedeeld worden door de bewoners en de spelers en bezoekers van APWC. Dat kan nooit goed gaan.
APWC heeft een alternatief opgesteld: dwarsparkeren op de strook tussen het snelfietspad en de aanwezige sloot. De ruimte daarvoor is aanwezig, inclusief de ruimte voor een ongeveer vijf meter brede autoroute. Daardoor kunnen de geparkeerde auto’s makkelijk steken en hoeven ze niet tot het einde van de dooslopende weg te rijden. Maar wat het belangrijkste is: auto’s en fietsverkeer zijn op deze wijze van elkaar gescheiden. Het alternatief van APWC levert ruim honderd parkeerplaatsen op, zodat een te voorspellen conflict tussen de bewoners en de sportverenigingen kan worden voorkomen.

Een goed idee, maar het college heeft dit afgewezen. Extra kosten staan de uitvoering van het plan van APWC in de weg. Maar hier geldt: zuinigheid levert een situatie op die niemand zich kan wensen, al was het maar vanuit het oogpunt van de veiligheid voor het fietsverkeer. Er doen zich nu al regelmatig problemen voor, enkele ongelukken als gevolg van de te zuinige plannen van het college leveren een voorspelbaar reparatiebesluit op dat handen vol extra geld kost. Het college doet er dus goed aan om de besluitvorming over het definitieve ontwerp te corrigeren, nu kan het nog!

Opvallend overigens was dat alleen de fracties van de Burgerpartij, de SP en Jouw Amersfoort op de uitnodiging van APWC voor deze avond waren ingegaan. Van Groen Links was een lid uit een van de werkgroepen van deze partij aanwezig. Opvallend vooral omdat afgelopen dinsdag de coalitiepartijen aan hun prioriteitenprogramma een extra paragraaf toevoegde waarin werd vastgesteld dat de raad meer de buurten in moet en zijn oor te luisteren moet leggen bij wat er in de wijken leeft. Bij de eerste gelegenheid dat de coalitiepartijen dit tot uitvoering konden brengen, schitterden zij – zonder afzegging – door afwezigheid!

Nieuws of gebakken lucht?

Woensdag 12 april 2006

Gerard de Kleijn was tot voor kort gemeentesecretaris in onze stad. Het laatste jaar van zijn ambtelijke loopbaan viel hij vooral op als projectleider voor de actie Veilig op Straat. Deze actie werd, los van enkele resultaten, vooral gekenmerkt door de enorme hoeveelheid gebakken, edoch zeer kostbare lucht die werd geproduceerd. Kort na zijn vertrek bij de gemeente is hij de functie gaan vervullen van interim-directeur van de gefuseerde gemeentelijke musea: De Zonnehof, Flehite en Armando.

Nieuw onderdeel van de gezamenlijke musea wordt het expositiegebouw in de plint van het nieuwe Rijksgebouw aan het Smallepad. De bouw daarvan begint binnen afzienbare tijd. In dit nieuwe gebouw huurt de gemeente 1.500 vierkante meter expositieruimte. Als uitloop hiervan wordt een beeldentuin aan de Eemzijde van het gebouw ingericht. De nieuwe expositieruimte vervangt het Rietveldpaviljoen aan De Zonnehof. Wisselende exposities, zoals nu in De Zonnehof worden gehouden, vormen de belangrijkste activiteit in de nieuwe ruimte. Eventueel kan een deel van de collectie van Flehite er ook een plaats krijgen, ook in de vorm van wisseltentooonstellingen, als aanvulling op de moderne kunstexposities.
Is dat nieuws? Nou nee – de plannen zijn al enkele jaren bekend, verschillende keren zijn er al maquettes van de nieuwe vestiging op de hoek van het Smallepad en de Eemoever getoond. De nieuwe expositieruimte was in feite ook de aanleiding voor de samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke musea en expositieruimten. Gezegd moet worden dat deze samenwerking moeizaam tot stand komt, Gerard de Kleijn moet nieuwe Schwung brengen in dit samenwerkingsverband.

Ik was daarom hogelijk verbaasd toen ik in de Amersfoortse Courant de kop zag: ‘Grote kunsthal aan de Eem’. Wat krijgen we nou? Aanleiding voor dit artikel, zo bleek, vormde het voornemen van Gerard de Kleijn, die de redactie van de krant hierover – rechtstreeks of via anderen, dat weet ik niet – informeerde. Alle informatie die de interim-directeur naar buiten heeft gebracht, kwam precies overeen met de plannen die al vele jaren in voorbereiding zijn en die enkele jaren geleden al door de gemeenteraad zijn goedgekeurd.
Ik bewonder de mensen die ergens binnenkomen en met veel grandeur hun kunnen en plannen voor al bestaande plannen presenteren, alsof zij iets nieuws hebben uitgevonden. Gerard, chapeau! Nou ja, er stond ook nog wel iets nieuws in het artikel: de nieuwe expositieruimte krijgt de naam KADE, wat staat voor Kunst Aan De Eem. Waarvan acte.

Written by raphaelsmit

13/04/2006 at 20:07

Geplaatst in Uncategorized