Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for maart 2004

leave a comment »

Zondag 28 maart 2004

De raad bespreekt woensdag de ondertekening van de convenanten over de baggerstort Zevenhuizen. Het gaat om een convenant tussen de gemeente en de provincie en een tussen de gemeente, de provincie en de firma Smink. Beide convenanten zijn als een Siamese tweeling aan elkaar gekoppeld. Bij een eerdere discussie had ik er op aangedrongen dat de convenanten aan de raad worden voorgelegd, voordat zij worden getekend. Woensdag is het dus zo ver. Als ‘beloning’ verzocht de griffie mij het agendapunt in te leiden.

De bespreking is meer dan noodzakelijk. Als de raad zonder meer met de inhoud van de convenanten instemt, ontstaat een situatie zoals die vijf jaar geleden ook is gecreëerd. Toen stemde de raad in met een reeks afspraken tussen de gemeente en de firma Smink, waarvan de aanleg van de baggerstort onderdeel uitmaakte. De contracten waren dusdanig geformuleerd dat de gemeente was gedwongen aan de totstandkoming van de baggerstort mee te werken. Het nalaten hiervan kon een claim opleveren die kan oplopen tot zo’n 120 miljoen gulden, bijna 55 miljoen euro. Later heeft de raad betreurd dat zij, onder druk van het college, had ingestemd met de wurgcontracten. Ze hebben in elk geval een aanwijzingsbesluit van de provincie en de val van een college opgeleverd.

De contracten in 1999 hingen nauw samen met de tomeloze wens van het college om Vathorst te realiseren. Daaraan werd alles ondergeschikt gemaakt, ook het gebruik van het gezonde verstand. De verantwoordelijke wethouders zijn intussen verdwenen, van de ambtenaren die bij dit alles aan de touwtjes trokken zijn velen nog steeds bij Vathorst betrokken. Voor de tweede keer dreigt hetzelfde ambtelijke apparaat de gemeenteraad tot een besluit te brengen waarvan later iedereen alleen maar kan zeggen: hadden we dat maar nooit gedaan. En weer speelt een tomeloze wens een belangrijke rol: bouwen in Vathorst-West en Vathorst-Noord. Het gaat daarbij om verkeerde ambities, werkgelegenheid binnen het ambtelijke apparaat en relaties tussen de gemeente Amersfoort en de ontwikkelaars, die sinds Kattenbroek en Nieuwland op goede voet staan met het openbaar bestuur.

De convenanten bevatten in elk geval twee onderdelen waardoor ze voor de raad onverteerbaar moeten zijn. In de afspraken worden dusdanige randvoorwaarden aan de eventuele alternatieven voor een baggerstort naast Vathorst gesteld, dat een handtekening onder deze convenanten – die gelijk staan aan een contract – de komst van de baggerstort eerder garanderen dan voorkomen. Daarnaast is de redactie dusdanig dat, zo het toch tot een alternatief zou komen, er twee mogelijke gevolgen zijn: of de raad heeft nog nauwelijks zeggenschap over de bestemming van Vathorst-West en er wordt dus gebouwd, of de firma Smink heeft een titel voor een forse schadevergoeding. Of beide.

De argumenten komen woensdag aan de orde, tijdens het raadsdebat. In elk geval loont het zich voor alle fractiewoordvoerders om zich in de zaak te verdiepen en zich woensdag niet te laten overdonderen door het late tijdstip. Laat de raad de convenanten passeren, dan zitten we over twee jaren in een gelijke situatie als enkele jaren geleden. In de campagnetijd, dat wel, maar een goed besluit woensdagavond aanstaande is mij meer waard.

Zaterdag 27 maart 2004

In de serie ‘Amersfoort, wat nu’? in de Amersfoortse Courant is deze dag Kees Heerkens aan het woord. Kees Heerkens was jarenlang projectleider CSG, de rechterhand van Roel Boer. Het verbaasd mij niets dat hij vooral aandacht besteed aan het Eemcentrum, een project waaraan hij jaren heeft gewerkt – zonder succes overigens. In de discussiebijdrage van vandaag maakt hij een aantal zinnige opmerkingen. Daarmee bedoel ik niet zijn opmerkingen over de gemeenteraad: die zijn niet geheel ten onrechte, maar lijken eerder een uiting van het dédain waarmee sommige ambtenaren over het voor hen soms onberekenbare bestuurslichaam spreken. Meestal zeggen dergelijke uitspraken meer over degene die ze uitspreekt dan over het orgaan dat onderwerp van frustratie is.

Dat alles doet niets af van het feit dat Kees Heerkens een vakman op zijn gebied is en kan terugzien op talloze ervaringen rondom de successen en blamages bij de CSG-plannen. Zijn opmerkingen over het Eemcentrum getuigen daarvan. Vermeldenswaardig is de kritiek die hij op de plannen van Peter Wilson en diens opdrachtgevers, de OCA-ondernemers heeft. De plannen die nu op tafel liggen omschrijft hij als geïsoleerd van de rest van de stad en beperkt in hun gebruiksmogelijkheden. Hij heeft zijn eigen onderzoeksmethode over het plan gelegd en heeft daarna maar een conclusie: rampzalig. Deze conclusie is zo belangwekkend, dat ik wel wat meer inzicht zou willen hebben in de onderzoeksmethodiek van Kees Heerkens.

Zijn verwijt is dat de stad zich door ontwikkelaars op sleeptouw laat nemen. ‘Ontwikkelaars zijn maar passanten in de stedelijke geschiedenis, ze doen hun kunstje en trekken weer verder,’ schrijft Kees Heerkens. Hier spreekt in elk geval een man die jarenlang als projectleider met deze ontwikkelaars heeft samengewerkt. Ik weet niet waarom Kees Heerkens zijn werkveld naar Almere heeft verlegd, dus ik kan niet beoordelen of zijn opmerkingen het product zijn van frustraties of van in de jaren opgehoopte wijsheid. Opmerkelijk zijn ze wel, maar niet verrassend: ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat ons gemeentebestuur al jaren wordt beïnvloed door ontwikkelaars. Geheel eens ben ik het met zijn opvatting dat de huidige plannen voor het Eemcentrum niets toevoegen aan wat de stad heeft te beiden. Er worden slecht (voor veel geld) functies verplaatst.

Kees Heekens ventileert in zijn bijdrage een goede gedachte. De stad zit vol met al dan niet verborgen talent voor goede, realistische ideeën. Wie doet er mee, vraagt hij, om de oorspronkelijke doelstellingen voor het Eemcentrum weer nieuw leven in te blazen. Ik ga hier de oorspronkelijke doelstellingen niet beschrijven, dat kan Kees Heerkens het best. In elk geval komt hij, samen met een groep geestverwanten, binnen afzienbare tijd met een nieuw idee, hoop ik. Ik leg me niet vast, maar ik sluit niet uit dat ik die van harte omarm: ik weet dat Kees Heerkens een creatieve doener is. Toch raad ik hem aan enige haast te maken. Zijn eerdere zoektocht, samen met Roel Boer, heeft jarenlang geduurd. Van die zoektocht kan men slechts zeggen: ‘Außer Spesen nichts gewesen!’

Vrijdag 26 maart 2004

Deze dag heeft het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie over de SWA de openbaarheid bereikt. Het rapport behandelt – kort samengevat – de vraag of de subsidieregels in onze stad toereikend zijn om een debacle zoals bij de SWA te voorkomen en of de raad, het college en de ambtenaren de beschikbare middelen van toezicht adequaat hebben toegepast. De conclusie is – nog korter samengevat – dat er voldoende middelen van toezicht zijn, al kunnen die op een aantal punten worden verbeterd, en dat het toezicht op de SWA niet adequaat genoeg is geweest. Daarbij treffen alle partijen schuld: raad, college en ambtenaren. En waarschijnlijk ook de SWA, maar deze organisatie was geen onderwerp van onderzoek.

Over de inhoud van het rapport gaat de raadsleden de komende maand spreken, in de commissie Bestuur en in de gemeenteraad. Belangrijk daarbij is dat er lering wordt getrokken uit de lessen. Uiteraard zijn de bevindingen die in het rapport worden weergegeven niet zonder betekenis, maar het rapport is niet geschreven om verantwoordelijken aan de paal te nagelen, maar om in de toekomst beter om te gaan met overheidsgeld. Ik ga hier niet op de inhoud in, dat gebeurt op de daarvoor bedoelde plek.

Opmerkelijk is echter de wijze waarop het college, en met hem het ambtelijke apparaat, op het rapport heeft gereageerd. Om het in een zin samen te vatten: het heeft zich laten gaan. In feite heeft de rekenkamercommissie ervaren wat veel burgers ervaren die met onze gemeentelijke overheid in contact komen. De opstelling van ons gemeentebestuur en zijn ambtelijk apparaat is meestal verdedigend, ingegeven door de cultuur van ‘wij maken geen fouten, wij laten ons niets voorschrijven’.

Deze opstelling kan, zeker in een duale bestuurssituatie, tot onnodige problemen leiden. Op 31 maart wordt een nieuwe rekenkamercommissie geïnstalleerd. Aan te nemen is dat deze commissie, die in meerderheid uit buitenstaanders bestaat, elk jaar enkele onderzoeken zal (laten) uitvoeren. Het aantal onderwerpen dat tot nog toe vanuit de raad is gesuggereerd, is voldoende voor jaren. Het is bijna onontkoombaar dat in vele rapporten ook een onderdeel van het gemeentelijke apparaat aan de orde komt, waarbij een kritische opmerking niet bij voorbaat is uit te sluiten. We zullen er mee moeten leven dat ook onze stedelijke overheid wel eens een steekje laat vallen, wat door een onderzoek naar voren kan komen.

Als het college het tot cultuur verheft om op elk onderzoek te reageren met een agressie die bij het SWA-onderzoek naar voren komt, gaan wij slechte tijden tegemoet. Het zou het college, evenals alle anderen die in een onderzoek de revue passeren, sieren wanneer het zich in zijn reactie op de hoofdzaak richt en daarbij met name aandacht schenkt aan de lessen die uit een onderzoek zijn te trekken. Of wil het college soms beweren dat zij bij de perikelen rondom de SWA als enige geen boter op het hoofd heeft?

Written by raphaelsmit

28/03/2004 at 20:14

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Donderdag 25 maart 2004

Je kon er op wachten: de ontwikkelaars van Vathorst willen meer. Het raadsbesluit dat de woningbouw in het bestemmingsgebied Vathorst de noordelijke grens van de stad is en er over de Laak niet moet worden gebouwd, zit de ontwikkelaars dwars. Er is waarschijnlijk meer dan honderd hectare grond in Vathorst-Noord aangekocht, maar daar mogen alleen maar koeien grazen.

‘Veel geld door bouwen in groen’ en ‘Vathorst wil sprong over Laak maken’’ Dat zijn koppen in de krant die een abrupt einde maken aan elke ochtenddoezeling aan de ontbijttafel. Leefbaar Amersfoort, maar niet wij alleen, ziet woningbouw over de Laak helemaal niet zitten. Net zomin overigens als het investeren van 65 miljoen euro om van het weidegebied ten noorden van de Laak een stadspark te maken. Laat het huidige groen maar groen, leg er wat fiets- en voetpaden aan en anticipeer adequaat op mogelijke wensen van de bewoners in Vathorst. Je kunt de natuur maar één keer vernielen.

Opmerkelijk is dat de aanzet voor de bouw over de Laak wordt gegeven door OBV-directeur Van der Horst. Zeven jaar geleden was hij nog gemeenteambtenaar en in die hoedanigheid zeer nauw betrokken bij de contractvorming voor de samenwerking tussen de gemeente en de projectontwikkelaars. Daarvoor is hij beloond met een directeurschap. Met de huizenbouw in Vathorst-Noord kunnen renteverliezen in Vathorst worden betaald, zo betoogt hij tegenover de AC-redactie. Alsof die renteverliezen uit de lucht komen vallen! Bij het aangaan van de samenwerking is al voor deze situatie gewaarschuwd. Ik kan mij de bijeenkomsten nog herinneren op de kamer van wethouder De Man, waar onder meer de latere OBV-directeur aanwezig was. Er is toen nogal ingepraat op het raadslid dat allerlei beren zag bij het aangaan van de OBV-constructie. Financiële beren ook, zoals die nu als schrikbeeld worden opgevoerd.

Een structurele vertraging geeft problemen in de grondexploitatie,” jammert de OBV-directeur. Ja, vertel mij wat, dat wisten we tien jaar geleden ook al. Wie toen eerlijk was, wist dat een vertraging in de bouwplannen op de loer lag, een booming markt heeft geen eeuwig leven. Het feit dat bestuurders en ambtenaren anno 1997 voor deze voorspelbare realiteit de ogen sloten en waarschuwingen als zurige dwarspraterij negeerden, wordt nu met luchtigheid over het hoofd gezien. Bouwen, bouwen, bouwen was het politieke credo van het college en het ambtelijke apparaat. Daarbij werden de risico’s weggewuifd om daarmee vervelende discussies in de gemeenteraad te voorkomen.

De vraag is natuurlijk in hoeverre de huidige raad zich opnieuw als een blindeman laat leiden door de belangen van de coterie van ontwikkelaars, topambtenaren en collegeleden, voor wie de gemeenteraad een lastige drempel is, een drempel die moet worden genomen maar verder als een folklore wordt gezien waar uiteindelijk wel aan voorbij is te komen. Of heeft de gemeenteraad de moed om bij haar eerder genomen besluit te blijven en de Laak echt te zien als de scheiding tussen stad en natuur?

Woensdag 24 maart 2004

Het weekblad De Stad Amersfoort besteedt op de gemeentelijke pagina’s zes weken lang aandacht aan de nieuwe leden van het college. Elke week wordt een wethouder in het schijnwerperlicht gezet. Deze week is Piet Jonkman aan de beurt, onder meer belast met het stedelijke beheer en de wijkontwikkeling. Dergelijke stukjes leveren soms verrassende informatie op. Zo blijkt Piet Jonkman, net als zijn collega Henk Brink, in het verleden tot de ambtelijke top van de gemeente te hebben behoord: hij was directeur van het gemeentelijke energiebedrijf. Het bedrijf is intussen geprivatiseerd, zijn vroegere directeur dus niet!

Piet Jonkman vindt dat de inwoners in Amersfoort nog te vaak denken dat ‘de gemeente het allemaal wel regelt.’ Ik kan mij bij dat verwijt wel wat voorstellen, maar denkt dan meteen: ‘En waarom denken de mensen dat dan?’ Heeft de overheid misschien niet zelf deze indruk gewekt. De overheid bemoeit zich met zeer veel en verlangt van haar burgers van alles op het gebied van informatie, vergunningen, regels en noem maar op. Probeer maar eens iets te ontwikkelen zonder bemoeienis van de overheid: dat lukt nauwelijks. Of je een schuurtje bouwt, een bedrijf wilt starten, een kraampje wil neerzetten op de Varkensmarkt, vlaggen wil uitsteken, noem maar op: overal kom je de overheid tegen die de vinger opsteekt of een aanslag doet op je beurs.

Met al de bedilzucht van de overheid moet je niet verbaasd staan dat de burger dan ook iets van die overheid verwacht. Vooral ook wanneer diezelfde burger met regelmaat verneemt dat allerlei gemeentelijke lasten worden verhoogd, er vaak onverwacht ingrepen in de openbare ruimte plaatsvinden die tot hinder leiden en allerlei informatie wordt geproduceerd die de indruk wekt dat de overheid zich inderdaad met van alles bemoeid.

Als je als bestuurder wenst dat mensen in de stad wat minder naar de overheid wijzen en zelf meer zaken ondernemen, moet je daar als bestuur iets tegenover stellen. Minder regels, een betere dienstverlening en een geringere greep in de beurs van de stadgenoten: dat kunnen de signalen zijn dat de overheid zich minder bemoeit met burgers die in staat zijn hun eigen boontjes te doppen. Blijf je je daarentegen als kabouter Nooittevreden gedragen, dan lok je het uit dat stadgenoten ook het een en ander van hun stadsbestuur verwachten. En daar moet je dan ook niet over klagen.

Dinsdag 23 maart 2004

De eerste uitwerking van de nieuwe welstandsnota is gereed. Iedere stadgenoot die daarin is geïnteresseerd, kan zich de komen tijd informeren en er zijn zegje over doen. Regelmatig hoor je mensen klagen over het rigide welzijnsbeleid. Wie een beetje gewaagd bouwplan indient, krijgt te maken met de specifieke opvattingen van een kleine groep architecten en andere deskundigen, elk behept met zijn of haar eigen stokpaardjes. Het gekke is dat je in onze stad zonder moeite tien bouwwerken kunt aanwijzen die foeilelijk zijn en waarover je je afvraagt of tijdens de bijeenkomsten van de welstandscommissie de fles te krachtig is aangesproken, of iets van dien aard.

Vorig jaar vond een discussiebijeenkomst plaats over de nieuwe welstandsnota. Naast de leden van de welstandscommissie was een grote groep architecten, ambtenaren en andere geïnteresseerden uitgenodigd. Ook de raadsleden waren uitgenodigd, maar alleen Mirjam Barendregt en ik waagden ons in het hol van de leeuw. Er werd veel toegelicht en er werd veel gediscussieerd. Over de inhoud kan ik mij niet veel meer herinneren, op een klein voorval na.

Op een gegeven moment werd het Mirjam Barendregt en mij wat te veel en namen we ons voor een bommetje te gooien. ‘Is het niet beter de hele welstandscommissie maar op te heffen, een aantal duidelijke regels op papier te zetten en de welstand verder over te laten aan het gezonde verstand van onze stadgenoten,’ opperden we. En toen gebeurde er iets onverwachts: een groot aantal van de aanwezigen was het daar eigenlijk wel mee eens. Ik zou nog een stap verder durven gaan: Mirjam en ik hadden de indruk dat een meerderheid van de aanwezigen best serieus wilden praten over het opheffen van de welstandcommissie, inclusief een aantal leden van de commissie.

Zover is het dus niet gekomen. Jammer, want het idee had meerdere aantrekkelijke facetten. Niet alleen kon je er een stuk schijnbare willekeur mee opheffen. Achter elke commissie die met grote regelmatigheid bijeenkomt (en dat geldt ook voor de welstandscommissie) hangt een stuk ambtelijke organisatie. Opheffen van de welstandscommissie zou dus ook een bezuiniging binnen het gemeentelijke apparaat hebben opgeleverd. Prachtig!

Vóór 1 juli van dit jaar moet de gemeenteraad het nieuwe welstandsbeleid vaststellen. Alles is dus nog mogelijk! Ik zou hooguit een uitzondering willen maken: voor de delen van de stad die tot het beschermde stadsgezicht behoren, zou iets meer toezicht te verdedigen zijn. Maar voor de rest zouden we heel wat mensen een genoegen doen en zouden bouwaanvragen aanmerkelijk sneller kunnen worden goedgekeurd. Belgische toestanden dreigen dan, roepen sommige ambtenaren met angstige stem. Mijne dames en heren: kijk rond in Kattenbroek, Nieuwland en Vathorst: daar zie je pas Belgische toestanden. Met bussen vol komt men er uit het hele land naar kijken, dus het valt allemaal nog wel mee!

Maandag 22 maart 2004

Deze dag bezoekt de raad Vathorst. Een fietstocht, toelichtingen en discussie bepalen dit werkbezoek. De dag levert drie punten op die in elk geval het vermelden waard zijn.

Het eerste punt betreft eigenlijk niet het werkbezoek zelf, maar een publicatie deze dag in de Amersfoortse Courant. Het regiokatern opent met de kop “Trage verkoop leidt tot achterstand in de bouw’. Het bericht is niet meer verrassend, want de getallen waren al enkele weken eerder terug te vinden in (openbare) commissiestukken. Maar het is natuurlijk pas echt waar als het in de krant heeft gestaan. En het was ook niet verrassend omdat al jaren was te voorzien dat de woningmarkt ooit minder florissant zou zijn dan de laatste jaren van de vorige eeuw.

Het is de normale golfbeweging in de markt van het onroerend goed: je weet dat de hosannatijd eens ten einde gaat, maar het juiste tijdstip is moeilijk te voorspellen. Je mag dus verwachten dat de ontwikkelaars in Vathorst op de afkoeling in de markt zijn voorbereid. Niets is minder waar, men klaagt en kreunt, ziet onverwachte problemen en dreigt in paniek te geraken. Dat zou een bewijs voor gebrekkige professionaliteit kunnen zijn.

Het tweede punt is de fietstocht. Opmerkelijk is eigenlijk dat die überhaupt wordt georganiseerd. Ik fiets met plezier mee, maar verrassingen levert zo een tocht niet op. Ongeveer eens in de twee weken wandel ik door Vathorst, regelmatig haal ik tijdens verkoopdagen folders op en met belangstelling lees ik de verschillende websites over Vathorst, waaronder die van de bewonersvereniging. Vathorst is een gebied waar veel gebeurt en waar de gemeente veel energie en geld in steekt. Dus vind ik het logisch dat je je oriënteert, en ben ik dus verbaasd dat voor een aantal deelnemers aan de fietstocht deze happening een reeks aha-gevoelens oplevert.

Het meest boeiende van de avond was de presentatie van het nieuwe centrum voor Vathorst. Een royaal winkelcentrum, allerlei aanvullende voorzieningen, en dat alles aansluitend op het nieuwe NS-station. Na de oplevering van het buurtcentrum De Brink kan wederom worden vastgesteld dat voor de bewoners in Vathorst binnen redelijke termijn voldoende voorzieningen aanwezig zijn. Dat was in andere nieuwbouwgebieden in onze stad, van Schothorst tot Nieuwland, wel wat anders.

Over de financiering van al de voorzieningen werd geen informatie gegeven. Een deel daarvan zit uiteraard in lopende begrotingen. Toch vermoed ik dat we de komende jaren nog wat extra geld moeten toeleggen, zeker wanneer de gepresenteerde oplevertijden worden waargemaakt, alle vertragingen in de woningbouw ten spijt.

En eigenlijk was er nog een vierde punt. Het centrum dat vanaf 2006 in fasen wordt opgeleverd, maakt zo een complete indruk dat je je afvraagt wat de bewoners van Vathorst nog in de binnenstad hebben te zoeken – behalve mooie gevels en een geheel eigen sfeer. Of anders gezegd: moeten we kapitalen steken in fietspaden om de mensen in Vathorst snel naar het stadscentrum te laten rijden, als deze bewoners vrijwel alles in hun eigen omgeving kunnen vinden. Zomaar een gedachte!

Written by raphaelsmit

25/03/2004 at 21:30

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 21 maart 2004

De zondag is een dag van bezinning. Gedachten over kerken en kerkgemeenschappen, over de wijze waarop godsdiensten naast en met elkaar leven, horen daarbij.

Zo’n tien jaar geleden werd aan het einde van de Laan naar Emiclaer, op een van de prominentste plaatsen tussen Zielhorst en Kattenbroek, aan het water gelegen, een kerkgebouw neergezet. Hoe komt het, dacht ik toen, dat bij koninklijke onderscheidingen en het reserveren van prominente bouwlocaties de christelijke kerken altijd op de eerste rij zitten? Over dat eerste verbaas ik mij nog steeds, over het tweede ben ik wat anders gaan denken. Niet dat ik mij op een zondagochtend door enkele huis-aan-huispredikers heb laten vermurwen. Ik heb mijn opvattingen over kerkenbouw gewijzigd, uitgaande van puur geografisch-culturele opvattingen.

Hoewel ik zelf niet geloof, kan ik niet ontkennen dat onze hedendaagse cultuur al meer dan duizend jaar wordt beïnvloed door het christelijke en islamitische denken. Dat eerste zal niemand ontkennen, dat tweede vraagt misschien enige toelichting. Toen in de renaissance de wetenschap zich losrukte uit de christelijke boeien van bijgeloof en dogma en de wereld langzaamaan rond werd, was de islamitische wetenschap en cultuur al vele stappen verder. Een groot deel van Europa stond onder Arabische invloed. Tot het moment waarop de Castiliaanse koning Ferdinand van Aragon met zijn vrouw Isabella in de vijftiende eeuw het grotendeels onder Arabisch bestuur staande Iberische eiland terugvoerden in de moederschoot van de Romeinse kerk, heerste er een redelijk liberaal bewind waar islamieten, christenen en joden op vrijwel gelijkwaardige wijze naast elkaar leefden. Dat was binnen de christelijke cultuur van de twintigste eeuw wel anders. De vele sporen van de Arabische wetenschap en cultuur in Andalusië en vele andere Europese streken maken nu nog grote indruk.

Een ding staat vast: kerken en moskeeën uit de afgelopen duizend jaar behoren nog steeds tot de belangrijkste bezienswaardigheden. Zij zijn het visitekaartje van beschaving en cultuur. Vanuit die opvatting gedacht is het alleen maar toe te juichen wanneer we ook in onze tijd aandacht besteden aan de locatie en architectuur van hedendaagse kerkgebouwen. En moskeeën.

Het doet mij daarom deugd als ik lees dat er een moskee wordt gebouwd met een koepel en minaret. Waarom alleen maar aandacht aan christelijke kerken, terwijl een steeds groter aantal kerkelijke mensen in onze stad het islamitische gedachtegoed aanhangen. Voor alle duidelijkheid: ik associeer een moskee niet met criminaliteit. Wie zo denkt, getuigt van een primitieve denkwijze en ontkent het feit dat ook in christelijke kerken groepen extremisten – die niet als representant van hun levensbeschouwelijke groepering mogen worden gezien – opvattingen verkondigen die schadelijk kunnen zijn voor onze huidige samenleving.

Binnenkort wordt een informatieavond gehouden over de plannen voor een moskee aan het Valleikanaal. Dus lopen velen te hoop, waarschijnlijk gedreven door incidenten die niets met een geloof hebben te maken, maar alles met het slechte dat schijnbaar in de mens schuilt, ongeacht geloof. De duizenden mannen die in Srebeniska werden gedood, werden omgebracht door christenen.

Maar toch een kanttekening. Als buurtbewoners klagen dat zij in een veel te laat stadium over plannen die binnen het stadhuis werden voorbereid, zijn geïnformeerd, dan is er iets mis met de communicatie van ons gemeentebestuur. Ik hoop één ding: dat ontoereikende informatie over plannen voor een moskee niet is ingegeven door angst voor afkeuring. Wie zich daardoor laat leiden, geeft op indirecte wijze toe zelf ook zijn bedenkingen te hebben. Dat past een overheid niet.

Zaterdag 20 maart 2004

In de Amersfoortse Courant is een forum geopend over de toekomst van onze stad. Onder de titel ‘Amersfoort, wat nu?’ geven tien zaterdagen vertegenwoordigers uit verschillende takken van het maatschappelijke leven hun visie op de positie waarin Amersfoort nu verkeert en hoe we verder moeten gaan in deze periode van groei. Vorige week beet burgemeester Albertine van Vliet de spits af, deze zaterdag geeft Teun van Essen zijn mening. De krant heeft hem het etiket ‘cultuurdrager’ gegeven, en vanuit dat gezichtspunt geeft hij zijn visie op de ontwikkeling van de stad.

Teun van Essen constateert dat in de nog steeds groeiende stad veel nieuwe culturele initiatieven zijn ontwikkeld. Er zijn talloze jongeren die initiatieven nemen en enthousiast zijn over het culturele klimaat in Amersfoort. Er is veel mogelijk, de lijnen zijn kort en de stad beschikt over een groot aantal mensen die nieuwe initiatieven ondersteunen. Toch maakt hij zich zorgen over de culturele toekomst. Een probleem is dat veel creatieve mensen die in de stad iets op gang brengen, op een bepaald moment moeten uitwijken. Jammer is ook dat bij velen buiten de stad de potentie die Amersfoort heeft, onvoldoende bekend is. Maar Teun van Essen ziet genoeg mogelijkheden om het beeld van ‘Manhattan aan de Eem’ om te buigen in ‘Broadway aan de Eem’.

Teun van Essen is dus optimistisch over de mogelijkheden in onze stad. Als je zijn verhaal leest, kan je alleen maar zeggen: terecht. Hij ziet voldoende mogelijkheden om de stad een motor te laten zijn voor beginnende kunstenaars, voor vernieuwing en voor ruimte veranderingen en experimenten. Er zijn inderdaad genoeg voorbeelden, denk maar aan de activiteiten die in de voormalige werkplaatsen van de spoorwegen worden ontwikkeld. Ook op andere plaatsen krijgen kunstenaars en theatermakers de ruimte.

Maar als de stad echt kiest voor kunst, moet het aan alle kanten steun geven, betoogt Teun van Essen. Hij noemt daarbij een belangrijk instrument: geld. Juist op dit punt moet de gemeente daden stellen. Een terechte wens, maar ook een moeilijke. Niet dat er te weinig geld voor kunst zou zijn, maar het gaat vooral om de keuzen, de prioriteiten die binnen het gemeentehuis worden gesteld.

Amersfoort heeft op dat punt heel wat kansen laten liggen. Jaren lang zijn er forse winsten gemaakt op de ontwikkeling van nieuwe wijken, van Schothorst tot Nieuwland. Het grootste deel daarvan is gestort in de bodemloze put van de CSG-ontwikkeling. Vijftien jaar geleden heeft het gemeentebestuur ambitieuze plannen ontwikkeld, door tegenstanders bestempelt als ‘het Manhatten aan de Eem’. En nog steeds vergen deze plannen veel geld, zeker nu het economisch wat tegen zit. De resultaten er van zijn wisselend.

Het afgelopen decennium hebben velen al vraagtekens gezet bij de oplopende tekorten op de CSG-ontwikkeling, maar Amersfoort moest en zou mee in de vaart der volkeren. Maar de afspraken met het bedrijfsleven over de te bewandelen weg getuigde van slecht bestuur. Terwijl er nog steeds veel zand ligt in CSG-Noord en nieuwe winkelgebieden als de koopgoot van Amicitia en het Drakennest, ziet het er naar uit dat de komende jaren op cultuur en welzijn moet worden bezuinigd. Geld is verkeerd uitgegeven – vaak tegen waarschuwingen in – en Teun van Essen, samen met honderden creatieve stadgenoten, lopen kans dat de goede aanzet van de afgelopen jaren nauwelijks is te oogsten.

Vrijdag 19 maart 2004

Volgende week neem ik deel aan een themabijeenkomst over de gekozen burgemeester, georganiseerd door de provinciale afdeling van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Minister De Graaf spreekt, er is een interactieve meningspeiling, een forum en er zullen aanbevelingen worden geformuleerd. Ongetwijfeld zullen er ook veel burgemeesters en wethouders uit de provincie aanwezig zijn, want de plannen van minister De Graaf hebben al heel wat kanttekeningen en opwinding opgeleverd.

De onrust is misschien overdreven, maar in elk geval begrijpelijk. We beginnen net een beetje aan de dualisering te wennen, een proces waarop al heel wat wethouders in den lande zijn afgeknapt. Diezelfde wethouders verkeren nu in nog grotere onrust: wat wordt hun rol naast een gekozen, politiek opererende burgemeester. Ook de raad mag zich afvragen hoe de verhouding wordt tussen de gekozen raadsleden en de eveneens gekozen burgemeester. Problemen kunnen ontstaan wanneer de burgemeester is gekozen op een duidelijk programma, dat echter in de raad niet op een meerderheid kan steunen.

De vragen die volgende week aan de orde komen, zijn interessant genoeg. Wordt een gekozen burgemeester voorzitter van de gemeenteraad? Naar mijn mening niet. En wiens programma wordt leidend: van de burgemeester of van de raad? Mijn antwoord is duidelijk: het programma van de raad – maar daar ligt meteen ook een probleem. Blijft de raad het hoogste orgaan in de gemeente? Dat is moeilijk, want dan zou de raad de wet voorschrijven voor de gekozen burgemeester – maar andersom kan ook niet. Wat is de positie van de burgemeester bij de collegeonderhandelingen? Ook een moeilijke kwestie, die samenhangt met de vraag wie werkelijk de baas is. Welke relatie hebben de wethouders ten opzichte van de gemeenteraad? Ook die vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden, want die hangt samen met de relatie tussen de gekozen burgemeester en de wethouders.

Ik vermoed dat het invoeren van de gekozen burgemeester veel meer problemen gaat opleveren dan de invoering van de dualisering. Beide hebben één ding gemeen: de meeste mensen hebben er niet om gevraagd: niet om de dualisering, niet om de gekozen burgemeester. De mensen willen gewoon een goed en aanspreekbaar bestuur. Of politieke stokpaardjes uit de jaren zestig daar een bijdrage in leveren, is nog maar de vraag. Een ding is zeker: een lange tijd van discussie en van zoeken naar nieuwe machtsverhoudingen tast in elk geval de kwaliteit van het bestuur aan. De burgers zullen daarvan het slachtoffer worden.

Nu maar afwachten wat minister De Graaf hierover heeft te zeggen.

Written by raphaelsmit

21/03/2004 at 23:27

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Donderdag 18 maart 2004

Als in 2012 Vathorst vrijwel is afgerond, heeft Amersfoort geen ruimte meer voor grote stadsuitbreidingen. Dat is althans de opvatting van de huidige gemeenteraad. Het is niet te verwachten dat rond 2012 alle problemen op de Amersfoortse woningmarkt zijn opgelost. In tegendeel: de groeistadkinderen uit de Kattenbroek melden zich dan op de woningmarkt – de woningtoename in de afgelopen jaren leidt over enige tijd extra druk op de woningmarkt. Toch hoeven we dan niet bang te zijn geen kant meer uit te kunnen. Over een jaar of tien kan worden begonnen aan het uitwerken van de plannen voor de grootste binnenstedelijke bouwlocatie in onze stad: het NS-rangeerterrein en de wagenwerkplaatsen.

Bijna midden in de stad ligt het oude complex van de wagenwerkplaatsen te verkommeren. Zo lijkt het, maar dat is schijn. In de gebouwen waar vroeger wagons werden gerepareerd, is een nieuwe samenleving ingetrokken. Startende bedrijven, kunstenaars, artistieke laboratoria, krakers en stadsnomaden hebben bezit genomen van een deel van het gebouwencomplex. Enkele gebouwen worden nog door de spoorwegen gebruikt, als opleidingscentrum of opslagloods.

Toch maakt het terrein een verlaten indruk. Er zijn gebouwen afgebroken, terreinen liggen braak en overal ligt bouw- en sloopmateriaal. Het gevaar bestaat dat de nog aanwezige gebouwen vervallen en de prooi worden van verpaupering. Dat zou zonde zijn, want de oude spoorwegwerkplaatsen zijn belangrijk industrieel erfgoed. De werkplaatsen hebben bijgedragen in de welvaart van de 20e eeuw en zijn de bakermat van het Soesterkwartier. Een groep stadgenoten zet zich daarom in voor het behoud van de gebouwen.

De enorme inhoud van de werkplaatsgebouwen is uniek in onze stad. Dat een deel ervan is ingenomen door krakers en stadsnomaden, is geen negatieve zaak – eerder een logische fase in de ontwikkeling van deze gebouwen. Vergelijk het maar met het kerkgebouw aan het Onze Lieve Vrouwenkerkhof dat in de jaren tachtig een bolwerk was voor krakers en jonge kunstenaars. In de gekraakte kerk ontwikkelde zich een subcultuur, de bakermat voor het huidige Lieve Vrouwentheater en de Popkelder. Ook de wagenwerkplaatsen zouden een creatief broeinest kunnen worden, waar uiteindelijk nieuwe cultuur voor de stad een plaats krijgt. En dat kan dan zonder ingrijpende sloopplannen.

Vandaag werd een Adviesrapportage gepresenteerd van studenten van de Saxion Hogeschool IJselland in Deventer. Het rapport is opgesteld op verzoek van de Werkgroep De Schone Slaapster, onderdeel van de stichting Siesta. Drijvende kracht achter het initiatief is Joke Sickman, die zich met een aantal medestanders inzet voor het behoud van het industriële erfgoed in onze stad. De studenten hebben – zeer gedocumenteerd – een viertal ontwikkelingsmogelijkheden voor het spoorweggebied uitgewerkt. De thema’s Wonen, Recreatie, Hoogbouw en Cultuurpark zeggen voldoende over de accenten die de studenten aan hun voorstellen hebben gegeven.

Meest positieve van deze dag is dat met het werk van de studenten en de inzet van Siesta en Joke Sickman de aandacht voor het hergebruik van het industriële erfgoed is toegenomen. Er zijn voorbeelden genoeg, in eigen land en daarbuiten. Met het advies van Saxion is de oorspronkelijke vanzelfsprekendheid van sloop naar de achtergrond gedrongen. Er is genoeg tijd om na te denken en het advies te laten inwerken: het ziet er naar uit dat die tijd ook wordt nemen. Wat niet wegneemt dat op korte termijn iets moet gebeuren aan de kwaliteit van het gebied, voor de stabiliteit en om verpaupering tegen te gaan. Het woord ‘goed rentmeesterschap’ zal de verantwoordelijke wethouder Jonkman ongetwijfeld aanspreken. Nu de realiteit nog.

Woensdag 17 maart 2004

Omroep Amersfoort interviewde mij voor het programma ‘Over Eemland’. Thema was de rol van de oppositie in de gemeenteraad. De oppositie bestaat voor en belangrijk deel uit stadspartijen, van hun versnippering profiteert de coalitie. Al een jaar lang wordt over samenwerking gesproken, maar dat is slechts ten dele gelukt.

Dat er zoveel nieuwe stadspartijen zijn, is niet zo verbazingwekkend. Tot 2002 maakte de gemeenteraad een ongeïnspireerde indruk, volgde de politiek trouw de ideeën die binnen het ambtelijke apparaat werden ontwikkeld en heerste er binnen het stadhuis een introverte cultuur. Veel stadgenoten herkenden zich niet in het beleid van de oude politieke partijen. In dat licht was het ontstaan van een tegenbeweging een logische zaak. Maar de nieuwe oppositie moet zijn rol uitwerken en moet door samenwerking zijn machtspositie verbeteren. De noodzaak hiertoe is uitdrukkelijk gebleken bij de collegeperikelen in de afgelopen maanden, waaruit uiteindelijk weer een conservatief college is voortgekomen.

Er zijn al initiatieven ontplooid om de onderlinge samenwerking tussen de stadspartijen te verbeteren. Zelfs D66 heeft daarbij een rol gespeeld. De enige resultaten tot nog toe zijn de samenwerking tussen Leefbaar Amersfoort en Hart voor Amersfoort en enige afstemming tussen Leefbaar Amersfoort en de Burgerpartij. Van een effectieve samenwerking is nog steeds geen sprake, hoewel de programma’s van de betrokken partijen niet eens zo erg verschillend zijn. Het zijn vooral cultuurverschillen die samenwerking in de weg staan, vermengd met persoonlijke ambities die soms buitenproportioneel is ontwikkeld.

In het programma Over Eemland werd een eerder geuite veronderstelling opnieuw geuit: het botert niet tussen Hans van Wegen en Raphaël Smit, de fractievoorzitters van de Burgerpartij en Leefbaar Amersfoort. Ik vind een dergelijke constatering een te simpele benadering, ook al speelt bij samenwerking de chemie tussen mensen altijd een rol.

Het belangrijkste struikelblok bij de pogingen tot samenwerking is – gezien vanuit mijn subjectieve waarneming – de wens van Hans van Wegen om, hoe dan ook, de verkiezingen van 2006 onder eigen vlag in te gaan. Naar zijn mening is er in Amersfoort ruimte voor twee stedelijke partijen, waarvan één in elk geval de continuering van zijn initiatief moet waarborgen. Of de theorie over de noodzaak van twee plaatselijke partijen valide is, laat ik in het midden. Vast staat dat bij twee stedelijke partijen er een duidelijk inhoudelijk verschil moet zijn – in cultuur, programma en aanpak. En daarvan is tussen Leefbaar Amersfoort en de Burgerpartij in onvoldoende mate sprake, hooguit kan worden gezegd dat wij meer aan de bal zijn, met uitzondering van het aantal schriftelijke vragen. Maar daarmee kan ik leven.

Zolang de fractievoorzitter van de Burgerpartij hoe dan ook van mening blijft dat naast een of meer andere stedelijke partijen er in elk geval één partij moet zijn die om zijn persoon is opgebouwd, heeft samenwerking geen zin. Bij andere partijen is de animo gering om tot eind 2005 binnen een schijnbare vorm van samenwerking op te treden, ideeën te ontwikkelen en acties te organiseren, om vervolgens te constateren dat één van de personen binnen de samenwerking op een essentieel moment toch zijn eigen weg gaat – en dat op basis van een nu al levend voornemen daartoe.

Dat is hetzelfde als elkaar voor het altaar het jawoord geven, terwijl de scheidingsadvocaat de eerste brief al heeft verstuurd. Dat is jammer, want daardoor is eigenlijk elke poging om tot samenwerking te komen zonde van de tijd en inspanning. Hetzij toch een sterke coalitie van oppositiepartijen is te vormen van mensen die wél bereid zijn voor de zaak te gaan en daarover serieuze afspraken te maken. Dat zou een zege voor de stad zijn.

Dinsdag 16 maart 2004

Het nieuwe duale systeem binnen de gemeenteraad is een kwestie van zoeken. De wijze waarop de coalitiepartijen de afgelopen twee jaren met het dualisme omgingen, was zoeken met duidelijke resultaten. Hoewel de betrokken partijen daar wel even van schrokken. Het ziet er naar uit dat de coalitiepartijen het niet langer belangrijk vinden om Amersfoort op de kaart te zetten als meest duale stad in ons land – wat sowieso een overbodige actie is: het gaat om de inhoud, de spelregels zijn slechts een hulpmiddel. Het ziet er naar uit de coalitiepartijen bezig zijn de begrafenisstoet voor het Amersfoortse duale model te formeren. Dat is niet alleen jammer voor de oppositiepartijen, maar ook voor de burgers in onze stad.

Er is in elk geval één echt duaal initiatief dat de storm van de laatste maanden heeft overleefd: het actualiseren van het Verkeers- en Vervoersplan, het VVP. Vorig jaar namen twee raadscollega’s het initiatief hiertoe. Dus geen ambtelijke rapporten, die na bespreking in het college aan de raad worden voorgelegd, maar een kaderstellende opdracht aan het college vanuit de raad. Initiatiefnemers waren Mirjam Barendregt van D66 en Hans van Gijlswijk van de VVD: oppositie en coalitie in objectieve broederlijkheid.

Vandaag was het voorstel gesprekspunt in de commissie Beheer. De basis werd zo’n half jaar geleden gelegd, toen de initiatiefnemers twee bijeenkomsten belegden waaraan een groot aantal belanghebbenden deelnamen en waar vrijwel alle fracties zich mengden in de discussie. Het initiatiefvoorstel is een weerslag van deze twee bijeenkomsten, en geen politiek standpunt van de twee indieners. Beide indieners hebben daarbij punten uit het eigen verkiezingsprogramma moeten wegslikken. Dat leverde een breed gedragen voorstel op.

Ondanks de brede steun hebben alle partijen natuurlijk nog wel enkele opmerkingen. In een compromis vallen altijd punten weg die voor partijen grote betekenis hebben. Dat deed niets af van de waardering en instemming met het initiatief die binnen vrijwel de hele commissie leefden. Bijna de hele commissie, want één partij – Groen Links – had een meterlat vol kanttekeningen en vroeg het voorstel eerst te herschrijven voordat het in de raad komt. Daarmee zou de geplande behandeling eind deze maand op de tocht komen te staan.

De opstelling van Groen Links was opmerkelijk. Deze partij had geen bijdrage geleverd aan de discussie die vorig jaar werd gevoerd. Uit – verkeerde – principiële overwegingen, dacht iedereen, hoewel dat deze avond werd ontkend. We hebben wel kennis genomen van de verslagen en van stukken, aldus Groen Links – kennelijk geschrokken dat ondanks haar afwezigheid de overige partijen gewoon hun huiswerk hadden gemaakt. Het opmerkelijke opereren van Groen Links leverde een schimmige situatie op: er werd een reeks opmerkingen gemaakt die tijdens de twee bijeenkomsten ook al de revue waren gepasseerd en die door de indieners van het voorstel op evenwichtige wijze waren verwerkt.

Deze avond wreekte zich weer het feit dat Groen Links zich steeds meer ontpopt als de meest gouvernementele partij binnen de gemeenteraad. Het is opvallend hoe vaak deze partij bij een inhoudelijk debat zijn gelijk probeert te halen door formele bezwaren, opmerkingen die aan de essentie van de zaak voorbij gaan of door breedvoerige uiteenzettingen over staatsrechterlijke of literaire problemen die het ’s avonds laat in De Observant aardig doen, maar in de raadszaal slechts een rookgordijn opleveren. Rookgordijnen die overigens niet verhullen dat Groen Links het tot een handelsmerk heeft gemaakt om in een eerste discussieronde stoere taal uit te slaan, om bij de besluitvorming klein bij te draaien.

Maandag 15 maart 2004

In de commissie ECO maakte de stichting die zich inzet voor het behoud van het leefklimaat in de stationsbuurt, gebruik van het agendapunt ‘vragenronde voor de burgers’. Het was, voor zover ik dat kan overzien, de eerste keer dat van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt. Onderwerp was het handhavingsbeleid in het Berggebied, met als meest in het oog lopende onderdeel het parkeren in de tuin van Amicitia. Eerdere pogingen om dit punt in de commissie te bespreken, waren gestrand op formele overwegingen: het zou bij dit onderwerp gaan om een bevoegdheid van het college, de raad zou hierbij niet zijn betrokken. Dat is een foutieve redenering: wanneer de raad vindt dat het college een gedelegeerde bevoegdheid niet goed uitvoert, kan de raad als controlerend orgaan de zaak tot een bespreekpunt maken – al zou het om een vliegenpoep gaan!

Het agendapunt was eigenlijk de eerste heikele zaak voor de nieuwe wethouder RO, Paul Strengers. Een mooi punt voor de oppositie om de wethouder even flink onder handen te nemen, zullen sommigen denken. We hebben het puur zakelijk gehouden, vanuit het standpunt dat je een nieuwe wethouder een of twee maanden de tijd moet geven om zich in zijn portefeuille in te werken, zeker wanneer het om pijnpunten gaat zoals Amicitia, waarover al tien jaar discussie plaatsvindt zonder dat een oplossing wordt gevonden die voldoening oplevert bij alle betrokken partijen.

Ons standpunt daarbij is: waar handhaving is vereist, moet die ook worden doorgevoerd. Bij velen binnen onze fractie heerst de indruk dat het rond Amicitia in het verleden aan goed en inzichtelijk beleid heeft ontbroken. Politieke stokpaardjes rond de ontwikkeling van de binnenstad hebben de gang van zaken bij Amicitia vertroebeld en bij omwonenden het vertrouwen in hun gemeentebestuur behoorlijk ondergraven.

De wijze waarop Paul Strengers de klachten over Amicitia oppikte, doet het ergste vrezen voor de toekomst. Er werd krachtig geschermd met allerlei wetsregels en bepalingen. Op zich hebben die hun waarde en mogen ze niet worden veronachtzaamd. Maar naar mijn mening moet je als openbaar bestuurder meer doen dan alleen maar het opsommen van relevante juridische punten. Voorop staat dat je een weg zoekt voor het oplossen van tegenstrijdige belangen, om daarmee het welzijn van alle betrokkenen te dienen. Dat je daarbij met een scheef oog ook de regels in de gaten houdt, is noodzakelijk, maar niet dat alleen. Juist de toegevoegde maatschappelijke waarde maakt een jurist tot goed openbaar bestuurder.

Positief was in elk geval de toezegging – waar ook Will Koet namens onze fractie om vroeg – om binnen afzienbare tijd een overzicht te geven van alle zaken die spelen binnen het handhavingsbeleid. Uit dat overzicht zal moeten blijken of de gemeente het handhavingsbeleid op evenwichtige en effectieve wijze uitvoert. Hopelijk ontaart de discussie daarover niet in een juridisch steekspel, maar komt vooral de maatschappelijke afweging aan de orde. We zitten immers in de raadszaal, en niet in de rechtszaal.

Written by raphaelsmit

18/03/2004 at 19:35

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 13 maart 2004

Onder de kop ‘Amersfoort, wat nu?’ is de Amersfoortse Courant een discussie gestart over de toekomst van onze stad. Geen gek idee, want binnen het stadsbestuur is afgesproken dat de stad na Vathorst niet verder moet doorgroeien. Tien zaterdagen gaan vooraanstaande Amersfoorters een bijdrage leveren in de krant, bijdragen die op 1 juni moeten uitmonden in een stadsdebat. Onze burgemeester, Albertine van Vliet, verricht deze zaterdag paginagroot de aftrap.

Ik kan over onze burgemeester eigenlijk geen negatieve dingen zeggen. Haar voorgangster werd door velen een koude vis genoemd, een opmerking die je tegenwoordig in de stad Utrecht ook nog wel eens hoort. Dat is het laatste wat je van Albertine van Vliet kunt zeggen. Vriendelijk, soms zelfs joviaal, altijd bezig mensen bij elkaar te brengen en te activeren, zo profileert de burgermoeder van onze stad zich. Uiteraard, ze zal best wel eens uit haar slof schieten, hoe kom je anders op een hoge maatschappelijke positie als het burgemeesterschap terecht. Maar ik heb dat van haar nog nooit meegemaakt, voor mij belichaamt zij de ideale schoonmoeder.

Dat blijkt ook wel uit haar opvatting in de discussiebijdrage: Amersfoort kenmerkt zich door het grote aantal vrijwilligers dat in onze stad actief is. Ze zou dat zelfs als een typisch Amersfoortse mentaliteit willen omschrijven, zoals de grote mond van de Amsterdammer of de kouwe kak van de Hagenees. Een typerende gedachte voor Albertine van Vliet, maar ook de enige gewaagde in haar hele bijdrage. Is er wel onderzocht hoeveel steden in ons land eveneens een kwart van de inwoners het predikaat ‘vrijwilliger’ mag geven. Of anders gezegd: is dat nu het meest typische in de Amersfoortse mentaliteit. Maar ik gun haar deze insteek, het is positief en stimulerend en dat past bij haar.

Echte zaken die je de adem ontnemen, zijn in de bijdrage van onze burgemeester niet terug te vinden. Natuurlijk, het is onzin om te verkondigen dat je ten noorden van Vathorst een groengebied wil aanleggen, terwijl het gebied al een groene oase van rust is. Dat kan je maar één keer vernielen. Maar haar idee om er fiets-, voet- en struinpaden aan te leggen en de groene omgeving ten noorden van de stad daardoor toegankelijker te maken, spreekt mij wel aan.

Hoewel haar bijdrage nauwelijks discussie kan opleveren, het is wel typisch Albertine van Vliet. Typerend is de beschrijving van een van haar lievelingsplekjes in de stad, het park Schothorst. ‘Het stadspark is uniek. Welke stad in Europa heeft zo’n prachtig landgoed?’ schrijft ze enthousiast, zoals altijd. Ik wil niet beweren dat dit zweemt naar provinciaal denken (wat ook zijn charme kan hebben), maar ik heb in vroegere woonplaatsen wel stadsparken beleefd die in mijn ogen unieker zijn. De Schlossgarten in het – twee keer grotere – Karlsruhe, dat met zijn romantische hoekjes als een groene long tot in het stadscentrum reikt, of het groengebied tussen Berlin-Mitte en Charlottenburg, het westelijke centrum van die stad, waarin je het vooroorlogse stadsgebied van Amersfoort kunt verstoppen. Om in het zelfde taalgebied te blijven: ik zou de opmerkingen van onze burgemeester willen omschrijven als ‘niedlich’. En wie het woordenboek niet bij de hand heeft: dat is een positieve kwalificatie. Maar je brengt er geen discussie mee op gang!

Vrijdag 12 maart 2004

Maandag wordt in de commissie ECO gesproken over het beheer van de openbare ruimte. De discussie wordt toegespitst op het Berggebied, de aanleiding is een bijdrage voor de vragenronde, waarvoor de Stichting Behoud Woonklimaat Stationsplein en Omgeving zich heeft gemeld. Deze bewonersstichting vraagt het gemeentebestuur de regels in het bestemmingsplan voor het Berggebied beter te handhaven.

De bewonersstichting noemt vier voorbeelden van slechte handhaving in het gebied waarvoor zij de belangen behartigt. In de Johan van Oldenbarneveltlaan zijn tenminste drie woonhuizen – tegen de regels in – als kantoor in gebruik. Aan de Berkenweg is een voortuin in gebruik als parkeerplaats. Op een andere plek zijn zonder vergunning 23 bomen gekapt en muren en hekken geplaatst waardoor openbaar terrein privé-gebied is geworden. En dan is er nog de sociëteit Amicitia, een al tien jaar aanwezig punt van ergernis en discussie.

Over Amicitia hebben de omwonenden een reeks van klachten. Er zijn in de tuin parkeerplaatsen aangelegd, er is een terras voor de sociëteitsbezoekers aangelegd, er is geluidsoverlast en de afgesproken openingstijden worden niet gehandhaafd. Dat zijn de klachten van de omwonenden, uiteraard denken de mensen van Amicitia daar anders over, maar dat zullen we wel horen tijdens de commissievergadering.

De problemen rond Amicitia vinden hun oorzaak in gesjoemel van ambtenaren en wethouders, dat althans is de indruk die ontstaat als je in de geschiedenis duikt. Vroeger was de sociëteit in een meer dan honderd jaar oud gebouw aan de Stadsring gevestigd, op de plaats waar nu het gelijknamige, wat desolate winkelcentrum ligt. In de afgelopen jaren negentig wilde het stadsbestuur Amicitia aan de Stadsring weghebben. Er waren ambitieuze plannen voor dit gebied (zie wat er van terecht is gekomen!), en daarin had het sociëteitsgebouw geen plaats. Het liefst hadden de projectontwikkelaars het hele gebouw gesloopt, maar dat ging veel mensen te ver. De bioscoopzaal zou worden afgebroken, het eigenlijke sociëteitsgebouw zou een grand café worden, omgeven door nieuwe winkels. Uiteindelijk is alleen de voorpui blijven staan, weggedrukt door de foeilelijke nieuwbouw en ontsiert door reclameposters die de oude pui het aanzien geven van een uitdragerij. Een misser van onze welstandscommissie.

De sociëteit moest dus weg. Omdat ook toen al meerdere wethouders en raadsleden lid van de sociëteit waren, ontstond er een schimmig proces. De gemeente kocht het oude belastingkantoor aan de Prins Hendriklaan en verkocht het vervolgens aan de sociëteit. Ik kan mij niet voorstellen dat de gemeente daarvan echt rijk is geworden. Vanaf het begin hebben de bewoners zich tegen de vestiging van de sociëteit verzet. Ze vreesden extra parkeerdruk en geluidsoverlast. Verschillende keren is de rechter er aan te pas gekomen, maar een bevredigende oplossing is nog steeds niet gevonden. Volgens de bewonersstichting heeft de vorige RO-wethouder (zelf ook lid van Amicitia) zonder het beloofde vooroverleg met de bewoners onlangs ontheffing verleend voor het parkeren in de tuin. Als dat zo is, dan roep je als gemeentebestuur de problemen over je af.

Voor Leefbaar Amersfoort is de opstelling duidelijk: waar gehandhaafd moet worden, moet dat ook gebeuren, als regels worden overtreden, moet de gemeente maatregelen nemen. Zeker als omwonenden klagen. We zijn dus nieuwsgierig wat het college tegen de klachten van de bewoners heeft in te brengen!

Donderdag 11 maart 2004

De raad heeft vorige week besloten om het tienercentrum So What in Zielhorst in elk geval tot de vaststelling van de kadernota, in mei van dit jaar, open te houden. Wat het komende voorjaar feitelijk moet worden besproken is de vraag of de activiteiten voor de tieners die in So What zijn ontwikkeld, in de prestatie-overeenkomst tussen de gemeente en de SWA moet worden opgenomen. En uiteraard, als dat besluit valt, hangt er een prijskaartje aan. Volgens het college zou het openhouden van So What enkele tonnen euro’s vergen. Uit contacten die ik de afgelopen dagen met directbetrokkenen had, blijkt een bedrag van maximaal 50.000 euro toereikend te zijn. Het college heeft dus weer eens met verkeerde cijfers getracht de discussie in de raad te beïnvloeden.

So What was opgezet als een experiment. De leeftijdsgrens voor buitenschoolse opvang werd in So What opgerekt tot circa achttien jaar, met handhaving van de regels voor de buitenschoolse opvang. Ouders zouden dus een eigen bijdrage moeten leveren voor de bezoekers aan So What. In de praktijk bleek So What een grotendeels andere doelgroep aan te trekken dan de gezinnen die in het algemeen van de betaalde buitenschoolse opvang gebruik maken. De meeste ouders van de kinderen in So What leverden geen eigen bijdrage en konden dat in het algemeen ook niet.

De tieners die So What bezoeken, zijn kinderen die zonder dit centrum tot de potentiële hangjongeren behoren. Vanuit dat standpunt gezien leverde So What een duidelijke bijdrage in het verbeteren van het leefklimaat in Zielhorst, niet alleen voor de kinderen zelf, maar ook voor de overige bewoners. In het wijkprogrammaboek 2004-2005 voor Zielhorst staat de overlast van groeperen jongeren op de tweede plaats bij de top-5 van buurtproblemen – op nummer 1 staat het tekort aan parkeerruimte. In de toelichting bij het programma wordt de jongerenoverlast door de politie bevestigd en wordt ook aangegeven dat de bewoners in Zielhorst in 2003 duidelijk minder tevreden waren over de voorzieningen voor jongeren.

Het probleem voor de jongeren kan niet alleen worden opgelost met een skeelerbaan en een tienercentrum, zo meldt het wijkprogrammaboek. Er moet meer energie worden gestoken in het verbeteren van de sociale samenhang in de wijk. Wat je wel kunt zegen: door het tienercentrum te sluiten maak je het probleem alleen maar groter.

De oplossing voor het jongerenprobleem zal grotendeels in de wijk zelf moeten worden gevonden, al zijn de problemen in feite grensoverschrijdend. Dat So What als experiment binnen de regels van de buitenschoolse opvang moeilijk kan worden voortgezet, is onontkoombaar: de rijkssubsidie waarop het draaide, is beëindigd. De zorg voor de tieners in Zielhorst moet nu door de gemeente zelf worden opgepakt. In een tijd van bezuinigingen valt zoiets niet mee, maar uiteindelijk gaat het er om welke prioriteiten je stelt.

Een ding is zeker: bezuinigingen in het werk voor de jeugd en jongeren levert een aantal problemen op, waarvan de oplossing op termijn veel meer geld vergt dan de besparingen die sommigen nu in het jongerenwerk denken te kunnen realiseren. Een weg kan je een half jaar later renoveren, een nieuw Eemcentrum kan een jaar later worden gebouwd, maar de investeringen die je het komende jaar nalaat in het jeugdwerk, zijn nooit meer in te halen.

Woensdag 10 maart 2004

Festivals in onze stad lijden onder zuinigheid. Dat kopte de Amersfoortse Courant vandaag. De gemeentelijke beleidsnota over het evenementenbeleid ademt een ongeïnspireerde sfeer uit, aldus de voorzitter van het Evenementenplatform, mijn raadscollega Kees van Engelenhoven. In zijn vrije tijd zet hij zich via het platform in voor de vele Amersfoortse festivals die in het platform zijn vertegenwoordigd. Een deel van de discussie over de gemeentefinanciën in mei is al te voorspellen, Kees kan op mijn steun rekenen.

Een van de weinige voorzieningen die met de groei van de stad echt is meegegroeid, is het festivalgebeuren in onze stad. Twintig jaar geleden liep de halve stad uit als op een suffe zomeravond een verdwaald muziekgezelschap voor wat afwisseling zorgde. De jaarlijkse Keistadoptocht was het culturele hoogtepunt, voor de rest heerste in de stad de rust die paste bij een provincienest aan de rand van de Veluwe (ik zal wel iemand tekort doen, maar dat verneem ik wel!). Twintig jaar later heeft Amersfoort gedurende de zomermaanden haast elk weekend wel een festival, met uitzondering van de marktkooplui is iedereen daarover zeer tevreden. Amersfoort dreigt op het punt van levendigheid zelfs een zekere faam te verwerven, onze stad op de culturele kaart!

Nu het met onze economie wat minder florissant gaat, blijkt het cultuurbeleid in onze stad ineens vooral gericht te zijn op centen. Natuurlijk is geld niet onbelangrijk, maar een beetje visie is nooit weg en kan leiden tot creatieve oplossingen. Je begint je af te vragen of het wel zo verstandig is om binnen het college van B en W de portefeuilles voor financiën en voor cultuur in één persoon te verenigen. Cijfers zijn meetbaar, cultuur is metafysisch – je kunt je als wethouder makkelijker laten afrekenen op het meetbare dan op het aaibare.

De openluchtcultuur in onze stad is overigens niet alleen afhankelijk van geld, maar ook van inzet en bestuurlijke durf. De klachten die binnen het lokale evenementenplatform opklinken, hebben ook betrekking op de bureaucratie waaraan de festivals onderhevig zijn. Een overdaad aan bureaucratie is een indicatie voor ambtelijke en bestuurlijke desinteresse. En dat is nog veel erger dan gebrek aan geld. Als er op het stadhuis vooral enthousiasme heerst – van laag tot hoog -, kunnen er impulsen tot stand komen waardoor de moeizaam opgebouwde binnenstadcultuur in stand kan worden gehouden en kan worden verbeterd.

Dinsdag 9 maart 2004

Ons land wordt op een aantal punten steeds Europeser. Vroeger dacht je bij het begrip ‘corruptie’ vooral aan de mediterrane landen. Als er al eens een kogel floot, een bank werd gelicht of er iemand met de kas vandoor ging, was het meestal het werk van een vreemde of een goddeloze, maar binnen de familie Doorsnee was zoiets uit den boze: dat hoort niet dus dat gebeurde niet.

Intussen is, na het begrip ‘sorry’, het begrip ‘fraude’ een in ons land meest ingeburgerd fenomeen. Het zijn nette mensen die zich er mee bezighouden: accountants, kruideniers, aannemers, bestuurders, notarissen en ambtenaren – om maar eens enkele willekeurige beroepsgroepen te noemen. Brede geldstromen vloeien langs donkere oevers, het wachten is nog op het moment dat over een jaar de witte rook voor de nieuwe paus met eurobiljetten wordt ontstoken. Dat zou overigens niet veel afwijken van de gebruiken in de late middeleeuwen, maar daar hebben ijveraars als Luther en Calvijn een einde aan gemaakt. Wie zit er vandaag de dag nog op dergelijke vrome kloosterlingen te wachten? Op een economische Savonarola zullen we nog wel enige tijd moeten wachten.

Maar gelukkig, hij die leeft in Amersfoort! In heel ons land gonst het van ongeregeldheden. Waar gebouwd wordt, wordt gesjoemeld, onderzoeken volgen elkaar op, de NMa maakt overuren, aannemers moeten hun winstverwachtingen corrigeren door voorzieningen wegens dreigende boetes en er worden speciale regelingen getroffen voor zogenaamde klokkenluiders. Zo niet in onze stad. Uiteraard: er worden duizenden woningen gerealiseerd, straten aangelegd, viaducten gebouwd, het gonst in de stad van de activiteiten, het gemeentebestuur moet af en toe even uitwijken naar vreemde landen om bij te komen – maar we blijven gelukkig gevrijwaard van ongeregeldheden, gesjoemel, onderhandse afspraken en opzetjes tussen bedrijfsleven en wankele overheidsdienaren. Amersfoort fraudevrij.

Hoe ik dat zo maar kan beweren? Logisch, mij is niets bekend van ongeregeldheden. En dat is niet zo verbazingwekkend: we hebben regels op het stadhuis waardoor fouten, zoals elders voorgekomen, bij ons uit den boze zijn. Alles wordt openbaar aanbesteed, op de voorbereidingen is niets aan te merken en het toezicht is goed geregeld. Aannemers en ontwikkelaars die elders over de schreef zijn gegaan, komen er bij ons niet in, dus kan ons niets overkomen.

Ik ben een gelukkige burger.

Written by raphaelsmit

13/03/2004 at 14:14

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Maandag 8 maart 2004

Een groot aantal stadgenoten is door ouderdom of gebreken aangewezen op middelen die hen volgens de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) toekomen. Dat kan om van alles gaan: rollators, invalidenwagens, trapliften, extra voorzieningen in de keuken, badkamer of toilet, krukken, protheses en noem maar op. De behoefte aan hulpmiddelen ontstaat meestal door ziekte, na een ongeluk of gewoon door ouderdom. Door het beschikbaar stellen van middelen kunnen veel mensen een redelijk normaal leven blijven voeren en hoeven zij niet voor de rest van hun leven te worden opgenomen in verpleeghuizen of andere instellingen. WVG-middelen besparen de overheid veel dure huisvestingskosten.

Over het verstrekken van WVG-middelen wordt veel geklaagd. Wie denkt voor een hulpmiddel in aanmerking te komen, krijgt te maken met de zegeningen van onze bureaucratie. Je moet door een arts worden verwezen, dan krijg je te maken met een orgaan dat beoordeelt of je wel aan hulpmiddelen toe bent, en zo ja: welke. En vervolgens ben je aangewezen op leveranciers. Het kan soms heel wat maanden duren voordat noodzakelijke hulpmiddelen worden geleverd. Vooral voor ouderen mensen, die nog maar een kort leven voor zich hebben, kan het lange wachten een ware kwelling zijn.

In de commissievergadering van deze dag stond de ontwikkeling van de WVG op de agenda. Er was ook een inspreker, en wat hij naar voren bracht kwam in redelijke mate overeen met de informatie die ik van verschillende kanten heb gekregen. Dat was voor mij vorig jaar al reden om de klachten rondom de WVG op de agenda van de raadscommissie te laten zetten. Enkele uren voordat het ter sprake had moeten komen, trad de verantwoordelijke wethouder af – beide zaken stonden overigens los van elkaar, of misschien ook niet helemaal. De afgelopen jaren maakte de toenmalige wethouder bij het aanpakken van problemen zoals rondom de WVG geen sterke indruk. Mirjan van der Weg, de nieuwe wethouder, kan het alleen maar beter doen.

De klachten van de inspreker hadden onder meer betrekking op het feit dat er nogal slordig met middelen wordt omgegaan. Het beheer van middelen is slecht, er wordt veel afgeschreven dat nog goed bruikbaar is en mensen moeten lang op voorzieningen wachten, terwijl de verstrekker van deze voorzieningen goed materiaal dat ingezet zou kunnen worden, afschrijft en laat vernietigen. Als je de verschillende verhalen hoort, kan je alleen maar stellen dat er slordig wordt omgesprongen met budgetten. Dat is vooral pijnlijk omdat we regelmatig in discussie zijn over premies, oplopende kosten in de gezondheidszorg en bij de sociale voorzieningen.

De commissieleden – ik ben niet het enige raadslid dat regelmatig met klachten over de WVG wordt geconfronteerd – konden hun klachten niet kwijt, want het onderwerp stond alleen ter informatie op de agenda. Meningen en kritiek werden afgehamerd. De commissie heeft daarom afgesproken dat zo spoedig mogelijk een inhoudelijke discussie over de WVG en alles wat er mee heeft te maken, moet plaatsvinden. Het ziet er naar uit dat dit op 4 april gebeurt. De nieuwe wethouder is dan, naar mag worden aangenomen, zover ingewerkt dat er hopelijk ook oplossingen tot stand komen. We praten immers over het welzijn van mensen die het door hun ziekte, invaliditeit of ouderdom al moeilijk genoeg hebben. Bureaucratie, verkwisting en voortdurende wijzigingen in de regels en instanties mogen er niet toe bijdragen dat deze – minst weerbare – stadgenoten het naast het onontkoombare nog onnodig slechter hebben.

Written by raphaelsmit

09/03/2004 at 18:21

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 7 maart 2004

Ik heb de afgelopen jaren menig keer kritiek geuit op de ontwikkeling van CSG-Noord, het gebied ten noorden van het station. Niet omdat er gebouwd gaat worden – liever vandaag dan morgen. Ook niet omdat er in het gebied ambities worden gestoken – zonder ambities zagen steden in en buiten Europa, die we soms ademloos bewonderen, er heel wat saaier uit. Mijn kritiek richtte zich vooral op het gebrek aan visie en een helder beeld van wat gebouwd moet worden, het improviseren zonder een duidelijke lijn en de wijze waarop het openbare bestuur in onze stad de regie overlaat aan partijen met een beperkt belang, gebaseerd op smalle private doelstellingen.

Mijn reserves vond ik deze week terug in het blad Stedebouw & Ruimtelijke Ordening, dat dit keer is gewijd aan grote stedelijke projecten. In het blad wordt aandacht besteed aan het Chassé-terrein in Breda, het Paleiskwartier in Den Bosch, de Kanaalzone in Apeldoorn, Céramique in Maastricht en ons eigen Amersfoortse Centraal Stadsgebied-Noord. Niet alleen de projecten worden in het blad beschreven, een aantal bekende stedenbouwkundigen geeft zijn visie op de grootstedelijke projecten, op de vorm en de kritische punten.

Zeer leerzaam is de weergave van een ronde-tafelproject waaraan onder meer Riek Bakker, Rein Geurtsen en Shyam Khandekar (de nieuwe supervisor voor CSG-Noord) deelnemen. Wat ging er mis in Amersfoort, is een van de gesprekspunten. Voor inwoners van onze stad worden er veel dingen gezegd die herkenbaar zijn. Riek Bakker, die na de eerste en breed bekritiseerde plannen voor Puntenburg het vastgelopen proces weer op gang moest brengen, wijst op de keuze die gemaakt is voor een klein gemeentelijk apparaat, de daardoor grote rol van externe deskundigen en het feit dat veel is overgelaten aan de marktpartijen. ‘Ze waren vergeten na te denken over de burgers en hoe daarmee te communiceren. En hoe je een marktpartij moet kiezen. Als men er dan een gekozen had, bleek het een ontwikkelende aannemer te zijn.’ Ze gaat niet in op de gretigheid waarmee het gemeentebestuur zich vijftien jaar geleden aan de marktpartijen heeft overgeleverd, maar stelt wel vast dat daarmee niet de professionaliteit in huis is gehaald die voor een groot stedelijk project noodzakelijk is.

Rein Geurtsen, tot voor kort supervisor voor CSG-Noord, is bezorgd over het vastlopen van de discussie over de verbinding tussen het Eemcentrum en de binnenstad. De keuze voor een aantal culturele voorzieningen juicht hij toe, maar hij vindt dat voor de rest van het programma het initiatief ontbreekt en wordt gewacht op de marktpartijen. Hij meent dat de marktpartijen de relatie met het Soesterkwartier te negatief benaderen en onvoldoende erkennen dat de bewoners de belangrijkste inhoudelijke gesprekspartners zijn, vooral omdat stedenbouwkundigen en projectleiders elkaar in rap tempo opvolgen.

In de bijdrage waarin nader wordt ingegaan op het Eemkwartier, wordt een opmerking gemaakt die mij uit het hart is gegrepen. Het ontbreekt bij de ontwikkeling van CSG-Noord, aldus het vakblad, van meet af aan een kader op het schaalniveau van de stad. Voor de ontwikkeling van het Eemkwartier is een structuurplan voor de hele stad noodzakelijk. Hierin zou de functionele, programmatische, culturele en maatschappelijke relatie tussen het Eemkwartier, de binnenstad en andere stedelijke gebieden moeten worden vastgelegd.

Al jarenlang kijken raadsleden en wethouders mij verbaasd aan als ik daarvoor pleit. Leefbaar Amersfoort nam de noodzaak voor een structuurplan ook op in de actiepunten die zij bij Hans Dijkstal inleverden.

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het vooral het ambtelijke apparaat is dat geen enkele boodschap heeft aan een structuurplan. Dan immers moeten allerlei ambtelijke speeltjes tegen het licht worden gehouden en op hun functionaliteit worden beoordeeld. En zolang coalitiepartijen accepteren dat het ambtelijke apparaat in feite het politieke programma schrijft, zal de stad terecht op haar gebrek aan visie en initiatief worden bekritiseerd.

Zaterdag 6 maart 2004

Deze dag bezoek ik de opening van De Brink in Vasthorst. Vrijdag was ik aanwezig bij de formele opening, met sprekers en een grote groep genodigden. Deze zaterdag vindt eigenlijk de echte opening plaats, door de bewoners van Vathorst die op feestelijke wijze hun nieuwe centrum voor onderwijs, sport , cultuur en welzijn in gebruik nemen. Een prachtig gebouw, waarvan bewoners van Kattenbroek en Nieuwland zich achteraf kunnen afvragen waarom in hun nieuwbouwwijk niet na nauwelijks een jaar na de eerste oplevering een dergelijk multifunctioneel gebouw is opgeleverd. Het zal een zaak van vermeerderd inzicht zijn, vermoed ik.

Ik neem ook deel aan een rondleiding door een van de onderwijsvleugels van het nieuwe centrum. Daarbij herinner ik mij aan schriftelijke vragen over de scholenplanning in Vathorst, die ik in oktober vorige jaar stelde. Intern in het stadhuis is naar aanleiding van deze vragen geconstateerd dat er vanuit een te groot automatisme een verdeling gemaakt is van de scholen voor het openbaar, katholiek en protestant-christelijk onderwijs. In Amersfoort is in het verleden het bijzonder onderwijs altijd goed voorzien, waarschijnlijk mede omdat binnen de afdeling Onderwijs het christelijke deel van onze samenleving ruimschoots was vertegenwoordigd.

In elk geval is voor Vathorst gewoon uitgegaan van de historische mix van scholen, stammend uit een tijd dat Amersfoort nog een provinciestadje was aan de rand van de Veluwe. Dat heeft tot gevolg dat bijna veertig procent van de scholen in dit nieuwe stadsdeel protestants-christelijk is, tegenover 27 procent van de Amersfoortse bevolking, 32 procent is katholiek tegenover 19 procent van de bevolking. Voor het openbare onderwijs is slechts 29 procent van de schoolcapaciteit in Vathorst gereserveerd. De 12 lokalen voor het katholieke onderwijs in Hooglanderveen laat ik bij deze opsomming buiten beschouwing. Inderdaad, de bevolkingssamenstelling is de afgelopen groeistad- en vinexperiode gewijzigd, wat bij de planners op het stadhuis duidelijk lijkt te zijn ontgaan.

Het gevolg is dus dat in De Brink een gereformeerde en een katholieke basisschool zijn gehuisvest. Naast deze twee scholen biedt de katholieke school De Marke tot eind volgende jaar ook onderdak aan de protestants-christelijke school De Vuurvogel en de openbare school De Gondelier. Deze beide scholen verhuizen over ruim een jaar naar een gezamenlijk gebouw in De Laak.

Het was logisch dat de directeur van De Marke als trotse gids de nieuwsgierigen in zijn school rondleidde. Alle begrip voor zijn enthousiasme. Dat werd – naast het prachtige schoolgebouw – ongetwijfeld ook gevoed door het feit dat de veel deelnemers aan de rondleiding de toekomstige leerlingen aan de hand of in de kinderwagen meevoerden. Van de twee andere scholen die enige tijd in De Marke te gast zijn, trof ik niemand (wat deze scholen ook zelf kan zijn te verwijten).

De katholieke schoolteam is niets te aan te merken. Zijn onderwijs zal ongetwijfeld uitstekend zijn, zo groot zijn de verschillen tussen het openbare en bijzondere onderwijs niet – veel bijzondere scholen die ook kinderen uit niet-kerkelijke omgeving graag opnemen, laten hun confessie binnen het onderwijs nog nauwelijks tot uiting komen. Scholen moeten er alles aan doen om voldoende aantal leerlingen binnen te krijgen, en dan weten besturen binnen het bijzonder onderwijs hun confessionele principes veelal wel tot de bestuurskamers te beperken. Maar ik blijf er bij dat de afdeling Onderwijs bij de scholenplanning voor Vathorst op onprofessionele wijze te werk is gegaan.

Vrijdag 5 maart 2004

In april komt het snelfietspad tussen Vathorst en het centrum van Amersfoort opnieuw in de gemeenteraad aan de orde. Het discussiepunt is nog steeds of dit snelfietspad door de nauwe straten van de Kattenbroekse Boerderijenkamer wordt aangelegd, of daar buitenom. De meningen daarover in de gemeenteraad staan lijnrecht tegenover elkaar, waarbij het voor een lid van een oppositiepartij moeilijk is te doorgronden hoe de coalitie deze hete aardappel wenst aan te snijden.

Interessant is het dan om bewoners uit Vathorst zelf te spreken. Uiteraard, niemand op dit punt is representatief – een uitzondering is waarschijnlijk te maken bij de bestuursleden van de bewonersvereniging, die contacten hebben met heel wat bewoners. Ik heb niet alle bestuursleden van de bewonersvereniging daarover gesproken, maar vrijdag – tijdens de officiële opening van De Brink – kwam ik wel met enkele van hen in gesprek. Uit deze, niet wetenschappelijk onderbouwde, minipeiling kwam een redelijk duidelijke mening naar voren: voor de meeste Vathorstbewoners hoeft de discussie niet te worden gevoerd. Er zijn andere, redelijke alternatieven aanwezig.

Doorslaggevend blijkt de kennis te zijn die bewoners hebben over onderzoek naar het gedrag van doorsnee-fietsers – dus niet van de kleine groep fanatiekelingen zoals oud-wethouder Franzel. Uit dat onderzoek zou blijken dat bij een afstand van meer dan vijf kilometer de fiets het aflegt tegen andere vormen van vervoer, vooral de auto. De vraag bij veel inwoners in Vathorst is daarom: waarom veel geld investeren in een snelfietspad tussen Vathorst en het centrum van de stad? Ze zien liever dat het geld wordt geïnvesteerd in de infrastructuur binnen hun eigen wijk, waar de eerste knelpunten zich beginnen aan te dienen.

Het gaat er naar uitzien dat de aanleg van het snelfietspad steeds meer een prestigestrijd gaat worden, waarbij de noodzaak al lang op de tweede plaats staat. Het ontwikkelingsbedrijf Vathorst heeft bewoners uit deze nieuwe wijk geattendeerd op het feit dat vanaf de Boulevard tot aan de afslag van de A1 al een fietspad is aangelegd dat nu eindigt bij een hek. De reactie van de bewoners is: ja en? Waarom nog meer onnodig geld uitgeven omdat er al een stukje overbodig asfalt is gestort. Het bestaande viaduct zou, als over enkele jaren de afslag naar verwachting wordt gekenmerkt door opstoppingen, in de nabije toekomst een bijdrage kunnen leveren in het beter afwerken van het autoverkeer rondom de steeds drukker worden afslag van de A1.

Written by raphaelsmit

07/03/2004 at 15:31

Geplaatst in Uncategorized