Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for februari 2004

leave a comment »

Vrijdag 27 februari 2004

De mensen moeten maar geen waardevolle zaken meer in hun kelder zetten. Dat is het advies van de provincie, als ik de krant goed heb begrepen. De reden: de provincie voert actie om het grondwaterpeil te verhogen. Dit doet zij door minder water te ontrekken voor de waterwinning. Door het stijgen van het grondwaterpeil zullen in het centrum en in oudere stadsdelen kelders onder water kunnen lopen. Wanneer mensen dat lastig vinden, moeten ze zelf maar een aannemer inschakelen.

De benadering van de provincie is weer een bewijs dat het provinciale bestuur ver van de mensen staat en een onpersoonlijk, technocratisch bestuurslichaam is. Wanneer de provincie meent een bepaalde maatregel te nemen, zal zij ook voor de gevolgen moeten opkomen. Een simpele brief aan 20.000 huishoudens is wel een heel erg goedkope actie. Terecht dat de vereniging Eigen Huis deze opstelling van de provincie bekritiseerd.

Twee dingen vind ik vreemd. De maatregel van de provincie is nodig doordat de natuur te lijden heeft onder de verdroging van het landschap. Gelijktijdig wordt gesteld dat vooral oudere woningen, ook in de binnenstad, door de peilverhoging last van lekkage kunnen krijgen. Ik ga er van uit dat oude woningen zijn gebouwd in een tijd dat van de nu geconstateerde verdroging nog nauwelijks sprake was. Bij de oplevering van die woningen is niet direct overlast door lekkage in kelders geconstateerd, neem ik aan. Als door het ingrijpen van de provincie deze oude huizen nu wel wateroverlast ondervinden, is er dus meer aan de hand en wordt het waterpeil waarschijnlijk op een onnodig niveau gebracht.

En het tweede punt: onlangs werd gemeld dat ten behoeve van het waterpeil in onze regio er een transportleiding wordt aangelegd vanuit de IJsselmeerpolders. Ik vraag mij af hoe deze maatregel te rijmen is met de actie die de provincie nu heeft aangekondigd. Betekent dit dat over enige tijd er niet alleen minder grondwater wordt onttrokken, maar dat er zelfs extra grondwater wordt toegevoegd. Houdt dit in dat over enkele jaren het peil nog verder stijgt?

Maar los van deze zaken: als de provincie serieus kelders gaat blankzetten, zal zij zelf ook met een oplossing moeten komen in de vorm van een schadeloosstelling. En de vraag rijst of de provincie zomaar een dergelijk besluit kan nemen, zonder hierbij beroepsmogelijkheden te creeeren. Het gaat immers om de belangen van de mensen, mogen die zich dan niet verdedigen? Of heeft de provincie er behoefte aan om haar arrogantie regelmatig onder bewijs te stellen?

Donderdag 26 februari 2004

Ik ben enkele dagen in Berlijn. Deze dag ontmoet ik een aantal mensen met wie ik onder meer praat over de vastgelopen economische situatie in Duitsland. Dat lijkt een zaak die bewoners uit Amersfoort minder aangaat, maar dat is schijn. Duitsland was tientallen jaren de motor voor de Europese economie, en ook voor ons land. Het feit dat onze economie de laatste twee jaren minder sprankelend is, is in belangrijke mate het gevolg van de problemen bij onze oosterburen. En die zijn groot.

Tijdens gesprekken met kritische Duitsers komt een groot aantal problemen boven tafel die een spoedige oplossing van de Duitse ziekte in de weg staan. Een daarvan is de wijze waarop Duitse politici met elkaar omgaan. Ze gaan eigenlijk niet met elkaar om, erger nog: ze zijn in een voortdurende loopgravenoorlog verwikkeld die elk gezamenlijk optreden bij het oplossen van problemen in de weg staan. Als SPD-vertegenwoordiger verkeer je niet met een CDA-functionaris, en andersom. Nodig je een SPD-senator uit, dan weigert zijn CDU-collega te komen, een CDU-vertegenwoordiger zal nooit een kop koffie drinken met zijn SPD-collega. De strijd die in het parlement of de raadszaal wordt gestreden, wordt daarbuiten onverminderd voortgezet. Een SPD-voorstel is voor de CDU a priori verwerpelijk, en andersom.

Deze vorm van niet-samenwerken komt niet alleen voor bij een coalitie-oppositieverhouding. Wanneer beide partijen in een regio samen een coalitie vormen, blijft de onderlinge haat de noodzakelijke samenwerking verzieken. Het is daarom niet zo vreemd dat men in Duitsland geen oplossing weet te vinden voor een zak vol problemen. Het gevoel dat men samen de kar uit de stront moet trekken, is verre te zoeken.

Een tweede probleem is de continue verkiezingscampagne. De Bundeskanzler heeft niet te maken met een vierjaarlijkse verkiezing, elk jaar worden in een aantal Bundeslanden verkiezingen gehouden: zondag bijvoorbeeld in Hamburg. De uitslag van die verkiezingen bepaalt de samenstelling van de Bondsraad, die belangrijke besluiten kan blokkeren en dat ook met grote regelmaat doet. Noodzakelijke impopulaire maatregelen worden dus niet genomen, want de regering wordt binnen enkele maanden daarop afgestraft. Dat lijkt democratisch, maar het levert vooral een bestuurlijke besluiteloosheid op waardoor noodzakelijke oplossingen niet tot stand komen.

Een derde punt is het parlement in Berlijn. Misschien dat de kiezers op en bepaald moment bereid zijn de broekriem aan te halen (misschien!), maar die bereidheid wordt dan gesmoord in de Bundestag. Dit schijnbaar democratische orgaan vertegenwoordigt al lang niet meer de wil van het volk. Op een voor Nederlanders ondenkbare wijze is het parlement samengesteld door vertegenwoordigers uit allerlei belanggroepen, die het belang van die groepen laten prefereren. Binnen de SPD-fractie heeft de vakbeweging het voor het zeggen, binnen de CDU-fractie zijn werkgevers- en middenstandorganisaties toonaangevend. De industrie heeft overal zijn stromannen.

Al die organisaties hebben weinig belang bij wijzigingen in het maatschappelijke en economische systeem. Niet omdat hun leden dat zo willen, maar omdat noodzakelijke maatregelen de machtspositie van de belangengroepen aantasten. Dus blijft alles zoals het is, en blijvenacutemaatregelen achterwege. Het verontrustende daarbij is dat geen van de partijen over voldoende autoriteit beschikt om de verstarde fronten te doorbreken. Het maakt weinig uit of de SPD of de CDU aan het roer staat, gestuurd wordt er toch niet. In dat opzicht is de bestuurlijke kwaliteit in Duitsland niet veel beter dan 75 jaar geleden – los van de oorzaken. Het griezelige is dat een falend bestuur mogelijkheden creeert voor ‘sterke mannen’, zoals aan het einde van de Weimarer Republiek ook het geval was. Alleen daarom al kunnen ons, in het beschutte Amersfoort, de zaken bij onze oosterburen niet koud laten.

Woensdag 25 februari 2004

Ik ben enkele dagen in Berlijn. Voor liefhebbers van stedenbouw en architectuur is er in deze stad heel wat te beleven, zelfs in economisch barre tijden. Bijna elke vergelijking tussen Berlijn en Amersfoort gaat mank, maar er is wel een belangrijk verschil te zien. In Amersfoort wordt bij tegenvallende economie in de kantorensector niet gebouwd en kijken we dus uit over zandvlakten die voorlopig kaal blijven als ze al zijn. In Berlijn bouwt men, in wat lager tempo, door en staat dus ruim een miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg. ‘Zu vermieten’ is een van de meest voorkomende teksten in de Duitse hoofdstad.

En in Berlijn kan men nog relatief tevreden zijn. De laatste twee jaren is de totale oppervlakte kantoorruimte met slechts vier procent toegenomen. In een stad als Frankfurt, waar de economische crisis ook diepe sporen begint te vertonen, nam het kantoorareaal met vijftien procent toe. De leegstand in Berlijn is daardoor de laatste jaren nog maar in geringe mate gestegen – in de Duitse hoofdstad vielen de klappen eerder dan aan de Main -, in Frankfurt nam de leegstand in twee jaar tijd met tien procent toe.

In percentages gerekend wijken steden als Berlijn en Frankfurt niet eens zo erg af van wat er de afgelopen twee jaren op de Amersfoortse kantorenmarkt is gebeurd. Maar de uitwerking is wel verschillend. De afgelopen tien jaar zijn in Berlijn de huurprijzen voor kantoorruimte met 59 procent gedaald. Een trend die zich in heel Duitsland voordoet: Frankfurt min 29, Munchen min 25, Leipzig lig aan de top met min 71 procent. Wat dat betreft heeft Nederland een kalme markt.

Bij de woningbouw heerst een situatie die voor Nederlanders onvoorstelbaar is. Er staan in heel Duitsland 1,3 miljoen woningen leeg. De prijzen voor een appartement in Berlijn zijn de afgelopen tien jaar met 16 procent gedaald, die van een nieuwe rijtjeshuis zelfs met 22 procent. Een gemiddelde nieuwbouw-rijtjeshuis kostte in Berlijn eind 2003 265 duizend euro, nauwelijks 60 duizend euro meer dan in Amersfoort, met als grote verschil dat in Amersfoort de nieuwe woningvoorraad in hoofdzaak uit laagbouw bestaat, terwijl laagbouw in Berlijn mondjesmaat wordt opgeleverd. Buiten Berlijn, in de oostduitse provincie, zijn appartementen in de Plattenbouw met 80 vierkante meter woonoppervlakte al voor 1000 (duizend) euro te koop!

Written by raphaelsmit

27/02/2004 at 20:14

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 24 februari 2004

De gemeenteraad neemt regelmatig besluiten over bestemmingsplannen en andere zaken, die individuele stadgenoten kunnen beperken in hun speelruimte. Het is het college, gesteund door het ambtelijke apparaat, die voor de uitvoering en handhaving van de besluiten moeten zorgen. Handhaving op basis van redelijkheid, correct en uniform, zonder onderscheid des persoon. Soms krijg ik het gevoel dat dit niet gebeurt.

Zo ken ik een echtpaar dat zijn huis heeft verkocht. Het huis bevatte enkele praktijkruimten, maar op het stadhuis werden restricties op dit punt opgelegd, wat enkele tonnen in de verkoopprijs scheelde. Pijnlijk, want toen het huis eerder was gekocht, was het een kantoorvilla. Het betreffende echtpaar had zelf de woonbestemming voor een groot deel weer teruggebracht.

Verhuisd werd naar een pand dat niet volgens de bouwvoorschriften was gebouwd. Het echtpaar kwam dezelfde ambtenaren weer tegen, die een procedure startte. Het riekte naar willekeur, want in de omgeving waren tientallen soortgelijke panden die op gelijkwaardige wijze niet aan de voorschriften voldeden, maar waartegen niet werd opgetreden. Hoewel het echtpaar in hoger beroep is gegaan – en de gemeente verliest nog wel eens in laatste instantie – moeten zij nog vóór de uitspraak tienduizenden euros investeren omdat een huizenhoge dwangsom dreigt. Er wordt gehandhaafd, geheel volgens de regels.

Ik ben daarover benaderd. Twee mensen die ten einde raad zijn en fysiek zijn gebroken. Ik lig er ’s nachts wakker van, maar ik kan als raadslid niet zeggen: wethouder, ambtenaar, wilt u wat terughoudend zijn in uw handhavingsbeleid. Wet is wet. Maar dan verwacht ik wel dat met gelijke maat wordt gemeten. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het op dit punt niet goed gaat.

Het meest klassieke voorbeeld is Amicitia, waar de afgelopen jaren tegen verschillende regels is verstoten. Omwonenden hebben actie gevoerd en zijn daarmee nog steeds bezig. Van echt handhavingsbeleid is weinig te bespeuren. Curieus daarbij is dat de wethouders die de afgelopen jaren verantwoordelijk zijn en waren voor het handhavingsbeleid, zelf ook lid zijn van deze herensociëteit. Ik vind dat zij zich onvoldoende realiseren in een glazen huis te zitten.

Amicitia komt ongetwijfeld nog wel eens aan de orde. Ik richt mij de afgelopen maand op een ander geval dat niet uniek is, maar wel exemplarisch: een kapperszaak in een woonhuis, ergens op de Berg. Verschillende omwonenden hebben mij op de situatie geattendeerd. Een kapper ‘in ruste is begonnen voor vroegere klanten in zijn woning zijn handwerk voort te zetten. Ongetwijfeld was hij een goede vakman, van wie klanten node afscheid hebben genomen. Op zich is daar niets mis mee’: bedrijf aan huis komt veel voor en vroeger woonde in het pand een dierenarts met praktijk.

Maar het bedrijf is gegroeid. Er werd personeel aangetrokken en de voortuin werd veranderd in een geheel geplaveide parkeerplaats. Achter het huis is een bedrijfspand neergezet met meer stoelen dan door twee personen bediend kunnen worden. De zaak loopt al vanaf 1996. De gemeente trad slechts op wanneer omwonenden advocaten inschakelden, voor de rest was van handhavingsbeleid niet veel te bespeuren. En ondanks recente maatregelen is er nog steeds niets veranderd.

Ik heb er schriftelijke vragen over gesteld. In theorie zijn die correct beantwoord, al zijn er enkele hiaten te bespeuren. De praktijk lijkt toch wat anders te zijn. Wordt er hier met twee maten gemeten? Volgens mij wel. Ik heb gevraagd om deze zaak voor 2 maart, aan de hand van mondelinge vragen, op de raadsagenda te zetten. Want hoe kan ik tegen de ene stadgenoot, die echt aan het einde van zijn Latijn is, zeggen dat ik weinig hulp kan bieden omdat ik als raadslid de wet als leidraad moet nemen, terwijl tientallen stadbewoners mij voorbeelden kunnen aandragen van gebrek aan handhaving, ook na het uiten van klachten.

Written by raphaelsmit

25/02/2004 at 01:30

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Maandag 23 februari 2004

De leegstand in de Amersfoortse kantorensector neemt nog steeds fors toe. Zelfs als de economie weer aantrekt, kan het nog wel twee jaren duren voordat er weer leven komt in de kantoren markt. Dat is de boodschap in een artikel dat deze ochtend in de Amersfoortse Courant staat. De leegstand in de kantorensector is afgelopen jaar met twintig procent toegenomen. En ze was een jaar geleden al hoog.

Als gemeenteraadslid kan je niet zonder meer zeggen: dat is jammer, maar het is niet mijn bier. De leegstand heeft wel degelijk grote gevolgen voor het Amersfoortse gemeentebeleid. Denk alleen maar aan de plannen die blijven liggen, zoals in het gebied ten noorden van het station. Van het bouwen in stad leeft een deel van ons ambtenaren apparaat: het levert werk op, maar ook bouwleges en andere inkomsten. Bij een makelaar of ontwikkelingsbedrijf heeft een economische dip tot gevolg dat er in het personeelsbestand wordt gesneden. Dat is bij een gemeentelijke organisatie minder het geval. De overheid is geen commercieel bedrijf, wethouders en ambtenaren worden niet afgerekend op omzet en rendement. Het zou anders wel eens heel wat stiller kunnen worden in de stadhuiskamers.

De malaise in de kantorenbranche heeft nog andere gevolgen. De booming markt aan het einde van de vorige eeuw heeft het gemeentebestuur er toe verleid om zich in de ontwikkeling van het onroerend goed te storten. In Vathorst neemt de gemeente deel in het Podium-project. Achter Hooglanderveen moeten zo’n twintig kantoorgebouwen komen met meer dan honderdduizend vierkante meter kantooroppervlakte. De ontwikkeling is in handen van een vennootschap waarin naast de gemeente ook Heijmans IBC Vastgoedontwikkeling en ING Real Estate samenwerken. Voor de beide private partijen is dit een aantrekkelijke zaak. Heijmans kan via de bouw een aardig stuk omzet binnenhalen. ING is de eerst aangewezene om de financiering tot stand te brengen, wat eveneens de nodige omzet garandeert. De gemeente krijgt een opslag per vierkante meter verkochte kantoorruimte.

Het ontwikkelingstrio is de verplichting aangegaan om elk jaar een vast aantal vierkante meters af te nemen van het OBV. Niet ontwikkelen betekent dus: renteverlies. Heijmans kan dat later verwerken in gestegen bouwkosten, voor ING is de grondaankoop al een financieringskwestie waar dit bedrijf ook niet slechter van wordt. Toen enkele jaren geleden de eerste problemen in de kantorenmarkt zich begonnen af te tekenen, riep het gemeentebestuur dat er nog geen wolkje in de lucht was. Door de opslag die uiteindelijk wordt ontvangen, kunnen rentelasten worden gedekt. Toen al gaf het gemeentebestuur toe dat, naarmate de tijd duurt, het aantal kruimels dat er voor de stad afvalt steeds geringer wordt. Nog enkele jaren problemen in de kantorenbranche, en de beoogde winst voor de gemeente verdwijnt als sneeuw in de zon.

Eigen schuld, dikke bult, zou men kunnen zeggen – dan had het gemeentebestuur zich maar niet op glad ijs moeten begeven. Iedereen weet dat de kantorenmarkt een gebeuren is met ups en downs. Instappen tijdens een bloeiperiode garandeert dat je na enige jaren in zwaar weer terecht kunt komen. Commerciële bedrijven hebben talloze mogelijkheden om op een tegenvallende markt adequaat te reageren. Je kunt personeel naar huis sturen, je prijzen aanpassen, verliezen fiscaal compenseren en bij een weer oplevende markt de schade herstellen. Die mogelijkheden heeft ons gemeentebestuur dus niet, of in veel geringere mate.

Toen het College van B en W (Bouwen en Wanhopen) met het idee kwam om zich op ontwikkelingspad te begeven, was er slechts één partij die de waarschuwende vinger op stak: de VVD. Niet vreemd, want binnen deze partij verkeren de mensen die gewend zijn om in de bouwsector met risico’s om te gaan. Maar deze partij zat toen in de oppositie, en de collegepartijen, Tom de Man met zijn PvdA en Roel Boer met zijn CDA voorop, hadden dollartekens in hun ogen en rekenden zich al rijk.

Schoenmaker blijf bij je leest, luidt een oud Hollands gezegde. Als een ambtelijke organisatie zich op ondernemerspad begeeft, houdt dan je hart maar vast. Maar ja, zaken doen als je er zelf niet op wordt afgerekend en je daarbij kunt terugvallen op de gemeenschapspot: dat lijkt machtig interessant. En nu mag de gemeenschap opdraaien voor deze vorm van grootheidswaanzin.

Zondag 22 februari 2004

Bewoners in de binnenstad laten hun tanden zien. Zij hebben zich afgelopen week verenigd in een nieuwe belangenorganisatie: Stichting 3BA. De afkorting staat voor: Betere Bewoonbaarheid Binnenstad Amersfoort. In een pittige brief hebben omwonenden van de oude Corsobioscoop afgelopen dagen het College de wacht aangezegd. Zij verzetten zich tegen het vestigen van een disco in het oude bioscooppand. De bewoners vrezen overlast en een forse waardedaling van hun panden. In hun brief verwijten zij het college ook van onzorgvuldigheid bij de informatie over de voortgang van de plannen.

Om met dat laatste te beginnen: in november schreef het college een brief aan de omwonenden van de beoogde dansgelegenheid. In de brief schreef het college: ‘Het voert te ver om in dit kader de gehele procedure te beschrijven, maar u kunt nog op verschillende manieren reageren op het besluit.’ Ik heb de brief die aan de bewoners is geschreven niet bij de hand. In elk geval weet ik dat een overheid elk besluit vergezeld moet laten gaan van alle informatie over de wijze waarop tegen het besluit bezwaar kan worden aangetekend. Nu ging het bij de gewraakte brief misschien niet om een officieel besluit (wanneer toch, des te erger), maar ik vind dat je als overheid altijd duidelijk moet zijn in je informatie. Een opmerking van ‘Het voert te ver….’ op ’n gevoelig punt als een conflict met bewoners over mogelijk overlast veroorzakende initiatieven, getuigt van weinig tact en inlevingsvermogen. Op z’n minst zou je kunnen schrijven: voor de verdere procedure verwijs ik u naar de bijgevoegde informatie. We hebben op het stadhuis genoeg communicatiemedewerkers rondlopen, dus ik neem aan dat over elke beroepsprocedure wel een fraai uitgevoerde brochure bestaat, die je zo aan een brief kunt toevoegen!

Maar de brief bevat veel meer punten waar je als gemeentebestuur, en ook als gemeenteraad, bij stil moet staan. Zo wijst de Stichting 3BA er op dat je het oude bioscoopgebouw niet zomaar via een zogenaamde artikel 19-procedure tot danshuis mag laten ombouwen. Daar is een herziening van het bestemmingsplan voor nodig, aldus de bewoners. Dat zou een streep door de rekening van de gemeente zijn. De stichting dreigt ook met een stroom van schadeclaims in verband met planschade. Als die worden toegewezen, ontstaat er een behoorlijke schadepost voor de gemeente. Of die op de exploitant van de dansgelegenheid kunnen worden verhaald, is nog maar de vraag.

Leefbaar Amersfoort heeft enkele maanden geleden al te kennen gegeven het ombouwen van de oude bioscoop tot een dansgelegenheid een slechte zaak te vinden. Afgelopen jaar heeft de gemeente een besluit genomen om de horeca in de binnenstad – en daar hoort de dansgelegenheid ook toe – te concentreren rondom de Hof en enkele andere punten. Het oude bioscoopgebouw viel in elk geval buiten het concentratiegebied. Buiten het aangewezen gebied zouden zich geen nieuwe horecabedrijven meer mogen vestigen. Dit besluit paste uitstekend bij de doelstelling van de gemeente om de bewoonbaarheid van de binnenstad te verbeteren. In dat kader is de medewerking van het college aan de vestiging van een dansgelegenheid buiten het concentratiegebied moeilijk te verkopen.

Laat de gemeente maar eens opschieten met de bouw van dansgelegenheden op plaatsen waar dat wél kan: in het Eemkwartier en in het bedrijvengebied van Vathorst.

Written by raphaelsmit

23/02/2004 at 15:27

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 21 februari 2004

So What wordt dus toch gesloten. Althans, dat is op te maken uit de antwoorden van B en W op mijn schriftelijke vragen. Het tienercentrum in Zielhorst werd door de SWA betaald met geld uit een rijkssubsidie die is ingetrokken. Daarmee lijkt de zaak voor het gemeentebestuur te zijn afgedaan. Verwezen wordt naar jongerenvoorzieningen in Hoogland en Nieuwland.

De voorzieningen waarnaar verwezen wordt, vormen natuurlijk geen alternatief voor de jeugd in Zielhorst. Het gaat hier om een naschoolse opvang voor een kwetsbare groep jongeren, en die kan je niet naar een andere wijk verwijzen. Daarnaast geldt dat als de SWA een subsidiestroom mist, dit de gemeente nog niet ontslaat van haar zorg voor de jongeren in Zielhorst. In feite heeft de gemeente tot nog toe geprofiteerd van het feit dat het rijk geld spendeerde voor een activiteit die anders de belangstelling van de gemeente had moeten hebben.

Wanneer de gemeente in de loop van dit jaar met de SWA gaat praten over het prestatiecontract voor 2005 en de daarop volgende jaren, zal ook So What aandacht moeten krijgen. Maar daarmee is het centrum in 2004 niet gered. Wil je het openhouden, dan zal een noodvoorziening moeten worden getroffen. Dat wil zeggen: ergens moet geld beschikbaar komen om voor de rest van het jaar een jongerenwerker op part-timebasis te kunnen aanstellen. Binnenkort komt het eerste overzicht van de gemeentelijke meevallers in dit jaar, bijvoorbeeld door onderbesteding of door meevallers bij de inkomsten van de gemeente.

Het college zal met een voorstel moeten komen. Uit de wijkprogrammaboeken blijkt dat de overlast van jongeren en het gebrek aan voorzieningen voor de jeugd in vrijwel alle Amersfoortse wijken tot de top vijf van geconstateerde problemen behoort. Wanneer je de jeugd een warm hart toedraagt en je een hoge prioriteit wil geven aan de leefbaarheid in de buurten, dan ontkom je er niet aan om te investeren in voorzieningen voor jongeren.

Leefbaar Amersfoort heeft een motie bij de griffie gedeponeerd, bestemd voor behandeling in de raad van 2 maart a.s. Dan zal duidelijk worden welke fracties zich serieus zorgen maken over het welzijn van de jeugd in onze stad. Maar misschien is dit initiatief van Leefbaar Amersfoort al bij voorbaat een aanmoediging voor het college om per ommegaande met de SWA in contact te treden en te zoeken naar een oplossing voor het tienercentrum So What.

Vrijdag 20 februari 2004

Kleine berichten kunnen soms heel wat vragen opwerpen. In Amersfoort Nu van afgelopen woensdag stond een berichtje onder de kop ‘Eventuele vergoeding van schade voor Smink’. In dit artikel wordt een woordvoerder namens de provincie opgevoerd. En die doet een aantal opmerkelijke uitspraken.

Volgens de provinciale woordvoerder moet binnen een jaar duidelijkheid komen over een alternatief voor het storten van de bagger bij Vathorst. Als dat alternatief is gevonden, moeten de provincie en de gemeente gezamenlijk kijken welke schade de firma Smink hierdoor oploopt. Deze schadekan ontstaan bijvoorbeeld omdat er door Smink al grond is aangekocht. De provinciale woordvoerder vindt dat de gemeente dan mee moet betalen aan een vergoeding vor de firma Smink.

Eigenlijk is dat een vreemde zaak. Het is de provincie die een baggerstortlocatie wil openen. Zij heeft hiervoor de locatie bij Vathorst aangewezen. De gemeenteraad heeft de afgelopen jaren laten blijken van dit provinciale initiatief niet zo gecharmeerd te zijn. Daarop heeft de provincie haar uiterste machtsmiddel gebruikt en door middel van een aanwijzingsbesluit de gemeenteraad gedwongen om een bestemmingsplan voor de baggerstort vast te stellen. Vervolgens komen de gemeente en de provincie overeen dat, mede dor de maatschappelijke weerstand, het misschien beter is naar een alternatief te zoeken. Ook de rijksoverheid is die mening toegedaan, wat kort na nieuwjaar bleek uit de woorden van ministers Dekker.

Gaat de baggerstort, door Amersfoort niet gewild en door de provincie opgedrongen, niet door dan moet de gemeente wel opdraaien voor eventuele financiële schade bij de firma Smink. Ik zou zeggen: provincie, los je eigen problemen maar op met je eigen geld!

En de provinciale woordvoerder deed nog een andere opmerkelijke uitspraak. Als over een jaar blijkt dat er geen alternatief is voor de baggerstort bij Vathorst, dan moet de stort Europees worden aanbesteed. Smink mag dan meedingen, en kan dus de opdracht mislopen. Moet de gemeente ook dan schade betalen? En waarom wordt pas over een jaar de zaak op Europees niveau getild. Wet is wet, dus zou je daar nu al aandacht aan moeten besteden.

Veel vragen dus. Die heb ik maar eens op papier gezet. En omdat Kees Kranen van de Burgerpartij zich de afgelopen tijd ook met de Europese aanbesteding voor de baggerstort heeft beziggehouden, heb ik hem maar gevraagd om mee te tekenen.

Written by raphaelsmit

21/02/2004 at 14:09

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Donderdag 19 februari 2004

Treinreizigers krijgen over enkele jaren een nieuw blik op Amersfoort. Naast de Koppelpoort komt een muur te staan van ongeveer 15 meter hoogte, 150 meter lang. Het laat zich raden: binnen korte tijd zal de wand tot z’n drie meter hoogte worden gesierd door graffiti. Een schande voor de stad, zullen velen zeggen. Jawel, maar volgens de Rijksgebouwendienst is deze schande intussen al goedgekeurd door de gemeentelijke monumentencommissie. Deze hooggeëerde adviesgroep ergert zich waarschijnlijk aan de dominante positie van de Koppelpoort, dé bezienswaardigheid voor de tienduizenden treinreizigers die dagelijks onze stad passeren. Nee, dan liever graffiti!

Een onwerkelijk sprookje, zullen sommigen zeggen. In elk geval niet voor de tientallen stadgenoten die woensdagavond in de Observant een kijkje kwamen nemen bij de plannen voor het nieuwe pand dat aan het Smallepad is gepland. De Rijksgebouwendienst laat hier het nieuwe kantoor neerzetten voor de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (daarom misschien het misplaatste enthousiasme van de gemeentelijke commissie: ons kent ons) en de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. Een monsterlijk gebouw, langer dan de beide vleugels van het stadhuis tesamen en ook nog enkele metertjes hoger. Ter oriëntatie: de geplande nieuwbouw langs de spoorlijn heeft een nokhoogte die twee keer zo hoog is als het schakelstation van de Remu, dat nu op dominante wijze het beeld op de hoek van het Smallepad en de Amsterdamseweg bepaalt. Dit schakelgebouw valt in het niet bij het pand van de Rijksgebouwendienst.

Tijdens de informatieavond was ook een indrukwekkende maquette te bewonderen. Niet van het hele gebouw, maar ongeveer de helft van de totale lengte. En daar was ook de muur te zien die enkele meters voor de glazen wand van het gebouw wordt neergezet, vijf verdiepingen hoog en over de volle lengte van het gebouw. De noodzaak is simpel: bij spoorwegongelukken mag het nieuwe gebouw niet worden beschadigd. Hoe de gesloten, massieve wand uitgevoerd, in steen of beton, is op de maquette niet te zien. De architect ontbeert natuurlijk het voorbeeld in Berlijn, want daar is de muur intussen afgebroken. Misschien zit er voor het College van B en W een studiereisje naar Jeruzalem in, waar men een soortgelijke muur aan het bouwen is!

Het monsterlijke pand aan het Smallepad zal er wel komen. De gemeente heeft de grond al verkocht en een vorige raad heeft – mogelijk na een avond zwaar tafelen – een bestemmingsplan goedgekeurd dat de ontworpen hoogte toestaat. Hoewel: het bestemmingsplan ging uit van een gelede, gevarieerde bebouwing, van relatief laag bij de Koppelpoort oplopend naar hoog bij de Amsterdamseweg. Wat toch weer iets anders is dan de uniforme berg van glas en steen die als een barrière de binnenstad gaat afsluiten van het gezellige, boeiende en culturele Eemcentrum aan de andere kant van de spoorlijn. Of wat dat ook gaat worden.

Woensdag 18 februari 2004

Het is biechten bij de duivel, maar woensdagmiddag togen de GUS, de SGLA en een delegatie van het gemeentebestuur naar het provinciehuis om nog een keer duidelijk te maken dat de baggerstort bij Vathorst er echt niet moet komen. Het was preken voor dovemansoren, want als er één bestuursorgaan is dat elke relatie met de werkelijkheid heeft verloren, dan is het wel het provinciaal bestuur. Zeker dat in Utrecht.

Tijdens de hoorzitting over het dictatoriaal opgelegde bestemmingsplan kwam nog een nieuw facet aan de orde: het advies van de ppc, de provinciale planologische commissie. Een orgaan waarin de bureaucratie en aan haar verwante belangengroepen zijn vertegenwoordigd en dat als belangrijkste kenmerk heeft dat bezwaren tegen bestemmingsplannen vrijwel steeds op zwak gemotiveerde wijze naar de prullenbak worden verwezen. Het provinciale bestuur heeft nog het beeld hoog te houden dat het door het volk is gekozen, ook al blijft de meerderheid daarvan bij de statenverkiezingen liever thuis. De ppc is door niemand gekozen en kan dus als trouw hulpje van het provinciale bestuur de kafkaiaanse besluitvorming in het provinciehuis van een extra formeel vernisje voorzien.

Zo vindt de pc dat in het bestemmingsplan helemaal niet mag worden vastgelegd dat de 33 hectare baggerstort direct moet aansluiten op het bedrijfsterrein van Smink. Dat zou in strijd zijn met het aanwijzingsbesluit van de provincie. De volle 92 hectare moet worden voorbestemd als baggerstort, zonder enige restrictie. De tijdens de hoorzitting aanwezige Gedeputeerde gaf geen commentaar op het advies van de ppc. Dat hoefde hij ook niet, maar in zijn hart zal hij een dergelijk advies zeker niet verfoeien. De provincie heeft nog steeds geen oplossing voor het grootste deel van de vergiftigde bagger, waarvan op de 33 hectare bij Smink maar een klein deel kan worden gestort. Je ruikt het bijna: als er geen tijdige oplossing komt, zal over enkele jaren blijken dat ook de overige bagger zijn plek krijgt naast de woningen in Vathorst.

De ppc vindt ook dat er in het bestemmingsplan niet mag worden verwezen naar convenanten die de gemeente met de provincie wil sluiten. Logisch: in de convenanten wordt onder meer de intentie uitgesproken om gezamenlijk naar een alternatieve oplossing voor de baggerstort te komen. In de ogen van de leden van de ppc is dat natuurlijk link: stel dat er binnen de provincie iemand ook serieus naar een alternatief gaat zoeken! De gemeente heeft tijdens de hoorzitting in elk geval duidelijk gemaakt dat dit advies van de ppc nergens op slaat.

Het is te hopen dat de inbreng van ons gemeentebestuur ook oor vindt bij de provincie. De gemeente wil zo snel mogelijk de convenanten tekenen. Langer uitstellen daarvan is niet noodzakelijk, omdat volgens het college een mogelijke verplichting tot Europese aanbesteding van de baggerstort niet meer actueel is. Een mening die in elk geval niet door alle raadsleden wordt gedeeld.

Het is sowieso een goede zaak wanneer de intussen aangepaste convenanten nog een keer in de raad worden gesproken. Er staan ook enkele punten in die je als raad helemaal niet zou moeten willen, bijvoorbeeld op het gebied van schadevergoedingen en dergelijke in geval er ook werkelijk een alternatief wordt gevonden. En voor de rest is vrijwel met zekerheid te zeggen dat het komende jaar de Raad van State zich nog eens over het bestemmingsplan voor de baggerstort zal buigen. Van de provincie, die zelf opdracht gaf tot het opstellen van het baggerstort-bestemmingsplan, hebben de insprekers niets te verwachten. Het was een rituele, maar wel noodzakelijke actie, daar in het provinciehuis in Utrecht.

Written by raphaelsmit

20/02/2004 at 08:53

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 17 februari 2004

Deze avond vindt een bijeenkomst plaats van de Amersfoortse Sport Federatie, de ASF. Ongeveer 60 procent van alle inwoners in Amersfoort doet wel iets aan sport, in verenigingsverband of op eigen houtje. Zo’n 95 procent van alle overheidsuitgaven voor de sport is afkomstig uit de gemeentelijke budgetten. Toch neemt de sport in allerlei gemeentelijke publicaties en activiteiten een ondergeschoven rol in. Uit de discussie deze avond blijkt dat dit ten onrechte is. Als de stad zich met sport op de kaart zou moeten zetten, moet er heel wat extra geïnvesteerd worden.

Uit een onderzoek dat de ASF heeft verricht, blijkt dat het met de veldsporten redelijk is gesteld. Redelijk, want de staat van de velden is niet altijd even goed. De waterpartijen bij CJVV en de onveilige staat van onderhoud bij de honkbalvereniging Quick zijn hiervoor negatieve voorbeelden. Maar er zijn ook veel complexen die er prachtig bij liggen, dank zij de verenigingsbesturen en de SRO. Dat geldt dan voor de complexen die door de gemeente worden onderhouden, veel verenigingen hebben eigen complexen waar veel geld in wordt gestoken. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste tennisverenigingen.

De knelpunten doen zich vooral voor bij de zaalsporten, de zwemsport en de zogenaamde routegebonden sporten, zoals de skeelers, de roeiers op de Eem, atletiekverenigingen en dergelijke. Binnen die sector moet nog heel wat worden geïnvesteerd. En dat geldt ook voor de zaalsporten. Het is voor de meeste zaalsportverenigingen moeilijk om een thuisgevoel te krijgen: ze moeten de hal meestal delen met scholen en andere verenigingen en hebben nauwelijks opslag- en andere verenigingsruimte in de hallen. Zwembaden is een verhaal apart: het aantal inwoners is de afgelopen decennia nagenoeg verdubbeld, maar er is geen vierkante meter extra zwemwater bijgekomen.

Bij de groei van de stad is er alle aandacht voor woningen, bedrijfsterreinen, wegen en andere fysieke elementen die deze groei bepalen. Bij onderwijs, welzijn, sport en cultuur vallen regelmatig gaten. Op dat punt lijkt het er vaak op dat het gemeentebestuur wel de lusten van de groei wil genieten, maar met de lasten moeilijk uit de voeten komt. Het onderzoek van de ASF kan in elk geval als een goede aanmoediging voor het gemeentebestuur worden gezien. Met alleen maar de roep: wij willen de breedtesport stimuleren, kom je er niet. Veel sport vraagt om organisatie, competitie, structuur, goede faciliteiten. En dat kost nu eenmaal geld.

Op 2 maart komt het voorstel voor een Fonds Sportaccommodaties Amersfoort in de gemeenteraad aan de orde. Het is het voorstel dat Leefbaar Amersfoort in oktober presenteerde, maar dat door de problemen rondom het college is blijven liggen. Kortweg houdt het voorstel in: een stichting of andere rechtspersoon, die een fonds beheert waarop sportverenigingen een beroep kunnen doen als zij eigen accommodaties moeten laten bouwen of uitbreiden. De laatste jaren hebben enkele verenigingen al een bijdrage gekregen, maar dat gebeurde telkens incidenteel en zonder duidelijke criteria. Het fonds moet waarborgen dat alle verenigingen op gelijke wijze noodzakelijke hulp kunnen krijgen, op basis van bekende criteria. Uiteraard moet zo’n fonds ook over geld beschikken, zodat de gemeente de opgelopen achterstand kan inhalen. Het sportleven heeft recht op hulp en een duidelijke aanspreekpartner daarvoor.

Written by raphaelsmit

18/02/2004 at 17:29

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Maandag 16 februari 2004

Amersfoort gaat een debacle tegemoet: het gaat niet goed met de woningbouw in Amersfoort. Vooral bij de iets duurdere appartementen zit de klad er in. De stagnerende woningbouw was een van de belangrijkste punten tijdens het gesprek over de ontwikkeling van CSG-Noord, deze avond in de openbare commissievergadering. In een beknopte en weinig zeggende notitie over CSG-Noord was de opmerking over de stagnerende woningbouw, en in het bijzonder bij de appartementen, de belangrijkste constatering.

In het gebied tussen Soesterkwartier en Amsterdamseweg moeten nog zo’n 750 woningen worden gebouwd, grotendeels in de vorm van duurdere appartementen. Deze woningen moeten op tijd klaar zijn, want anders dreigt de gemeente zo’n vijf miljoen euro aan rijkssubsidie mis te lopen. De projectontwikkelaars bouwen echter alleen maar wanneer zij zicht hebben op een redelijke afzet van hun woningen. De verkoop van enkele projecten is al stop gezet, onderzocht wordt of plannen moeten worden gewijzigd. Zo op het oog is de oplossing simpel: bouw goedkopere woningen, want daar is nog wel markt voor. Maar goedkopere woningen betekent ook: minder grondopbrengsten voor de gemeente.

Het probleem beperkt zich niet tot CSG-Noord, het gebied bij het Soesterkwartier. De woningbouw op deze plek duurt langer dan gepland. Het probleem dat daarmee opduikt is de woningproductie elders. Vanaf 2006 gaan in Amersfoort talloze andere projecten met middeldure en dure appartementen van start. De Spoorwegzone in Kruiskamp-Koppel, vervangende nieuwbouw op de ziekenhuisterreinen en de vervangende bouw bij het Neptunusplein zijn voorbeelden. In het Gildekwartier is een deel van de in aanbouw zijnde appartementen in beheer genomen door een commerciële verhuurder. Maar deze zal over acht tot tien jaar deze appartementen alsnog in de verkoop brengen.

Ook aan de rand van de stad, bijvoorbeeld in Vathorst, dreigt een overproductie aan appartementen in de koopsector. In Vathorst, in het midden van dit nieuwe stadsdeel, is de zogenaamde Stad aan de Bron geprojecteerd, waar een groot aantal appartementen is gepland. In Vathorst-Laakstad staan enkele appartemententorens in de wachttoon. En in Nieuwland, aan de meest noordelijke punt van deze nieuwe wijk, is een appartemententoren gepland die door tegenvallende vraag voorlopig in de ijskast zijn gezet.

Natuurlijk, de markt kan zich herstellen. Maar of dat een oplossing biedt, is de vraag. Ook aan het einde van de vorige eeuw, toen de woningmarkt in puike conditie verkeerde, lag de vraag naar middeldure en dure appartementen qua aantallen ver achter bij het aanbod zoals dat voor de komende jaren is gepland. Voor alle locaties geldt hetzelfde: een prijsverlaging kan oplossing bieden, maar dat kost de gemeente veel geld. Een andere weg is er: zeer luxe bouwen. In Amsterdam bezocht ik onlangs een appartement van zes ton euro. Maar het appartementgebouw lag op een royaal grondstuk, was superluxe en had woningen met een oppervlakte vanaf 150 vierkante meter. Dergelijke plannen passen niet in de Amersfoortse grondexploitaties.

De oplossing is nog niet gevonden. Daardoor dreigt de stad de komende jaren met een huizenhoog financieel probleem te worden geconfronteerd. Gebrek aan realiteitszin, huizenhoge ambities en slechte contracten met private partijen, alles erfstukken uit voorbije jaren, breken het gemeentebestuur nu op. En de meeste stadgenoten krijgen daarvan de gevolgen te voelen!

Written by raphaelsmit

17/02/2004 at 12:16

Geplaatst in Uncategorized