Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for november 2003

leave a comment »

Zaterdag 29 november 2003

De rechter heeft de sloopvergunning voor enkele karakteristieke gebouwen op het terrein van Rohm en Haas geschorst. Het gaat om de witte gebouwtjes aan de Kleine Koppel, een markant punt in het vroegere industriegebied langs de Eem. De uitspraak van de rechter is een wapenfeit waarop de Stichting Industrieel Erfgoed in de Stad Amersfoort (Siesta), die om de schorsing had gevraagd, trots mag zijn. De actie van Siesta was niet zozeer tegen Rohm en Haas gericht, maar was vooral bedoeld om een adempauze te scheppen en tijd te creëren om de cultuurhistorische waarde van de gebouwtjes vast te stellen.

Amersfoort was een eeuw geleden een stad met twee gezichten: een garnizoenstad en een industriestadje met de werkplaatsen van de spoorwegen en de fabrieken en overslagbedrijven langs de oevers van de Eem als kenmerkende onderdelen. Intussen is het karakter van de stad ingrijpend gewijzigd: in de kazernegebouwen van de Juliana van Stolbergkazerne zijn woningen gebouwd, aan het grote cavaleriecomplex aan beide zijden van het Plantsoen Oost herinneren namen als de Beestenmarkt, Hoefsmiderf en Huzarenstraat aan de vroegere garnizoensbedrijvigheid.

Met het industriële erfgoed zag het er de afgelopen jaren slecht uit. Tientallen bedrijven werden gesloopt, graansilo’s bepalen niet langer het beeld langs de Eem en de spoorwegen hebben sloopplannen voor het uitgebreide complex van de wagenwerkplaatsen. In de plaats van de industriële bedrijvigheid worden zo’n duizend woningen – in hoofdzaak dure appartementen – gebouwd en moet het commerciële en culturele Eemcentrum verrijzen.

De bewoners in het Soesterkwartier hebben het nakijken. Zij zien het karakter van hun stadsdeel veranderen en karakteristieke plekjes onder de slopershamer verloren gaan. Voor een aantal bewoners werd dit toch wel wat te gortig. Zij hebben zich tegen sloopplannen verzet en Siesta opgericht. De ontluikende gemeentelijke belangstelling voor de wagenwerkplaatsen is een van de verdiensten van Siesta, het mogelijke behoud van de karakteristieke gebouwtjes van Rohm en Haas mag Siesta eveneens op haar conto worden schreven. Dat laatste is om zo meer het vermelden waard, omdat de gemeente rond deze plek enkele steken heeft laten vallen.

Een volgende klus voor Siesta dient zich aan: het ‘Erdal’-complex, onderdeel van activiteiten van het concern Sarah Lee, aan de Eemstraat. Het Amerikaanse concern, onder meer eigenaar van Douwe Egberts, wil de activiteiten op deze plek beëindigen. Het rode bakstenen complex verdiend het om als industrieel monument te blijven voortbestaan. Belangrijk hierbij is, of voor het complex een nieuwe, passende bestemming wordt gevonden. Het zoeken hiernaar mag niet te lang duren: Sarah Lee heeft al een aantal activiteiten in het complex beëindigd, een proces dat de komende tijd wordt voortgezet.

Eigenlijk weet ik wel een goede bestemming voor de markante gebouwen langs de Eemstraat. Ze zijn groot genoeg om er de Scholen in de Kunst in onder te brengen, evenals de Popkelder, die in de toekomst een bovengrondse plek is toegedacht. De witte gebouwtjes van Rohm en Haas sluiten op naadloos het complex aan en kunnen eveneens een culturele bestemming krijgen. Aan de zuidkant van het Erdalcomplex, tussen Eemplein en Eemstraat, komt de nieuwe vestiging van het KSA, het kenniscentrum dat Amersfoort samen met de Hogeschool Utrecht ontwikkelt. KSA en de Scholen in de Kunst passen goed bij elkaar.

Het Eemcentrum hoeft daarbij niet aan de geplande functie af te doen. Daar is plaats voor de commerciële culturele en recreatieve activiteiten: de megabioscoop, een grote disco, het geplande fitnesscentrum en enkele andere activiteiten. Gecombineerd met de geplande winkels, kantoren, woningen en studentenhuisvesting kan op deze wijze tussen Eemstraat en spoorbaan een boeiend centrum ontstaan, afwisselend door de combinatie van nieuwbouw en markante herinneringen uit het industriële verleden van Amersfoort.

Vrijdag 28 november 2003

Amersfoort ligt in de verkeerde provincie. Die gedachte kan makkelijk postvatten bij de vele interventies van het provinciale bestuur in het gemeentelijke beleid. Die beperkt zich niet alleen tot de vuilopslag en de baggerstort van de firma Smink, maar ook op andere punten zoals bijvoorbeeld het Bosbad – hoewel op dat laatste punt uiteindelijk een aanvaardbaar compromis is gevonden. Deze week is het weer raak: de statenleden hebben de geplande locatie voor de houtmassacentrale bij Vathorst afgewezen.

De gemeenteraad heeft in augustus, toen het bestemmingsplan voor de houtmassacentrale op de agenda stond, relatief weinig aandacht aan de plaats voor de centrale besteed. Op de agenda stond ook het bestemmingsplan voor de baggerstort, een ‘heftig’ onderwerp dat alle aandacht kreeg en waarop uiteindelijk afgelopen weken het college is gevallen. Het beperkte en in opzet eenvoudige bestemmingsplan voor de houtmassacentrale verdween onder de bagger.

Dat wreekt zich nu. De centrale zou oorspronkelijk op de plaats komen waar – na het aanwijzingsbesluit van de provincie – uiteindelijke de baggerstort een plaats krijgt. Er moest een alternatief worden gevonden: een nieuwe plaats ten oosten of ten westen van de baggerstort. Amersfoort koos voor een plaats tussen de baggerstort en de Zevenhuizerstraat. Het nieuwe complex, dat bijna een hectare grond beslaat, ligt daardoor op enige afstand van de woningen in Vathorst, maar op slechts enkele honderden meters afstand van de tientallen woningen en bedrijven langs de Zevenuizerstraat, op Bunschoter grondgebied. Naast de baggerstort kijken de bewoners op die plek binnenkort dus ook tegen een fors, twintig meter hoog, bedrijfspand aan – de hoogte van de schoorstenen niet meegerekend.

De toch al fors geplaagde bewoners van de Zevenhuizerstraat tekenden protest aan tegen de nieuwe locatie voor de houtmassacentrale, gesteund door het gemeentebestuur van Bunschoten. Overigens: zou de centrale aan de andere kant van de baggerstort zijn gepland, dan hadden de bewoners van Vathorst een bezwaarschrift ingediend. De gemeenteraad heeft zonder veel discussie de plek aan de westkant van de baggerstort goedgekeurd. Het vervolg laat zich raden: de geplaagde bewoners aan de grens van de stad hebben bezwaar ingediend. De bezwaren zijn deze week overgenomen door de Commissie Ruimte en Groen van de Provincie, die daarmee het bestemmingsplan voor de houtmassacentrale naar de prullenbak verwees.

Dit besluit heeft verstrekkende gevolgen. De houtmassacentrale moet niet alleen groene stroom produceren, opgewekte uit afvalhout dat bij de firma Smink binnenkomt, maar ook de verwarming van ongeveer 7000 woningen in Vathorst verzorgen. In een groot deel van Vathorst worden daarom geen gasleidingen gelegd: bewoners moeten elektrisch koken en het warme water voor de verwarming komt uit de houtmassacentrale.

De gevolgen van het provinciale besluit zijn nog niet op alle punten duidelijk. De nieuwe plek moet dicht bij Smink liggen, de leverancier van het afvalhout. Om aan allerlei milieueisen te kunnen voldoen, zal de nieuwe plaats in de buurt van de A1 worden gezocht. Dat heeft gevolgen voor de lengte van de aanvoerleidingen naar de Vathorstwoningen, met name de woningen in het woongebied De Laak. Omdat het college wederom de raad niet direct heeft geïnformeerd over een gevoelige uitspraak binnen het provinciale bestuur, heb ik B en W door middel van schriftelijke vragen verzocht om de gevolgen van de uitspraak van de provinciale commissie op een rij te zetten.

Written by raphaelsmit

29/11/2003 at 15:11

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Donderdag 27 november 2003

‘Het was te merken dat de fractievoorzitters op de hei hebben gezeten. Wat waren de fracties dinsdag vriendelijk tegen elkaar!’ Dat was de verzuchting die ik vandaag hoorde van een van de regelmatige bezoekers op de publieke tribune. Het was een van de reacties op hetgeen de afgelopen dagen binnen de raad heeft plaatsgevonden. Het persbericht dat na het overleg van de fractievoorzitters is uitgebracht, heeft daaraan extra voeding gegeven.

Na een vrijdag en zaterdag vergaderen heb ik afgelopen dagen het besprokene nog eens aan me laten voorbijgaan. Het persbericht was eigenlijk een goede weergave van de twee dagen op de Zeister hei. Er werd veel gesproken, maar nauwelijks iets afgesproken. De sfeer was goed, maar dat is nog geen garantie voor de toekomst. De fracties moeten deze week een oordeel geven over zaken die tijdens het overleg naar voren zijn gekomen. Maar waarover moeten zij eigenlijk spreken?

Vooral voor de oppositiepartijen was de zin van het weekend op de hei van relatieve betekenis. De verhoudingen tussen deze partijen zijn goed, zonder overdreven te zijn. De werkelijke problemen lagen bij de onderlinge verhoudingen tussen de coalitiepartijen en bij de kwaliteit van het college. Op beide punten werd slecht gescoord, daar lagen de feitelijke oorzaken van de bestuurscrisis.

Interessant is de mening van ambtenaren over de val van het college. Die constateren dat de baggerstort een glibberig dossier is. Tijdens de vorige raadsperiode heeft een raadsmeerderheid zich vastgelegd op afspraken over het baggerdepot. In de campagnetijd voor de verkiezingen hebben al die partijen om het hardst geroepen dat de baggerstort er niet mag komen. Om afgelopen zomermaanden alle verkiezingsbeloften voor gezien te houden en te buigen voor de realiteit: de door een bouwbezeten college bij de raadsleden door de strot gedrukte overeenkomst waar deze raadsleden zich aan hebben gebonden.

Er is, zo de ambtelijke opvattingen binnen het stadhuis, een experiment uitgevoerd met een raadsprogramma dat werd gesteund door wisselende meerderheden. Fantastisch dat je wenst te vernieuwen, maar het experiment is mislukt. Het college is gestruikeld over de slechte informatievoorziening. Dat vereist meer politieke gevoeligheid bij het ambtelijke apparaat en levert een nieuwe stelregel: beter te veel dan te weinig informatie naar de gemeenteraad. Dat had het gevallen college zelf tijdig moeten onderkennen.

Het weekend op de hei is voorbij. Een vervolggesprek levert misschien echte resultaten op. Maar dat vervolggesprek vindt pas half december plaats. Een aantal fractievoorzitters meende drie weken nodig te hebben om de fracties te consulteren. Een opkomend gevoel zegt mij: er is veel te veel tijd genomen, zeker als je de tijd afzet tegen het resultaat. Drie weken radiostilte levert allerlei nieuwe problemen op, iets meer tempo was mogelijk en nodig geweest. Wie de teugels drie weken in de schoot legt, verliest aan sturend vermogen.

Woensdag 26 november 2003

Het ziet er naar uit dat vier collegepartijen – VVD, CDA, PvdA en Groen Links – zich er voor inzetten om de oude coalitie weer te herstellen. Dat heeft in elk geval één voordeel: de collegevorming kan relatief snel plaatsvinden. Uiteraard zullen in de periode rondom de Kerst nog enkele gesprekken met andere partijen plaatsvinden. Er moet immers worden voorkomen dat over twee jaar wordt gezegd: de oude politiek heeft er alles aan gedaan om zijn machtspositie te handhaven en nieuwe ontwikkelingen een kans te geven. Maar dat zijn dan enige operaties aan de flank die weinig af zullen doen aan de hoofdroute.

Blijft natuurlijk de vraag: wie worden dan de wethouders. Voor de PvdA staat dat al vast: Jan de Wilde. Hij heeft zijn koningsoffer gebracht en onder het motto: ‘hij er uit, anders ga ik!’, Fethi Killi buiten de fractie gewerkt. Daarmee heeft Jan de Wilde voldaan aan een wens van de VVD, die niets op heeft met dissidente gedachten. Het wachten is nog op de ‘koningsoffers’ van het CDA en de VVD zelf. Die laten zich gemakkelijk raden, we zullen zien wat de komende weken gaat plaatsvinden. Als elk van de drie grote partijen zijn plicht heeft gedaan, kan de lijmpoging tussen deze partijen beter worden verkocht aan de buitenwacht.

De gang van zaken rond het vertrek van Fethi Killi maakt duidelijk dat er binnen de PvdA sinds het potentaat van Fons Asselbergs en het regentenechtpaar Tom de Man en Annie Brouwer weinig is veranderd. Jan de Wilde zet de historische lijn door en accentueert wederom dat de PvdA-fractie vooral de taak heeft om de macht van het college te cementeren. Verdienstelijke fractieleden met een eigen visie worden met veel machtsvertoon ‘Kaltgestellt’ en zonodig buiten de fractie gezet, zoals Fethi Killi nu is overkomen.

Net als in 2002 laat Jan de Wilde blijken dat hij alle touwtjes in handen wenst te houden. Na de verkiezingen sprak hij zijn veto uit over een mogelijk wethouderschap van Groenlinkser Ronald Vis. Die kon, na jarenlange voorbereiding op een plaats binnen het dagelijkse bestuur, zijn biezen pakken. Ronald had te veel inhoud en was door Jan de Wilde niet zo gemakkelijk aan te sturen, dus was voor deze Groen Linksvoorman geen plaats naast de grote stuurman.

De VVD was in 2002 zo vriendelijk om met twee relatief zwakke wethouders op de proppen te komen. Daarvan mochten er wel tien in het college, de dubbele post voor de vrijwel even grote VVD-fractie kon de PvdA-leider niet deren, inhoudelijk had hij niet veel te vrezen. Dat kon ook worden gezegd van enkele andere wethouders. Alleen Gerda Eerdmans ontglipte de regie – ik ben nieuwsgierig of zij binnen een gelijmd college weer een plaats krijgt toebedeeld.

Written by raphaelsmit

27/11/2003 at 14:09

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 25 november 2003

De wethouders hebben meegedeeld dat zij niet meer bij de commissievergaderingen aanwezig zullen zijn. Zij maken een uitzondering voor de gevallen waarbij de gehele raadscommissie hierom verzoekt. Dus waren er gisterenavond in de commissie Beheer wethouder Brink niet aanwezig. Dat daardoor de commissie ruim een uur eerder was afgelopen dan werd verwacht, lijkt positief, maar is het niet.

In de commissies bespreken de raadsleden allerlei nota’s, voorstellen en rapporten die door het college worden aangeboden. Dat kan gebeuren op verzoek van de commissie zelf of op verzoek van het college. De behandeling van onderwerpen kan verschillende resultaten opleveren: de zaak kan verder worden afgedaan door het college, een voorstel wordt doorverwezen naar de raad voor formele besluitvorming of de commissieleden formuleren een opdracht aan het college, geheel overeenkomstig de duale spelregels. Voor de meeste agendapunten worden één of meer wethouders uitgenodigd, waardoor toelichting kan worden gegeven of de wethouders aan hun informatieplicht kunnen voldoen. De voorzitter van de commissie bepaalt in het algemeen of een wethouder moet worden uitgenodigd.

Op zo’n uitnodiging willen de wethouders dus niet meer ingaan. Als dat het antwoord is op de vertrouwensbreuk tussen raad en college, dan is dat een verkeerde reactie. De wethouders hebben zich bereid verklaard demissionair de lopende zaken af te wikkelen; ze hebben zelfs het verzoek van de raad gehonoreerd om hun formele aftreden nog tot half december uit te stellen. Ze zijn dus gewoon in ambt, ik ga er zelfs van uit dat ze ook hun financiële vergoedingen gewoon krijgen doorbetaald.

De opstelling van de wethouders is mondeling meegedeeld, een schriftelijk standpunt hebben ze nog niet afgegeven, wat in feite al als nalatigheid mag worden gezien. Als het is zoals is meegedeeld, dan houdt dat in dat de commissie eerst in plenaire samenstelling moet bepalen of een wethouder voor een agendapunt moet worden uitgenodigd. Deze verschijnt dan een maand later, tenzij er een extra commissievergadering wordt ingelast. De heren Brink heeft gisteren laten blijken wat dat in de praktijk betekent: de wethouders zijn er niet en zitten thuis achter de buis.

Eigenlijk kan je zeggen dat alleen wethouder Geluk op 3 november consequent is geweest: ze had het vertrouwen bij een deel van de raad verloren, beëindigde daarom haar activiteiten en nam per direct ontslag. Indien de overige vijf wethouders niet – behoudens een effectloze procedure – voor de commissies wensen te verschijnen, staat hen eigenlijk maar één weg open: de gang naar het arbeidsbureau en wachten op hun wachtgeld (dat door de korte zittingsduur van drie van hen gelukkig beperkt kan blijven).

Een gevolg van de afwezigheid van collegeleden was in elk geval dat niet kon worden ingegaan op een toezegging van wethouder Jonkman, tijdens de vorige commissievergadering gedaan. Het gaat daarbij over de bereikbaarheid van de twee betoncentrales in De Isselt. Door wegwerkzaamheden in dit gebied (en die duren traditioneel in onze stad langer dan je je kunt voorstellen), dreigen de centrales enige tijd onbereikbaar te zijn. Dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor de bouwactiviteiten in onze stad. Wethouder Jonkman beloofde vorige maand – daarnaar door mij gevraagd – er alles aan te zullen doen dat de levering van beton in onze stad niet onaanvaardbaar wordt gehinderd. In de Amersfoortse Courant van 5 november werd echter een woordvoerster namens de gemeente geciteerd die de onbereikbaarheid van de betoncentrales als onontkoombaar zag. Als oplossing noemde zij een tijdelijke sluiting van de bedrijven. Omdat de wethouders er niet waren, heb ik vandaag maar via schriftelijke vragen verzocht om aan te geven wat een belofte van een wethouder nog waard is.

Maandag 24 november 2003

Het botert niet zo goed tussen de wijkbeheerteams en het gemeentelijke apparaat. Leden van de wijkbeheerteams voelen zich niet serieus genomen, er kan zelfs geen bedankje van gemeentezijde af en er worden besluiten genomen over hun wijk waarover ze zelf niet vooraf zijn geïnformeerd, laat staan gehoord. Wijkmanagers, die de relatie tussen de bewoners en het ambtelijke apparaat moeten bewaken, worden regelmatig overgeplaatst, nog voordat zij zich goed en wel hebben kunnen inwerken. Kortom: alles duidt er op dat op het stadhuis de wijkbeheerteams nauwelijks serieus worden genomen.

En het gaat nog een stapje verder. De gemeente organiseert nieuwe overlegstructuren op buurtniveau buiten de wijkbeheerteams om. Die moeten dat uit de krant of op andere indirecte wijze ervaren. In plaats van het verbeteren van de positie van de wijkbeheerteams, wordt hun positie uitgekleed. Wat in het verleden de VVD-wethouders Burgman en Berends hebben opgebouwd, is door PvdA-wethouder De Wilde en CU-wethouder Jonkman weer afgebroken. Misschien is ‘afgebroken’ niet het goede woord, maar in elk geval hebben De Wilde en Jonkman onvoldoende weerstand geboden tegen de centralistische cultuur binnen het stadhuis, waarbinnen wijkbeheerteams moeilijk passen.

De frustraties binnen de wijkbeheerteams traden deze avond duidelijk naar voren tijdens een één uur durende ontmoeting tussen de raadsleden van de commissie Beheer en tientallen vertegenwoordigers uit de wijken. Talloze voorbeelden werden genoemd waaruit bleek dat een goed initiatief langzaam aan de nek wordt omgedraaid. De voorzitter van het team uit Liendert-Rustenburg was heel duidelijk: wanneer de gemeente doorgaat met haar plannen om de wijkbeheerteams buiten spel te zetten, houdt hij het voor gezien. Het gaat daarbij om een van de oudste teams in de stad, door verschillende wethouders graag als voorbeeld genoemd van het prachtige systeem waarmee Amersfoort haar burgers bij het bestuur betrekt, in een wijk waar goede contacten tussen het stadhuis en actieve bewoners meer dan nodig zijn.

De leden van de wijkbeheerteams reageerden positief op een voorstel vanuit de commissie om via een aantal werkafspraken de positie van de teams te versterken. Voorgesteld werd dat bij de behandeling van zaken die betrekking hebben op één of enkele wijken, het college ook een advies van de wijkbeheerteams over het voorstel aan de commissie presenteert. De raadsleden weten daardoor hoe de wijk over voorstellen betreffende de eigen omgeving denkt, de wijkbeheerteams hebben hierdoor de garantie dat zij tijdig bij gemeentelijke voornemens worden betrokken.

Een aantal voorzitters van wijkbeheerteams gaat dit idee verder uitwerken en betrekt daarbij een aantal raadsleden. Die kunnen dit vervolgens als gezamenlijk initiatief aan de gemeenteraad voorleggen, waarna nieuwe regels die de positie van de wijkbeheerteams kunnen verstevigen, formeel kunnen worden vastgelegd. Het is daarna de gemeenteraad die er op moet toezien dat wethouders en ambtenaren zich ook aan deze regels houden. Je mag aannemen dat de wijkbeheerteams wel aan de bel trekken als het centrale stadhuisapparaat zich verzet tegen deze eerste, nog bescheiden stap naar meer decentralisatie in onze stad.

Zondag 23 november 2003

Bij alle discussie over de ontstane bestuurscrisis in onze stad mag natuurlijk de werkelijke oorzaak van de crisis niet uit het oog worden verloren. Natuurlijk hebben zaken zoals de vele nieuwe fracties en het grote aantal nieuwe raadsleden – ook binnen de coalitiepartijen -, naast het nieuwe systeem van dualisering, een andere sfeer in de raadszaal opgeleverd. En natuurlijk is het een goede zaak om aandacht te besteden aan onderlinge verhoudingen en het tonen van respect voor elkaar.

Maar dat doet niets af van het feit dat de eigenlijke oorzaak van de bestuurscrisis ligt in de zwakte van het ingestorte college. Een college, bestaande uit overtuigende persoonlijkheden en van goede kwaliteit, had de veranderingen binnen de raad wel doorstaan.

Het persbericht over de eerste gesprekken ‘op de hei’ benadrukt sterkt de vernieuwingen binnen de raad en de gevolgen die dit – mede – heeft gehad op het zwakke college. Dat is logisch, want in dit stadium, waarbij een eerste aanloop is genomen bij het analyseren van de oorzaken van de crisis, is nog niet veel meer op te merken. Ongetwijfeld zullen er opmerkingen komen over de vaagheid van het persbericht dat de voorzitters gezamenlijk hebben laten opstellen, maar veel meer was er niet te berichten. Er zijn nog geen concrete besluiten genomen, er moet eerst op fractieniveau worden gesproken over enkele gedachten die de afgelopen dagen naar voren zijn gekomen.

De raad zou zich zelf tekort doen, wanneer alle schuld van de crisis naar de gemeenteraadsleden wordt geschoven. Natuurlijk hebben de partijen die de coalitie tot stand hebben gebracht, hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarvoor is de huidige afkoelingsperiode een goede gelegenheid. En natuurlijk spelen de gebeurtenissen in de weken na de raadsverkiezingen van 2002 een belangrijke rol. Het zijn echter leden van het college van B en W die door hun optreden de basis hebben gelegd voor de bestuurscrisis. Misschien kan je zelfs opmerken: een raad die in hoofdzaak zou bestaan uit ervaren politici had het college al veel eerder naar huis gestuurd!

Written by raphaelsmit

25/11/2003 at 17:13

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 22 november 2003

Twee dagen Dordrecht en meteen door naar ‘de hei’. Ondanks drie dagen onderweg te zijn, twee nachten in een ‘vreemd’ hotelbed te slapen en continue gesprekken te voeren over van alles en nog wat dat met het raadswerk heeft te maken, hebben er productieve gesprekken plaatsgevonden over de bestuurlijke situatie die is ontstaan na de aankondiging over het aftreden van het college. Opmerkelijk was de goede sfeer, waardoor een stap voorwaarts kon worden gezet in de richting van normale verhoudingen.

Over een mogelijke nieuwe coalitie of over beleidsinhoudelijke thema’s hebben de fractievoorzitters vandaag niet gesproken, dat gebeurt pas later. Eerst gaan we de komende dagen met de fracties praten, om daarna weer bij elkaar te komen voor een vervolg van het gesprek van deze dagen. In elk geval wordt gepoogd om het tempo er in te houden, het streven is er op gericht om vóór half januari een nieuw college te vormen.

Bij het gesprek kon gebruik worden gemaakt van een analyse, die de burgemeester aan de hand van de gesprekken met de fractievoorzitters heeft opgesteld. Daarbij is naar voren gekomen dat de ontstane situatie mede is ontstaan door het grote aantal fracties, de vele nieuwe partijen en nieuwe raadsleden en het wennen aan het dualisme. Dat goede omgangsvormen noodzakelijk zijn om een zinvolle discussie in de raad te voeren, was één van de constateringen, naast de vaststelling dat iedereen, coalitie en oppositie, verantwoordelijkheid is voor het goed functioneren van het openbare bestuur. Werken op basis van een raadsprogramma – een werkwijze waarin Amersfoort voorop loopt ten opzichte van de meeste gemeenteraden in ons land -, wordt nog steeds als zinvol ervaren.

Dat er buiten deze gesprekken al allerlei geruchten de ronde doen, is onontkoombaar. Zo begint er al een rij van mogelijke wethouderkandidaten te ontstaan: Roel Boer, Paul Strengers, Maurice Koopman, Joop Zorn, Ronald Vis – de rij zal de komende weken nog wel langer worden. In de Amersfoortse Courant stond vandaag zelfs een ingezonden brief waarin werd gesuggereerd om vijf nieuwe wethouders van buiten de raad te zoeken.

Zo’n ‘zakenkabinet’ van vijf buitenstaanders klinkt aanlokkelijk. Bij het zoeken hoeft geen rekening te worden gehouden met persoonlijke wensen die mogelijk binnen de fracties leven, er kan uitsluitend worden gezocht op basis van kwaliteit. Dat zou de stad alleen maar ten goede kunnen komen. Maar er schuilt – voor wie er wat verder over doordenkt – toch wel een addertje onder het gras. Vijf wethouders van buiten de raad betekent tevens: vijf mensen die weinig emotionele binding hebben met wat er binnen de raadszaal plaatsvindt. In feite zet je bij zo’n keuze vijf superambtenaren in en loop je de kans dat de macht van de bureaucratie ten opzichte van het openbaar bestuur wordt versterkt. Dat is ongeveer het laatste wat Leefbaar Amersfoort ooit voor ogen heeft gestaan, zodat alleen al vanuit dat standpunt het voorstel het predikaat ‘ondoordacht’ verdient. Natuurlijk: als raad houdt je het recht op benoemen en ontslaan, maar met name dat laatste kan na het benoemen van vijf buitenstaanders wel eens extra moeilijk worden.

We moeten eerst nog maar eens een paar weken praten over de feitelijke situatie die is ontstaan, oorzaken analyseren en processen vastleggen. Voor Leefbaar Amersfoort, als oppositiepartij, is deelname aan zo’n gesprek niet zonder betekenis. Ook als oppositie heb je er belang bij dat er zo spoedig mogelijk weer een functionerend college aanwezig is. Ik zou, bijna met ironie, willen opmerken: ik heb liever dat de media schrijven over de discussie tussen coalitie en oppositie dan over de onderlinge discussies tussen coalitiepartijen. Dat heeft te maken met de verantwoording die ook Leefbaar Amersfoort voelt voor een goed functionerend openbaar bestuur.

Vrijdag 21 november 2003

Donderdag en vrijdag verbleef bijna de gehele raad in Dordrecht. De gemeenteraden van Groningen, Almere, Dordrecht en Amersfoort wisselen ervaringen uit over het werken met het dualisme. In elk van de vier grote steden wordt daaraan een andere invulling gegeven, passend bij de bestuurscultuur in de steden. Een keer per jaar is er een ontmoeting tussen de vier raden, vorig jaar in Amersfoort, dit jaar in Dordrecht.

Voordat het programma voor de vier raden begon, legden de Amersfoortse raadsleden een werkbezoek af in een van de ontwikkelingsgebieden aan de rand van het Dortse centrum: het project Stadswerven. Het is een oud bedrijvengebied aan de oostzijde van het centrum, waar woningen en culturele bestemmingen moeten komen. De gedachte hierachter komt in bepaalde mate overeen met onze plannen voor het Eemkwartier.

Wat mij boeide was de wijze waarop Dordrecht met zijn industriële erfgoed omgaat. Geen kaalslag, maar hergebruik. Dat werd al direct merkbaar bij de ontvangst in het Energiehuis, waar een toelichting op het project werd gegeven. Het Energiehuis is een oude elektriciteitscentrale, die is omgebouwd tot een centrum voor allerlei culturele initiatieven. In feite vervult het Dortse Energiehuis de functie die velen in Amersfoort graag aan de oude werkplaatsen van de spoorwegen, bij het Soesterkwartier, willen geven. Ook een mooie oude watertoren, een pomphuis uit de jaren dertig van de vorige eeuw en andere industriële gebouwen krijgen een nieuwe bestemming, waardoor het culturele aanbod in Drechtstad wordt versterkt.

Bij e confrontatie met deze initiatieven dacht ik aan de situatie die is ontstaan rondom de sloop van de karakteristieke gebouwen van Rohm en Haas. De gemeente moet daarvoor een sloopvergunning verstrekken, omdat men in 2000 bij het vaststellen van het bestemmingsplan CSG-Noord is vergeten aan te geven dat het karakteristieke witte gebouw met zijn hoge ramen waard is om behouden te blijven. Vergeten, hoewel dit een jaar eerder in het coördinatieplan voor dit gebied wel als intentie was aangegeven. Het is bijna macaber: de wethouder die in 2000 voor de ruimtelijke ordening in onze stad verantwoordelijk was, moest nu als wethouder voor het stedelijk beheer de raadsleden meedelen dat door de nalatigheid bij het opstellen van het bestemmingsplan hij het afgeven van de sloopvergunning voor het fraaie stukje industrieel erfgoed niet kon voorkomen.

Deze slordigheid kreeg nog een gevolg. De SP-voorzitter Wim van Gammeren moest de wethouder er op wijzen dat de aanvraag voor de sloopvergunning niet in de gemeentelijke mededelingen op de pagina’s van de Stad Amersfoort was opgenomen. Zonder deze aankondiging is het moeilijk voor belangstellenden om een bezwaarschrift tegen de sloopvergunning in te dienen. In zijn antwoord aan Wim van Gammeren schreef de wethouder dat hem dat intussen ook bekend was. Daarom had hij de stichting Siesta, die zich heeft ingezet voor behoud van het gebouw, over de verpaste aankondiging geïnformeerd, zodat Siesta in elk geval een bezwaarschrift kan indienen, ondanks het uitblijven van een publicatie. Wat de wethouder in zijn antwoord over het hoofd lijkt te hebben gezien: het is een positief gebaar dat hij Siesta heeft geïnformeerd, maar hoe staat het met andere belangstellenden die misschien eveneens bezwaar tegen de sloopvergunning zouden willen indienen?

Written by raphaelsmit

23/11/2003 at 19:49

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Donderdag 20 november 2003

De publieke tribune achter de raadsleden blijft open. In een verklaring heeft de burgemeester een aantal argumenten opgesomd waarom zij vorige week tot sluiting van de tribune besloot. Vanuit de optiek van de voorzitter van de raad, heeft de burgemeester bij haar besluit argumenten gehanteerd waarvoor begrip is op te brengen. Desondanks vind ik het initiatief om de tribune weer open te stellen vele keren beter dan het sluiten daarvan.

Mijn begrip voor haar besluit tot sluiting heeft een hele simpele achtergrond: je zult het maar voor je kiezen krijgen, twee moties van wantrouwen tegen je collegegenoten, waarvan tenminste één op een onverwacht moment. De emoties van de afgetreden collegeleden zijn ongetwijfeld door hun voorzitter gedeeld. En als je dan, vanaf je stoel tegenover de publieke tribune, meent dat de zaken uit de hand dreigen te lopen, kan een besluit wel eens heel snel vallen.

De pech voor de burgemeester was dat er drie vergaderingen kort na elkaar plaatsvonden. De tweede was opmerkelijk, het was de avond waarop het college aftrad. Wanneer niet tijdens de direct volgende dag weer een vergadering had plaatsgevonden, had de voorzitter ongetwijfeld overleg gevoerd met het presidium of de fractievoorzitters. Ik vermoed dat dan het besluit tot sluiting niet was genomen. Dat de burgemeester, na de discussie in de commissie Bestuur, alsnog op haar besluit is teruggekomen, getuigt in elk geval van bestuurlijke moed. Tijdens de commissievergadering merkte één van de raadsleden op: het kan zijn dat de voorzitter het recht aan haar kant heeft, maar we hopen dat zij wijs met de bezwaren tegen haar besluit om gaat. Dat heeft zij naar mijn mening gedaan.

En als er toch sprake is van correcties, heb ik er nog een.

Op 7 november ging ik in dit dagboek in op de bezuinigingen die via SRO de sportverenigingen treffen. Een aantal sportverenigingen krijgt door de bezuinigingsvoorstellen te maken met een tariefsverhoging van vijf procent, en dat alleen door de huisvestingskosten. Daarnaast worden de verenigingen ook nog geconfronteerd met verhogingen van allerlei andere kosten, zoals energie, de bonden, wettelijke maatregelen en noem maar op. In december praat de raad hier weer over.

Ik verwees bij mijn kanttekeningen op de gehanteerde gemiddelde contributies. De verenigingen die met de SRO-tariefaanpassingen krijgen te maken zouden in het algemeen onder de gemiddelde contributie zitten, waardoor de feitelijke verhoging nog groter is. Attente ambtenaren overhandigde mij het contributieoverzicht waarop hun berekening was gebaseerd. Het overzicht was al gesplitst in ‘SRO-verenigingen’ en andere verenigingen. Het gehanteerde gemiddelde was daardoor juist, ik zat er dus naast. Dat doet overigens niets af van mijn bezwaren. Het overzicht riep bij mij weer andere vragen op (volledigheid en berekeningswijze), maar ik vind het kinderachtig dat in te brengen: cijfermatig hadden de ambtelijke medewerkers gelijk, en ik dus niet!

Woensdag 19 november 2003

Deze dag organiseerde Radio M een debat tussen zes fractievoorzitters van VVD, CDA, PvdA, LA, SP en D66. Een uur lang werden de oorzaken van de collegecrisis tegen het licht gehouden, werd er gesproken over de baggerstort en gespeculeerd over de collegevorming. Vooral dat laatste onderwerp leverde niet veel duidelijkheid op. De fractievoorzitters gaan vrijdag en zaterdag eerst twee dagen de hei op. Daar gaan ze proberen de oorzaken van de collegeproblemen op een rij te zetten. Van fouten kun je leren en als je een overzicht hebt van faalpunten, kan je afspraken maken over het voorkomen daarvan in de toekomst. Pas daarna begint het overleg over het nieuwe college, dus hielden de zes fractievoorzitters hun kaarten voor de borst.

Een van de fractievoorzitters kwam – wederom – met het verwijt dat Leefbaar Amersfoort anderhalf jaar geleden de mogelijkheid had om verantwoording te nemen binnen het college, maar die mogelijkheid heeft laten lopen. Impliciet wordt daarmee gezegd: jullie hebben wel kritiek op het – vorige week gevallen – college, maar eigenlijk heb je geen recht van spreken want je hebt zelf kansen voorbij laten gaan.

En steeds weer betoog ik dat dit een onjuiste schildering is van de werkelijkheid. Natuurlijk, Leefbaar Amersfoort heeft – evenals de SP – tot in een laat stadium deelgenomen aan het overleg over het programma en ook de eerste zitting over de invulling van het college meegemaakt. En net als de SP zijn we daarbij afgehaakt, op programmatische gronden maar ook omdat bij de meeste andere coalitiepartijen de animo om nieuwe partijen op te nemen niet aanwezig was.

Wanneer verwijten van dit kaliber worden geuit, juist in deze tijd, begint er bij mij iets te knagen. Moet ik dat opvatten als een signaal, bedoelt men dat het de komende maanden wel weer net zo zal gaan – of juist niet? Voor Leefbaar Amersfoort is er in anderhalf jaar niet veel veranderd: we hebben een programma waarmee we de verkiezingen zijn ingegaan en in één keer de grootste nieuwe partij zijn geworden. Niemand kan van ons verwachten dat wij ons programma opzij zetten om bij de ‘oude’ partijen aan te sluiten en het oude beleid te helpen voortzetten. Het was juist het oude beleid waar we de nodige commentaar op hadden.

Natuurlijk is er intussen het een en ander gewijzigd. Ongetwijfeld zal het raadsprogramma moeten worden geactualiseerd, daaraan willen we graag meewerken. Maar als daarbij weer het instandhouden van de oude raadscultuur de discussie bepaalt, zullen we snel afhaken. Ik verwacht overigens niet dat de ‘oude’ partijen met dezelfde krampachtigheid op continuïteit gaan hameren en zich afschermen tegen nieuwe ideeën. Daarvoor is het afgelopen jaar te veel gebeurd, programmatisch en in de onderlinge verhoudingen tussen de collegepartijen.

Maar of er bij de ‘oude’ partijen echt bereidheid bestaat om de veranderde omstandigheden, economisch en politiek, te vertalen in een zinvol aangepast raadsprogramma, zal nog moeten blijken. Bij een herhaling van zetten kan men ons over twee jaren nooit verwijten dat we consequent zijn gebleven.

Dinsdag 18 november 2003

De nieuwe PvdAktie is verschenen, het afdelingsorgaan van de PvdA in Amersfoort. Veel aandacht aan de actuele ontwikkelingen rondom de val van het college, inclusief enkele opmerkingen die bij de buitenwacht nog niet zo bekend waren. Maar net zo interessant is een bijdrage van wethouder Jan de Wilde over de groen-blauwe structuur.

‘Er is een plan ontstaan vol ambities,’ schrijft hij. Een correcte constatering, want de wethouder vervolgt: ‘We willen ook grond gaan kopen en dat groen gaan inrichten. Daarvoor is veel geld nodig. Zo’n 100 miljoen!’ De uitroepteken is van de wethouder, die dus ook wel begrijpt dat 100 miljoen in deze tijd van bezuinigingen niet niks is.

Die honderd miljoen hebben we natuurlijk niet. Er kunnen wel wat subsidies bij elkaar worden geharkt en er zit nog wel wat in het gemeentelijke potje, maar ‘een belangrijk deel daarvan (zul je) ook in of nabij deze groene gebieden moeten verdienen door rood (bebouwen).’ Het is duidelijk: wethouder De Wilde blijft er bij om Vathorst-West te bebouwen met enkele duizenden woningen om met de opbrengsten daarvan het groene gebied in Vathorst-Noord groen te maken – anders groen. Aan de realiteit van deze operatie, die zo’n 65 miljoen euro gaat kosten, twijfelen velen, hopelijk een meerderheid in de raad.

Maar de wethouder gaat nog verder. Hij grijpt ook terug op het begrip ‘nieuwe landgoederen’. Daarvan zijn er enkele ingetekend in de kaart voor de groen-blauwestructuur anno 2015, in Vathorst-Noord. Als referentie wordt Haverlij in Den Bosch opgevoerd. Enkele maanden geleden kondigde ik al tegenover enkele raadscollega’s aan: pas op, straks wordt Haverlij als voorbeeld gebruikt, en dat moeten we in elk geval zien te voorkomen. Bouwen op die schaal verandert het gebied in Vathorst-Noord totaal.

Het project Haverlij, ten noorden van Den Bosch, is een mooi en origineel project. Als een soort kastelen ligt een achttal wooncomplexen midden in de polder, elk met circa 200 woningen in de duurdere sector, omgeven door een ‘slotgracht’. Het zijn geen complexen die je gemakkelijk over het hoofd ziet. Indien je dergelijke projecten in Vathorst-Noord bouwt, ben je feitelijk bezig om dit gebied tot bouwlocatie te verheffen. Wel met veel groen, maar in feite stedelijk.

Ik geloof dat ik binnenkort maar eens met wat collega’s naar Den Bosch rijd, ter aanvulling op de aanwezige documentatie.

Written by raphaelsmit

20/11/2003 at 10:59

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Maandag 17 november 2003

Als de publieke tribune de thermometer voor de democratie zou zijn, dan zou je kunnen zeggen: de plaatselijke democratie is er gezond aan toe. Elke maand zit de publieke tribune vol, vaak overvol. Soms moet een deel van de toehoorders genoegen nemen met een plaatsje in de vide. Maar alles is relatief: als er 130 mensen aanwezig zijn, is dat één promille van de Amersfoortse bevolking. Maar toch, er is een grotere belangstelling dan ooit.

Er is een aantal oorzaken aan te wijzen voor de grotere belangstelling. Allereerst: er wordt meer debat gevoerd dan in het verleden. Er is een actieve oppositie die bereid is om signalen van buiten het stadhuis te vertalen, het dualisme knaagt aan vastgeroeste verhoudingen en – wat niet zonder belang is – er is een groot aantal nieuwe raadsleden die zich niet zonder meer laat inbedden in de bestaande adat binnen het stadhuis. Regelmatig blijkt dat de opvattingen binnen het college niet zonder meer met de mening van de meerderheid van de raad overeen komen. En omdat het college dat niet steeds heeft begrepen, levert het verschil in opvattingen nog wel eens discussie op.

Er is een vaste kern van toehoorders in de raadszaal: mensen die blijvende belangstelling hebben voor het openbare bestuur en voor het wel en wee in hun stad. Maar daarnaast zijn er veel toehoorders op de publieke tribune die de raad bezoeken omdat ze opkomen voor één belang. Het ligt voor de hand dat deze toehoorders tijdens het raadsdebat hun goed- of afkeuring laten blijken. Een enkele keer gaat dat met gejuich of boegeroep gepaard. Iedereen die in het verleden heeft gepleit voor een levendiger debat in de raad, zal met deze gevolgen van het debat genoegen moeten nemen: je kunt bij het zwemmen niet droog blijven.

Toch werd het enkele raadsleden – nee, niet binnen de fractie van Leefbaar Amersfoort! – te veel. Concentratieverlies, gêne over het eigen optreden of verouderde opvattingen over de waardigheid van het raadslid kunnen daar de aanleiding toe zijn geweest. Hoe dan ook, één of meer raadsleden hebben de burgemeester laten blijken dat zij het roerige volk achter hen als last ervaren. Je bent volksvertegenwoordiger, maar dat het volk je daarbij op de vingers schouwt en daarbij uiting geeft van zijn opvattingen, dat gaat toch echt iets te ver.

De voorzitter greep naar een niet direct voor de hand liggend wapen. Geen vermaningen of verzoeken om rust in de richting van de publieke tribune, maar gewoon sluiten van deze ruimte. Sinds afgelopen donderdag mag het publiek niet meer op de tribune achter de raadsleden zitten. Die is bestemd voor ambtenaren en dergelijke, mensen die op een meer discrete wijze hun invloed op het openbare bestuur uitoefenen. Het publiek wordt verbannen naar het hooggelegen balkon, op enige afstand van hun volksvertegenwoordigers. Mensen met enige kennis van akoestiek weten dat gejuich of ander geluid vanaf een hoger punt in de ruimte meer impact heeft dan vanuit een kleine, besloten ruimte aan de zijkant, maar je merkt aan de maatregel dat over de gevolgen weinig is nagedacht.

Mag de burgemeester zomaar een dergelijke maatregel nemen. Ja, merkte ze vanavond in de raadscommissie op, want ik ben verantwoordelijk voor de orde. Inderdaad, dat staat in de gemeentewet. Toch vraag ik mij af of deze preventieve maatregel, zonder dat andere middelen voldoende zijn uitgeprobeerd, in een op de spits gedreven discussie houdbaar is. Maar de burgemeester is een wijs iemand, zij zal na de protesten van de raadsleden in de commissie zeker met een betere oplossing komen. En anders weet ik nog wel ludieke actiemiddelen om de impulsieve maatregel tegen het licht te houden. De tribune moet weer open!

Zondag 16 november 2003

Amersfoort heeft een goed ambtenarenapparaat: vakmensen en loyaal aan hun bestuur. Er werken veel deskundigen op het stadhuis, mensen die gedreven zijn en streven naar optimale oplossingen van grote en kleine problemen. Maar hoed je voor deskundigen, want anders gaan ze er met je stad vandoor!

Nee, dat zijn niet mijn woorden, maar samengevat de woorden van een wethouder uit een van de zes grootste steden in ons land. Hij uitte deze opvatting (uiteraard zonder onze plaatsnaam) afgelopen week tijdens een VNG-bijeenkomst, en ik was het hartgrondig met hem eens. Dat wij gedreven deskundigen op ons stadhuis hebben, is een goede zaak. Maar tegenover deskundigen moet een sterk bestuur staan, om te voorkomen dat maatschappelijke relevantie het aflegt tegen de drang naar onnodige, overdreven perfectie.

Ik zal nooit pleiten voor slechte kwaliteit of slabbakkerij. Maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij de afgelopen jaren een college hebben gehad dat onvoldoende weerstand bood tegen een te grote zucht naar perfectie binnen het ambtelijke apparaat. Niet dat het erg is als beleidsambtenaren met perfecte plannen komt, waardig om gememoreerd te worden in vakbladen binnen hun werkgebied. Als bestuurder moet je je dan echter steeds afvragen: heb ik daar eigenlijk wel om gevraagd, is het voorgestelde wel maatschappelijk relevant, kan het niet iets goedkoper, zijn er alternatieven, wat is er verkeerd aan als we het nalaten, is het maatschappelijke draagvlak wel onderzocht, enzovoort, enzovoort.

Mijn kritiek is gebaseerd op waarnemingen. Ik heb het de afgelopen anderhalf jaren te vaak meegemaakt dat tijdens gesprekken of in commissies plannen werden gepresenteerd waarin veel kennis en ervaring stak. Maar gelukkig werd in veel gevallen niet gespaard met kritische kanttekeningen – maar niet uit de hoek van collegeleden. De meeste van hen bleken tijdens de discussie niet eens in staat te zijn om de gepresenteerde plannen op geloofwaardige wijze te verdedigen, hoewel zij voor de presentatie verantwoordelijk waren.

Meer dan irritant vond ik de gesprekken in kleine kring, waar ambtenaren of ingehuurde deskundigen in aanwezigheid van de verantwoordelijke wethouder en enkele raadsleden hun ideeën presenteerden met opmerkingen in de sfeer van: ‘ik vind dat’, of: ‘dit is zonder meer noodzakelijk’, en dergelijke. Indien het gaat om het blussen van brand of de behandeling van gewonden, is er weinig tegenin te brengen. Maar de grootste deskundigen met de meeste aplomb vindt je eerder in kringen van stedenbouwkundigen, verkeersdeskundigen en andere gebieden op minder levensbedreigend gebied. Achteraf daarop aangesproken, wilde een wethouder nog wel eens toegeven dat hij de meningen van zijn ambtelijke adviseurs ook wel eens te absoluut vond. Maar er een eigen mening tegenover zetten: nou nee!

Deskundigen: je hebt ze nodig en ze zijn goud waard. Maar de stad is van ons, burgers van Amersfoort!

Written by raphaelsmit

18/11/2003 at 12:24

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 15 november 2003

Een vaker gestelde vraag in de afgelopen dagen is: gaat Leefbaar Amersfoort deel uitmaken van een nieuw college van B en W. In feite is deze vraag prematuur. De komende weken moet eerst worden onderzocht waar de afgelopen anderhalf jaar vermijdbare fouten zijn gemaakt in de relatie tussen het college en de raad en tussen de coalitiepartijen onderling. Ook de vraag of bij de totstandkoming van het nu gevallen college verkeerde processen zijn doorlopen, moet worden onderzocht. Van fouten kan je leren en als de komende weken een goede analyse oplevert, kunnen misschien afspraken worden gemaakt die een volgend college in elk geval vrijwaren van een struikelend voortbestaan.

Als het onderzoek weinig oplevert en er geen basis wordt geschapen voor betere samenwerking tussen collegepartijen – welke dat ook zijn -, start elk nieuw college met een zware hypotheek. Dan is het de vraag of je überhaupt je nek in een strop moet steken door deel te nemen aan een labiel college.

Een tweede kwestie ligt op programmaniveau. Het bestaande raadsprogramma is voor een deel uitgevoerd en er hebben zich het afgelopen jaar allerlei ontwikkelingen voorgedaan die bij het opstellen van het raadsprogramma niet waren te voorzien of zijn verdrongen. De economische neergang met al zijn gevolgen is zo’n punt. Voor een nieuw college, in welke samenstelling dan ook, zal een geactualiseerd programma opgesteld moeten worden. Eventuele nieuwe partners binnen het te vormen college zullen binnen zo’n geactualiseerd programma voldoende punten moeten vinden waarin zij zich herkennen. Als de discussie hierover niet kan starten of onvoldoende oplevert, is de vraag of Leefbaar Amersfoort aan een nieuw college deelneemt bij voorbaat negatief beantwoord.

Een derde kwestie ligt in de personele samenstelling. Een nieuw college moet met nieuw elan van start gaan en creatieve oplossingen vinden voor actuele problemen. Daarbij kan de noodzaak bestaan om onorthodoxe oplossingen te zoeken. Eén wethouder alleen kan op dit punt weinig bereiken. De marges om vanuit het college ingrijpende wijzigingen door te voeren, zijn sowieso smal. Zonder een team van mensen die in elk geval een aantal gelijke doelstellingen nastreeft, is een verblijf binnen een college weinig vreugdevol.

In de samenstelling van een nieuw college moeten voldoende vernieuwende elementen zijn terug te vinden. Het is misschien nog te verdedigen wanneer omwille van de continuïteit een of twee collegeleden uit het vorige college ‘meeverhuizen’ (zo zij dat willen), maar daarbij moet worden bezien welke leden uit het vorige college te boek stonden als capabel. Deze vorm van continuïteit hoeft overigens geen voorwaarde te zijn, het is hooguit nuttig in de relatie tussen college en ambtelijk management. Twee jaar is te kort voor een nieuw college om zich én vanaf nul in te werken én ook nog duidelijke piketpalen te slaan.

En een college met vijf wethouders moet groot genoeg zijn.

Al deze kwesties staan overigens los van de vraag of Leefbaar Amersfoort staat te trappelen om te participeren in een nieuw college. Zeker niet. Oppositievoeren heeft voor ons geen negatieve klank, ook een oppositiepartij vervult een nuttige rol binnen het openbare bestuur. Wel realiseren we ons dat, als één van de drie grote partijen geen rol gaat spelen in het nieuwe college, de vraag naar deelname in onze richting is te verwachten. En dan hebben wij onze overwegingen.

Vrijdag 14 november 2003

Rtv Utrecht nodigde voor deze dag Paul Strengers, fractievoorzitter van de VVD, samen met mij uit voor een discussie in het programma Utrecht Centraal. Vorige week was Paul Strengers ook te gast in dit programma, toen met Mirjam van der Weg als gesprekspartner. Dat was kort na het ontslag van Ineke Geluk. De confrontatie tussen de twee leverde een bijterige discussie op, mooi televisiewerk en prachtig om naar te kijken.

Paul Strengers en ik werden donderdagochtend uitgenodigd. ’s Middags spraken de fractievoorzitters af dat we de komende weken moeten investeren in betere verhoudingen omdat anders het uitzicht op een nieuw college bij voorbaat achter nevelen gehuld gaat. Een dilemma voor Paul Strengers en mij, want om na zo’n afspraak elkaar publiekelijk met pek en veren in te smeren (in figuurlijke zin, uiteraard), zou haaks staan op de gemaakte afspraken. Anderzijds waren er toezeggingen gedaan aan de programmamakers. Ik heb zelf in de rol van programmamaker verkeerd en weet dus dat je het niet kunt maken om dit soort afspraken op korte termijn af te zeggen. Laten we het zakelijk houden, was daarom de afspraak die Paul Strengers en ik maakten.

Volgens kijkers die ik achteraf sprak, hadden we inderdaad de afspraak niet hoeven af te zeggen. De discussie spitste zich vooral toe op de vraag: hoe is het zover gekomen en gaan we in de raad echt zo slecht met elkaar om, zoals bijvoorbeeld door de burgemeester met zorg wordt geconstateerd. Zelfs bij deze min of meer beschouwelijke thema’s bleek dertien minuten opnametijd nog te kort – hoewel toeschouwers daar makkelijk anders over kunnen denken.

Een deel van de discussie spitste zich toe op de collegevorming in 2002. Mijn opvatting is dat de ‘oude’ partijen na de voor hen dramatisch verlopen verkiezingen de gelederen hebben gesloten en uiteindelijk een programma hebben vastgesteld dat in grote lijnen is gebaseerd op oud beleid. Met de politieke uitspraak van de kiezers is weinig gedaan. Dat is niet zo, betoogde Paul Strengers, Leefbaar Amersfoort had kunnen deelnemen. Maar deze partij stelde veel te hoge eisen, hoger dan je je als nieuwe partij kunt permitteren.

Nu is dat laatste nog maar de vraag. Maar aan de eisen van Leefbaar Amersfoort heeft het niet gelegen, ze zijn hooguit als aanleiding aangegrepen. De afgelopen maanden hebben collega’s uit verschillende coalitiepartijen mij verteld dat het een vooropgezette doelstelling was om geen nieuwe partijen in het college op te nemen. Tenminste één wethouder heeft in iets bredere kring opgemerkt dat deelname van Leefbaar Amersfoort in een nieuw college ongewenst was, dit zou slechts tot een ‘ruziecollege’ leiden. Je kunt nu moeilijk vaststellen dat de coalitie van de laatste achttien maanden dankzij de afwezigheid van Leefbaar Amersfoort in het college géén interne tegenstellingen heeft opgeleverd.

Uiteraard mag worden gesteld dat Leefbaar Amersfoort vorig jaar niet echt happig was op collegedeelname. De oppositierol leek ons aantrekkelijker, en achteraf gezien was dat een juiste constatering. Maar dat doet niets af van het feit dat bij de oude coalitiepartijen eenvoudigweg de wil tot het vormen van een college, waarin de verkiezingsuitspraak tot zijn recht zou zijn gekomen, niet aanwezig was. Dat straalde deze partijen ook uit en dat bepaalde in feite ook de sfeer van de gesprekken. Dat hebben Leefbaar Amersfoort en de SP, die beide tot in een ver stadium aan het overleg deelnamen, aan de lijve ondervonden.

Written by raphaelsmit

15/11/2003 at 21:15

Geplaatst in Uncategorized