Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for december 2004

leave a comment »

Donderdag 30 december 2004

De discussie die afgelopen week werd gevoerd over nut en noodzaak van de Westtangent, viel een aantal mensen tegen. De verwachting bij velen was dat de raadscommissie Beheer zich positiever over het idee voor de Westtangent zou uitspreken dan uiteindelijk werd gedaan. Om meer dan één reden kon de commissie – in meerderheid – niet veel anders doen dan zij deed. De negatieve, of in elk geval gereserveerde houding van de meeste fracties was vooral aan het optreden van de collegeleden te danken.

De eerste schuldige was wethouder Paul Strengers. Het Westtangentdossier vormt een teer onderwerp. Omstreeks 1997 vond al een discussie over de Westtangent plaats, als gevolg van een DHV-studie die in opdracht van het bedrijfsleven was opgesteld. De studie bevatte een aantal rigoureuze oplossingen, waarbij onvoldoende rekening werd gehouden met de groene kwaliteit van Birkhoven. Ik heb toen gepleit voor een oplossing waarbij het tracé ten zuiden van de spoorlijn over het terrein van de Prins Bernhardkazerne zou verlopen. Volgens het college in die tijd zou Defensie hier geen medewerking aan verlenen, maar navraag van het bewonerscomité Daam Fockemalaan bij Defensie leerde dat de informatie van het college niet correct was.

De bewoners van het wijkje rond de Aletta Jacobslaan vonden het tracé voor een Westtangent over het kazerneterrein bespreekbaar, er van uitgaande dat de weg enigszins verdiept zou worden aangelegd en voorzien zou worden van geluidswallen. Een overweging daarbij was uiteraard dat de Daam Fockemalaan even zo goed overlast oplevert.

De opmerking van Paul Strengers, enkele weken geleden in een van weekbladen afgedrukt, dat voor de Westtangent ‘enkele huisjes’ moeten worden afgebroken, was om drie reden dom. Ten eerste sprak hij ver voor zijn beurt. Ten tweede had nog nooit iemand de noodzaak van de sloop van woningen langs en in de omgeving van de Aletta Jacobslaan naar voren gebracht, om de doodeenvoudige reden dat die noodzaak er niet is. Ten derde verstoorde Paul Strengers met zijn onnodige en onjuiste opmerking het gevoelige maatschappelijke draagvlak dat aanwezig was. Dat de bewoners daarop, verontrust en boos, in grote getale de commissie Beheer bezochten en daar door middel van een rij insprekers lieten merken dat zij de plannen van het college elke steun ontzegden, was de oogst van de opmerkingen van onze brekebeen Paul Strengers.

Met enige kennis van de recente politieke geschiedenis in onze stad had Paul Strengers kunnen weten dat bewoners in Amersfoort-Zuid gevoelig zijn voor aantasting van hun groene woongebied (sinds kort een beschermd stadsgebied). Toen een aantal jaren het college de bouw van een tennishal bij de Heemskerklaan wilden toestemmen, liepen omwonenden hiertegen te hoop. Talloze andere bewonersgroepen in Amersfoort-Zuid solidariseerden zich met de omwonenden, een door de gemeente georganiseerde informatieavond werd bezocht door meer dan tweehonderd kwade bewoners, die hun protest goed wisten te verwoorden en weinig heel lieten van de argumenten van de toenmalige RO-wethouder, een partijgenoot van Paul Strengers. Door zijn onbezonnen en hoogst arrogante opmerking over de te slopen woningen is een soortgelijk proces op gang gekomen. Vreemd dat Paul Strengers dit niet heeft voorzien, de opwinding speelt zich af binnen het kiezersbolwerk van zijn partij!

Dat ook zijn partijgenoot-wethouder Henk Brink, als verkeerswethouder uiteindelijk verantwoordelijk voor de plannen voor de Westtangent, in de commissie eveneens in het zand moest bijten, had in belangrijke mate te maken met het door zijn collega vernielde maatschappelijke draagvlak. Daarnaast was de – door DHV opgestelde – argumentatie voor de Westtangent ook niet overtuigend, wat de hele zaak alleen maar erger maakte voor de verkeerswethouder. Dat door dit optreden ook duidelijk werd dat het collegeplan om de discussie over de Westtangent in stukken te knippen uiteindelijk niet zo een slim idee was, maakte de positie van het college er ook niet beter op.

Woensdag 29 december 2004

Wat is er tussen de PvdA en de VVD in onze stad? Of beter gezegd: wat is er mis tussen deze twee coalitiepartners. Dat de VVD twee van haar leden in het college heeft afgevaardigd die onder de maat zijn, werd lange tijd gecamoufleerd doordat PvdA-wethouder Jan de Wilde op kritische momenten – dus regelmatig – voor zijn twee struikelende collega’s in de bres sprong. Daarvan is de laatste tijd niets meer van over. Integendeel, achter de schermen stimuleert de grote roerganger binnen het college zijn partijgenoten uit de raad zelfs om de aanval in te zetten op VVD-verkeerswethouder Henk Brink. Ten opzichte van Paul Strengers hoeft hij dat niet eens te doen, die graaft zelf de valkuilen die hem het politieke leven zuur maken.

Boze tongen beweren dat de samenwerking binnen het huidige college voor Jan de Wilde niet meer zo hoog op de prioriteitenlijst staat. Sommigen vragen zich af of de PvdA-tacticus op een Hilversums model afstevent. In die stad werd in het jongste verleden kort voor de verkiezingen een college om zeep geholpen. Na de lijmpogingen bleek de belangrijkste oppositiepartij in het college te hebben plaatsgenomen. Daarmee werd de oppositie kort voor de verkiezingen monddood gemaakt en moest deze tijdens de verkiezingscampagne een heleboel kritiek die in de voorafgaande jaren werd geuit, inslikken.

Jan de Wilde weet intussen uit ervaring: als oppositiepartij stelt de VVD niets voor. Die partij kun je je slechts wensen als tegenspeler in een verkiezingscampagne, zeker na de vele missers die de VVD-collegeleden gedurende de afgelopen jaren op hun conto schreven. Overigens speelt in een opzetje volgens het Hilversumse model nog een andere partij een belangrijke rol: de oppositie. Of die bereid is in een dergelijk spel mee te spelen, is nog maar de vraag. Laat het zootje ongeregeld dat in onze stad de coalitie vormt, zijn eigen soep maar gaar koken, zou daar een logische opvatting kunnen zijn!

Written by raphaelsmit

31/12/2004 at 14:27

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 28 december 2004

Het NVB, een koepelorganisatie voor aannemers en projectontwikkelaars, heeft afgelopen dagen zijn Thermometer Kantoren gepresenteerd. Het is een uitgebreid onderzoek naar de situatie op de kantorenmarkt in ons land, gecombineerd met een prognose voor de komende jaren. Bij de presentatie van de Thermometer Kantoren spreekt het NVB van ‘een strenge vorst’ die op de kantorenmarkt heerst.

Dergelijke onderzoeken kunnen aan Amersfoortse raadsleden niet ongemerkt voorbij gaan. Immers, het gemeentebestuur is sinds zo’n zeven jaar zelf ook projectontwikkelaar en is daardoor betroffen bij de ontwikkelingen op de kantorenmarkt. Het project waar de gemeente bij betrokken is, is Podium, tussen Hooglanderveen en Nijkerk. Het gaat hierbij om zo’n 100.000 vierkante meter kantoorruimte die de gemeente samen met Heijmans en ING wil ontwikkelen.

Eigenlijk zou omstreeks deze tijd de voorbereiding voor de eerste kantoorgebouwen aan het oostelijke puntje van onze stad van start moeten gaan. Er is echter nog geen enkel zicht op afnemers van de kantoorgebouwen, zodat voorlopig nog geen sprake zal zijn van bouwactiviteiten rondom het project Podium. Wie kennis neemt van de Thermometer Kantoren van het NVB en het daarbij gegeven commentaar, kan slechts met angst constateren dat het op de kantorenlocatie achter Hooglanderveen voorlopig nog akelig stil blijft.

Voor de gemeente kan dat funeste gevolgen hebben. Indien binnen vier jaar niet is begonnen met de bouw van een groot deel van de geplande kantoren, dan gaat de door het gemeentebestuur verwachte winst geheel op aan renteverliezen en moet de gemeente, in plaats van te cashen, geld toeleggen op het door haar aangegane avontuur.

Maandag 27 december 2004

Het college heeft het Plan van Aanpak Sportaccommodaties 2005-2010 vastgesteld. Het plan van aanpak komt op 17 januari aan de orde in de commissie SOC. Mijn raadscollega Will Koet is fractiewoordvoerder voor de sport, dus ga ik niet te diep in op de vastgestelde nota. Er zijn wel enkele algemene opmerkingen te maken.

In de eerste plaats moet worden gezegd dat het een goede zaak is dat de gemeenteraad het accommodatiebeleid voor de sport gedurende de periode tot 2010 gaat actualiseren. In 2000 werd in de nota Rollen of stilstaan het sportbeleid van de gemeente vastgelegd. Intussen is er het een en ander gebeurd, is onze stad flink gegroeid, zijn wensen van georganiseerde en niet georganiseerde sportbeoefenaren toegespitst en is meer inzicht aanwezig in de tevredenheid en wensen die inwoners van onze stad over de sport hebben. Positief is ook dat in de nieuwe nota serieus wordt ingegaan op de visieontwikkeling die de Amersfoortse Sport Federatie ASF enkele maanden geleden heeft gepresenteerd en op het voorstel voor een Fonds voor de sport dat Leefbaar Amersfoort in februari van dit jaar presenteerde.

Een van de belangrijkste initiatieven in het Plan van aanpak is het onderzoek naar de mogelijke instelling van een eenderderegeling, een nieuwe subsidieregeling voor de sportverenigingen. Ook het feit dat er meer aandacht wordt besteed aan de aanleg van kunstgras voor de veldsporten is toe te juichen, dit leidt tot een beter gebruik van sportaccommodaties. Een opvallend en minder positief punt is de constatering dat er feitelijk geen extra geld voor de sport beschikbaar wordt gesteld. Door verschuivingen in het bestaande budget worden knelpunten opgelost, waardoor andere noodzakelijke initiatieven blijven liggen. Het gemeentebestuur zal moeten erkennen dat in een snelgroeiende stad ook de aanpassingen van budgetten voor zaken zoals sport noodzakelijk is. Groeien gebeurt – als het goed is – niet alleen het bouwen van huizen, maar ook door het uitbreiden van voorzieningen. Vergeet je dat laatste, dan ben je verkeerd bezig.

Written by raphaelsmit

28/12/2004 at 11:05

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 26 december 2004

De eerste Kerstdag bracht ik buiten Amersfoort door. Tijdens een druk familiefeestje ontmoette ik enkele net afgestudeerde Delftenaren, weg- en waterbouwers met als specialiteit Infrastructuur. Hoe is het met Vathorst en hoe is het openbaar vervoer naar deze nieuwe vinexlocatie geregeld, waren enkele vragen die naar voren kwamen. Vathorst blijkt ook bij velen buiten onze stad al een begrip te zijn!

Over het openbaar vervoer naar Vathorst zijn positieve en negatieve berichten af te geven. Positief is dat er binnen afzienbare termijn een NS-halte voor Vathorst in gebruik wordt genomen. Om het station optimaal te laten functioneren is wel goed aansluitend openbaar vervoer noodzakelijk, een punt waarover nog geen duidelijkheid bestaat en dat, gezien de bezuinigingen op het openbaar busvervoer, vooral een punt van zorg is. Positief is ook dat er vanaf een vroeg stadium een busverbinding tussen Vathorst en de bestaande stad aanwezig is, een voorziening die de bezuinigingen gelukkig, zij het met moeite, heeft overleefd.

Dat er binnenkort een keuze valt over de route voor een snelle busverbinding tussen Vathorst en het stadscentrum, behoort eveneens tot de positieve punten. De vraag is echter wanneer deze beoogde hov-verbinding operationeel wordt en in welke frequentie de busdienst wordt uitgevoerd. Frequentie en openstelling hebben grote invloed op het slagen van de nieuwe busverbinding. Ronduit negatief is een punt waarop verschillende fracties in de gemeenteraad al hebben gewezen: de afstand naar de halten in Vathorst. Het tracé voor de hov-verbinding in Vathorst valt samen met de ringboulevard door dit nieuwe stadsdeel. De vrees bestaat dat de afstand tussen de halten en een belangrijk deel van de woningen in Vathorst zo groot wordt, dat de aantrekkelijkheid van de hov-lijn daardoor teniet wordt gedaan.

Het gesprek belandde ook op een meer algemeen facet van het openbare vervoer. Goed openbaar vervoer functioneert optimaal wanneer het kan concurreren met het eigen vervoer. Daarvoor zijn in elk geval twee zaken belangrijk: de frequentie moet hoog zijn, met een gemiddelde cyclus van tien minuten, en de halten moeten op aantrekkelijke afstand van de woningen liggen, met een loopafstand van maximaal zo’n vijf minuten. Worden deze randvoorwaarden niet gehaald, dan legt het openbaar vervoer het af ten opzichte van de auto en wordt het openbaar vervoer een gestigmatiseerd vervoermiddel voor scholieren, ouderen en mensen met een smalle beurs.

Mijn vrees is dat het openbare vervoer in onze stad tegen dit stigma aanloopt. Amersfoort is een suburbane stad, ongeschikt voor een openbaar vervoersmiddel met een compact lijnennet en aantrekkelijke frequenties. Het enige middel om dit euvel enigszins op te heffen is geld. En hieraan ontbreekt het in onze stad, zodat het openbare vervoer onvoldoende aantrekkingskracht heeft op grote groepen inwoners die over eigen vervoer beschikken.

Om van de hov-lijn vanuit Vathorst toch een succes te maken, zijn twee zaken belangrijk. De buslijn moet zo spoedig mogelijk worden geopend en de frequentie moet vanaf het begin hoog zijn, binnen niet al te lange tijd zelfs tussen de vijf en tien minuten. Indien alleen maar geld wordt gestoken in de infrastructuur – de hardware – en voldoende middelen voor de exploitatie – de software – niet voorhanden zijn, verzanden alle goede doelstellingen rond het openbaar vervoer naar Vathorst in mooie zondagspreken en zal Vathorst in hevige mate te maken krijgen met verkeers- en parkeerproblemen. Hardnekkige problemen, want de openbare ruimte in Vathorst is beperkt, dus liggen oplossingen niet voor de hand.

Written by raphaelsmit

26/12/2004 at 14:31

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 25 december 2004

Na een raadsvergadering, mits niet te laat afgelopen, spoeden de meeste raadsleden en bezoekers – inclusief aanwezige ambtenaren – zich naar de Observant om nog wat na te praten. In de informele sfeer kunnen zaken nog eens verder worden uitgediept en kunnen raadsleden, wethouders en ambtenaren zaken toelichten waarvoor tijdens de vergadering geen tijd of noodzaak aanwezig was.

In zo’n informele sfeer kan je als raadslid ook worden aangesproken door ambtenaren die willen reageren op uitspraken, bijvoorbeeld in dit dagboek geuit. Een goede zaak, want je kunt als raadslid wel wat roepen, maar als dat kritiek of vragen oproept bij lezers en deze hun reactie via deze site niet op papier willen zetten, is zo’n informeel contact een goed verhikel om meningen uit te wisselen.

Ik schrijf nog wel eens iets over de ambtelijke organisatie. Ik ben van mening dat er op het stadhuis te veel mensen rondlopen die zich met beleidsvorming bezighouden, vooral nadat een aantal jaren geleden talloze uitvoerende taken min of meer zijn geprivatiseerd. In veel gevallen zijn die beleidsambtenaren bezig in opdracht van het college of de raad, maar ik ben al vaker op zaken gestuit waarbij ambtenaren zich bezighouden met onderwerpen waarvan ik denk: heb ik of heeft de raad hierom gevraagd? Werkverschaffing, noem ik dat soms.

Een voorbeeld van overbodig beleid vond en vind ik het actieve grondbeleid, waarbij de gemeente grond koopt voor een in mijn ogen overbodig doel. De ziekenhuisterreinen van de huidige locaties Sint Elisabeth en De Lichtenberg vind ik een goed voorbeeld. Voor de transactie aan de Maatweg kan ik nog wel enig begrip opbrengen, hoewel uiteindelijk ook deze gemeentelijke grondtransactie zonder te veel maatschappelijke gevolgen achterwege had kunnen blijven. Voor de twee vrijkomende ziekenhuislocaties had het gemeentebestuur zich in elk kunnen beperken tot het opstellen van goede bestemmingsplannen, iets dat sowieso moet gebeuren. Het aankopen van de grond, het opzetten en uitvoeren van een goede grondexploitatie en het zoeken naar creatieve oplossingen om een financieel debâcle te voorkomen – ik denk aan het Sint Elisabethterrein – legt extra op beslag op de ambtelijke organisatie. Hoe goed en met hoeveel inzet deze taken ook worden uitgevoerd, ik blijf het overbodig werk noemen. Daarmee spreek ik geen individuele ambtenaren aan, maar het beleid dat op dit punt is ontwikkeld. Uiteraard is het het college dat over dergelijke ontwikkelingen een besluit neemt. Maar ik ga er zonder meer van uit dat zoiets meestal wordt voorgekookt door de ambtenaren, zeker als ik naar de gemiddelde kwaliteit van het huidige en het vorige college kijk.

Leefbaar Amersfoort drong tijdens de laatste begrotingsbehandeling aan op personeelsbeperkingen, vooral in de beleidssfeer. Door restrictief personeelsbeleid zou in 2005 zeven procent op personeelskosten kunnen worden bespaard. Binnen de raad was hiervoor nog geen meerderheid waar te nemen en wethouder Jan de Wilde riep: we hebben niets aan een cijfer, noem maar functies. En zo ben ik begonnen aan een werkje waarmee een raadslid zich eigenlijk niet moet bemoeien: de bestuderen van uitvoerende kant van het personeelsbeleid. Het moeilijkste punt hierbij is het verzamelen van materiaal, maar een eerste verkenning leverde al enkele interessante gegevens op. Over enkele maanden ben ik zover!

Vrijdag 24 december 2004

Wethouder Paul Strengers is een beminnelijke man, althans in kleine kring en tegenover gelijkgestemden. Gevoel voor humor kan hem niet worden ontzegd, maar voor de houding die hij moet innemen als openbaar bestuurder heeft hij geen enkele feeling. Dat levert steeds meer irritatie op binnen de gemeenteraad, zoals vandaag ook in de Amersfoortse Courant (sommige wethouders lijken deze krant niet eens meer te lezen!) werd geconstateerd. Het nare aan de zaak is dat de voorbeelden die in de krant werden aangehaald slechts het topje van een ijsberg zijn. En beperkte zijn gebrek aan tact zich maar tot de raadsleden, dan kan je zeggen: die moeten een stootje kunnen hebben. Maar ook buiten de raad laat Paul Strengers merken dat hij de cultuur van de balie nog steeds niet achter zich heeft weten te laten.

Eigenlijk is het optreden van Paul Strengers vooral een probleem voor de VVD-fractie. Weliswaar is de raad duaal, maar het optreden van de collegevertegenwoordigers van deze partij heeft uiteraard ook zijn weerslag op het imago van de gehele VVD. De VVD-fractie is verantwoordelijk voor elk van de vele blunders van hun partijgenoot-wethouder, ook als het om Paul Strengers gaat. De VVD-fractie schoof hem als gelegenheidskandidaat naar voren na het tussentijds vertrek van ex-wethouder Van der Werf. Paul Strengers was toen al geen onbekende meer: hij had al twee jaren als fractievoorzitter van de VVD bewezen dat het openbare bestuur absoluut niet zijn biotoop vormt.

Om politieke redenen kan ik niet treuren om het optreden van brekebeen Strengers, met hem gaan we leuke verkiezingen tegemoet. Maar als burger van onze stad overvalt mij met regelmaat een gevoel van plaatsvervangende schaamte, op elk van de vele momenten dat Paul Strengers onder bewijs stelt dat hij noch inhoudelijk noch door zijn presentatie geschikt is voor de functie die hij op voordracht van de VVD tracht uit te voeren.

Donderdag 23 december 2004

Enkele mensen binnen het stadhuis waren lichtelijk verbaasd: er kwam een poststuk binnen voor de fractie van Leefbaar Amersfoort, maar de naam week wat af. Wat is hier aan de hand? Voer voor de geruchtenmachine, zou je zo denken.

Dat valt wel mee. Net als alle fracties ontvangt ook Leefbaar Amersfoort een gemeentelijke bijdrage voor de fractieorganisatie. Hieruit kan bijvoorbeeld secretariële ondersteuning worden betaald, of extern advies, of documentatie, noem maar op. Het geld is bestemd voor het fractiewerk en niet voor partijen. Leefbaar Amersfoort had, tot nog toe, alleen een bankrelatie onder de vlag van de partijvereniging. Een eigen bankrekening voor de fractie was er nog niet, om die te kunnen openen moest eerst een eigen rechtspersoon voorhanden zijn. Die stap is afgelopen maand gezet, een noodzakelijke maar verder onbelangrijke handeling, als stadspartij kun je niet anders.

Geen grond voor geruchten dus. Zolang Leefbaar Amersfoort geen fusie met een andere partij aangaat – wat uiteraard niet hoeft te worden uitgesloten – gaan we onder eigen naam verder. De naam dekt het werk van onze fractie, we zijn er trots op en voor de meeste belangstellende Amersfoorters is Leefbaar Amersfoort intussen een begrip!

Written by raphaelsmit

25/12/2004 at 09:57

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Woensdag 22 december 2004

Dagelijks staan er lange files op de Daam Fockemalaan en op de Barchman Wuytierslaan tussen de spoorwegovergang en de Amsterdamseweg. De files op deze wegen worden steeds langer en zullen nog verder groeien wanneer over enkele jaren het Randstadspoor in dienst wordt genomen. De files leiden niet alleen tot overlast, maar maken ook de bedrijven in De Isselt moeilijker bereikbaar. Dat er in de toekomst iets aan de wegen ten westen van Amersfoort moet gebeuren, is duidelijk.

De vraag wat er moet gebeuren, werd afgelopen zomer weer actueel. Het overleg over het bestemmingsplan Birkhoven-Bokkeduinen belandde in een impasse, bij de bewoners en de belanggroepen die in een platform voor het bestemmingsplan zaten, kwam steeds sterker het gevoel op dat de gemeente de totstandkoming van het bestemmingsplan vertraagt. Hierdoor zou de gemeente al allerlei plannetjes kunnen goedkeuren, alvorens het nieuwe bestemmingsplan dit onmogelijk maakt. In de zomer bleek dat de gemeentelijke vertegenwoordigers in het platform nieuwe vertragingen voorzagen omdat eerst een uitspraak moest worden gedaan over het tracé voor de Westtangent.

Na een gesprek met bewonersgroepen als de SGLA en de VBBBB vroegen Leefbaar Amersfoort, D66 en de SP in augustus in een motie om het bestemmingsplan zo snel mogelijk te presenteren en daarin een reservering op te nemen voor een mogelijke Westtangent op de scheiding tussen bos en spoorwegemplacement, de meest milieuvriendelijke oplossing. Of er een Westtangent moet komen, werd door de drie partijen, evenals de bewonersgroepen, nog in het midden gelaten, maar de discussie hierover werd door het voorstel in elk geval niet onmogelijk gemaakt.

Het college had moeite met deze onverwachte haast. Toegezegd werd dat in deze maand een eerste discussie over het nut en de noodzaak van de Westtangent zou plaatsvinden. In januari zou over het tracé worden gesproken, waarna in maart het concept-bestemmingsplan gereed zou zijn. Omdat een raadsmeerderheid zich hierin kon vonden, trokken LA, D66 en SP hun motie in. En zo vond deze dag in de raadscommissie Beheer de eerste discussie over het nut en de noodzaak van de Westtangent plaats.

De publieke tribune zat vol, er was een lange rij van insprekers. De stemming onder het publiek was geprikkeld, wat in belangrijke mate was te danken aan de meer dan domme opmerking van wethouder Paul Strengers die – geheel voor zijn beurt – al had gesproken over het ‘weghalen van enkele huisjes’ in het wijkje rondom de Aletta Jacobslaan. Wat uit de inbreng van de bewoners en de daarop volgende discussie duidelijk werd, was in elk geval dat de discussie integraal moet worden gevoerd. De door het college geïntroduceerde salamitactiek bemoeilijkt de publieke discussie en laat elk maatschappelijk draagvlak in het zuidelijke deel van Amersfoort, voor welke oplossing dan ook, als sneeuw in de zon verdampen.

Een probleem apart is dat het rapport van DHV over nut en noodzaak van de Westtangent, gemaakt in opdracht van het college, in zijn opzet en informatie veel te mager is. Wel werd in het rapport gesproken over de ‘Ring Amersfoort’, waarvan de Westtangent onderdeel moet uitmaken. Een onaanvaardbaar voorstel, dat al eerder van tafel is geveegd. Een dergelijke ring trekt extra verkeer aan, wat nooit de opzet mag zijn bij het vinden van een oplossing voor het huidige fileprobleem in Amersfoort-West.

De commissie, met uitzondering van de VVD, was duidelijk: een discussie over de mogelijke Westtangent moet integraal zijn, dus over nut en noodzaak, het meest gewenste tracé en de milieugevolgen daarvan. Bij de discussie moeten ook andere oplossingen voor de huidige problemen tegen het licht worden gehouden, het hoeft niet bij voorbaat een vierbaans Westtangent te zijn. En intussen is er nog steeds geen bestemmingsplan voor Birkhoven-Bokkeduinen.

Written by raphaelsmit

23/12/2004 at 11:06

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 21 december 2004

Al bijna tien jaar roept de gemeenteraad dat Amersfoort niet zonder disco kan. Echt actie is er echter nooit genomen, er werd lijdzaam gewacht op een initiatief vanuit ‘de markt’. De meest creatieve ideeën kwamen van de inmiddels overleden PvdA-er Kees Meijer, die zich serieus voor de disco inzette en ook zelf met suggesties kwam. Zijn huidige fractiegenoten zijn niet in staat geweest het stokje van hem over te nemen, zodat die de aanvraag van een exploitant om de oude Corsobioscoop tot een disco om te bouwen vrijwel kritiekloos met beide handen aangrepen. Daarbij worden de complicaties die dit initiatief oplevert voor de omwonenden op de koop toe genomen en worden bezwaren zonder veel gene van tafel geveegd.

Vandaag besprak de raad de vestiging van de disco tussen Hellestraat en Westsingel. De kaarten waren uiteraard al geschud en uit angst voor de bewoners evenals het gebrek aan overtuigende argumenten kon een meerderheid van de raad het niet opbrengen om de binnenstadbewoners een referendum toe te staan. Angsthazerij, verborgen onder een dun dek van zwakke overwegingen.

Maar zoals vaak: elke dader maakt ook wel eens een fout. Zonder de consequenties te overzien stemde een deel van de voorstanders van de disco tegen een belangrijk onderdeel van de besluiten die het college aan de raad had voorgelegd. Gevolg: het besluit om in te stemmen met de nota Dansgelegenheid leverde een stemverhouding op van zestien tegen zestien. En omdat bij het staken van de stemmen een voorstel wordt geacht te zijn verworpen, was met een potsierlijke zwaai de nota Dansgelegenheid van het college bij het oud papier beland.

Met dit negatief besluit is in feite de bodem weggeslagen onder het plan om de disco tussen Hellestraat en Westsingel te realiseren. In de nota wordt niet alleen de onderbouwing voor de disco op de plek van de Corsobioscoop gepresenteerd. De nota vormt ook de basis voor de afspraken die zijn gemaakt om de overlast voor de binnenstadbewoners zo veel als mogelijk te beperken. Daarnaast omvat de afgewezen nota het draaiboek voor de verdere ontwikkeling, inclusief de artikel 19-procedure en het noodzakelijke voorbereidingsbesluit. Nu de raad de nota van B en W heeft afgewezen, is er voor het college geen beleidsgrond meer aanwezig om op de voorgestelde weg verder te gaan.

Het college kennende, zal de negatieve uitspraak van de raad worden ontkend en zal al het mogelijke worden gedaan om, los van de uitspraak van de raad, het proces voort te zetten. Nu echter de basis onder de afspraken met de binnenstadbewoners is weggevallen en daarmee ook de gehele inspraak op de tocht is komen te staan, hebben de bewoners een sterk argument toegevoegd gekregen om bij de rechter de initiatieven die het college voor ogen staan aan te vechten.

Alles bij elkaar kan worden gezegd dat – mede door het gebrek aan eigen initiatief – het er naar uitziet dat de lijdensweg voor de disco in de binnenstad extra pijnlijk gaat worden. Het ziet er steeds meer naar uit dat, indien er uiteindelijk toch een disco aan de Hellestraat zou komen, deze zijn poorten opent op het moment dat in het Eemcentrum al wordt gedanst. Het gemeentebestuur zou er beter aan doen om, in plaats van het doordrukken van plannen die op maatschappelijke weerstand stuiten, eigen initiatief te tonen en plekken te zoeken waar wél goede ruimte voor een disco aanwezig is. Want over één ding bestaat in elk geval geen verschil van mening: onze stad moet op korte termijn tenminste één disco hebben, en dat is zelfs nog te weinig.

Maandag 20 december 2004

In 2002 presenteerde het provinciale bestuur zijn Agenda 2010. De provincie had een financiële meevaller – de Remugelden – en wilde dat inzetten voor een aantal mooie projecten. Er werden tien plannen gelanceerd, waarbij er voor elke Gedeputeerde wel iets moois inzat. Ik ken niet de achtergrond van alle tien de plannen, maar van één plan kan in elk geval worden gezegd dat de gemeenteraden van de betrokken gemeenten bij de voorbereiding van de provinciale plannenmakerij niet waren betrokken. Het gaat daarbij om de Schammerplas, een recreatiegebied ten oosten van de A28, grenzend aan Amersfoort maar op het grondgebied van Leusden.

Gemeenteraadsleden uit Leusden die ik kort na de presentatie van de provinciale plannen sprak, waren not amused, zij voelden zich overdonderd. Binnen de Amersfoortse raad genoten de plannen van de provincie nauwelijks enige aandacht: het speelt zich allemaal buiten onze gemeentegrenzen af en de provincie zou voor de kosten opdraaien. Enkele raadsleden wisten hooguit dat een relatie van het provinciale bestuur in het Schammergebied intussen strategische grondaankopen had verricht en economisch belang heeft bij de ontwikkeling van een of meer plassen, respectievelijk zandputten in de omgeving van het Hoevenlaakse kruispunt. Dat werd echter vooral als een te waarderen vorm van goed koopmanschap gezien, een soort win-winsituatie, voor wie dan ook.

Maar intussen wordt ook de provincie met financiële problemen geconfronteerd, wat onder meer leidde tot een zoektocht naar bezuinigingsmogelijkheden binnen de provinciale begroting. Dat daarbij veel meer geld werd gevonden dan eigenlijk noodzakelijk was, zegt vooral wat over de provinciale organisatie en plannenmakerij. Intussen werden de Gedeputeerden in het provinciehuis met wat tegenvallers rondom het beoogde Schammer recreatiegebied geconfronteerd. De belangstelling onder ondernemers om in het gebied pannenkoekenboerderijen, botenverhuurinrichtingen en andere spannende zaken te openen, viel wat tegen. Misschien dat de recreatieve potentie van het gebied wat te rooskleurig was gepresenteerd – een tegenvaller is bijvoorbeeld dat de nog te graven plassen geen geschikt zwemwater opleveren.

We hoorden dus enige tijd niets meer over de Schammerplassen. Tot afgelopen week de Amersfoortse Courant wist te melden dat de provincie op korte termijn in conclaaf gaat met de betrokken gemeenten. Dat is niet alleen Leusden, maar ook Amersfoort. Dat Amersfoort bij de gesprekken wordt betrokken, hangt onder meer samen met de verwachting dat ook bewoners van onze stad gebruik zullen maken van het recreatiegebied tegenover Randenbroek. Vanuit die invalshoek wordt ons college binnenkort ook aangeslagen door het gemeentebestuur van Amsterdam omdat ik daar regelmatig bezoeker ben van het Concertgebouw en het Muziektheater.

De Amersfoortse gemeenteraad heeft nooit aangedrongen op de aanleg van het Schammer recreatiegebied. Maar ineens blijkt de provincie ons gemeentebestuur toch te hebben gevonden en wordt het idee gepresenteerd om Leusden en Amersfoort bij de bekostiging van het provinciale speeltje te betrekken. Dat moet beide gemeenten elk ongeveer vijf miljoen euro gaan kosten, en dat in een tijd dat ook deze twee gemeenten alles op alles moeten zetten om hun eigen begroting sluitend te krijgen.

Mijn opvatting is simpel. De provincie heeft een plan gedropt, dan moet ze ook zelf de rekening betalen. Indien Amersfoort vijf miljoen beschikbaar heeft voor extra groene recreatie, dan leven er binnen de gemeenteraad nog wel hele andere ideeën. Om er maar een te noemen: je zou de onrendabele top bij de kosten voor het groenhouden van het Heiligerbergerbeekdal met dit geld kunnen afdekken, waardoor de wens van een groot aantal stadgenoten in vervulling kan gaan. Het is maar een idee!

Written by raphaelsmit

22/12/2004 at 11:03

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 19 december 2004

Mijn raadscollega’s Ruud Schulten en Koos Voogt van de VVD-fractie hebben schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van enkele slepende zaken tussen de gemeente, het Ontwikkelings Bedrijf Vathorst (OBV) en de Bewoners Vereniging Vathorst (BVV). Het gaat om een aantal slepende kwesties die onder één noemer zijn te brengen: de gemeente en het OBV waren enthousiast toen de BVV werd opgericht, maar nu die vereniging zich steeds meer als belangenbehartiger voor de nieuwe bewoners in Vathorst gaat opstellen, vinden de gemeente en het OBV dat maar knap lastig.

Het succes van de BVV is op verschillende fronten herkenbaar. De website van de vereniging is uiterst populair, vooral door de platformfunctie die het aan de bewoners biedt. Dat geldt ook voor Vathorst.Nu, het wijkblad dat door de BVV wordt uitgegeven. Daarnaast zijn vertegenwoordigers van de BVV regelmatig aanwezig bij bijeenkomsten van de gemeente of het OBV waar zij, indien nodig, hun stem laten horen. Bij dat alles moet worden gezegd dat de BVV zich uiterst constructief opstelt: de vereniging zet zich in voor een hecht buurtgevoel, in contacten met de gemeente en het OBV worden oplossingen gezocht in plaats van conflicten te veroorzaken.

Uit de vragen van mijn collega’s blijkt echter dat een aantal zaken fout lijkt te gaan. Het OBV tracht invloed te krijgen op de inhoud van de website, toegezegde subsidies van de gemeente worden moeizaam of slechts ten dele uitgekeerd, toezeggingen worden niet nagekomen en goed onderbouwde voorstellen – bijvoorbeeld over het voorzieningenpeil – worden nauwelijks serieus genomen. Over de verlenging van de overeenkomst met de welzijnsinstelling Versa wordt de bewonersvereniging niet geïnformeerd, laat staan dat er een gezamenlijke evaluatie van de activiteiten van Versa tot nog toe plaatsvindt. Dat de vereniging op dit punt een mening heeft, heeft zij in het verleden laten zien toen er een impasse was met de SWA en de vereniging bij de aanbesteding van het welzijnswerk in Vathorst een duidelijke bijdrage heeft geleverd.

De verhouding tussen het OBV en de bewonersvereniging in Vathorst begint gelijke trekken te vertonen als de verhouding tussen het OBV en de Belangenvereniging Hooglanderveen. De OBV betrekt de bewoners graag bij zaken zolang hem dat goed uitkomt, maar de bewoners moeten niet lastig worden. Dan wordt het ineens moeilijk afspraken te maken en worden toezeggingen (bestemmingsplan, groene zoom) op de lange baan geschoven. Het liefst confronteert het OBV de bewoners met een fait accompli, inspraak en dialoog vallen niet binnen de bedrijfscultuur van deze commerciële organisatie.

In de vragen van Ruud Schulten en Koos Voogt schuilt nog een min of meer frivool element. De wijkwethouder voor Vathorst is Paul Strengers, partijgenoot van beide raadsleden. Van Paul Strengers is bekend dat zijn presentatie niet altijd even sterk is: tijdens de discussie vlucht hij met haast in het donkere bos van de juridische regels, op momenten dat bestuurlijke wijsheid een betere weg zou zijn en hij maakt de verkeerde grappen waardoor hij met regelmaat laat blijken dat de term ‘openbaar bestuur’ en de daarbij behorende cultuur ver buiten zijn begripsvermogen ligt. Ik ben benieuwd wat de wijkwethouder met de problemen gaat doen die zijn partijgenoten hem hebben aangedragen!

Written by raphaelsmit

19/12/2004 at 11:10

Geplaatst in Uncategorized