Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for december 2005

leave a comment »

Een mislukt experiment

Zondag 25 december 2005

Deze rustige eerste kerstdag is een mooie gelegenheid om wat klusjes af te werken. Een daarvan is het invullen van de enquête die raads- en collegeleden toegestuurd kregen. Onderwerp is De Raad, hoe kijken we terug op drie maanden vergaderen volgens de nieuwe stijl.

Ik ben daarover ronduit negatief, met uitzondering van het Pleingedeelte. Sinds de nieuwe vergadercultuur is ingevoerd, verlopen discussies haastig, zijn er problemen ontstaan door het parallelle vergaderen, heeft door het wegvallen van ‘mededelingen uit het college’ en ‘rondvraag’ de interactiviteit tussen college en raad sterk ingeboet en is de kwaliteit van het debat niet toegenomen. De raadsvergaderingen zijn niet boeiender geworden, de belangstelling beperkt zich als voorheen tot de vaste tribunebezoekers en de mensen die rechtstreeks zijn betrokken bij een van de agendapunten. Door het, wegens het verstrijken van de tijd, doorschuiven van onderwerpen in De Ronde moeten insprekers en andere belangstellenden vaker een extra keer naar het stadhuis komen.
Wat de informatieverstrekking aan de raadsleden betreft, doet zich een opmerkelijk feit voor. Onder de oude werkwijze zijn in onze fractiekamer drie kastplanken vol ordners verzameld met vergaderstukken. De afgelopen drie maanden hebben niet meer dan acht centimeter bundels opgeleverd, naast enkele tientallen beknopte raadsbrieven van het college. Het is een fysieke waarneming van de afname aan informatie aan de raad.

Van minder vergaderen is geen sprake. Elke week De Raad maakt ook elke week fractievergaderingen noodzakelijk. Juist door de parallelle vergaderingen in De Ronde is goede afstemming vooraf en rapportage achteraf meer dan noodzakelijk. Sinds het invoeren van de nieuwe vergaderorde ben ik vrijwel pauzeloos vijf avonden in de week onderweg, naast de vaste fractie- en raadsavond voor andere partijbijeenkomsten en vele avonden afspraken in buurten en wijken. Al met al: de nieuwe vergaderwijze is geen aanwinst.

Heeft Amersfoort spookambtenaren?

Zaterdag 24 december 2005

Het personeelsbeleid binnen onze vaderlandse gemeentehuizen laat te wensen over. Dat blijkt uit een onderzoek dat op initiatief van het blad Binnenlands Bestuur is gehouden. Voor het onderzoek zijn 1700 ambtenaren, voornamelijk werkzaam in gemeenten, ondervraagd. Bijna de helft van hen kent binnen de eigen organisatie spookambtenaren. Dit zijn ambtenaren die wel op hun werk verschijnen maar niets om handen hebben of die eenvoudigweg betaald thuis zitten. Disfunctioneren, arbeidsconflicten en reorganisaties zijn de meest voorkomende oorzaken van dit gebeuren. Meer dan de helft van de leidinggevenden grijpt bij disfunctioneren nauwelijks in, nog afgezien van het kwart van de gevallen waarbij in het geheel geen functioneringsgesprekken worden gevoerd en de spookambtenaar dus helemaal uit het zicht is.

In Amersfoort komt dat natuurlijk niet voor. In onze gemeente gaat alles altijd net iets beter dan in de rest van het land en hanteren we op elk niveau met succes het ‘Amersfoortse model’! Toch ben ik nieuwsgierig hoeveel Amersfoortse ambtenaren zich onder de 1700 bevraagden bevonden en wat hun antwoorden zijn geweest. Ze zullen ongetwijfeld lovend zijn geweest, want voor het personeelsbeleid zetten wij onze beste bestuurders in en alles loopt zo op rolletjes dat onze secretaris er met gemak nog een baantje naast kan nemen. En als een ambtenaar eens zonder nuttige arbeid komt te zitten, dan bedenkt ons managementteam wel een nieuwe klus, waarvoor de raad altijd in grote vrolijkheid nieuwe middelen beschikbaar stelt.
Nee, het zal in ons land best op veel plaatsen mis gaan. Maar niet bij ons! De zelfgenoegzaamheid die ons college kenmerkt moet toch een oorzaak hebben. Of niet soms?

Ingezonden brief over jokken

Vrijdag 23 december 2005

Ik ben geen notoire ingezonden brievenschrijver. O ja, mijn vingers jeuken regelmatig, maar als ik goed naar mensen luister dan merk ik dat veel ingezonden brieven schrijven er niet altijd toe bijdraagt dat je serieus wordt genomen. Maar misschien zie ik het verkeerd.

Ik reageer in elk geval niet zo snel op uitspraken van mensen die ik ken en mij eigenlijk wel sympathiek zijn, bijvoorbeeld omdat ik jaren naast ze heb gewoond.
Zo las ik deze dag een ingezonden brief in de Amersfoortse Courant van een ex-buurman. Het ging over de informatieavond voor de bewoners in de Bergstraat, waar vanaf 1 februari twee omgebouwde bussen worden neergezet voor de opvang van dakloze harddrugsverslaafden. Zoals intussen gebruikelijk in onze stad worden zulke maatregelen zonder enig vooroverleg genomen, wat tot voorspelbare weerstand van omwonenden leidt. Het zijn nette mensen in de Bergstraat, dus er werd niet geschreeuwd of met spandoeken gezwaaid. Wat niet wil zeggen dat de mensen niet boos waren, beschaafd boos. De emotie kwam vooral van een nieuwe raadskandidaat, maar die woont niet aan de Bergstraat.
Volgens mijn ex-buurman was het krantenverslag over deze avond veel te negatief. De bewoners hadden respect voor het collegebesluit. De brief eindigde met de opmerking: ‘In mijn achtertuin, ik woon aan de Bergstraat, is de tijdelijke zorg zeer welkom.’

Hoewel ik zelf in het voorjaar ben verhuisd, mijn ex-buurman woont nog steeds met zijn gezin boven op de Berg en niet in de Bergstraat. Dat was voor mij de druppel, ik greep naar de pen. Daar had ik des te meer reden voor omdat het verslag dat de krant over de avond publiceerde een redelijke indruk gaf van het gebeuren. Inderdaad, er was een aanwezige die het optreden van het college vergoelijkte, maar dat was mijn ex-buurman. Op zichzelf niet zo vreemd, want hij is lid van het campagneteam van wethouder Van ’t Veld, dus het is zijn taak om zijn lijstaanvoerder wat uit de wind te halen. Maar om daarvoor – geheel volgens plaatselijke CDA-gewoonte – te gaan jokken, vond ik toch al te bont worden. Zelf zijn bedrijf, dat ooit aan de Bergstraat was gevestigd, is intussen verhuisd. Dus toch maar een ingezonden brief!

Druk verkeer langs vallei-oevers

Donderdag 22 december 2005

De PR-afdeling van ons gemeentehuis verzond deze week, samen met de provincie, het waterschap en het Utrechtse Landschap, een ronkend persbericht. ‘Valleikanaal wordt verder ingericht als ecologische verbindingszone’, luidde de veelzeggende titel. ‘Straks kunnen de dieren die langs de oevers wonen door Amersfoort heen van de Eem naar de Gelderse Vallei en weer terug’, wordt jubelend toegelicht. Dat lijkt mij heerlijk. Miljoenen euro’s worden hiervoor uitgegeven, dus het moet wel iets heel moois zijn!
Ik ben geen bioloog, dus ik moet al deze informatie voor zoete koek nemen. Maar welke dieren wonen er eigenlijk aan het Valleikanaal? En waarom is Amersfoort niet goed genoeg voor ze en moeten ze voortdurend van de Eem naar de Gelderse Vallei reizen en weer terug? En waren ze vroeger ongelukkiger, toen het miljoenen verslindende project nog niet in uitvoering was? Wie hebben er überhaupt om deze kostbare ecologische verbindingszone gevraagd?
Of is dit weer het zoveelste voorbeeld van ambtelijk hobbyisme? Ik weet het, onze provincie bulkt dankzij onze opcenten in het geld en heeft de voortdurende behoefte te bewijzen dat ze minder overbodig is dan wij allen menen te weten. En het Utrechtse Landschap kan zich natuurlijk niet alleen maar beperken tot het bouwen van futurologische kastelen op plekken waar eens monniken hebben gewoond. Maar is onze eigen gemeente zo rijk? Hebben onze ambtenaren zo weinig te doen? Kunnen zij hun groene hobby’s niet in hun eigen tijd uitvoeren? Het zijn zo maar enkele vragen die in een bezinningsrijke kersttijd bij mij opkomen.

Stuur onze stedenbouwkundige niet om een boodschap!

Woensdag 21 december 2005

In het decembernummer van Het Experiment, een uitgave van de SEV (Stichting Experimenten Volkshuisvesting) komt de trendwatcher Adjiedj Bakas aan het woord. Hij is onlangs bekend geworden door zijn boek ‘Megatrends Nederland’. Zijn visie op onze toekomst is verfrissend en humorvol, en zeker niet zonder betekenis. Voor de SEV werkt hij aan een essay met als rode draad ‘toekomsttrends in de huisvesting’, het belooft een opvallend werk te worden. De SEV-redactie ging alvast bij hem langs en ontlokte hem een aantal opmerkingen, waarover later.

Eén is mij meteen blijven hangen: ‘Vraag nooit aan een jurist of iets kan. Vertel hem gewoon wat nodig is.’ Aan die opmerking moest ik denken toen ik de raadsinformatiebrief las over het locatieonderzoek voor het Huis van de Watersport dat aan de Eem moet verrijzen. Tenminste, dat was de verwachting. De gemeenteraad heeft het college gevraagd of dat kan. Hadden we de woorden van Adjiedj Bakas tijdig ter harte kunnen nemen, dan hadden we gewoon moeten zeggen dat het moét. Nu zitten we met de gebakken peren.
De afgelopen maanden hoorde ik dat onze gemeentelijke stedenbouwers – niet de soepelste als het om andermans ideeën gaat – min of meer voor de plannen van roeivereniging Hemus waren gewonnen. Of hier van ‘winnen’ sprake kon zijn, is overigens de vraag. Het zal vooral aan gebrek aan weerwoord zijn geweest tegenover de creativiteit en deskundigheid die binnen Hemus is te vinden. Zoals al vaker opgemerkt: in onze stad bevindt zich meer creativiteit buíten dan bínnen het stadhuis. Het probleem is dat onze dames en heren ambtenaren het eenvoudigweg moeilijk hebben om dat te erkennen.

Als de argumenten duidelijk en onweerlegbaar zijn, grijpen onze stadhuismensen naar het geëigende Kafkaiaanse middel: de procedures. De raadsinformatiebrief is daar een verpletterend voorbeeld van. Ineens liggen er problemen bij de provincie en bij het waterschap. En er worden nieuwe kostenposten gevonden. Eigenlijk is het hele verhaal: aan onze Eem wensen we geen watersport. Schijnbaar moet Hemus verhuizen naar de Havik, als ik de brief van het college zo lees.
We hebben ons college en zijn ambtenaren met een boodschap op pad gestuurd. In plaats van te leveren waarom is gevraagd, komt het college alleen maar terug met problemen. Welke stappen het heeft ondernomen om die problemen op te lossen, is niet duidelijk. Volgens mij is de wil daartoe ook niet aanwezig, in elk geval niet bij onze stedenbouwkundige afdeling. Onze stedenbouwkundigen hebben zich vanaf het begin tegen de plannen van Hemus verzet, dan moet de raad niet gaan zeuren. Want wie maakt in onze stad de dienst uit?

Drie jaren kritische bijdragen

Dinsdag 20 december 2005

Vandaag een extra glaasje ranja. Deze website bestaat drie jaren. Gemiddeld zes keer per week (het streven is zeven) heb ik iets geschreven over een zaak die het openbare bestuur in onze stad direct of indirect raakt. Toen ik er aan begon, vroeg ik mij af of dit langere tijd was vol te houden. Soms ontbrak het mij aan tijd, maar aan onderwerpen heeft het eigenlijk nooit ontbroken. Dat is plezierig voor de schrijver, maar het feit dat ons gemeentebestuur voldoende materiaal aanlevert om drie jaar lang met meestal kritische kanttekeningen voor het voetlicht te treden, geeft te denken.

Written by raphaelsmit

26/12/2005 at 09:39

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Het verschil tussen noodzaak en de weg daartoe

Maandag 19december 2005

Samen met drie raadscollega’s bezocht ik deze dag het zorgcentrum voor harddrugsverslaafden aan de Catharijnesingel in Utrecht. Net als in Amersfoort, wordt dit centrum beheerd door de Stichting Maliebaan. Dit bestaande zorgcentrum staat in feite model voor het centrum dat is gepland aan de Kleine Haag.
Het bezoek was voor mij geen overtuigingstocht voor een zorgcentrum. Aan de noodzaak daarvan twijfel ik niet, samen met Ton Berends diende ik al in 2003 een motie in om een gebruikersruimte voor drugsverslaafden in te richten. De motie diende er voor om overlast in de binnenstad te voorkomen. Omdat het in de periode was waarin de raad nog duaal opereerde, werd de motie aangenomen.

Overtuigd hoefde ik niet te worden. Maar een bezoek aan een dergelijk centrum maakt een normaal mens niet vrolijk. De functionarissen voor wie het verstrekken van dit soort zorg een dagelijks gebeuren is of die roots hebben in de zorgsector, zullen er anders tegenaan kijken dan ik. Voor mij is een zorgcentrum voor drugsverslaafden een signaal van maatschappelijk falen en is het een bewijs dat bezuinigingspolitiek op rijksniveau een extra last kan vormen voor gemeenten en hun bewoners. Dat deze zorgtaak moet worden uitgevoerd is overigens een zaak van maatschappelijke beschaving.
Indien de uitnodiging voor het bezoek was ingegeven om de discussie die over een zorgcentrum aan de Kleine Haag wordt gevoerd, een andere wending te geven, dan moet worden gezegd dat binnen het stadhuis bij een aantal mensen de achtergrond van alle discussie nog steeds niet wordt onderkend. Het gaat niet om het óf, maar om het hoé. De wijze waarop het college een locatiebesluit voor een, op zich noodzakelijk, zorgcentrum heeft genomen, is de feitelijke oorzaak van alle opwinding in het afgelopen half jaar. Een besluit overigens waarmee het college, en de verantwoordelijke wethouder en burgemeester voorop, de start van deze noodzakelijke voorziening vooral hebben gefrustreerd.

Het is het gebrek aan communicatie, het bestuurlijke spierballen tonen, de gekozen ramkoers, waardoor de start van een zorgcentrum in onze stad onder het meest ongunstige gesternte plaatsvindt. De gehele aanpak toont alle sporen van bureaucratische wereldvreemdheid. Binnen de verantwoordelijke stadhuisafdeling en bij het Centrum Maliebaan is vooral een technocratische benadering gehanteerd, eigen aan onze stadhuiscultuur. Daarbij lijkt het er op dat ook persoonlijke belangen of prestige een rol hebben gespeeld, een zaak die de meerderheid van de raad echter niet wenst te laten onderzoeken.
Dat openbaar bestuur iets anders is dan ambtelijke kleindenkerij, ondervinden wij nu aan de lijve. De problemen die daardoor zijn ontstaan, hebben extra proporties gekregen door het gebrek aan bestuurlijke kwaliteit dat ons college eigen is. Zelfs de aanwezigheid van een dertigtal communicatieadviseurs heeft niet kunnen voorkomen dat rondom de Kleine Haag een sfeer is ontstaan die er helemaal niet had hoeven te zijn. Maar ja, als het college en de coalitiepartijen het bijna een geuzendaad vinden om over moeilijke dossiers niét te communiceren en een communicatieafdeling dat schijnbaar ook niet durft te weerspreken, dan moet je je als college niet verbazen dat per week het vertrouwen in het openbare bestuur bij een steeds groter aantal inwoners van onze stad afneemt.

Met als gevolg dat een broodnodige voorziening in onze stad onder de meest denkbare ongunstige omstandigheden van start moet gaan – er van uitgaande dat het nog zover komt. Voor mij hoeft het op deze plek niet meer!

Een nieuw gezelschapspel: coalitievorming

Zondag 18 december 2005

Steeds meer mensen houden zich er mee bezig: wat voor college hebben we na de komende gemeenteraadsverkiezingen. Ben jij in voor een wethoudersport, hoor ik regelmatig. Neemt Jouw Amersfoort verantwoording, is net zo een soort vraag.

Op beide vragen moet is passen. Ik kan hooguit opmerken dat Jouw Amersfoort over de mensen beschikt om aan een college deel te nemen. Zelf sta ik niet zo te dringen, ik laat de eer graag aan anderen. En ik behoef ook niet te antwoorden. De vraag over coalitievorming komt in feite pas aan de orde nadat de kiezers hun mening hebben gegeven. Over de uitslag van de verkiezingen is weinig te voorspellen. Ik vermoed dat elke voorspelling, hoe serieus ook gepresenteerd, het in zich heeft om niét uit te komen.
De realiteit is dat op dit moment een college wordt gesteund door vijf partijen die samen 26 zetels in de raad ophoesten, tegenover 13 bij de oppositie. Indien de oppositiepartijen samen vijf zetels winnen – en dan mag je praten over een tweede aardverschuiving – dan blijft de verhouding tussen het huidige coalitieblok en de bestaande oppositie nog altijd 21 om 18, waardoor de machtsverhoudingen onveranderd blijven.

Een ding lijkt mij niet meer dan logisch. Een of meer oppositiepartijen kunnen alleen maar aan een nieuw college deelnemen indien dat een merkbare wijziging in het beleid teweeg brengt. Dus moeten er tenminste twee van de vijf wethouders (zes is naar mijn mening sowieso geen discussiepunt) uit de oppositie komen en moeten de resterende kandidaten uit de huidige coalitie van een iets ander kaliber zijn dan diegenen die er nu zitten. Een welhaast utopische gedachte, maar we gaan er voor.

Een prachtige boek en een moeilijke taak

Vrijdag 16 december 2005

In museum Flehite werd vandaag het boek ‘Amersfoort en de industrie’ gepresenteerd. Het is het eerste boekwerk dat op initiatief van de stichting Siesta is uitgegeven, daarbij gesteund door verschillende personen en organisaties die zich voor de geschiedenis van onze stad inzetten. Zeventig pagina’s met fraaie foto’s van bouwwerken die de industriële geschiedenis van onze stad documenteren en waarvan een belangrijk deel nog onontbeerlijk is voor ons dagelijkse leven.

Een aantal van de bouwwerken die in beeld zijn gebracht of in een register, dat het boek afsluit, zijn opgenomen, heeft een monumentenstatus en zal voor onze stad blijven behouden. Een veel groter aantal is zonder meer van grote waarde, maar heeft nog geen beschermde status. De kans dat een aantal van de opgesomde bouwwerken onder de slopershamer dreigen te belanden, is groot. Dat geldt in elk geval voor Het Spijkertje, dat ook een plaats in het fraaie boekwerk heeft gekregen.
Als het boek iéts duidelijk maakt, dan is het wel dat de enthousiaste stadgenoten die binnen of samen met Siesta zich inzetten voor het behoud van ons industrieel erfgoed, nog veel werk staat te wachten. Succes is hen toegewenst!

Written by raphaelsmit

19/12/2005 at 18:22

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Wanneer onwaarheid tot cultuur wordt verheven

Donderdag 15 december 2005

Als er het om de opvang van drugsverslaafden in onze stad gaat, blijft het college onwaarheid op onwaarheid stapelen. Komt daar dan nooit een einde aan, is de simpele vraag. Schijnbaar niet, want het is een oude wijsheid: wie begint met een leugentje dreigt na enige tijd genoodzaakt te zijn de ene onwaarheid met de volgende onjuistheid af te dekken. Totdat dit een eigen leven gaat leiden en besturen inherent wordt aan het verbreiden van onjuiste informatie. Dat merkte ik vandaag weer eens, bij een blik in de website van de gemeente.

Op 13 december ontvingen de omwonenden van Bergstraat 7 een brief van Burgemeester en Wethouders, waarin werd aangekondigd dat in hun omgeving een tijdelijke opvang voor dakloze harddrugsverslaafden wordt gevestigd. Op maandag 19 december a.s. vindt hierover een informatieavond plaats in De Observant. In de brief aan de omwonenden meldt ons college: ‘Het college van Burgemeester en Wethouders is van plan om op 20 december a.s. te besluiten het parkeerterrein van Centrum Maliebaan achter de Bergstraat 7 aan te wijzen als locatie voor tijdelijke noodopvang in twee speciaal ingerichte bussen.’
Dus 20 december a.s. Daarmee wordt de indruk gewekt dat opmerkingen van omwonenden, op 19 december gemaakt, er nog iets toe kunnen doen. Maar wie via de internetpagina van de gemeente zijn weg zoekt naar de besluitenlijst van het college, constateert dat op 13 december, onder punt 15 van deze lijst, al is besloten in te stemmen met het noodplan van Centrum Maliebaan voor de opvang van dak- en thuisloze harddrugsverslaafden in bussen gedurende 16 uur per dag, per 1 februari 2006 voor maximaal drie maanden wordt ingestemd en daarvoor het parkeerterrein achter de Bergstraat 7 aan te wijzen.
Voldongen feiten dus, en een leugentje in de bewonersbrief om dat te verdoezelen.

Bij een dergelijk gedrag van ons college is de volgende gedachte niet meer dan logisch en nogal voor de hand liggend: het college besluit op de laatste dag voor het kerstreces van de raad tot het neerzetten van de spuitbussen, dit door middel van een overvaltactiek. De raadsinformatiebrief, die bij concept van het goedgekeurde B en W-voorstel was gevoegd, wordt niet elektronisch maar in gedrukte vorm aan de griffie overhandigd zodat verzending aan de raadsleden voorspelbaar op deze dertiende december niet meer plaatsvindt. De raadsleden mogen het dan de volgende ochtend uit de krant vernemen en kunnen pas op deze eerste dag van het reces ook de informatie in hun mailbox vinden.
Een dergelijke werkwijze voorkomt dat in de laatste raadsvergadering van dit jaar commotie ontstaat over de zoveelste misser op communicatiegebied. Je moet er bijna voor gestudeerd hebben om zo iets te bedenken – maar zoals bekend heeft de verantwoordelijke wethouder inderdaad communicatiewetenschappen gestudeerd en heeft dus een goed inzicht in de afloop en effecten van communicatieprocessen. Zou je zo denken.
Niet opgenomen in dit plannetje was het feit dat een van de omwonenden die de brief ontving de schrijver van dit dagboek tijdens de vergaderronde in het stadhuis nog wist te bereiken en een noodkreet afgaf.

De wethouder heeft nog wat uit te leggen op maandag 19 december, zes dagen nadat het collegebesluit is genomen.

Ombudsman tikt gemeente wederom op de vingers

Woensdag 14 december 2005

Opnieuw heeft de Nationale Ombudsman een uitspraak gedaan met een weinig gunstig resultaat voor ons college van B en W. Op een klacht van bewoners aan de Wielewaalstraat in Liendert, gericht tegen het optreden van het gemeentebestuur, zijn de bewoners op vier van de vijf punten in het gelijk gesteld.

Kort de geschiedenis. De bouwmarkt tegenover de woningen van de betreffende bewoners onderging in 2003 een facelift. De bewoners hadden in 1995 al bij de gemeente geklaagd over de hinder die zij ondervinden van het door de gevel reflecterende zonlicht. Tijdens een informatieavond over de plannen van 2003 wordt hen verzekerd dat de geplande vernieuwing van de gevel geen hinder zal opleveren. Hieraan wordt onder meer door de welstandcommissie aandacht aan besteed.
Aan het einde van de periode van ter visie legging van het verbouwplan spreken de bewoners in een brief aan het gemeentebestuur hun bezorgdheid uit. Meer dan een ontvangstbevestiging op hun brief ontvangen zij niet. Ruim zes weken na het verzenden van de brief verlenen B en W een bouwvergunning. Nadat de nieuwe gevel is aangebracht constateren de bewoners dat de door hen gevreesde overlast werkelijkheid is geworden. Na een telefonisch contact constateert de verantwoordelijke ambtelijke afdeling dat de bouw overeenkomstig de bouwaanvraag heeft plaatsgevonden.

De bewoners sturen opnieuw een brief aan de gemeente en ontvangen, wederom, niet meer dan een ontvangstbevestiging. Hoewel ik geen formele ombudsman ben, nemen de bewoners toch contact met mij op – terecht, moet ik opmerken. Formeel klopt de zaak, maar het is duidelijk dat de gemeente heeft gefaald in zijn communicatie en de bewoners aan het lijntje heeft gehouden waardoor tijdige acties die het probleem mogelijkerwijze nog hadden kunnen keren, niet konden worden genomen.
Samen met fractiegenoot Will Koet verzoek ik in juni de wethouder RO om als mediator op te treden. Een goede kans voor hem om te bewijzen dat openbaar bestuur er voor de mensen is en zich niet beperkt tot juridische scherpslijperij. Maar de mogelijkheid wordt niet aangegrepen: de wethouder praat alleen met de franchisenemer van de bouwmarkt, negeert de bewoners en schrijft mij, met beroep op juridische regels, dat voor hem geen taak is weggelegd. De franchisenemer van de bouwmarkt ontvangt een afschrift van de brief en kan dus verder achterover leunen. Ook de media worden geïnformeerd, maar de bewoners ontvangen de informatie over de zaak die vooral hen aangaat niet. Achteraf, nadat ik de selectieve verzending opmerk, ontvangen zij de brief van mij.
Om een lang verhaal kort te maken: na overleg wenden de bewoners zich tot de Nationale Ombudsman. Deze ervaart aan de lijve hoe slordig de gemeente communiceert. Uiteindelijk volgt dus de negatieve uitspraak die de gemeente zichzelf, door niet op opmerkingen en klachten van de bewoners inhoudelijk in te gaan, op de hals heeft gehaald.

Reden voor schriftelijke vragen. Hoe heeft het zover kunnen komen en wat onderneemt het college om iets dergelijks in de toekomst te voorkomen? Tevens vraag ik het college om – naast alle goedweerberichten – in het Burgerjaarverslag 2005 ook iets uitgebreider aandacht te besteden aan uitspraken van de Nationale Ombudsman over klachten tegen de gemeenten die gegrond worden verklaard. Tevens heb ik het college gevraagd om, na al het gedoe dat de bewoners in de Wielewaalstraat hebben ervaren, samen met de bewoners en de franchisenemer te zien hoe, los van juridische flikflak, de problemen van de bewoners kunnen worden opgelost – want daarom gaat het tenslotte!

Written by raphaelsmit

15/12/2005 at 14:45

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Alice in Wonderland op het pad der onbeleerbaren

Dinsdag 13 december 2005

Ik weet het, het is misschien niet netjes het hardop uit te spreken, maar wie kan het mij na vanavond nog kwalijk nemen: wethouder In ’t Veld is óf een dom blondje met geverfd haar, óf ze is een willoze trekpop in handen van haar ambtenaren en de Stichting Maliebaan, óf ze leeft in een eigen wereld, gespeend van elke zicht op realiteit. Of alle drie.
Een half jaar lang is er met intensieve regelmaat gedonder over de wijze waarop zij omgaat met de opdracht van de raad om een oplossing te zoeken voor problemen die dakloze harddrugsverslaafden veroorzaken in onze binnenstad. Een gevoelige zaak waarbij verstand, wijsheid en besef voor de positie van het openbare bestuur van grote betekenis is. Vrijwel iedereen in de stad, op de CDA-fractie na, kan intussen vaststelen dat bij het besluit om aan de Kleine Haag een zorgcentrum in te richten, de nodige blunders zijn gemaakt. Nog vorige week werd haar van alle kanten in de raad, met uitzondering van het CDA, geadviseerd om communicatief beter met dit pijndossier om te gaan. Een motie hierover van de Christen Unie haalde het niet omdat de andere fracties van mening waren dat dit al vaak genoeg was gezegd en de CU-motie dus overbodig was.

Niet dus. Vanavond tijdens de Ronde kreeg ik een telefoontje van een bewoner aan de Bergstraat. De wethouder had hem deze dag proberen te benaderen voor een afspraak per direct voor een persoonlijk gesprek. Dat kon niet doorgaan omdat een normaal mens overdag normale verplichtingen heeft en het ook niet direct duidelijk was wat de impact van het gesprek zou zijn. Dat bleek pas toen de bewoners in (een deel van?) de Bergstraat een brief van de gemeente kregen. Bij het lezen daarvan sloegen bewoners op tilt.
Achter de tuinen van de woningen in de Bergstraat, voor sommigen naast de toegang tot hun garage, worden over een maand enkele omgebouwde bussen neergezet die als tijdelijke opvang voor ’n veertigtal harddrugsverslaafden gaan dienen, van ’s morgens acht tot ’s avonds tien uur. Dinsdag a.s. zal het college dat met een besluit bekrachtigen, maandagavond 19 december is er voor de bewoners een informatieavond. Punt, uit.

’s Middags was de pers over het besluit geïnformeerd, de raadsleden wisten van niets. Vandaag was de laatste raadsvergadering voor het kerstreces, tot 17 januari komt de raad niet meer bijeen. Zonder het verontruste telefoontje van een van de bewoners hadden de raadsleden het plan van het college woensdagochtend uit de krant moeten vernemen. Maar ik heb vanmiddag een raadsinformatiebrief laten versturen, riep de wethouder in haar domme onnozelheid. Zelf had ik, een kwartier voor ik naar het stadhuis ging, mijn mailbox nog ingezien, maar de brief waar de wethouder op doelde was er niet. En die kon er ook niet zijn want, tegen de gewoonte in, had de afdeling de tekst in gedrukte vorm bij de griffie aangeleverd, in plaats van de gebruikelijke elektronische aanlevering. En dan nog: een groot deel van de raadsleden komt tegen zessen vrijwel direct vanaf het werk naar het stadhuis. Wie kan het mij nog kwalijk nemen wanneer ik achter deze onbeholpenheid van het college kwade wil vermoed.

De raadsinformatiebrief werd vanavond, tegen het einde van de vergadering, nog haastig rondgedeeld. Dat maakte de meeste raadsleden er ook niet vrolijker op, uiteraard met uitzondering van het CDA. VVD-fractievoorzitter Ruud Luchteveld hekelde terecht dat in de brief nauwelijks aandacht werd besteed aan de positie van de omwonenden. Logisch, want daaraan heeft deze wethouder, zoals eerdere bewezen, sowieso geen enkele boodschap. Ook werd uit de brief niet duidelijk op basis van welke criteria de keuze op de plek in de omgeving van de Zonnehof is gevallen. Het meest doorslaggevende argument lijkt de nabijheid van het kantor van de Stichting Maliebaan te zijn – een zwak argument want intussen is duidelijk gebleken dat die stichting zich alleen maar bezighoudt met haar eigen ding. De publieke consequenties zijn voor rekening van de wethouder, maar die loopt bij dit dossier rond als Alice in Wonderland, van haar mag je geen zinnige acties verwachten.
Mij bleef niets anders over dan, samen met Gerard van Vliet, een motie op te stellen waarin de hele gang van zaken wordt gehekeld. Kern van onze motie was het verzoek om de coördinatie rondom het dossier Zorgcentrum uit handen van onze trekpop te nemen en bij een echte wethouder onder te brengen. Uiteraard verzette de burgemeester zich tegen behandeling van deze motie, immers, op zulke momenten is zij niet meer voorzitter van de raad maar van het college, met als extra taak het beschermschap voor onze falende wethouder. Waarmee de burgemeester weer eens bevestigde dat bij het Zorgcentrumdossier zij op zijn minst een gelijke verantwoordelijkheid draagt voor het falende beleid als de struikelende wethouder.

De vier uitspraken in de motie werden per stuk in stemming gebracht. Overdracht van de portefeuille stuitte op weinig sympathie bij de coalitiepartijen – logisch, want welke andere wethouder is nog bereid om twee maanden voor de verkiezingen de ravage die wethouder In ’t Veld heeft aangericht voor zijn rekening te nemen. Ook het voorstel om het besluit over de tijdelijke plaatsing bij de Bergstraat terug te draaien, haalde het niet – dat zou mogelijkerwijze tot de val van het college hebben geleid. Het verzoek om bij de tijdelijke plaatsing maximale zorgvuldigheid in acht te nemen rondom de communicatie met burgers, werd door een grote meerderheid gesteund, uiteraard met tegenstem van het CDA die geen prijs stelt op zorgvuldige communicatie, zoals de CDA-fractievoorzitter enkele maanden terug al expliciet heeft verklaard. Het verzoek om de raad actief te informeren over de verdere ontwikkeling van het zorgcentrumdossier kon, ondanks de tegenstemmen van VVD, PvdA en – uiteraard – het CDA, wel op een meerderheid rekenen.

Een betere weg met een nieuwe zoektocht

Maandag 12 december 2005

De motie die de VVD afgelopen dagen presenteerde over het organiseren van een zoektocht naar alternatieve plekken voor de opvang van daklozen en drugsgebruikers, is zo gek nog niet. Ik kan nauwelijks iets anders zeggen, want op 22 november diende ik een motie in van ongeveer gelijke strekking. Die werd weliswaar door de coalitiepartijen van de hand gewezen, maar in de wandelgangen kreeg ik vanuit die kringen te horen dat het idee op zichzelf best zinvol was. Dus kondigde de fractievoorzitter van de VVD die avond al vast de motie aan die de afgelopen dagen dus op papier tot ons is gekomen.

De VVD-motie staat op de agenda voor het Besluit. Dat is niet zo elegant want dat betekent dat er nauwelijks discussie over mogelijk is. Belanghebbenden hebben bij deze gang van zaken al helemaal niets te zeggen. Wat is er dus voor de hand liggender dan de motie eerst in de Ronde te behandelen, zodat er een zinvolle gedachte-uitwisseling over kan plaatsvinden. Maar intussen vindt er al allerlei telefonisch overleg plaats, zodat het doorschuiven van de motie naar de eerstvolgende Ronde na het kerstreces is te verwachten.
Dat lijkt mij beter. Intussen heb ik namens mijn fractie al twee wijzigingen op de VVD-motie geformuleerd. Dat is nodig omdat de uitspraken in de motie nogal vrijblijvend zijn. En daarmee moet je voorzichtig zijn bij ons college, want als je het college voor een boodschap op weg stuurt weet je nooit waarmee het thuiskomt. De gang van zaken rondom de Kleine Haag is daar een sprekend bewijs van, zoals ook door onderzoeker Hoetjes geconstateerd.

Daarnaast komt dat ik bij mijn terugkomst uit Berlijn tot mijn verrassing zag dat het VVD-voorstel voor het Besluit is geagendeerd. Was mij iets ontgaan? In elk geval maakt de korte spanne tijd tussen agenderen en besluit het mij onmogelijk om adviezen in te winnen bij deskundigen op dit terrein. En omdat ik intussen heb gemerkt dat er een landelijk netwerk bestaat van mensen die kennis en ervaring hebben over de vestiging van opvangcentra voor drugsverslaafden, wil ik uit dat netwerk graag enige kennis putten. Overigens wordt de vestiging van het zorgcentrum aan de Kleine Haag binnen dit nationale circuit van deskundigen omgereikt als het meest sprekende voorbeeld hoe je problemen rond drugsverslaafden in elk geval niét moet oplossen. Maar ja, ons college doet er alles aan om onze stad op de kaart te zetten, en dat is ook op dit punt dus maar mooi weer even gelukt!

Written by raphaelsmit

14/12/2005 at 11:21

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Bij de afsluiting van een pr-campagne

Zaterdag 10 december 2005

‘Criminaliteit neemt af’ kopt de Amersfoortse Courant vandaag, met als chapeau: ‘Burgemeester: campagne Veilig op Straat succesvol’. De opmerking van de burgemeester is niet zo verbazingwekkend. Nadat het afgelopen jaar meer dan een miljoen euro is gestoken in de actie Veilig op Straat, was er nauwelijks een andere reactie vanuit het college te verwachten. Toch leidt de eindconclusie van onze burgemeester tot twee kanttekeningen.

Indien in de vier kerngebieden waarop de actie zich richtte de criminaliteit inderdaad bovengemiddeld is gedaald, dan moet voor dergelijke gebieden structureel meer geld worden ingezet. Dat blijkt dan nodig en nuttig te zijn. Eigenlijk hadden we de informatie over de effecten op de vier hotsport een maand eerder moeten hebben, dan had de gemeenteraad er tijdens de begroting gericht geld voor kunnen vragen.
Dat had dan wel voor meer gebieden moeten gelden, want terwijl in de hotspotgebieden de criminaliteit dus merkbaar lijkt te zijn afgenomen, nam deze in omgevingsgebieden juist toe. Het ‘waterbedeffect’, zoals onze burgemeester dat zelf omschrijft. Eigenlijk kan je zeggen: als een actie in een beperkt aantal gebieden er toe leidt dat andere gebieden meer overlast krijgen, dan is het succes nogal relatief.

Maar het grootste deel van de campagne Veilig op Straat betrof een pr-actie, met vlaggenvertoon, bijeenkomsten met uiteenlopende groepen bewoners en wekelijks vier tot zes betaalde pagina’s in een van de plaatselijke media. Met al die pr-actie is het veiligheidsgevoel onder veel stadgenoten verbeterd, is de conclusie die het college trekt. Maar een actie die op veranderingen van gevoelens is gericht, verliest zijn effect op het moment dat de werkelijkheid anders is dan de gesuggereerde situatie. Alle stadgenoten die door de actie een veiliger gevoel hebben gekregen, verliezen dat op slag op het moment dat zij weer rechtstreeks met crimineel gedrag worden geconfronteerd, zelf of in hun onmiddellijke woon- of werkomgeving.
En juist daarom zou het miljoen euro veel effectiever zijn geweest wanneer het zou zijn besteed aan concrete zaken. Voor het miljoen euro dat nu aan een aangeklede pr-actie is besteed had je bijvoorbeeld zestien extra agenten op straat kunnen hebben of op hotsport vijftig camera’s kunnen ophangen, om maar eens enkele voorbeelden te noemen.

En voor de rest: een aantal van de activiteiten die voor veel geld in het kader van Veilig op Straat zijn ontwikkeld, reken ik tot het gewone werk van onze veiligheidsambtenaren. Daar zijn ze voor aangesteld, dat is hun dagelijkse werk. Daardoor blijf ik bij mijn opvatting: de actie Veilig op Straat heeft er vooral toe gediend om collegeleden, de burgemeester en de gemeentesecretaris voorop, wat extra profiel te verlenen.
Voor het overige hoop ik dat het feestje van 100.000 euro, dat vandaag in de Stadshal wordt georganiseerd, erg veel stadgenoten aantrekt. Als er toch al zo een grote som gemeenschapsgeld wordt ingezet om een dure pr-campagne af te sluiten, moeten er ook maar zoveel mogelijk stadgenoten van profiteren. Het is tenslotte hún geld.

Twee dagen weg en Het Spijkertje is verdwenen!

Vrijdag 9 december 2005

Toen ik donderdagochtend half acht voor een tweedaags bezoek aan Berlijn mijn woning verliet, stond op het Gildeplein een bulldozer te ronken. Nog voor ik bij het spoorwegtunneltje aankwam, hoorde ik achter mij de eerste bonk op de muren van Het Spijkertje, gevolgd door het geluid van neerstortend puin. Ze zijn begonnen, wist ik meteen, en uitgerekend op de dagen dat ik niet thuis ben. Toen ik vrijdagavond half elf weer de Grote Koppel opliep, was er van het gebouwtje, waar ik tien maanden tegenaan keek, niets meer over. Oké, het uitzicht heeft zich ineens verbreed, maar de weemoed naar de laatste herinnering aan het verleden van het Gildekwartier zal mij nog lang bezighouden. De nieuwe plannen voor een bouwwerk op de gelijke plaats lijken mij best interessant, maar het blijft natuurlijk surrogaat.

Written by raphaelsmit

11/12/2005 at 10:22

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Kanttekeningen bij dichtgetimmerde coalitiepolitiek

Woensdag 7 december 2005

Van de vijf coalitiepartijen neemt de Christen Unie een aparte plaats in. Voor deze partij is het deelnemen aan een coalitie niet uitsluitend een zaak van macht en baantjes, deze partij laat zich ook leiden door morele overwegingen. De PvdA is al lang niet meer socialistisch, onze plaatselijke VVD moet haar speurtocht naar de liberale grondbeginselen nog starten, het CDA heeft elke neiging om zijn handelen te richten naar een christelijk-ethische overtuiging al lang laten varen en Groen Links in onze stad levert nog nauwelijks een bijdrage aan de kritisch-intellectuele historie waaraan deze partij ooit haar aanzien verdankte.

Maar de Christen Unie blijft haar wortels trouw en heeft de moed om binnen de coalitie op gezette tijden een eigen geluid te laten horen. Ik deel hun rechtlijnige, christelijke doelstellingen niet: wanneer het om de basis van het christelijke denken gaat, ben ik een tegenpool van de uitgangspunten van de Christen Unie. Uiteraard zonder daarmee de christelijk-culturele invloeden te verloochenen die elke Westeuropeaan als product van een eeuwenlange historie steeds bij zich draagt.
Mij verbaasde het daarom niet dat CU-fractievoorzitter Hans van Daalen tijdens de discussie deze avond in café Borra de oppositie op een aantal punten gelijk gaf ten aanzien van diens kritiek op de politieke cultuur die de Amersfoortse gemeenteraad de afgelopen twee jaar kenmerkt. Een open discussie vindt niet meer plaats, de coalitiepartijen hebben angst voor een gedachtewisseling op basis van argumenten waarbij de positie van een collegelid tegen het licht wordt gehouden, belangrijke besluiten in de gemeenteraad worden door de coalitiepartijen in achterkamertjesoverleg voorgekookt.

Uiteraard stelde Hans van Daalen dat niet in deze scherpte, maar de kritiek op het optreden van de coalitie vond bij hem gehoor. Hij stelde voor om de komende maanden moties en dergelijke niet steeds weer voor te koken, maar onderwerp te laten zijn van een open debat. Hoe hij dat wil vormgeven, weet ik nog niet, maar de intentie is zuiver.

Stinkende best doen voor stinkende doelen

Dinsdag 6 december 2005

Ik heb mijn stinkende best gedaan. Aldus wethouder Van ’t Veld tegenover de raad. Zoals steeds wanneer er kritiek komt op haar doen en laten rondom het dossier Kleine Haag, draait zij de emotionele toer, waarbij de zuiverheid van haar intenties in stelling wordt gebracht.

Dat zij haar best doet, wordt door weinige betwijfeld. Daar wordt zij ook voor betaald. Wat haar intenties betreft: misschien heeft zij nog steeds niet door waar ze eigenlijk mee bezig is en kan zij, vanuit dit gezichtspunt, verklaren dat haar intenties zuiver zijn. Maar het zijn dan wel háár intenties. Of dat goede en – vanuit het maatschappelijke fatsoen – verdedigbare intenties zijn, is te betwijfelen. Vooral omdat zij niet de moed heeft getoond haar intenties in een brede maatschappelijke discussie in te brengen.
Is het een goede intentie om een zorgcentrum voor zestig drugsverslaafden te openen, een centrum van een schaal waar veel hulpverleners grote vraagtekens bij zetten? En is het een goede intentie om een zorgcentrum in de binnenstad te plaatsen? Veel andere steden gaan er steeds meer toe over om de opvang van een dergelijk zorgcentrum juist op afstand van een binnenstad te openen. Of vindt de wethouder het een aanvaardbare intentie om een zorgcentrum vlak bij de plaats onder te brengen waar de verslaafden de middelen langs vaak criminele weg vergaren om hun verslaving te kunnen continueren? Anders gezegd: is het de taak van de overheid om criminele daders in de watten te leggen en de bereikbaarheid van hun ‘arbeidsplaats’ te optimaliseren? En is het een goede intentie om hulporganisaties over jaren weg aan ‘omzet’ te helpen, in plaats van door actieve afkickprogramma’s het probleem echt te lijf te gaan?

Natuurlijk kan de wethouder beweren dat zij zuiver te werk gaat. De haar steunende coalitiepartijen hebben immers, door het rapport van de heer Hoetjes kritiekloos te omarmen, het tot een norm verheven dat inspraak niet meer van deze tijd is en dat een toezegging van de overheid geen garantie vormt. Vanuit die visie kan wethouder De Wilde, die zich intussen al langer als antidemocraat ontpopt, beweren dat een gemeentelijk persbericht waarin toezeggingen op papier zijn gezet, van nul en gene waarde is en niet meer ter discussie hoeft te staan.
Wethouder Van ’t Veld weet zich in al haar handelen, hoe verwerpelijk ook, gesteund door de vijf coalitiepartijen. Deze partijen hebben zich met zoveel nadruk aan een collegebesluit gebonden, dat er voor hen nog nauwelijks een weg terug bestaat. Het bestuurlijke wangedrag rondom het dicteren van een zorglocatie heeft er in elk geval toe bijgedragen dat de coalitie in onze stad het begrip dualisme, vier jaar geleden de trots van het stadsbestuur, met befloerste trom ten graven heeft gedragen. Schaamteloos, zoals het bij domheid kan toegaan.

Een omstreden bouwvergunning

Maandag 5 december 2005

Binnenstadbewoners gaan de bouwvergunning voor het verbouwen van het voormalige kruisgebouw aan de Kleine Haag aanvechten. Mogelijk kunnen zij daarbij gebruik maken van de schriftelijke vragen die ik eind september over de bouwvergunning stelde en die zeven weken later werden beantwoord. Met een kromme redenering verdedigde het college het feit dat het pand aan de Kleine Haag tegen de regels van het bestemmingsplan wordt omgebouwd.
Het pand heeft de bestemming ‘maatschappelijke (sociaal-medische en religieuze) doeleinden’. Maar twee van de drie verdiepingen worden omgebouwd tot kantoorruimte. Een wijziging in het bestemmingsplan heeft niet plaatsgevonden, het college wilde ongetwijfeld bezwaarschriften en een rechterlijke afweging vermijden.

Om de grote leugen te verdekken, wordt een vergelijking gemaakt tussen fabriekshallen waarbinnen een ondersteunende kantoorfunctie kan worden toegestaan. De vergelijking gaat echter mank, al was het maar omdat de huur van een fors aantal vierkante meters door centrum Maliebaan onder meer werd beargumenteerd met de verwijzing dat daardoor een deel van de bestaande kantoorruimte elders in de stad (en niet bestemd voor een zorgcentrum) na de verbouwing kan worden verplaatst naar de Kleine Haag.
En er staat meer huichelarij in de beantwoording, bijvoorbeeld bij de interpretatie van wettelijke regels die gelden bij het wijzigen van een vastgelegde bestemming. Voer voor rechters.

Written by raphaelsmit

07/12/2005 at 23:16

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Wethouder Van ’t Veld heeft de raad belogen

Zondag 4 december 2005

Jawel, wethouder Van ’t Veld heeft gelogen. De toezegging: ‘Deze wijk gaan we niet extra belasten,’ heeft ze gedaan tijdens een bijeenkomst met de bewoners uit de Stovestraat en omgeving. Haar bewering dat zij de uitspraak tijdens een bijeenkomst in De Koppel heeft gedaan, is een schennis van de waarheid. Dat blijkt uit de achttien minuten durende tape die de raadsleden per internet hebben ontvangen.

Uit de opname blijkt dat Hans van Wegen tijdens de opgenomen bijeenkomst aanwezig was. Hij is een van de omwonenden – en was als zodanig dus ook uitgenodigd – die tijdens de bijeenkomst van zich laat horen. Ik was zelf aanwezig tijdens de, eveneens heftige, bijeenkomst in De Koppel. Ik kan – en als het moet onder ede – verklaren dat het gesprek dat op tape beschikbaar is, niet in De Koppel heeft plaatsgevonden. Daar kwamen hele andere zaken aan de orde, bijvoorbeeld dat in het kader van de stadsvernieuwing er veel in de wijk was verbeterd dat door de komst van de tijdelijke tweede opvang in het oude PA-gebouw aan de Keerkring teniet zou worden gedaan.
Op de tape gaat het om hele andere zaken. Daar zegt de wethouder dat er minder bezoekers moeten komen. Daar zeggen de bewoners dat ze het opvanghuis zat zijn en dat de ruimte vroeger ook een andere functie had (activiteitencentrum). Daar klagen bewoners over de overlast die zij al jaren ondervinden, en dragen daarbij voorbeelden aan. Zaken die in De Koppel eenvoudigweg niet aan de orde konden zijn gekomen.
Nee, zegt de wethouder, de toezegging die ik deed, deed ik niet in de Stovestraat, maar in De Koppel. Als aanwezige in De Koppel kan ik zeggen: een leugen. En wat daarbij kwalijk is: deze leugen wordt door de burgemeester afgedekt – zoals de burgemeester telkens in de bres springt op momenten dat de wethouder Van ’t Veld het moeilijk heeft, tegenover media zo goed als tegenover bewoners.

Een wethouder die de raad willens en wetens misleid en anderen, die op de juiste gang van zaken attent maken, voor leugenaar neerzet, rest slechts een ding: aftreden. Coalitiepartijen die dit niet inzien en haar tegen alle feiten in blijven verdedigen, verliezen elke mogelijke geloofwaardigheid tegenover de inwoners van onze stad.

Written by raphaelsmit

04/12/2005 at 12:41

Geplaatst in Uncategorized