Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for oktober 2003

leave a comment »

Woensdag 29 oktober 2003

Het toeval bracht mij de afgelopen dagen in gesprek met enkele directeuren van culturele instellingen, elk in zijn of haar eigen omgeving. Hoewel het cultuuraanbod in Amersfoort moet opboksen tegen de concurrentie van Utrecht en Amersfoort, biedt de Keistad toch wel het een en ander. Vooral moderne kunst krijgt ruime aandacht: Het Mondriaanhuis, Theater De Lieve Vrouw en het Armandomuseum zijn enkele voorbeelden.

Deze culturele instellingen hebben één ding gemeen: ze zijn armlastig. Kleine staven van enthousiaste, kundige professionals worden bijgestaan door tientallen vrijwilligers, zonder wie de meeste culturele voorzieningen in onze stad de deuren zouden moeten sluiten. De kleine kern van betaalde krachten staat onder grote druk en strijd tegen bezuinigingen, vooral omdat een deel van de betaalde krachten bestaat uit zogenaamde Melkertbanen.

In de raadscommissie van afgelopen donderdag heb ik er op gewezen dat de stad de afgelopen jaren behoorlijk is gegroeid, maar dat het culturele budget niet evenredig is meegegroeid. Daarmee hebben niet alleen de musea en theaters te maken, maar bijvoorbeeld ook de amateuristische kunstbeoefening waar op de toch al kleine budgetten nog extra bezuinigingen worden toegepast. ‘We wachten op betere tijden,’ was het antwoord van wethouder De Wilde op mijn klacht over het niet meegroeien van de budgetten. Ik geloof daar niet zo in: wie in tijden als deze onvoldoende aandacht heeft voor cultuur, mist deze aandacht ook in betere tijden.

Leefbaar Amersfoort kijkt, als het om cultuur gaat, bezorgd naar de toekomst. Binnen niet al te lange tijd staat het Eemcentrum weer op de agenda. Hier komt de nieuwbouw voor de Scholen in de Kunst, de bibliotheek en de popkelder. Er zijn verschillende geldstromen waaruit de nieuwe gebouwen moeten worden gefinancierd: de Reserve Stedelijke Voorzieningen en de regulaire begrotingen zijn daarbij de belangrijkste elementen. Het budget is krap, maar wat nog erger is, is de ervaring die al in veel andere steden is opgedaan: projecten zoals het Eemcentrum lopen financieel altijd uit de hand.

Niet alleen kan de nieuwbouw leiden tot ongewenste tegenvallers. Nog meer gevaar schuilt er in de exploitatie van de nieuwe culturele gebouwen. De pretenties zijn hoog gestoken. Onze fractie vreest dat na het gereedkomen van het Eemcentrum veel meer geld nodig is voor de exploitatie van de nieuwe inrichtingen dan nu nog wordt voorzien. En dat zal dan ten koste gaan van het overige culturele leven, de voorzieningen die in de stad blijven net zo goed als de vele verenigingen en clubjes die gezamenlijk het culturele klimaat in onze stad bepalen.

Het gevoel dat ik na de gesprekken van de afgelopen week heb, is niet opbeurend. Niet alleen dat er veel geld naar het Eemcentrum gaat, maar wat gebeurt er met de ruimte die wordt achtergelaten in de binnenstad? Ik heb nog geen mening daarover gehoord en betwijfel of daarop überhaupt een visie is ontwikkeld. Aan particulier initiatief en de inzet van honderden vrijwilligers ontbreekt het niet, het ontbreekt aan voldoende culturele belangstelling binnen het stadhuis.

Dinsdag 28 oktober 2003

Ook al leidt dat soms tot ongemak: ik vind het dualisme binnen de raad zeer boeiend. Neem nou de discussie over de snelfietsroute naar Vathorst. Het college doet – voor de tweede keer in korte tijd – een voorstel voor de route buiten de Kattenbroeker Boerderijkamer om. En voor de tweede keer sturen drie van de vijf collegepartijen hun wethouders het bos in. Een blamage tegenover de overvolle publieke tribune, waar gemotiveerde burgers een bestuurlijke slapstick beleven die er ongetwijfeld niet toe bijdraagt het vertrouwen in het politieke bestuur op te vijzelen.

Voor alle duidelijkheid: ik vind het snelfietsplan Buitenom ook niet zo denderend. Ik ben het met de bewonersvereniging Vathorst eens: geen enkele alternatief is goed, je zou er beter aan doen om de aanleg van de snelfietsroute helemaal af te blazen en het dure geld in te zetten voor nuttiger zaken voor de nieuwe bewoners in Vathorst. Maar zo simpel is dat niet: het gemeentebestuur zit vast aan afspraken met het ontwikkelingsbedrijf Vathorst en Rijkswaterstaat. Het viaduct bij de afslag Amersfoort-Noord moet en zal een fietsroute worden, tegen beter weten in, zo lijkt het.

Tot zover is de zaak misschien nog wel duidelijk. Maar daarmee houdt de duidelijkheid ook op. Het is voor iedereen helder: over een maand komt het college weer met een voorstel voor de fietsroute buiten de woonbebouwing van de Boerderijkamer om. Het is van alle slechte oplossingen de minst schadelijke. Fracties zoals als Groen Links, de PvdA en het CDA kunnen dit zien aankomen.

Dat ze deze avond via een ordevoorstel, dat één stem meerderheid kreeg, het besluit weer wisten uit te stellen, was vooral het gevolg van een onmogelijke lange file tussen Den Haag en Amersfoort, waarin een van de fractieleden van de VVD verzeild was geraakt. Aan de argumenten lag het in elk geval niet, die waren broodmager. Maar het werkelijke probleem ligt in de angst van deze fracties om een besluit te nemen. Nu er gekozen moet worden tussen twee slechte oplossingen, durven zij niet datgene te doen waarvoor de leden van deze fracties zijn gekozen: een besluit nemen.

Bestuurlijke lafheid dus. Juist voor collegepartijen is zoiets fnuikend. Voor de oppositie is de chaos binnen de coalitie, die met enige regelmaat – in elk geval op momenten dat het ergens om gaat – uitbreekt, bijna vermakelijk. Bijna, want het bestuurlijke onvermogen van de coalitiepartijen levert een droevig, zo niet beschamend beeld op. Dat het college uit de blijkbare onbetrouwbaarheid van een deel van de ondersteunende partijen geen conclusies trekt, benadrukt des te meer de kwaliteit van dit college. Die is omgekeerd evenredig aan de mate van besluiteloosheid bij een aantal coalitiepartijen die hun heil zoeken bij het voor zich uitschuiven van een slechte, maar onontkoombare keuze.

Maandag 27 oktober 2003

Het afgelopen jaar heeft de sport regelmatig op de agenda van de raad gestaan. Vaak onverwacht, aan de hand van actuele ontwikkelingen of door een goed uitpakkende lobby. Bij de kwesties die ik bedoel ging het steeds om de accommodatiebehoefte bij sportverenigingen. In een aantal gevallen heeft de raad een besluit genomen waarmee in ruimtenood verkerende verengingen uit de brand werden geholpen. Het vierde veld voor AMHC en de hal voor GymXL zijn de voorbeelden hiervan. Het was terecht dat deze verenigingen werden geholpen.

Maar er liggen meer verzoeken. De roeiverenging Hemus is al lang uit zijn krappe jasje gegroeid en ook de atletiekvereniging Triathlon moet haar clubhuis nodig uitbreiden. Terechte zaken, wat heel wat raadsleden intussen hebben erkend, zonder dat dat tot duidelijke besluiten heeft geleid. Eigenlijk is er sprake van ad-hocbeleid, wat tot onzekerheid en rechtsongelijkheid kan leiden. Dat is link, want er zijn de komende jaren meer vragen van sportverenigingen te verwachten. En in alle gevallen is één ding duidelijk: het sportleven in ons stad ziet ledentallen met sprongen toenemen, wat het directe gevolg is van de snelle groei van de stad.

Het probleem is duidelijk, evenals de oorzaak. De oplossingen, zo die worden geboden, zijn echter chaotisch en soms niet op basis van logica te verklaren. In een normale situatie zou een wethouder voor Sportzaken met voorstellen komen voor een oplossing. Maar dat hoef je van Ineke Geluk, de wethouder die – naar men zegt – ook de zorg voor de sport onder haar hoede heeft, niet te verwachten. Toch wordt het tijd dat er structuur in de hulp aan sportverenigingen komt. En voldoende financiële middelen, want op dat punt wordt onvoldoende rekening gehouden met de groei van onze stad.

Voor Leefbaar Amersfoort is dat aanleiding om met een initiatief te komen voor het instellen van een fonds voor nieuwe sportvoorzieningen. Een fonds dat oplossingen moet bieden voor sportverengingen die door de groei van de stad en de daarmee samenhangende ledentoestroom in ruimtenood verkeren. Het voorstel van ons voorziet in een fonds waaruit verenigingen via een aflossingsvrije lening eenderde van de noodzakelijke investeringen kunnen dekken. De rest moet via eigen middelen en leningen bij een bank op tafel komen. De meeste verenigingen die in ruimtenood verkeren of dit vooruit zien, blijken ijverige spaarders te zijn. Maar voor het laatste zetje hebben ze hulp van de gemeente nodig. In veel andere steden is zoiets goed geregeld, maar niet bij ons.

De tekst van het initiatief, inclusief het dekkingsvoorstel, is op te vragen via de reactiemogelijkheid op deze website.

Zondag 26 oktober 203

In de Amersfoortse Courant van dit weekend pleit Jos van Oord er voor om in Vathorst niet in sneltreinvaart elke vierkante meter vol te bouwen, maar een aantal plekken braak te laten liggen. Jos van Oord is predikant in Kattenbroek en Nieuwland en gaat die functie ook vervullen in Vathorst. Zijn mening is gebaseerd op ervaringen in de dichtbebouwde groeistadwijken in onze stad.

Zijn mening is uit mijn hart gegrepen. Ik herinner mij nog de discussie die ik, samen met een van de leden van de Groen-Linksfractie (ik weet alleen nog dat ze Loekie heet), in 1997 voerde over een stukje groen in Kattenbroek. Het ging om een open plekje, een oude boomgaard, die door de bouwers even over het hoofd was gezien. Het had zich ontwikkeld tot een mooi wild speelterreintje voor de jeugd in Kattenbroek. Geen mooi aangeharkte kinderspeelplaats, waarvan er sowieso niet veel zijn in het dichtbebouwde Kattenbroek, maar een klein stukje avontuurlijk groen met oude bomen, struiken en een droge greppel.

Tot de gemeente besloot dat ook dit laatste stukje ongerepte Kattenbroek bebouwd moest worden. Ik herinner mij de discussie met wethouder De Man nog. Het stukje grond had een woonbestemming, zo betoogde hij. Als je er kinderen liet spelen, bracht het geen geld op, was zijn redenering. En dat is juist, want woongenot laat zich meestal niet in geld uitdrukken en in het wild spelende kinderen vormen geen consumerende doelgroep. Er werd actie gevoerd door ouders en kinderen, maar het resultaat is te raden. Het bewonersprotest had geen enkele invloed op de stadhuisbureaucratie, het laatste originele groen in Kattenbroek werd door een bulldozer bewerkt om plaats te maken voor enkele luxe woningen.

In Vathorst dreigen braakliggende terreintjes te ontstaan. Niet omdat de bouwers ze vergeten, maar omdat de woningen die er gepland zijn, geen kopers vinden. In mijn ogen begaan de ontwikkelaars een grote fout: ze gaan de gebiedjes herontwikkelen. Wat er ook gebeurt, er moet natuurlijk wel worden gebouwd, is hun mening. Dat is om twee redenen kortzichtig gedacht. Een braakliggend terreintje is de goedkoopst mogelijke speelplek voor de jeugd. En je kunt naar mijn mening beter wachten tot de markt over vier, vijf jaar weer aantrekt om dan de geplande duurdere woningen te bouwen, in plaats van herbestemming naar een goedkopere woningcategorie. Dat kost het ontwikkelingsbedrijf – en dus ook de gemeente – enkel maar geld.

En Jos van Oord heeft gelijk. Over enkele jaren biedt zich voor de braakblijvende terreintjes misschien een veel betere bestemming aan. Je kunt niet alles voor de toekomst plannen, over tien jaar bestaan ongetwijfeld andere behoeften. En daar moet plaats voor zijn. Dus, ontwikkelingsbedrijf, heb moed en vul niet elke vierkante meter met neurotische ijver op. Toekomstige bewoners zijn gediend met twijfellende stedenbouwers.

Written by raphaelsmit

29/10/2003 at 17:13

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 25 oktober 2003

Deze dag vond de excursie plaats langs enige plekken die van belang zijn voor de groen-blauwe structuur rondom onze stad. Een bus vol, met raadsleden, ambtenaren en vertegenwoordigers van verschillende belangengroepen uit de stad. Gekeken werd hoe de snel groeiende stad er voor kan zorgen dat er aan de stadsranden voldoende recreatiegebieden beschikbaar zijn.

Wat tijdens zo een bustocht opvalt is het grote aantal ambtenaren in Amersfoort dat zeer deskundig is op het gebied van de natuurontwikkeling in en rond de stad. Zij verrichten hun werk, gevoed door een grote betrokkenheid bij de stad en met de natuur. Het is een genoegen om hun gedreven verhalen aan te horen. Op dat punt niets dan lof. En toch heeft de excursie een aantal bedenkingen versterkt die ik heb bij het reilen en zeilen in ons stad en mij op een aantal punten aan het denken gedacht. De conclusies die ik daarbij trek liggen vast niet in het verlengde van de opzet die de organisatoren van de excursie voor ogen stond. En dat geldt, als ik zo om mij heen hoorde, voor meer raadsleden.

Een voorbeeld: een van de bezochte punten was een moerasje tussen het woongebied van Schothorst en het gelijknamige park. Een kleine idylle, eigenlijk midden in de stad. Er is veel geïnvesteerd en het moet goed onderhouden worden, het is tenslotte een gekunsteld natuurgebiedje. Er bevinden zich in en rond het moerasje allerlei vertegenwoordigers van wat er in de natuur zo groeit en bloeit: mensen die er verstand van hebben kunnen er hun hart ophalen. Er staat zelfs een hek omheen, om dit kunstmatige, maar desondanks unieke stukje natuur in stand te houden. Dat er ook veel aandacht wordt besteed aan het onderhoud is duidelijk: maaien, afsteken van voedingsrijke bovenlagen om zeldzame plantjes die op schrale grond thuishoren een extra kans te geven, noem maar op.

Heeft de raad hierom gevraagd? Dat betwijfel ik. Wat kundige medewerkers van de gemeente bij dergelijke projecten verrichten, is eigenlijk werk voor academische instellingen, organisaties voor natuurbehoud en particulier initiatief. Nu zou je als stad kunnen zeggen: ook wij moeten, met de beperkte middelen waarover de gemeente beschikt, een bijdrage leveren aan het behoud van ons natuurlijk erfgoed. Dat is en blijft een vraag. Maar wat mij meer aan het denken zit is het feit dat dit moerasje als voorbeeld wordt gepresenteerd voor veel omvangrijker ambities die onze ambtenaren hebben.

Zo vinden ambtenaren het noodzakelijk dat de gemeente een groot weidegebied tussen de Maatweg en de Bunschoterweg aankoopt, om ook daar met veel aandacht en geld de natuur naar de hand te zetten. En bleef het daar maar bij. De volgende stap is dat de gemeente voor circa 50 miljoen euro grond aankoopt in Vathorst-Noord, om in dat gebied de ontwikkeling van de natuur te gaan sturen. Ingrepen die noodzakelijk zijn omdat de toekomstige Vathorstbewoners daar behoefte aan hebben.

‘Scheer je weg,’ zou de raad moeten zeggen. Laat het groen in principe zoals het is. Maak afspraken met de bezitters van de grond om door het gebied zogenaamde ‘struinpaadjes’ aan te leggen, natuurlijke wandelpaden door het weidegebied. Hier en daar een fietspad, een bestaande boerderij laten ombouwen door een pannenkoekenbakker of een theezetter – lang leve het particulier initiatief. ‘Als we niets doen, ontstaat er een wild bosgebied,’ roepen de gemeentelijke natuurbewaarders geschrokken. Maar waarom niet. Staatsbosbeheer heeft al aangegeven ten noorden van de Laak graag een bos te willen creëren. Kan ook, als het rijk dit financiert!

Er is natuurlijk een probleem. Als de raad besluit dat het groen in Vathorst-Noord groen moet blijven zoals het is, met hier en daar een kleine handreiking voor ontsluiting en het particulier initiatief, ontstaat een geheel ander probleem. De projectontwikkelaars en andere speculanten die in dit gebied al grond hebben gekocht, zitten op de blaren. Dat gun ik ze niet, maar moet de gemeenschap daarvoor opdraaien?

Written by raphaelsmit

26/10/2003 at 14:34

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Vrijdag 24 oktober 2003

Het is voorbij. Amersfoort behoort niet meer tot de top van de economisch sterke steden in ons land. Jaren lang stond de stad boven in allerlei lijstjes waarin de prestaties van steden met elkaar werden vergelijken. In talloze publicaties vermeldde het gemeentebestuur trots hoe goed de stad scoorde. Terecht, want waarom zal je niet trots op je stad zijn als de goede cijfers die worden verdeeld bij onze Keistad terecht komen.

Niet meer dus. In de Elsevier van deze week worden de jaarlijkse lijsten van toplocaties gepubliceerd. Amersfoort, jarenlang behorend tot de top drie, is weggezakt naar de elfde plaats. De top-drie wordt ingenomen door Haarlemmermeer, Nieuwegein en ’s-Hertogenbosch. Alleen in de lijst van alleen de grote steden staat de stad hoger: op plaats vier na ’s-Hertogenbosch, Zwolle en Utrecht. In de meeste sublijstjes is de stad helemaal niet terug te vinden, met uitzondering van de scoringslijst voor de sector banken-ict-overheid, waar Amersfoort op plaats tien staat.

Dat Amersfoort uit de top is getuimeld, hoeft niet te verbazen. Het gaat niet meer zo goed met de bedrijvigheid. Kantoren staan leeg, nieuwe projecten komen nog nauwelijks van de grond, de centrale ligging aan snelwegen levert nu ook bekendheid op bij de filemeldingen, het parkeerbeleid is rigide en op cultureel gebied en bij de onderwijsvoorzieningen loopt de stad de laatste jaren steeds meer achter bij talloze andere steden.

Wat is het antwoord van het college: er worden extra ambtenaren aangetrokken om de stad te promoten. In de tijd van bezuinigingen wordt het personeelsbudget van de stad niet alleen gespaard, er wordt zelfs extra in geïnvesteerd. Ik hoorde tijdens de vergaderingen over de begroting deze week enkele keren de term ‘anticyclisch investeren’, de term waarmee het college bezuinigingen binnen het stadhuis probeert te voorkomen. Daarmee wordt de economische leer van John Maynard Keynes gevolgd, het ‘keynesiaanse’ denken, dat vooral in sociaal-democratische kringen nog steeds populair is. De staat als economische motor. Keynes ontwikkelde zijn theorie in de Tweede Wereldoorlog, maar al in de jaren zeventig kwam er steeds meer kritiek op het keynesiaanse gedachtegoed. Economische dips worden de afgelopen decennia vooral toegeschreven aan de loonpolitiek, anticyclisch ingrijpen leidt tot monetaire problemen.

Het college moet de huidige crisis niet opvangen met meer ambtenaren, zelfs niet op de economische afdeling. De stad moet aantrekkelijk worden gemaakt door beter beleid. Op het gebied van parkeren zou een voorbeeld genomen kunnen worden aan een stad als Arnhem, waar overdreven regelgeving wordt losgelaten. De aantrekkelijkheid kan ook worden verbeterd door de toegankelijkheid van de stad niet een jaar lang tot gesprekspunt bij velen, vooral bij bezoekers, te maken. Investeringen op cultureel gebied, bij de sport en bij de leefbaarheid in de wijken leveren een beter imago op dan het aanstellen van extra ambtenaren om het acquisitiebeleid te versterken. Wat heb je aan extra ‘verkopers’ als de kwaliteit van het product geen aandacht meer verdient.

Donderdag 23 oktober 2003

Deze dag is een vergaderdag over de begroting. In de commissie SOC komen verschillende onderwerpen aan de orde die de kwaliteit van de stad bepalen: onderwijs, welzijn, sport en cultuur. Zachte sectoren waar het bezuinigingsmes gemakkelijk doorheen glijdt. Maar teruglopende aandacht voor deze sectoren kunnen diep ingrijpen in het leefmilieu van de stad, meer dan de vraag of er 65 miljoen euro moet worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van Vathorst-Noord, om maar eens een voorbeeld te noemen.

Amersfoort groeit snel. Allerlei budgetten worden daarop aangepast, vooral op het gebied van onderhoud, personeel en dergelijke. Dat is niet negatief, want met de groei van de stad groeit ook de inkomensstroom. Dan kan het zelfs gebeuren dat in september de omvang van de noodzakelijke bezuinigingen volgens het college meevalt en niet – zoals algemeen verwacht – groter is dan in het voorjaar werd verwacht. Relatief gezien gaat het de stad nog steeds niet slecht, al moeten er wel accenten worden verlegd.

Opvallend is dat de stad wel in sneltreinvaart groeit, maar dat bijvoorbeeld uitgaven voor cultuur onveranderd blijven, onveranderd laag zeggen velen. Als de kwaliteit van de stad je iets aangaat, zou je posten als cultuur moeten laten meegroeien. Natuurlijk: aan grootschalige plannen in het Eemcentrum wordt niets gewijzigd, integendeel zelfs. Hier moeten we als gemeente anticyclisch investeren, roept de wethouder voor de Financiën ferm.

De klappen vallen in de kleinschalige cultuur, het gebied waar amateurs actief zijn, verenigingen gemeentelijke aandacht ontberen en waar zelfs op subsidies van enkele duizenden euro’s fors wordt gesneden. Op dat punt maakt Leefbaar Amersfoort zich extra zorgen: wanneer in het Eemcentrum grootschalige culturele voorzieningen als de bibliotheek (waarvan de noodzaak tot verhuizing nog steeds niet is bewezen), de School in de Kunsten en het nieuwe popcentrum zijn gerealiseerd, ontstaat het gevaar dat brede geldstromen naar deze prestigieuze projecten worden geleid ten laste van de amateurkunst, de festivals in de binnenstad, het verenigingsleven en allerlei kleinschalige welzijnsvoorzieningen.

Wethouder Jan de Wilde onderschreef mijn kritiek op het feit dat in een groeiende stad de uitgaven voor zaken als cultuur niet meegroeien. Maar we moeten maar wachten op betere tijden, is zijn commentaar. Je zou ook de pijn anders kunnen verdelen en het oog gericht houden op de kwaliteit van de stad. Die wordt meer bepaald door de inzet van duizenden vrijwilligers, vaak gesteund door piepkleine subsidies of andere faciliteiten, dan door het stenen stapelen voor grootschalige voorzieningen die voor een deel discutabel zijn. Voor een deel, want natuurlijk moet er voor de muziekschool – om maar een voorbeeld te geven – wel iets gebeuren. Maar het gaat er vooral om goede prioriteiten te stellen, en daaraan ontbreekt het nog wel eens binnen het stadhuis.

Woensdag 22 oktober 2003

Volgende week vindt op feestelijke wijze de ‘Ondertekening overeenkomsten storten van bagger door de provincie Utrecht, de gemeente Amersfoort en afvalverwerkingsbedrijf Smink’ plaats. Op initiatief van de provincie, in het voorname Paushuize in onze provinciale hoofdstad. Het feit dat de provincie uitnodigingen rondstuurt voor deze feestelijke ondertekening, bewijst eens te meer welke discutabele rol het provinciale bestuur speelt bij de discussie over het storten van bagger naast de woningen van Vathorst.

Natuurlijk: op 28 oktober (voor de spandoekschilders: om 15.00 uur) zullen onze Commissaris van de Koningin en zijn Gedeputeerden weer veel nadruk leggen op de zoektocht die wordt ondernomen naar alternatieve stortmogelijkheden. Maar intussen heeft de provincie de gemeente Amersfoort gedwongen het bestemmingsplan voor de baggerstort vast te stellen (à propos: Leefbaar Amersfoort vindt nog steeds dat zij terecht tégen heeft gestemd) en wordt aan het zetten van de handtekeningen met de firma Smink een feestelijk tintje gegeven. Dat het feest is op het provinciehuis – de vroegere werkplek van de huidige Smink-directeur – is duidelijk, maar om dat zo nadrukkelijk te laten blijken getuigt van weinig gevoel voor maatschappelijke ontwikkelingen. Maar dat is kenmerkend voor ons provinciaal bestuur.

Is voor de gemeente de discussie afgesloten. Beslist niet. Dat blijkt uit een artikel dat deze week in de Amersfoortse Courant stond. In dat artikel scoort Smink in elk geval een punt: het bedrijf was al vele jaren op het terrein langs de A1 gevestigd, toen de gemeente besloot om rondom de stortplaats van Smink een nieuw woongebied te ontwikkelen. De gemeente heeft Smink opgezocht, en niet andersom. Bezwaren tegen de bouw van Vathorst werden door het gemeentebestuur met kracht afgewezen, zoals ik enige jaren geleden als SGLA-bestuurder aan de lijve heb mogen ervaren.

Maar het AC-artikel maakt ook nog iets anders duidelijk. Als de gemeente en de provincie, schouder aan schouder, een alternatief vinden voor de baggerstort, wordt het gemeentebestuur met een ander probleem geconfronteerd. Smink zal dan met een forse schadeclaim komen, deelt directeur Story mee. ‘We hebben tweederde van de grond in bezit. We hebben fors geïnvesteerd op basis van afspraken en vastgesteld overheidsbeleid. Als het besluit niet doorgaat, hebben we natuurlijk wel iets op te lossen,’ aldus de Smink-directeur.

En laten we eerlijk zijn: door de vasthoudendheid waarmee de provincie jarenlang voor de belangen van Smink is opgekomen, werden er bij dit bedrijf verwachtingen gewekt die het maken van kosten stimuleerde. ‘We zijn een commercieel bedrijf dat continuïteit moet waarborgen. Als het baggerdepot er niet komt, lopen we twaalf tot vijftien jaar werk mis,’ merkt de heer Story op. Vanuit zijn positie een begrijpelijke opmerking. Onbegrijpelijk is dat de provincie tien jaar met hem heeft meegedacht en daarbij maatschappelijke ontwikkelingen buiten beschouwing heeft gelaten. Smink heeft vanuit Utrecht de verkeerde signalen gekregen, en dat wordt volgende week met handtekeningen bekrachtig.

Dinsdag 21 oktober 2003

Deze dag start de raadsdiscussie over de begroting voor de volgende jaren. Eerst in de commissies, deze dag in twee daarvan. De commissie Bestuur – die ook het financiële beleid van de stad behandelt – bijt de spits af. Er staan bezuinigingen op het programma die in 2007 een niveau tussen de 4,3 en 5,4 miljoen euro moeten bereiken. Ondanks de nieuwe rijksbegroting en de voortgaande economische tegenwind wijkt het bedrag niet af van de bezuinigingen die het college in het voorjaar, bij de behandeling van de Kadernota, aankondigde.

Beschikte het college in het voorjaar over een goed ontwikkeld vooruitziend blik of mist het college dit najaar de courage om nieuwe werkelijkheden onder ogen te zien. Aan het vooruitziende blik twijfel ik regelmatig, dus houd ik het op het laatste. Ik vrees dat de bezuinigingsmaatregelen voorbij gaan aan de realiteit. De neiging om dat te doen zal bij het college ook groot zijn. Immers: wanneer er nog meer moet worden bezuinigd dan in het voorjaar voorspeld werd, moeten er aanvullende maatregelen worden genomen. Dan kan het zo zijn dat het college echt aan hooggestelde ambities moet gaan knagen en in eigen huis maatregelen moet gaan treffen.

Allereerst is het opmerkelijk dat zonder enig commentaar prognoses uit den Haag worden gevolgd. Die geven aan dat er de eerstkomende jaren fors wordt gekort op de uitkeringen vanuit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Rond 2006 lopen die bezuinigingen weer terug om in 2007 zelfs om te slaan in een duidelijk plusje. Het college zet geen enkele kanttekening bij deze getallenreeks. 2007: dat is het jaar waarin weer verkiezingen voor de Tweede Kamer plaatsvinden (wanneer Jan Pieter het zolang volhoudt). Dat de rijksbegroting er in het verkiezingsjaar wat gunstiger uitziet, is een gemakkelijk te maken voorspelling. Of dat ook zo zal zijn, en of ook de gemeenten daarvan profiteren, dat zijn anno 2003 andere vragen. Je kunt als college op zijn minst enige terughoudendheid bij zulke getallen betrachten en tegen de raadsleden zeggen: beste mensen, de getallen voor 2006-2007 zijn boterzacht, houdt rekening met meer ellende (ik doe niet aan woordgrappen).

Wat het college nog meer kwalijk is te nemen, is de lethargie die het in de zogenaamde septemberbrief tentoonspreidt. Onder het hoofdstuk ‘economische ontwikkelingen’ worden wel allerlei feiten geconstateerd, zoals de tegenvallers bij de woningbouw en in de kantorenmarkt. Gevolgen worden aangestipt: minder OZB-inkomsten, minder bouwleges, minder groei in de rijksuitkeringen, renteverliezen, meer kosten op sociaal gebied.

‘Al deze zaken zijn nu nog niet in de begroting verwerkt,’ schrijft het college. Misschien kan dat ook nog niet, maar je kunt wel richtingen aangeven. In het voorjaar schetste het college nog verschillende scenario’s, zonder die in concrete maatregelen te vertalen. Nu het moment van handelen is aangebroken, ontbreken de scenario’s waarin de eventuele consequenties van de nog te verwachten tegenvallers worden geschetst. Eigenlijk is het begrotingsbeeld te rooskleurig. En daardoor kunnen maatregelen achterwege blijven die binnen het stadhuis niet zonder gevolgen kunnen blijven.

Maandag 20 oktober 2003

Hoe vaak hoor je niet van bezoekers die voor het eerst in onze stad verkeren: ik wist niet dat Amersfoort zo mooi was. Terecht, uiteraard, want de binnenstad niet zonder reden een beschermd stadsgezicht waar je prachtige wandelingen kunt maken. En de inzet van het Gilde en de Waterlijn maken duizenden toeristen extra attent maken op de vele mooie hoekjes in de eeuwenoude stad.

Amersfoort Toeristenstad. Deze slogan speelt door het achterhoofd als je de begroting van de gemeente voor de komende jaren leest. Iedereen in onze stad weet dat er nog heel wat moeite moet worden gedaan om de stad bij toeristen de waardering te geven die zij verdient. Opvallend daarbij is dat Amersfoort – toeristenstad, zakenstad, vergaderstad – relatief weinig hotels heeft. Door enkele particuliere initiatieven neemt het aantal hotelkamers in de binnenstad mondjesmaat toe, maar daarnaast blijven er ook plannen liggen. De put aan de Stationsstraat is daarvan een duidelijk bewijs.

We hebben eigenlijk geen bloeiende hotelsector in onze stad. Wat er is, is goed, maar het is relatief weinig en ligt zeer verspreid. De concurrentie van Amsterdam en Utrecht is groot. Een zorgpunt voor het gemeentebestuur, zou je kunnen denken. Dat blijkt echter niet uit de begroting. Daarin wordt voorgesteld de toeristenbelasting die hoteliers bij overnachtingen moeten berekenen, fors te verhogen. Het nieuwe tarief, zo luidt het voorstel, wordt 6 procent van de kamerprijs. Tot nog toe bedroeg de toeristenbelasting een vast bedrag: 52 cent per overnachting. Een forse verhoging dus, want voor een kamer van 100 euro per nacht (wat relatief laag is) gaat het hotelbedrijf voortaan 6 euro belasting betalen, bijna twaalf keer zoveel als tot nog toe.

Met dit voorstel roeit het gemeentebestuur tegen de stroom in. Steeds meer overheden en organisaties vragen zich af of toeristenbelasting nog wel van deze tijd is. De inkomsten zijn relatief gering, de administratieve rimram er omheen is daarvoor des te groter. Veel steden overwegen om de toeristenbelasting af te schaffen. Amersfoort schijnbaar niet. We hoeven niet te concurreren tegen omliggende steden, lijkt het. Of toch?

Written by raphaelsmit

25/10/2003 at 06:07

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 19 oktober 2003

Tijdens het overleg over het raadsprogramma probeerde Leefbaar Amersfoort een aantal punten in te brengen die rechtstreeks uit ons programma konden worden overgenomen. Die wensen werden van tafel geveegd, zoals bijvoorbeeld het standpunt van ons dat er geen snelfietsroute door de Baander moest komen, maar dat het bewonersalternatief voor de route buitenom in het raadsprogramma zou moeten worden opgenomen. Of ons verzet tegen een hoogwaardige ov-lijn door woonbuurten of het Schothorsterpark, een verzet dat intussen gemeengoed binnen de raad is geworden.

Uiteraard zijn er nog steeds enkele punten van Leefbaar Amersfoort die het niet zullen halen: de verplaatsing van de openbare bibliotheek vinden wij nog steeds overbodig, maar is intussen een beklonken zaak. Ook het kolossale kantoorgebouw dat naast Koppelpoort is gepland, is nog niet van de baan. Maar met de wens over het aantal wethouders zijn we indirect wél bediend: als je de kwaliteit van alle wethouders optelt, ligt de som ver onder het aantal van vier.

Ook op een ander punt lijkt de ontwikkeling zich in onze richting te bewegen. Leefbaar Amersfoort heeft steeds gepleit om een zo groot mogelijke bevoegdheid op wijkniveau, bij de bewoners. Decentraal in plaats van centraal. De wijkbeheerteams zouden democratischer tot stand moeten komen en meer bevoegdheden moeten krijgen. Inclusief een budget waarover op wijkniveau kan worden beslist, want zonder geld heb je nog niet veel te zeggen.

De eerste stappen lijken gezet te worden. In Vathorst gaan de bewoners gezamenlijk de openbare ruimte beheren. Ze krijgen daarvoor een budget waarover zij zelf mogen beslissen. Locatiemanagement, gaat het heten. Ach, wat geeft het hoe het heet, als de beslissingsbevoegdheid wordt verlegd mag dat onder elke denkbare naam plaatsvinden. Ik hoop dat de eerste stap die in Vathorst wordt gezet, spoedig wordt gevolgd door initiatieven in al bestaande wijken. Je hoeft daarvoor het wiel niet opnieuw uit te vinden, er zijn voorbeelden zat, elders in ons land. En uiteraard moet de beslissingsbevoegdheid niet worden beperkt tot woningeigenaren, maar wordt uitgebreid tot de huurders in de wijk.

Een ding hoop ik wel. Laten we voorkomen dat allerlei functionarissen zich gaan opdringen en er een nieuwe bureaucratie gaat ontstaan waarop de bewoners wederom geen vat krijgen.

Zaterdag 18 oktober 2003

Bij alle stukken voor de komende begroting zat ook een stuk over de reserves en voorzieningen in de stad. Hier had de raad om gevraagd. Eigenlijk had een discussie over de reserves en voorzieningen nog vóór de begrotingsbehandeling moeten plaatsvinden. Dan hadden de raadsleden kunnen zien welke mogelijkheden de gemeentelijke spaarpotjes nog bieden in deze tijd van bezuinigingen. Nu wordt de discussie hierover na een later tijdstip verschoven. Toch kunnen we er bij de begrotingsbehandeling ons voordeel mee doen.

Een van de mensen die heeft aangedrongen op de discussie over de reserves en voorzieningen is Gerard van Vliet van de CDA-fractie. Hij vroeg er om toen hij nog fractievoorzitter van het CDA was en een van de smaakmakers binnen de raad. Gerard probeerde een aantal ingeroeste, onbegrijpelijke en vaak overbodige kwesties en gewoonten ter discussie te stellen. Waarschijnlijk is hem dat binnen zijn eigen fractie niet steeds in dank afgenomen, want een half jaar geleden werd met functies binnen zijn fractie geschoven en was Gerard ineens geen fractievoorzitter mee. Fysiek is hij nog steeds aanwezig, maar de creatieve gedachtestroom van hem is droog komen te staan. In zijn betere tijden dacht ik regelmatig: hij zou makkelijk binnen de fractie van Leefbaar Amersfoort kunnen worden opgenomen. Maar dat was waarschijnlijk juist de makke en daarom lijkt Gerard geestelijk te zijn afgemaakt.

Ook zijn website, waarop hij vaak onverbloemd commentaar gaf op de brekebenen binnen ons college, is dood. Nog één keer, na het zomerreces, gaf hij via zijn website zijn commentaar. Maar schijnbaar is hij toen door zijn fractie op de vingers getikt, want we horen en lezen niets meer van hem.

Jammer. Gerard en ik waren juist een discussie via de websites begonnen, een uitwisseling van meningen waarvan elke bezoeker aan onze sites kennis kon nemen. Niet alleen anderen missen zijn website, ik zou weer graag de draad weer willen oppakken. Een actueel onderwerp heb ik wel: wat vindt Gerard van de voorzieningen en andere spaarpotjes? Ik vind dat je in deze tijd van krapte de voorzieningen actief moet inzetten voor nieuwe initiatieven. Voor de financiering van de zaken waarvoor nu wordt gespaard, kunnen ook andere oplossingen worden gevonden. Een openbare discussie via de sites over de zin van de spaarpotjes van de gemeente, dat lijkt me wel wat!

Vrijdag 17 oktober 2003

B en W stellen voor om de subsidie voor Omroep Amersfoort stop te zetten. Gefaseerd, dat wel, maar dat doet aan het principe niets af. Het bestuur van de omroep heeft een brief aan het college gestuurd waarin alle argumenten die het college hanteert met een forse boog naar de prullenmand worden verwezen. Terecht, want hoe zou je als college met goede argumenten kunnen komen als je je nog nooit in de materie hebt verdiept.

Ik ben bevooroordeeld. Ik heb, grotendeels als vrijwilliger, enkele jaren meegewerkt aan de programma’s van Omroep Amersfoort. Daar staat dan wel tegenover dat ik weet waar het over gaat. Ik weet wat het begrip ‘publieke omroep’ inhoud, inclusief de rol van een programmaraad daarbij. Het verschil tussen een plaatselijke, regionale en provinciale omroep kan ik toelichten, het college blijkt het onderscheid daartussen nauwelijks te herkennen. Ik ken de subtiele relaties tussen de omroepen in de provincie en weet welke speelruimte de lokale omroep van de stad Utrecht – niet te verwarren met de provinciale omroep die we ook in Amersfoort ontvangen – heeft: dankzij een subsidie van 760.000 euro van het Utrechtse gemeentebestuur. Dat is iets anders dan het gewetenloos om zeep helpen van een lokale omroep in Amersfoort.

Natuurlijk is het niet moeilijk om kritiek uit te oefenen op de redactionele kwaliteit van Omroep Amersfoort – ik zou er heel wat over kunnen zeggen. Maar dat kan ik ook zeggen over de andere media in onze stad. Daarbij onderscheidt Omroep Amersfoort zich van de meeste andere media in onze stad – de Golfbreker buiten beschouwing gelaten – doordat naast een kleine vaste kern van vakmensen een groot aantal vrijwilligers en mediastudenten de omroep in de lucht houden. Met de beperkte middelen kan Omroep Amersfoort niet anders. Tegenover deze kritiek kan je in elk geval stellen dat onze stad een eigen publieke omroep heeft, zoals overigens elke grote stad in ons land. Wanneer het aan het college ligt, zou de een van de welvarendste grote steden in ons land ook de eerste zijn die door het intrekken van subsidies een omroep om zeep helpt. Uiteraard, het is ook en middel om je op de kaart te zetten!

Ik vind dat het gemeentebestuur veel te weinig gebruik maakt van de publieke omroep in onze stad. Zonder de journalistieke onafhankelijkheid aan te tasten, zou de specifieke functie van de elektronische media veel beter kunnen worden benut. Door het geklungel op het stadhuis ligt ere nu een brief van de omroep op tafel die de kortzichtigheid van ons gemeentebestuur ten aanzien van het wel en wee in medialand op pijnlijke wijze blootlegt. Amersfoort is hard op weg om de risee te worden in omroepland.

Hoewel: met het gestuntel van onze wethouders zou je ook kunnen zeggen: schakel de media op doeltreffende wijze uit, want dan loop je ook niet meer met je armoede te kijk!

Donderdag 16 oktober 2003

Er wordt al jaren gesproken over het Park Randenbroek en omgeving, het stroomgebied van de Heiligenbergerbeek, de groene long tussen de Gelderse Vallei en de historische stad die in zijn soort uniek is en de zorg die je moet wijden aan de groenblauwe structuur in onze stad. Er is een structuurplan voor dat gebied in voorbereiding, waardoor het behoud van een van de belangrijkste groengebieden binnen onze stad in veiligheid wordt gesteld. Althans, we dachten dat er een structuurplan in voorbereiding is en spoedig in de raad wordt behandeld.

Zo’n structuurplan is bijvoorbeeld van belang om te zien welke nieuwe activiteiten in het Heiligenbergerbeekdal kunnen worden ontwikkeld. Globaal ligt alles wel vast: ten oosten van de beek moet het groen overheersen, zoals het Randenbroeker Bos en het terrein van het ziekenhuis, dat na de verhuizing van dit ziekenhuis grotendeels wordt teruggegeven aan de natuur. Aan de westzijde is het gebied opener en vooral bestemd voor sport en spel. In deze tweedeling hoeft weinig te veranderen, het belangrijkste is: laat groen wat groen is en probeer de groene functie uit te breiden. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het vroegere tennispark aan de Ringweg Randenbroek, dat zich spontaan tot een groen natuurgebied ontwikkelt.

Er zijn best plaatsen waar nog discussie over wordt gevoerd. Een gevoelig punt is het ijsbaanterrein. Hier zouden skeelers graag het gras door asfalt willen vervangen, om hier hun rolschaatssport te kunnen beoefenen. De meningen daarover zijn verdeeld. Wel is vrijwel iedereen het er over eens: de skeelers in onze stad moeten hun sport op een veilige plaats kunnen beoefenen. Of de ruimte daarvoor in het groen naast de Heiligenbergerbeek moet worden gevonden, is natuurlijk de vraag. Mijn mening is simpel: niet doen, want het is makkelijker groen te vernielen dan te herstellen.

Op verzoek van de VVD-fractie gaat de raadscommissie voor de ruimtelijke ordening binnenkort praten over de plannen voor de skeelerbaan. Ik ben benieuwd of alle zondagpreken over de toewijding voor het groen, door vrijwel alle partijen regelmatig ten gehore gebracht, ook in praktische politiek wordt omgezet. Ik houd mijn hart vast, maar ook op dit punt moet je een discussie niet uit de weg gaan. In tegendeel, duidelijkheid is gevraagd.

Als reactie op het verzoek van de VVD heeft de PvdA-fractie aanvullende vragen voor de wethouder RO rondgestuurd, te behandelen bij de bespreking over het ijsbaanterrein. De PvdA meldt – in veronderstellende wijze – dat de voorbereidingen voor een structuurvisie voor het Park Randenbroek en omgeving zijn stopgezet. En als dat zo is, aldus deze fractie, waarom weten de raadsleden daar niets van. Ik vermoed dat de vragen niet zomaar zijn gesteld. De PvdA is een coalitiepartij waar wel eens iets uit het college over tafel zal gaan.

Als de suggestie vanuit de PvdA-fractie enige grond heeft, speelt er een schandalige zaak die naar mijn mening niet zonder gevolgen mag blijven. Niet dat wethouder Van der Werff zal aftreden: die blijft wel zitten, wat er ook gebeurt. Wat zou hij anders moeten?

Woensdag 15 oktober 2003

Hij komt er dus: de buitenomroute voor het snelfietspad tussen Vathorst en de binnenstad. Buiten de Kattenbroekse Boerderijkamer om, langs de rondweg en de brandweerkazerne. Het is het voorstel dat het college vorige maand al deed. Een goed voorstel, want daarmee is voor eens al altijd duidelijk dat de bewoners in de Boerderijkamer de komende jaren niet worden geconfronteerd met een ingrijpende maatregel waardoor smalle buurtstraten tot drukke verkeersaders worden omgetoverd.

Met het voorstel van het college is ook meteen het voorstel van Leefbaar Amersfoort van tafel geveegd om het snelfietspad in het verlengde van de Laan naar Emiclaer, met een viaduct ver de A1, rechtstreeks naar Vathorst door te trekken. Het is de oplossing waar deskundige adviseurs, aangetrokken door het gemeentebestuur, de afgelopen jaren voor hebben gepleit. Het is niet de goedkoopste oplossing, maar er zijn er meer die er aan kunnen betalen dan alleen de gemeente Amersfoort. Dan moet je overigens wel ingangen in Den Haag hebben, en daarin is Amersfoort niet zo sterk. Maar wie in Den Haag zal onze wethouders ook serieus nemen!

Laat ik eens gokken. Over acht tot tien jaar wordt het viaduct over de A1 dat nu voor de snelfietsroute is bestemd, overgedragen aan het autoverkeer dat vanaf het kruispunt Hoevelaken naar Emiclaer, De Brand, Zielhorst of het noordelijke deel van De Hoef rijdt. Het talud van het fietspad langs de ringweg vormt een uitstekende afrit voor dit autoverkeer en de twee – dan overvolle – kruispunten aan beide zijden van het nieuwe autoviaduct worden er door ontlast.

Als vervanging wordt dan alsnog de fietsroute in het verlengde van de Laan naar Emiclaer aangelegd. Dat is zoveel te meer van belang omdat de fietsroute via de Heideweg zo steil is dat deze weinig populariteit bij fietsers geniet. Ja, roept het college nu, maar het fietspad vanaf de Laan naar Emiclaer kruist het onbewoonde bedrijvengebied Vathorst, dat is gevaarlijk. Mag ik, wijze heren aan de collegetafel, u vragen welke route tussen de bestaande stad en Vathorst het bedrijventerrein niét kruist. Het ligt er, over de volle lengte van Vathorst, als een te nemen barrière, veilig of onveilig.

Written by raphaelsmit

19/10/2003 at 17:28

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 14 oktober 2003

Hoe zit het nou met de zogenaamde Westtangent? Dat is een vraag die in elk geval door duizenden automobilisten wordt gesteld, als zij verzeild zijn geraakt in de dagelijkse opstopping tussen de Amsterdamseweg en de Stichtse Rotonde. De Daam Fockemalaan en Barchman Wuytierlaan vormen een essentiële verbinding tussen Leusden en Soest, maar vooral ook een belangrijke toegangsroute naar het bedrijvengebied De Isselt. Over de Westtangent is al veel gesproken, er zijn plannen uitgewerkt en er hebben zich al groepen voor- en tegenstanders geformeerd. De Westtangent wordt ongetwijfeld een heikel punt tijdens de actualisatie van het VVP en zal hoog op de politieke agenda staan voor de verkiezingen in 2006.

De argumenten van de voorstanders zijn gemakkelijk te verzamelen: je hoeft maar tijdens de ochtend of avondspits tussen Amsterdamseweg en de Stichtse Rotonde te verkeren en je bent bekeerd voor welk plan dan ook waardoor de huidige misère wordt opgelost. En ook de argumenten van de tegenstanders zijn bekend: een nieuwe weg trekt nieuw verkeer aan, er ontstaat een sluiproute voor ongewenst doorgaand verkeer en de natuur in Birkhoven-Bokkeduinen komt opnieuw onder druk te staan.

Deze dag nam ik deel aan een gesprek tussen een aantal mensen die zich bij het verkeer in de stad betrokken voelen: enkele raadsleden en vertegenwoordigers van belangengroeperingen. Een open gesprek, met de benen op tafel en met alle ruimte om prille gedachten, domme ideeën en gedurfde oplossingen afwisselend de revue te laten passeren. Het was dus onontkoombaar: ook de Westtangent kwam ter sprake.

Bij zo’n gesprek moet je eigenlijk het woord Westtangent niet in de mond nemen. De voorafgaande vraag is: hebben we een verkeersprobleem aan de westzijde van de stad en moeten we die oplossen. Mijn persoonlijke antwoord is twee keer ja, maar ik ben geen deskundige maar slechts een eenvoudige verkeersdeelnemer met de nodige ervaringen. Als voldoende mensen het met mij eens zijn dat er aan de westkant van de stad iets moet worden opgelost, is de volgende vraag: hoe?

Uitbreiden van de bestaande route lijkt mij het minst wenselijke. Het is de vraag of een dergelijke oplossing afdoende is en je weet in elk geval zeker dat er een nieuwe aanslag op het groen rond de stad wordt gepleegd. Dus moet je een nieuwe route zoeken. Dat kan op de grens van het groen en het NS-wagendepot zijn of – nog beter – via het op termijn op te heffen rangeerterrein tussen de spoorbaan naar Hilversum en het Soesterkwartier. De huidige weg kan dan aan de natuur worden teruggegeven, dat is dus winst.

Dat een dergelijke nieuwe route ook doorgaand verkeer aantrekt, is logisch. Dat doet de huidige route ook al, maar op niet te beïnvloeden wijze. Of er een nieuwe sluiproute ontstaat, is de vraag. Maar zo ja, wat dan nog: als de route niet door woonwijken voert en een logisch begin en einde heeft, is er geen man over boord. Elders wordt dan in elk geval het verkeer ontlast – je kunt dingen ook van de positieve kant bekijken. Dat er door de Westtangent meer mensen de auto nemen, is in mijn ogen een onbewezen stelling.

Indien over een aantal jaren serieus over de Westtangent – of hoe de route dan mag heten – wordt gesproken, kan ook de uitvoering van het initiatiefvoorstel van Leefbaar Amersfoort ter hand worden genomen. Ik bedoel daarmee de structurele verbetering van de Stichtse Rotonde. De raad heeft dit voorstel overgenomen, dus daaraan kan het niet liggen!

Maandag 13 oktober 2003

Iedereen kent het wel: de dagelijkse kleine verkeersproblemen. Scooters die met te grote snelheid andere verkeersdeelnemers de stuipen op het lijf jagen of op knetterende wijze ’s avonds of ’s nachts hun aanwezigheid laten blijken. Auto’s die met enige hardnekkigheid trachten om in de verkeerde richting via de smalle Kersenbaan een korte route proberen te ontdekken. Scholieren die met drie of vier naast elkaar op sportieve wijze containers langs de wegkant in horizontale positie brengen. Invalidenparkeerplaatsen die ‘even’ worden geleend. Noem maar op.

En dan onze parkeerpolitie. Menig Amersfoorter kent ze wel. Je staat even stil om je neus te snuiten: pats, een bon. Je komt vijf minuten te laat bij je auto terug: pats, een bon. Je bent door je kleine geld heen maar moet zo nodig: pats een bon. Het aantal anekdotes over onze overijverige parkeerwachten is oneindig. Zelf woon ik aan een laan waar tussen de tuinen en het voetpad een vele meters brede groenstrook ligt. De opritten naar de tuinen liggen uiteraard in deze groene strook. Het is al vaker voorgekomen dat bewoners hun auto niet geheel binnen het hek plaatsten, maar met een deel daar buiten. Jawel, in de openbare ruimte. Fout, Fout! Als je er niet op let, zie je het niet en niemand heeft er last van, maar toch. Dus: pats, een bon. Ik klaag niet, het is mijzelf nog niet overkomen.

Ik kom dus regelmatig stadgenoten tegen die het niet snappen. Enerzijds hoef je maar tien minuten aan het verkeer deel te nemen – als voetganger, fietser of automobilist – en je neemt een reeks verkeersovertredingen waar. Uiteraard kan het politiepersoneel niet overal zijn, dus je accepteert het. Maar die acceptatie neemt rapide af als je ontdekt dat er voldoende geüniformeerde ambtenaren rondlopen die zelfs het kleinste parkeervergrijp direct weten op te sporen en, zonder enige tegenspraak te dulden, kordaat optreden.

Als we toch over bezuinigingen en adequaat inzetten van middelen gaan praten, moeten we maar eens gaan kijken of we de ijver van onze parkeerpolitie misschien elders op een maatschappelijk aanspreekbare wijze kunnen inzetten. Uiteindelijk zijn het niet de parkeerwachters die de absurditeiten veroorzaken, maar diegenen die bepalen waar welke mensen voor welke taken worden ingezet. Een aardig discussiepunt voor de komende maanden.

Ik moet de komende tijd wel even goed kijken waar ik mijn auto neerzet, want veel gevoel voor humor hebben onze parkeerwachten niet!

Written by raphaelsmit

15/10/2003 at 12:57

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 12 oktober 2003

Er vindt binnen de raad een discussie plaats over het eigen functioneren binnen de nieuwe regels van het dualisme. Geen continue discussie – dat zou een slecht teken kunnen zijn – maar meestal ingegeven door van impulsen van buiten de raad. Bijvoorbeeld publicaties in de media, zoals veertien dagen geleden van de hand van Maaike Kooistra in de Amersfoortse Courant of een week geleden in de Volkskrant.

Maaike Kooistra, die als verslaggeefster het wel en wee in de raadszaal intensief volgt, stelde dat in de raad steeds beter naar de burgers in de stad luistert. De redactie van de Volkskrant belichte een facet uit het werk van de raad en stelde dat, vergeleken met de vroegere, introverte cultuur in het stadhuis, nu soms zelfs sprake is van Italiaanse toestanden. Een sfeerbeeld dat je positief of negatief kunt opvatten. Als positivo zou ik willen stellen: het gaat er in de raad soms wat chaotischer aan toe, emoties worden niet steeds verdrongen en er ontstaan soms boeiende debatten waarvan de uitslag niet altijd voorspelbaar is. Maar dat levert in mijn ogen uiteindelijk een helderder beeld op voor de kiezer: er heerst in de raadszaal geen eenheidsworst meer, het ouwe-jongens-krentenbroodgevoel overheerst niet meer, verschillen in uitgangspunten treden vaker naar buiten.

Afgelopen zaterdag zette David Mol, fractievoorzitter van Groen Links, in de Amersfoortse Courant de discussie voort. ‘Voor raadsleden lonkt de schone volksvertegenwoordigende taak,’ merkte hij op. Hij doelde daarbij op het feit dat de raad onder druk van burgers nog wel eens vraagtekens waagt te zetten bij eerder vastgesteld beleid. David is daar niet zo gelukkig mee, hij sluit daarbij aan op de cultuur die zijn partij de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld. Groen Links stelde zich steeds op als een nadrukkelijke bestuurlijke partij die, hoewel tot 2002 niet in het college vertegenwoordigd, het collegeprogramma nadrukkelijk steunde. ‘De zevende wethouder,’ was de kwalificatie die de fractievoorzitter van Groen Links regelmatig kreeg opgeplakt. David was toen nog niet de fractievoorzitter, dat was Roland Vis. Diens opvolger ontpopt zich nu als een gelijke hoeder van de bestuurlijke cultuur, gelijk zijn voorganger die voor Groen Links eerder creëerde – niet dat dat in alle gevallen negatief was, maar altijd duidelijk was het ook weer niet.

Ik krijg het etiket van ‘volksvertegenwoordiger’ graag opgespeld. Zoals David het omschrijft, vind ik het een geuzennaam. Het is in mijn ogen geen schande om, daartoe aangezet door stadgenoten die met het gemeentebeleid worden geconfronteerd, kritisch naar het wel en wee in het gemeentehuis te blijven kijken. Ook als het gaat om vastgesteld beleid – we hebben in het stadhuis niet als enigen de wijsheid in pacht. Van de andere kant kan ik mij voorstellen dat David, als toegewijd aanhanger van het college, er wat meer moeite mee heeft indien kritische geluiden uit de stad tot in de raadszaal doorklinken en daar zelfs de discussie blijken te kunnen beïnvloeden.

Grappig overigens: naast de bijdrage van David stond een redactioneel commentaar van Maaike Kooistra. Het handelde over de besluiteloosheid van de raad – dit aan de hand van het uitstellen van een besluit over het snelfietspad naar Vathorst. De raad verzette zich tegen het voorstel van het college om eindelijk eens een besluit te nemen. Het uitstel kwam tot stand door een motie, opgesteld onder druk van belangen van buiten de raad. De motie werd met één stem meerderheid aangenomen. Initiatiefneemster voor deze motie was een van de Groen Links-fractiegenoten van David! Leefbaar Amersfoort steunde de – moeizaam onderbouwde – motie niet. Het kan verkeren!

Written by raphaelsmit

13/10/2003 at 20:32

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 11 oktober 2003

Deze week raakte in een gesprek verzeild met enkele medewerkers op het stadhuis. Hoe functioneert de gemeenteraad eigenlijk, hebben we in Amersfoort een goed bestuur of is het een puinhoop. De vraag is best interessant, want er is in 2002 nogal wat veranderd. Nieuwe partijen, eindelijk een oppositie die latente ontevredenheid die bij stadgenoten leeft tracht te verwoorden en veel nieuwe leden binnen de coalitiefracties waardoor ook de verhoudingen tussen wethouders en hun partijen soms een tikkeltje anders verlopen dan we in Amersfoort gewend waren.

Wat tijdens het gesprek onder meer aan de orde kwam was het feit dat – anders dan in het verleden – er een redelijke ongewisheid leeft over de wijze waarop de raad met voorstellen van het college omgaat. In de oude raad werden nog wel eens kanttekeningen bij voorstellen gezet, soms werd er nog iets aan een voorstel bijgevijld. Maar vrijwel alle voorstellen van het college haalden de eindstreep, al was het maar omdat er al heel wat voorwerk was verricht binnen fracties, voorzittersberaad en in andere achterkamertjes. De discussie is nu in veel gevallen verschoven naar de plaats waar die thuishoort: in de raad en in de commissies. Een stap vooruit, maar we zijn er nog lang niet.

Uit het gesprek bleek dat veel voorstellen van B en W onder druk komen te staan omdat ze maatschappelijk draagvlak missen. Alleen dat al veroorzaakt wrijving in de raad, waar vooral nieuwe leden de taak van volksvertegenwoordiger – een specifiek onderdeel in het nieuwe duale stelsel – naar de letter uitvoeren. Ontbreekt er dan het een en ander aan de voorbereiding en presentatie van de voorstellen aan de raad? Ja, dat komt nogal eens voor. Is dat het ambtelijk apparaat, dat de voorstellen prepareert, te verwijten? Neen, want de ambtenaren anticiperen op de politieke aansturing binnen het stadhuis. Die vindt plaats door het college, binnen de kaders die de raad heeft gesteld.

Veel van de discussie in de raad is het regelrechte gevolg van het gebrek aan kwaliteit binnen het college. Goed, er zijn misschien twee wethouders die een duidelijk politiek profiel tonen, maar dan blijven er vier over die ver onder de maat zijn. De meerderheid van de collegeleden heeft onvoldoende visie of weten dat in elk geval niet te verwoorden. Deze meerderheid stuurt niet, maar drijft mee met wat langskomt. Er zijn maar weinig wethouders die in een discussie overtuigen. Als ze hun bijdrage niet van papier kunnen aflezen, blikken ze hulpeloos in de richting van hun ambtenaren of moeten tijdens een schorsing worden bijgepraat.

Wanneer wethouders niet in staat zijn om met overtuiging ambtelijke trajecten te sturen, niet met overtuiging maatschappelijke opvattingen weten om te zetten in overtuigende voorstellen voor de raad, dan ontstaat er binnen de gemeenteraad veel overbodige discussie. Maar ja, dat is een probleem waarmee we nog zo’n twee jaren moeten worstelen.

Vrijdag 10 oktober 2003

Deze dag vond de officiële oprichting plaats van de NV Wonen boven Winkels Amersfoort. De nieuwe onderneming is een initiatief van de gemeente en De Alliantie (SCW). De nieuwe onderneming gaat een bijdrage leveren in de toename van de bewoonbaarheid van de binnenstad, iets dat de sfeer in het hart van onze stad ten goede moet komen.

Tijdens de bijeenkomst raakte ik in gesprek over de woningmarkt en kantorenmarkt in onze stad. Die is niet zo rooskleurig, zeker wanneer je de actuele situatie afzet tegen de booming markt van enkele jaren geleden. De kantorenmarkt beleeft een dieptepunt, we weten niet hoe lang dat nog zal duren. De woningmarkt is teruggekeerd naar een reële ontwikkeling, maar vertoont een zorgwekkende mate van labiliteit. Verdere economische teruggang, aantrekkende rentetarieven of het wegebben van het consumentenvertrouwen kunnen ook de woningmarkt in een neerwaartse spiraal drukken. Hoewel het bij kantoren en woningen om geld, om investeringen, om getallen gaat: beide markten zijn in belangrijke mate afhankelijk van emoties, de psychologische stemming bij kopers en huurders.

De dip in de onroerend-goedmarkt is niet uniek. De markt voor woningen en kantoren vertoont al bijna een eeuw een golfbeweging. Met enige zekerheid kan worden gezegd dat er ook weer een weg uit het dal zal worden gevonden. Het probleem is dat niemand weet wanneer en hoe. Maar wat bij elke dip wel optreedt, is de roep om bedrijfsterreinen maar snel om te zetten in woningbouwlocaties en kantoren een woonbestemming te geven. Om enkele jaren later steeds weer te merken dat er een tekort is aan beschikbare kantoorruimte en bouwgrond voor bedrijven.

Volgens mij zijn alle kreten over de functieverandering van kantoorgebouwen uitingen van paniekvoetbal. En ze getuigen meestal van weinig gevoel voor realisme. Het verbouwen van een kantoor tot woningen – zeker binnen de huidige regelgeving – vergt investeringen waarvoor je op de kale grond makkelijk een vergelijkbaar aantal sociale woningen kunt realiseren. En wat de bedrijfsterreinen betreft, herinner ik me nog altijd de opmerkingen die een aantal jaren werden gemaakt: er was ineens een tekort aan bedrijfsterreinen in de regio. Waarom hebben we zo overhaast het Institutenpark bij Nieuwland een woonbestemming gegeven, was de wanhopige vraag.

Het antwoord is eenvoudig: wie zich door de waan van de dag laat leiden binnen een sector waar je investeert voor het leven, komt regelmatig zichzelf tegen.

Donderdag 9 oktober 2003

Vanavond, aan het begin van de commissievergadering, kregen we te horen dat Daan van Hulst is overleden. Het liefst ga je dan naar huis, praten over winkelgevels en riolering wordt dan eigenlijk zo verschrikkelijk banaal.

Binnen de gemeenteraad kende iedereen Daan wel. Iemand die van zijn stad hield, zich verzette tegen slemperijen binnen het stadhuis, die strijdbaar en met doorzettingsvermogen opkwam voor het leefmilieu in onze stad, en niet alleen voor het Soesterkwartier waar hij woonde. Wie herinnert zich niet de maquettes en foto’s, door hemzelf, vaak in nachtelijke uren samengesteld, waarmee Daan de raadsleden confronteerde en ook heel wat keren wist te overtuigen. Een creatieve man, gedreven en eerlijk.

Ik kende Daan al uit mijn SGLA-tijd. In discussies ging hij voor de zaak, een compromis was niet het eerste waarnaar hij streefde. Desondanks was hij in staat om te relativeren en met intelligente gedachtesprongen de lachers op zijn hand te krijgen. Heel wat actieve mensen binnen de SGLA, die net als hij gingen voor hun stad en solidair waren met actieve buurtbewoners, hebben van zijn kennis en inzicht kunnen profiteren. Hij was overigens niet alleen binnen de SGLA actief, maar ook binnen andere organisaties zoals de Stichting Amersfoort Centraal en de Werkgroep Puntenburg.

Daan is onverwacht overleden, zo, ineens. Hartstilstand. Midden in zijn werk. Een mooie dood, zegt men in zo’n geval. Maar wat een onvoorstelbaar gemis voor zijn vrouw en kinderen en al die andere dierbaren in zijn omgeving. Met hen kan ik slechts verzuchten: was hij nog maar langer bij ons gebleven. We zullen hem zo missen.

Woensdag 8 oktober 2003

Uit Venetië krijgen we de meerpalen, onmisbare onderdelen binnen het te ontwikkelen woongebied Laak in Vathorst. Het kostte een paar centen, zo’n zware delegatie uit het college, ondersteunt door een aantal ambtenaren en onder aanvoering van onze eigen burgemeester. Jawel! Maar daarvoor krijgen we dan ook wel wat. Vorige week, tijdens de woonbeurs in het informatiecentrum aan de Duisterweg, heb ik genoten van de Venetiaanse fotopresentatie. Prachtige beelden: bruggen, paleizen, pleinen: sfeerbeelden die de reislust opwekken. Het is niet te hopen dat toekomstige bewoners in Vathorst rekenen op dergelijke herkenningspunten. Je kunt duizend jaar Romeinse rijkdom niet kopiëren in een land zonder het Italiaanse zonnelicht. Dan maar een meerpaal.

Maar sommigen vinden dat al een begerenswaardig resultaat. Dat geldt in elk geval voor ons college van B en W. Want dat gaat weer op stap om ideeën op te doen voor Vathorst. Dit keer is de USA het reisdoel, het land der ongekende mogelijkheden. Het thema is nu: winkelvoorzieningen. Inderdaad, er moet een winkelcentrum komen in Vathorst. Er is al een eerste ontwerp gemaakt door de Amerikaanse architect Emilio Ambatz. Maar dat blijkt geen goed plan te zijn. Waarom kan een Amerikaanse architect geen goed plan maken, zou het thema van de zogenaamde studiereis kunnen zijn.

Het nieuwe winkelcentrum moet een uitstraling krijgen, waarbij het aansluit bij naastgelegen voorzieningen zoals een cultureel centrum, een bibliotheek en het stationsgebied. Als het winkelcentrum moet aansluiten, zijn er twee mogelijkheden. Of de andere genoemde voorzieningen hebben die uitstraling wél, en dat zonder studiereis van onze collegeleden. Of ze hebben de uitstraling nog niet, en dan liggen er nog heel wat studiereizen naar verre oorden in het verschiet!

Laten we er maar eerlijk over blijven. Het ontwikkelingsbedrijf Vathorst organiseert elk jaar een snoepreisje voor collegeleden en de ambtelijke staf naar aantrekkelijke oorden, ver achter onze kim. Inpakreisjes, noemen ze dat in de bouwbranche. De onderlinge banden worden aangehaald, toekomstige samenwerking wordt in de week gelegd, de bouwers en ontwikkelaars worden er niet slechter van. De Tweede Kamer heeft zelfs een enquêtecommissie gehad die zich over dit verschijnsel heeft gebogen. Onaanvaardbaar, ernstig af te wijzen, was de conclusie van de kamerleden. Maar ja, als Amersfoortse bestuurder of ambtenaar laat je je natuurlijk geen pretjes afnemen door uitspraken van een aantal van die belhamels uit het Haagse parlement. Integriteit staat bij sommige collegeleden schijnbaar niet zo hoog aangeschreven.

De reis naar Venetië heeft een lacherige sfeer opgeroepen. Iedereen wist dat het fout zat, maar ja, als collegelid wil je toch wel eens over de grenzen van je provinciaalse beperktheid heenkijken. Zelfs als je nationaal, via een satirisch programma op een van de vaderlandse zenders, als stadsbestuurder te kak wordt gezet, pak je je koffer niet uit – of het moet in een ver buitenlands hotel zijn. Een troost: onze burgemeester blijkt in dit geval de wijzere te zijn.

Dinsdag 7 oktober 2003

We gaan zwaar weer tegemoet. Dat bleek maandagavond in de commissievergadering waar het onderwerp Werk en Inkomen op de agenda stond. De echte slachtoffers zijn vooral de mensen die van een klein inkomen of een uitkering rond moeten komen. En het erge is dat we als raadsleden weinig tegen de oorzaak kunnen doen. Den Haag bezuinigt in de sociale sector en schuift de gevolgen daarvan af naar de gemeenten. Die mogen de armoede verdelen en moeten daarbij ook nog eens duidelijk maken dat de gemeente weinig speelruimte heeft omdat op vrijwel elk gebied het kapmes dreigt.

Toch is onze fractie van mening dat door verschuivingen binnen de gemeentebegroting het bezuinigingsbeleid, dat vooral de zwakste dreigt te treffen, ruimte moet worden gevonden om te laten blijken dat we in een beschaafd land wonen, waar de zwakkeren voldoende mogelijkheden moeten hebben op een positieve wijze te leven. Geld dat we hebben moet zo effectief mogelijk worden ingezet, wie niet aan het werk kan worden geholpen moet in elk geval voldoende zekerheid van bestaan worden geboden.

Dat zal tot gevolg hebben dat we op een aantal zaken die ons ook lief zijn, zullen moeten bezuinigen. Zaken die kunnen worden uitgesteld, moeten maar even worden vergeten. Bij de komende begrotingsbehandeling moet realisme de boventoon voeren. Grootschalige projecten die niet direct nodig zijn moeten ruimte maken voor kleinschalige projecten die de kwaliteit van het dagelijkse leven bepalen. Je kunt niet aan de ene kant miljoenen uitgeven voor projecten waarop echt niet iedereen zit te wachten, terwijl je aan de andere kant bezuinigt op allerlei kleine subsidies in de sociaal-culturele en maatschappelijke sfeer.

Belangrijk wordt ook de vraag of je reserves uitgeeft in slechte tijden. Eigenlijk zou je zeggen: natuurlijk, want daar zijn reserves toch voor. Op dat punt is nog een interessante discussie te voeren.

Maandag 6 oktober 2003

Het afgelopen weekend vond in Theater De Lieve Vrouw een bijeenkomst plaats die niet de aandacht heeft gekregen die ze verdient. Onder de wat cryptische titel ‘Nieuwjaar in de toekomst’ werd in alle zalen van het theater, van de zolder tot in de kelder, een festival gehouden met Russische, Iraanse en Afgaanse cultuur. Er waren veel te weinig Nederlanders aanwezig, en dat was jammer.

Er wonen in onze stad mensen van tientallen nationaliteiten. Omdat ons land zo’n groot buitenland heeft en in de geschiedenis kooplieden onder Hollandse vlag heel de wereld bezochten, bezitten we een vaderlandse cultuur die door heel wat andere samenlevingen is beïnvloed. Dat was zo en dat zal ook zo blijven. Juist daarom is het interessant om kennis te maken met de specifieke achtergrond van duizenden stadgenoten die een rijke eigen traditie combineren met onze eigen vaderlandse truttigheid.

We hebben in onze stad te weinig mogelijkheden om kennis te maken met andere culturen. Rijke culturen, gebaseerd op streken in het nabije oosten die de bakermat vormden van ons huidige christelijke-westerse gedachtegoed. We zouden er vaker kennis mee moeten maken en misschien zijn daarvoor ook wel mogelijkheden voorhanden. Fleur Imming, raadscollega uit de PvdA-fractie, was eveneens aanwezig in theater De Lieve Vrouw. Haar bijdrage in een debat over de aandacht die andere culturen in onze stad krijgen, was aanleiding voor een afspraak om samen te onderzoeken of een incidentele bijeenkomst zoals dit weekend niet kan worden verbreed. Hoe? Dat weten we nog niet, maar u hoort nog van ons!

Written by raphaelsmit

11/10/2003 at 21:08

Geplaatst in Uncategorized