Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

Archive for oktober 2004

leave a comment »

Zaterdag 30 oktober 2004

Een aantal voetbalverenigingen staat het water tot aan de lippen. Gebrek aan velden, te weinig kleedruimten en wachtlijsten voor nieuwe leden: het tekort aan accommodaties is schrijnend. Over enige tijd verschijnt een accommodatienota, tot dat moment gebeurt er weinig om de problemen binnen de Amersfoortse voetbalwereld op te lossen. Leefbaar Amersfoort heeft vorig jaar al aangedrongen op het beschikbaar stellen van extra middelen om het accommodatietekort – die breder is dan alleen de voetbalsport – binnen het sportleven van onze stad op te lossen. Intussen nam het aantal meldingen dat bij ons binnenkwam toe. Vandaag besteedt de Amersfoortse Courant paginagroot aandacht aan de problemen waarmee een groot aantal voetbalverenigingen hebben te kampen.

Dat het college lang wacht met het aandragen van oplossingen, is verbazingwekkend. Bij elk eerste paal voor nieuwe woningen, bij elke feestelijke uitreiking van weer een eerste sleutel, had het de collegeleden duidelijk moeten zijn: als je veel extra woningen bouwt moet je er voor zorgen dat ook de voorzieningen op peil worden gebracht. Dat geldt niet alleen voor de sport, maar ook voor andere sectoren zoals cultuur en welzijn.

In plaats van extra geld beschikbaar te stellen waardoor het voorzieningenpeil in onze stad kan meegroeien met het snel toenemend aantal inwoners, wordt er bezuinigd op de voorzieningen. SRO krijgt minder geld voor de sport, de SWA moet een aantal jaren fors bezuinigingen, voor meer zwemwater is nauwelijks geld beschikbaar en het culturele leven wordt geknepen. Voor de cultuur ligt wel extra geld op de plank, maar dat is bestemd voor prestigieuze gebouwen in het Eemcentrum en dergelijke. Bestaande culturele initiatieven, de amateurkunst, festivals en noem maar op: overal wordt op beknibbeld, alle groei van de stad ten spijt. Intussen proberen collegeleden de waan op te houden dat dankzij hun inzet het zo goed met onze stad gaat. Een gotspe!

Vrijdag 29 oktober 2004

Donderdagavond vergaderde de raadscommissie Beheer. Een van de punten die tijdens de commissie aan de orde kwam, is het openbaar vervoer. Het college kondigde aan het begin van dit jaar rijksbezuinigingen aan en merkte daarbij op dat deze één op één worden doorvertaald naar het openbare vervoer. Op dat moment had geen raadslid zicht op de gevolgen van deze mededeling. Dat is de afgelopen week duidelijk geworden, ongeveer eenderde van de dienstverlening op het gebied van het openbare vervoer is afgeknepen, wat zich vooral uit in ingrijpende versoberingen in het lijnennet en de dienstregeling.

Een opmerkelijke actie. Jarenlang wordt binnen het stadhuis geroepen dat het openbare vervoer extra aandacht moet krijgen, evenals het fietsverkeer. Hiermee moet de autodruk op de Amersfoortse wegen worden tegengegaan. IJverig wordt meegewerkt aan provinciaal stuntwerk dat geen enkele structurele verbetering van het openbare vervoer oplevert. Op het moment dat vanuit Den Haag de middelenstroom afneemt, wordt echter geen enkel initiatief genomen om een van de belangrijke voornemens binnen het stedelijke vervoersbeleid in stand te houden, om over noodzakelijke uitbreidingen maar te zwijgen.

In de begroting is voor de komende jaren ongeveer 18,5 miljoen euro gereserveerd voor investeringen voor het openbare vervoer: vooral voor vrije banen en soortgelijke voorzieningen. Straks hebben we miljoenen uitgegeven voor de infrastructuur van het openbare vervoer, maar hebben we de bussen niet om daarvan gebruik te maken. Weggegooid geld dus waaraan alleen de aannemers en wegenbouwers dik verdienen maar waarbij de busreiziger in de kou blijft staan.

Donderdag 28 oktober 2004

Het ministerie VROM organiseert deze dag in het Haagse Congrescentrum een symposium met als thema: ‘Wat beweegt de bewoner’. Basis voor het symposium is het WBO, het woningbehoeftenonderzoek dat VROM elke vier jaren organiseert. Het onderzoek van 2002 is vorig jaar november gepubliceerd en heeft, naast het rapport zelf, een aantal interessante deelrapporten opgeleverd, zoals over de leefbaarheid van de wijken, de doorstroming en dynamiek in nieuwe en oude wijken, de betaalbaarheid van het wonen, woonkeuren en de ontwikkelingen in de huur- en koopmarkt.

Aan het begin van het symposium overhandigt VROM-minister Sybilla Dekker een nieuwe publicatie, gebaseerd op het WBO, aan de voorzitters van Aedes (de koepel van de corporaties), de Vereniging Eigen Huis, de Neprom (belangenkoepel van de ontwikkelaars), de Nederlandse Woonbond en aan de voor sectordirecteur voor de fysieke en economische infrastructuur van de VNG. Het is een publicatie waarin vooral de bewoners, van studentenhuis tot serviceflat, aan het woord komen en waarin een reeks van getallen en gegevens worden gelardeerd met meningen van diegenen waarom het allemaal gaat: de woonconsument.

Het symposium wijkt op een belangrijk punt af van vele andere symposia. De inleiders komen met originele bijdragen en niet, zoals vaak het geval is, met inleidingen waarvan je het idee hebt dat die vandaag hier, morgen daar wordt uitgesproken. Vooral Pieter Hooimeijer, de meest toonaangevende hoogleraar op het gebied van demografische ontwikkelingen in ons land, en Paul Schnabel, de SCP-directeur die juist deze week het geruchtmakende rapport van zijn planbureau over de toekomstverwachtingen onder de Nederlandse bevolking heeft gepresenteerd, ontwikkelen interessante visies op bewegingen in de woningmarkt.

Pieter Hooimeijer kom ik weer tegen in een van de workshops die in de middag plaatsvinden. Het is een workshop over leefstijlen en marktoriëntatie. Samen met een van de stafleden van het SCP, maakt Hooimeijer geloofwaardig dat talloze traditionele doelgroepen die tot nog toe bij het formuleren van volkshuisvestingspolitiek toonzettend zijn, aan waarde inboeten. Er ontwikkelen zich nieuwe leefstijlen die de keuze van woningzoekenden bepalen. De variatie in de vraag naar woningen neemt toe, de woonomgeving speelt bij de woningkeuze een steeds grotere rol. Beleidsmakers houden hiermee nog onvoldoende rekening.

De invloed van leefstijlen op de marktoriëntatie kan de komende jaren grote betekenis hebben voor de plannen die we – gemeentebesturen, woningbouwcorporaties, ontwikkelaars – maken. De aanname dat je de kwaliteit van achterstandswijken kunt verbeteren door te slopen en de daardoor vrijkomende ruimte te bestemmen voor koopwoningen, kan in de praktijk wel eens te simpel zijn. Nu de grote woningnood uit de naoorlogse decennia is opgelost, is het vooral de taak van de overheid om woonmilieus te creëren waarin mensen zich thuis voelen. Niet alleen de kwantiteit in de woningproductie moet aandacht krijgen, maar vooral de kwaliteit.

Verschuiving in de oriëntatie op de woningmarkt betekent het einde van het vinexdenken dat zich de afgelopen vijftien jaar heeft ontwikkeld. Ook bij de stadsvernieuwing is verandering in het denken noodzakelijk, al liggen de problemen binnen dit veld van de volkshuisvesting gecompliceerder. Een ding staat in elk geval vast: de woonconsument moet meer Koning worden en er moet rekening worden gehouden met zijn stijl van leven, die nauw samenhangt met de woning waarin hij wenst te leven.

Written by raphaelsmit

30/10/2004 at 16:02

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Woensdag 27 oktober 2004

Wanneer zaken rond Vathorst-Noord of Vathorst-West aan de orde komen, wordt de raad met enige regelmaat geconfronteerd met ambtelijk manipuleren. Omdat collegeleden – ingepakt tijdens snoepreisjes met de ontwikkelaars – het gemarchandeer met de felbegeerde bouwwensen in het groene gebied rondom Vathorst toestaan of er zelfs aan meedoen, of omdat ze het niet begrijpen en zich als een marionet laten gebruiken, wordt de raad met enige regelmaat geconfronteerd met collegebesluiten of andere initiatieven die tot verbazing leiden. Achtergrond bij dit alles is het feit dat bouwondernemers in Vathorst-Noord voor vele tientallen miljoenen euro’s grond hebben geworven en de raad enkele jaren geleden heeft verklaard dat dit gebied groen moet blijven en er niet mag worden gebouwd.

Een staaltje hiervan leidde deze avond in de commissie ECO tot heftige taferelen. Aanleiding is de medewerking die het college heeft verleend aan de bouwaanvrage voor een varkensbedrijf nabij de Zeldertseweg in Hoogland-West. Het gaat hierbij om een varkensmesterij die nu nog in Vathorst-Noord is gehuisvest. Door de stankcirkels rondom dit bedrijf wordt woningbouw in de omgeving van deze varkensmesterij onmogelijk gemaakt. Dat is een streep door de rekening van al diegene die in Vathorst-Noord woningbouw wensen. Het college was dus – wie verbaasd het – bereid om aan de verplaatsing van het bedrijf mee te werken.

De bewoners aan de Zeldertseweg zijn hierover niet zo enthousiast. Hoogland-West moet een open gebied blijven – wat ook door de raad is uitgesproken – en met het hinderlijke bedrijf worden ook de activiteiten van de agrarische bedrijven in Hoogland-West nadelig beïnvloed. De overlast uit Vathorst-Noord wordt afgeladen bij de bewoners in Hoogland-West. Omdat dit gebied ook een populair recreatiegebied is voor bewoners in Nieuwland en Kattenbroek, worden ook die op onaangename wijze geconfronteerd met het stinkende mestbedrijf.

Rondom de verplaatsing doen zich nog enkele andere opmerkelijke zaken voor. Uit informatie van de getergde bewoners en hun adviseurs, die in de commissie inspraken, blijkt dat het niet alleen om een verplaatsing van het mestbedrijf gaat, maar ook om een uitbreiding. Door gesjoemel met getallen heeft de ambtelijke staf op het stadhuis getracht een tijdrovende mer-procedure te ontlopen. De vestiging van het bedrijf past niet zonder meer in het bestemmingsplan voor Hoogland-West en past ook niet in het provinciaal ruimtelijke beleid.

Dat alles weerhield het college er niet van om één dag voordat de bezwaren van de bewoners in de commissie aan de orde kwamen, een collegebesluit te nemen waardoor de verplaatsing wordt gesanctioneerd. Omdat het hierbij om een gemandateerde bevoegdheid van het college gaat, is tegen deze gang van zaken juridisch weinig in te brengen. Politiek gezien kan daarentegen van een grove politieke onbeschoftheid worden gesproken. Het college probeerde, met zicht op de hangende bui van ongenoegen, de raadsleden schaakmat te zetten. Dat dit tot heftige discussies leidde, was te voorzien.

Het college heeft, naast de woede van de bewoners, nog twee andere zaken bereikt. Het punt komt volgende week dinsdag in de raad aan de orde en een aantal fracties overweegt om een officieel bezwaar bij de provincie in te dienen. Het college en zijn ambtenaren hebben in elk geval hun volgende snoepreisje van het OBV weer verdiend!

Written by raphaelsmit

28/10/2004 at 05:32

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Dinsdag 26 oktober 2004

Het aantal begrotingsonderwerpen dat de commissie Bestuur deze dag behandelt, is groot. Om er maar een uit te pikken: de afhandeling van brieven. In 2003 werden er op het stadhuis 26.117 brieven ingeboekt. Dat lijkt heel veel en is het ook. Ga je echter uit van ruim 800 ambtenaren die op het stadhuis werken, dan zijn dat 32 brieven per ambtenaar, nog niet één per week. Deze berekening is natuurlijk een karikatuur, want lang niet iedereen die op het stadhuis werkt buigt zich over de ingekomen brieven. Je kunt op deze getallen allerlei berekeningen loslaten: indien eenderde van de ambtenaren bij de afhandeling van een brief is betrokken, dan moeten die per week elk twee brieven behandelen. Cijfers, al zijn ze nog zo groot, zijn dus relatief, helemaal indien je er van uitgaat dat een groot aantal brieven standaardkwesties betreffen.

Van al die brieven is 13 procent te laat of helemaal niet afgehandeld. Hierbij gaat het dus om ongeveer 3.400 brieven die te laat of helemaal niet zijn behandeld. Gemiddeld zit dus een op de tien gezinnen in onze stad op een antwoord van de gemeente te wachten. Ook deze constatering is een karikatuur, maar dit spelen met getallen geeft toch wel een indicatie van de kwaliteit van de briefafhandeling in onze gemeente.

Om door te gaan met het aantal van 26.117 brieven: je mag er van uitgaan dat het grootste deel van deze brieven standaardbrieven zijn, zoals vergunningaanvragen, verzoeken om vrijstelling, antwoorden op vragen vanuit het gemeentehuis en noem maar op. Onder de 3.400 brieven die niet of te laat zijn beantwoord, zijn de brieven met specifieke problemen, klachten en dergelijke oververtegenwoordigd. Het aantal van 13 procent mag je wat dat betreft best verontrustend noemen. Dit percentage is overigens iets hoger dan het jaar daarvoor, toen er ook nog eens bijna 1.400 brieven meer binnenkwamen.

Tegen deze achtergrond is het niet verbazingwekkend wanneer je als raadslid regelmatig met klachten van stadgenoten wordt geconfronteerd. Wat in het algemeen wel functioneert, is de ontvangstbevestiging. In de meeste gevallen ontvangen briefschrijvers een keurige bevestiging dat hun brief is ontvangen en onder welk nummer de brief is geregistreerd. In heel veel gevallen is zelfs de behandelende ambtenaar genoemd. Belangrijker voor een briefschrijver is echter dat hij of zij een serieus antwoord krijgt. Bij voorbaat schriftelijk, want de stadgenoot die de moeite heeft genomen in de pen te kruipen, wil het antwoord graag op papier hebben, al is het maar als genoegdoening.

Written by raphaelsmit

27/10/2004 at 17:16

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Maandag 25 oktober 2004

De commissie SOC bespreekt deze avond de begroting 2005-2008. Sport is een van de kernpunten tijdens de discussie. Daarbij gaat het vooral om het accommodatiebeleid. Amersfoort is een snel groeiende stad, maar op het gebied van sportvoorzieningen blijft de stad ver achter bij de toename van het aantal inwoners. Hoewel het gemeentebestuur onze stad graag als sportieve gemeente presenteert, blijft het bij het beschikbaar stellen van middelen voor de sportbeoefening ver achter bij dagelijkse behoefte. Enige lichtpuntje: er wordt meer gesproken over het accommodatiebeleid. Maar ja, je hebt heel wat papieren nota’s nodig om daaruit een broodnodig kleedgebouwtje te construeren!

Amersfoort heeft acht jaar geleden zijn dienst voor de sport SRO geprivatiseerd. Alle medewerkers van deze dienst zijn binnen de nieuwe NV ondergebracht. Het gevolg is dat binnen het stadhuis onvoldoende kennis aanwezig is om sportbeleid te formuleren. Wethouder Brink maakte dat tijdens de vergadering op deze avond op pijnlijke wijze duidelijk: om een accommodatienota te kunnen opstellen is hij afhankelijk van de gegevens die SRO hem verstrekt. Overigens bleek tijdens een gesprek dat ik vorig jaar had met de SRO-directie, dat men binnen deze organisatie ook niet onverdeeld gelukkig is met de dubbele rol van uitvoerende organisatie en beleidsadviseur.

Dat Amersfoort nog heel wat moet doen aan het accommodatiebeleid is iedereen die zich daarin verdiept snel duidelijk. Binnen onze fractie is het vooral Will Koet – met uiteenlopende bestuursfuncties binnen de regionale en landelijke sport achter de rug en op zaterdag nog steeds scheidsrechterend op het voetbalveld – die met schrijnende voorbeelden van achterstallig accommodatiebeleid komt. Het gaat daarbij niet alleen om de breed bekende problemen zoals bij roeivereniging Hemus, atletiekvereniging Triathlon of honkbalvereniging Quick. Een groot aantal veldsportverenigingen heeft te maken met een ernstig tekort aan kleedaccommodatie, om maar eens een voorbeeld te noemen.

Het gemeentebestuur wil de sportbeoefening in onze stad stimuleren. Dat is een noodzakelijke taak, gelijk of het om de georganiseerde of ongeorganiseerde, de breedte- of de topsport gaat. Maar als je dat als belangrijk beleidspunt ziet, dan moet je daarvoor ook investeren. Daarvan komt tot nog toe onvoldoende terecht, wat ook blijkt uit de begroting voor 2005-2008. Uit de begroting blijkt dat het gemeentebestuur onvoldoende aandacht schenkt aan de gevolgen van de sterke groei van het aantal inwoners. Dat geldt niet alleen voor de sport, maar net zo goed ook voor cultuur en welzijn in onze stad. Wanneer je graag groot wil groeien, moet je ook de consequenties daarvan onder ogen zien.

Leefbaar Amersfoort komt de komende week met een voorstel om voor nieuwe, noodzakelijke investeringen in de sport en cultuur structureel extra geld vrij te maken. Alleen maar wat roepen helpt niet, er moet ook iets gebeuren.

Written by raphaelsmit

26/10/2004 at 09:46

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zondag 24 oktober 2004

Dit weekend verscheen het nieuwe D66-Bulletin. De rode draad in dit bulletin is ‘D66 Amersfoort als lokale partij‘. Verschillende leden gaan in op de noodzaak om stil te staan bij de positie die de D66-afdeling bij de komende verkiezingen gaat innemen. Daarbij wordt ook de vraag aan de orde gesteld of de Democraten uit de Keistad voorafgaand aan de komende verkiezingen samenwerking zoeken met een van de plaatselijke partijen. In november organiseert D66 een eerste discussiebijeenkomst, in januari moeten er besluiten vallen. Een goede planning, want de komende maanden moet er duidelijkheid komen of krachten binnen de huidige gemeenteraad kunnen worden gebundeld en daardoor in de nieuwe raad het aantal van twaalf fracties kan worden gereduceerd.

De Amersfoortse Democraten waren de laatste verkiezingen vooral slachtoffer van de landelijke trend. Natuurlijk kon je kritiek hebben op de verbetenheid waarmee hun wethouder Marcel Fränzel het de automobilisten zo moeilijk mogelijk maakte, maar inhoudelijk behoorde de zes man sterke fractie tot de top. Dat geldt evenzeer voor de na 2002 overgebleven twee fractieleden. Het kan geen verbazing wekken dat afgelopen zomer een a-select gezelschap van raadsleden, ambtenaren en journalisten Mirjam Barendregt tot raadslid van het jaar kozen. Kees van Engelenhoven heeft als oud-wethouder wel eens moeite met zijn oppositierol, maar dat doet niets af van het feit dat hij tot de kleine groep leden in de raad behoort die weten waarover ze spreken en die ook een eigen mening durft te ventileren.

Het optreden van de landelijke D66-ers, als steunpilaren van het Kabinet Balkenende, voorspelt weinig goeds voor plaatselijke D66-afdelingen – hoe uitstekend die het ook zullen doen. De goed presterende Democraten in de Amersfoortse raad lopen het gevaar afgerekend te worden op de landelijke trend, zogoed als de uiterst zwakke PvdA-fractie binnen onze raad mogelijkerwijze triomfeert dankzij het kontje van Bos. En de lijn is door te trekken: in verschillende steden in ons land heroverwegen Leefbaarpartijen hun positie voor de komende verkiezingen na het schandalige gestuntel van enkele plaatselijke Leefbaarcoryfeeën die landelijke ambities vertaalden in onderling gekrakeel en een smadelijke afgang.

In het D66-Bulletin dat dit weekend op de deurmat belandde, gaat buitengewoon raadslid Steven Pieters in op een aantal concrete kanten van mogelijke samenwerking tussen de plaatselijke Democraten en de stadspartijen. Hij spreekt zijn voorkeur uit voor een gesprek met Leefbaar Amersfoort. Hij heeft oog voor de verschillen, zowel in de programma’s als in de achterban van elk van de partijen. Maar hij ziet ook veel overeenstemming en mogelijkheden tot synergie. Hij voert een logische redenering op ten gunste van samenwerking tussen de plaatselijke Democraten, Leefbaar Amersfoort en Hart voor Amersfoort.

Ik heb hier een persoonlijke mening over. Net als de D66-leden vind ik de huidige versnippering in de raad contraproductief: het verzwakt de positie van de raad en versterkt de invloed van de bureaucratie. D66 en Leefbaar Amersfoort hebben elkaar het afgelopen jaar op verschillende punten, bijvoorbeeld door initiatiefvoorstellen op het gebied van verkeer, goed kunnen vinden. Overigens: Leefbaar Amersfoort werkt ook op pragmatische wijze samen met partijen als de SP en de VVD.

Ik heb nog geen idee hoe mijn partijbestuur en de leden tegen de gedachten van D66 aankijken. Persoonlijk vind ik het een goede zaak om in elk geval met D66 een gesprek aan te gaan. De oppositiepartijen moeten, hoe en in welke samenstelling dan ook, elkaar zien te vinden. Dat pogingen tot nog toe nog te weinig perspectief opleverden, moet vooral als een aanmoediging worden gezien om elk nieuw initiatief tot samenwerking serieus op te pakken.

Written by raphaelsmit

24/10/2004 at 08:36

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Zaterdag 23 oktober 2004

De afgelopen week hebben enkele honderden burgemeesters gedemonstreerd tegen de plannen die minister De Graaf heeft gepresenteerd voor het kiezen van de burgemeester. De meeste burgemeesters in ons land, en zij niet alleen, hebben nogal wat bezwaren tegen de plannen van de minister. De opstelling van de protesterende burgemeesters werd deze week door sommigen als conservatief omschreven, anderen menen dat de burgemeesters vooral opkomen voor hun eigen belangen, iets dat je ze overigens niet kwalijk kunt nemen. Ik zie het protest vooral als een uiting van zorg bij ervaringsdeskundigen, als reactie op de slecht uitgewerkte plannen van minister De Graaf. Vanuit dat standpunt gezien is het burgemeestersprotest terecht.

Toch vind ik, alle kritiek op de haperende wetgeving waarmee de minister zijn ‘kroonjuwelen’ wil redden ten spijt, dat het het beste is de gepresenteerde plannen uit te voeren. De wijze waarop de benoeming van de burgemeesters nu verloopt, is niet meer van deze tijd. Het is niet meer dan logisch dat partijen als Leefbaar Amersfoort naar een benoeming van de burgemeester toe willen waarbij de kiezers maximale invloed hebben. Ik vrees dat uitstel van de huidige plannen tot een op de lange baan schuiven leidt, vooral omdat D66 in een nieuw kabinet geen plaats meer zal krijgen en VVD, CDA en andere conservatieve partijen niet zo enthousiast zijn over het uit handen geven van macht aan de burger.

Wanneer minister De Graaf zijn voornemen tot wet verheven krijgt, ontstaat er een op veel punten voor ons land unieke situatie. Amersfoort krijgt dan geen burgemeesters meer aangedragen uit Zutphen of Arnhem, het zijn vooral stadgenoten die zich met gerede kans op succes verkiesbaar stellen. Burgemeesterkandidaten moeten een duidelijk programma presenteren en daarmee campagne voeren. Deze programma’s zullen, voor zover geen sprake is van onafhankelijke kandidaten, een relatie hebben met de partijprogramma’s van bestaande partijen – of dat positief is, is overigens nog maar de vraag. En, op basis van het wetsvoorstel, de gekozen burgemeester moet een duizendpoot zijn: hij of zij is een politieke macht, maar moet die macht delen met de gekozen gemeenteraad. Hij of zij moet een coalitie met de wethouders aangaan, waardoor het burgemeesterprogramma onder druk kan komen te staan. Hij of zij wordt (ook op dit punt is het wetsvoorstel van De Graaf uiterst krakkemikkig) ook voorzitter van de raad en moet vanuit die positie boven de partijen staan terwijl gelijktijdig het eigen burgemeestersprogramma moet worden geprofileerd.

Al die punten kwamen bij mij naar boven toen ik op de website van Ruud Schulten de veronderstelling las dat ik met mijn kanttekeningen op de ‘Zo-werkt-inspraakkrant’, afgelopen week in dit dagboek, misschien de burgemeester persoonlijk wilde beschadigen. Ik vroeg mij af, bij de prominente presentatie van de burgemeester in de inspraakkrant, of zij misschien al aan haar campagne was begonnen. Nu was de vraag vooral academisch en in elk geval niet bedoeld om de burgemeester te beschadigen. Integendeel bijna: als zij zich verkiesbaar stelt voor het burgemeesterschap nieuwe stijl, heb ik vooral met haar te doen! Ik ben het echter niet eens met Ruud Schulten dat de burgemeester het stedelijke inspraakbeeldmerk bij uitstek is. Ook bestuurskundig ligt dat niet zo voor de hand.

Wat ik er van vind als Albertine van Vliet zich kandidaat stelt? Ik heb daar nog geen mening over. Die vorm ik pas als ik haar programma ken en weet wie de tegenkandidaten zijn en hoe hun programma’s er uitzien. Of er vanuit de stadspartijen een tegenkandidaat komt, weet ik niet – ik zal het in elk geval niet zijn! Wel geloof ik dat Albertine van Vliet zich, vanuit haar politieke achtergrond, ernstig in verlegenheid brengt. D66 is in de huidige raad een oppositiepartij, onze burgemeester werpt zich daarentegen steeds op als een fervente verdedigster van het huidige collegebeleid.

Uit het oogpunt van politieke zuiverheid zou ik het daarom een goede zaak vinden als zij niet te lang wacht met het kenbaar maken of zij wel of geen kandidate is bij het kiezen van de nieuwe burgemeester – als het überhaupt zo ver komt.

Written by raphaelsmit

23/10/2004 at 12:44

Geplaatst in Uncategorized

leave a comment »

Vrijdag 22 oktober 2004

Hooglanderveen krijgt zijn eerste huizen in de groengordel rond het dorp. Deze constatering is opmerkelijk, zeker als je de inspanningen kent die de bewoners uit Hooglanderveen jarenlang hebben verricht om het dorpse karakter van hun stee te behouden en niet te worden ‘weggedrukt’ door de nieuwbouw van Vathorst. Toch kon de Amersfoortse Courant deze week de woningbouw in de groengordel aankondigen. Het is de zoveelste bevestiging dat de bewoners in Hooglanderveen zwaar in de maling zijn genomen door de gemeente Amersfoort en het ontwikkelingsbedrijf van Vathorst.

De Belangenvereniging Hooglanderveen heeft de afgelopen acht jaren heel wat energie gestoken in het behoud van het dorpse karakter. De Veeners hebben daarbij niet voor harde actie of een golf van publiciteit gekozen, maar hebben het vooral gezocht in het overleg. Dat in Vathorst gebouwd wordt, konden zij niet tegenhouden: de nieuwbouw werd als een niet meer te stuiten ontwikkeling geaccepteerd. Maar de Veeners wilden wel het karakter van het dorp behouden. Hooglanderveen is een kleine, hechte gemeenschap. Het verenigingsleven bloeit er op een wijze die in Amersfoort niet is terug te vinden. Hoogland benadert de typische sfeer van Hooglanderveen nog het meest, maar in Hoogland getuigt het jaarlijkse ritueel waarbij het dorp als gevolg van de annexatie door Amersfoort ten grave wordt gedragen, dat de oprukkende stad deze vroeger zeer hechte kern van haar eigenheid heeft beroofd.

Dat wilden de bewoners in Hooglanderveen voorkomen. Bijna tien jaar lang voerden zij overleg met het Amersfoortse college, met ambtenaren en later ook met het ontwikkelingsbedrijf. Dat het bestemmingsplan voor Hooglanderveen lang op zich liet wachten, was al een veeg teken. Uiteindelijk werd vastgelegd dat rondom het dorp een groene buffer van veertig hectare wordt aangelegd. Toen deze groengordel ter sprake kwam, hadden de bewoners echter iets heel anders voor ogen dan wat de gemeente en het ontwikkelingsbedrijf er nu van maken.

De gemeente laat toe dat een kwart van de ‘ecologische zone’ rond het dorp bestemd mag worden voor zogenaamde dorpse bebouwing. Uit de eerste plannen die nu zijn gepresenteerd, blijkt dat die dorpse bebouwing gewoon uit villabouw en tweekappers bestaat. De grondstukken zijn wat groter dan in Vathorst, maar dat is geen kunst! Een kwart van de groene zone blijkt dus te bestaan uit woningen met iets royalere tuinen, waarbij het natuurlijk nog altijd de vraag is wat de nieuwe bewoners in deze zogenaamde dorpse bebouwing van hun tuinen gaan maken. Van een wandeling door de groene zone rond het dorp zal in elk geval nooit sprake zijn.

Dat zou sowieso moeilijk worden, want een deel van de groene zone wordt ook in beslag genomen door een begraafplaats en door sportvelden. ‘Zo, die zijn we ook mooi kwijt uit het exploitatiegebied van Vathorst, kunnen we in elk geval nog meer woningen bouwen,’ zullen de gemeentelijke stedenbouwers hebben gedacht. Het wordt overigens voor de Veeners nog erger. Ten zuiden van hun dorp worden rijtjes woningen gebouwd die aan drie kanten een groene binnenhof omsluiten, de uitloop voor deze woningen. De open kant van deze binnenhoven wordt naar Hooglanderveen gericht, zodat het groen rondom deze nieuwbouw tot de veertig hectare ‘groenzone’ gerekend mag worden. De bewoners van Hooglanderveen worden belazerd waar ze bij staan.

Terecht vrezen de Veeners dat het groen aan de rand van hun dorp stukje bij beetje ten prooi valt aan projectontwikkelaars. Nog niet alle onderdelen van de groene zone zijn door het ontwikkelingsbedrijf ingevuld. Ik vrees het ergste voor het dorp, zeker nu de verkoop van woningen in Vathorst trager verloopt dan oorspronkelijk gepland. Dat betekent dat de grondexploitatie onder druk komt te staan, dus is elke vierkante meter die rondom Hooglanderveen kan worden bebouwd een uitkomst voor de op rendement bedachte projectontwikkelaars. Dat de bewoners in Hooglanderveen daarbij uiteindelijk aan het kortste eind trekken, zal ze een rotzorg zijn!

Donderdag 21 oktober 2004

Een aantal dagen in Noord-Portugal vormt voldoende basis om te ervaren hoe beide landen de verkeersproblematiek oplossen. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat Portugal bezig is met een inhaalslag. Het land heeft tien miljoen inwoners, is ruim twee keer zo groot als ons land en heeft een pro-kopinkomen dat net iets boven de helft van het Nederlandse inkomen ligt. Maar de nationale verschillen zijn veel groter. Het zuiden is arm, het noorden is aanmerkelijk welvarender en, in de 75 kilometer achter de kustlijn, ook dichter bevolkt. Op het gebied van sociale voorzieningen, gezondheidszorg en dergelijke scoren wij in ons land beslist beter, maar de verschillen nemen af. Wie verwacht dat Portugal een arm en verpauperd land is met veel werkelozen, heeft een te somber beeld.

Dat blijkt bijvoorbeeld bij de motorisering, en in het bijzonder uit de manier waarop de Portugese overheid daarmee omgaat. Noord-Portugal is de streek van de wegwerkzaamheden. Uiteraard heeft het EK-voetbal van afgelopen zomer een impuls gegeven voor omvangrijke infrastructurele werken, maar de meeste verkeerswerken vinden plaats onafhankelijk van de incidentele EK-krachtsinspanning van dit land. Er wordt nog steeds veel gebouwd. Het praktische gevolg daarvan is dat zelfs op recente autokaarten belangrijke nieuwe snelwegen of gemoderniseerde provinciale verbindingen nog niet zijn opgenomen. Als je de regio ten noorden en oosten van Porto per auto doorkruist, sta je met regelmaat voor verbazingwekkende ervaringen: er blijken nieuwe, snelle wegen te liggen op plaatsen waar je ze niet had verwacht.

Interessant is daarbij wat in en rondom de steden gebeurd. Een aardige vergelijking is bijvoorbeeld de stad Braga, vijftig kilometer ten noorden van Porto en bijna even groot als Amersfoort. Het autoverkeer is er intensief, de regionale groei van de mobiliteit is omvangrijker dan in ons land. Het kan niet worden ontkend en is niet zonder invloed: Braga was een van de steden waar enkele wedstrijden tijdens het EK-voetbal werden gespeeld. Welke voetballiefhebber herinnert zich niet het opvallende stadion dat uit twee gewaagde tribunes bestond, strak aansluitend op een ruige granieten bergwand.

Het centrum van Braga is omsloten door een vierbaans ringweg, ruim voorzien van viaducten en verkeerspleinen. Wie in het historische centrum van de stad wil zijn, kan gebruik maken van een kilometerlange tunnel onder de binnenstad waarop ook een aantal omvangrijke ondergronds parkeervoorzieningen aansluiten. De stad ligt aan de autosnelweg die het noorden en zuiden van het land verbindt. Er wordt hard gewerkt aan een snelweg die Braga in westelijke richting via Barcelos verbindt met de gloednieuwe snelweg langs de kust, tussen Porto en Viana de Castelo. Wanneer ook de snelwegen in het gebied tussen Braga, Guimaräes, Villa Real, Viseu en Porto gereed zijn (er wordt hard aan gewerkt), heeft het noorden van Portugal een snelwegennet van een dichtheid die met ons land is te vergelijken.

De ontwikkeling in Noord-Portugal bevestigt de opvatting dat er een nauwe relatie bestaat tussen het realiseren van grote openbare werken en economische welvaart. Uit de snelheid waarmee in korte tijd honderden kilometers snelweg zijn gerealiseerd mag je als buitenstaander opmaken dat de voorbereidingstijd voor grote werken aanmerkelijk korter is dan in ons land. Dat heeft voor- en nadelen, maar in elk geval mag je stellen dat de tienduizenden automobilisten die in ons land dagelijks in de file staan, met jaloezie zullen kijken naar de aanpak van het mobiliteitsprobleem in een land dat door veel Nederlanders nog als een Europees ontwikkelingsgebied wordt gezien. Dat is beslist niet meer het geval, en dat geldt niet alleen voor de verkeerspolitiek.

Woensdag 20 oktober 2004

Nederland heeft prachtige binnensteden. Maar dat kunnen de inwoners van veel andere Europese landen met evenveel recht over hun steden zeggen. Veel steden buiten ons land hebben ook nog eens het geluk dat ze in mooie streken liggen, omringd door prachtige natuur of aan indrukwekkende rivieren. Landschap en water leveren uiteraard ook stedenbouwkundige problemen op, maar het aardige is dat de aanzet voor de oplossingen vaak al eeuwen geleden is gegeven. Wat dergelijke steden alleen maar interessanter maakt.

Negentig procent van de Nederlanders weet weinig over de Portugese steden. Wie wat meer bezoeken wil dan de zonnige stranden van de Algarve, beperkt zich vaak tot Lissabon of Porto, waar overigens niks mis mee is. Dat het land nog tientallen andere steden heeft, in grote variërend tussen Zutphen en Amersfoort, is minder bekend. Het is daarom des te interessanter om deze steden eens te bezoeken, vooral om dat vrijwel elke stad een eeuwenoude historie heeft waarvan nog veel bewaard is gebleven.

Als gemeenteraadslid kon ik deze week de neiging niet weerstaan om in de Noord-Portugese steden en stadjes die ik bezocht, niet alleen naar de monumentale kant te kijken, maar ook de staat van de stad aandacht te schenken. Ik heb heel wat keren met enige nijd Portugese stadscentra bewonderd. Een vergelijking met Nederlandse steden gaat uiteraard mank, al was het maar dat Portugal sinds de aansluiting bij de EU heeft geprofiteerd van allerlei Europese fondsen waaruit het herstel van binnensteden kan worden betaald. Voor zover die fondsen beschikbaar waren, is daar ook op zinvolle en aantrekkelijke wijze gebruik van gemaakt.

Drie dingen vielen op en deden mij verzuchten: hadden we dat in Amersfoort ook maar. Ten eerste vallen de inrichting van de openbare ruimte en het materiaalgebruik daarbij op. Ten tweede is er op een zinvolle wijze gewerkt aan het autoluw maken van binnensteden. Maar het derde punt viel het meeste op: de straten zijn schoon, zowel wat zwerfvuil betreft als op het gebied van graffiti. Vooral wat dat laatste betreft zal er sprake zijn van een verschil in mentaliteit. Hoewel ik nauwelijks ‘blauw’ op straat heb gezien, zal er ongetwijfeld een goed handhavingsbeleid zijn. Daarnaast moet er, lijkt mij, een voldoende mate aan burgerlijke verantwoordelijkheid bestaan, iets dat – wanneer het om de zorg voor de openbare ruimte gaat – in ons land vaak ver is te zoeken.

Natuurlijk is er over Portugese steden ook een ander verhaal te vertellen. De ruimtelijke ordening is er duidelijk minder ontwikkeld, de woningbouw is van andere kwaliteit (het eigen woningbezit in Portugal nadert overigens de negentig procent) en aan de stijl van nieuwbouw in het centrum merk je dat in het armer verleden economie het vaak heeft gewonnen van de zorg voor het cultureel erfgoed. Dat lijkt nu anders te liggen, er wordt heel wat gerestaureerd. Ik was echter niet in Portugal om de negatieve kant te bestuderen, maar om te leren van wat er beter gaat dan bij ons. En uiteraard om te genieten van de natuur. Voor het OBV zou ik een tip kunnen geven voor een studiereis, maar dan een echte!

Written by raphaelsmit

22/10/2004 at 20:58

Geplaatst in Uncategorized